Commissie inzake Leerlingenrechten: huishoudelijk reglement

Huishoudelijk reglement van de Commissie inzake Leerlingenrechten

De Commissie inzake Leerlingenrechten,

Gelet op het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen-I;

Gelet op het besluit van 27 september 2002 betreffende de Commissie inzake Leerlingenrechten;

Gelet op het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 37bis tot en met artikel 37vicies septies;

Gelet op de codex secundair onderwijs van 17 december 2010, artikel 110/1 tot en met artikel 110/27;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van het model van inschrijvingsregister en mededeling van niet-gerealiseerde inschrijving, de provinciale bemiddelingscel voor gemeenten gelegen buiten het werkingsgebied van het lokaal overlegplatform (LOP) en de procedure voor de goedkeuring van de aanmeldingsprocedure door de Vlaamse regering na een negatief besluit van de Commissie inzake Leerlingenrechten

Besluit:

TITEL I - Procedure bij weigeren

Inleidende bepalingen

Artikel 1

Onverminderd de definities die vermeld zijn in de bovenvermelde decreten en besluiten, wordt voor de toepassing van het voorliggend huishoudelijk reglement begrepen onder:

  1. Commissie: de Commissie inzake Leerlingenrechten bedoeld in artikel IV.7 van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen-I;
  2. decreet: het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen-I;
  3. codex: de codex secundair onderwijs van 17 december 2010;
  4. decreet basisonderwijs: het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;
  5. kalenderdagen: elke dag van de week, zaterdagen, zondagen, wettelijke en reglementaire feestdagen en de door de Vlaamse regering, overeenkomstig artikel 12 van de codex en artikel 50 van het decreet basisonderwijs, bepaalde vakantieperioden niet meegerekend;
  6. LOP: lokaal overlegplatform zoals vermeld in hoofdstuk IV, afdeling I, van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen-I;
  7. schoolbestuur: in het basisonderwijs is dit de inrichtende macht zoals bedoeld in artikel 24, §4 van de Grondwet; dit is de rechtspersoon of natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor één of meer scholen; in het secundair onderwijs zijn dit één of meerdere inrichtende machten zoals bedoeld in artikel 24, §4 van de gecoördineerde Grondwet; dit is de rechtspersoon of natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor één of meer scholen. Voor de toepassing van deel III, titel II, hoofdstuk 1/1 van de codex, wordt onder schoolbestuur ook het bestuur van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en voor wat de opleiding in de leertijd betreft ook het bestuur van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen begrepen.


HOOFDSTUK I - Het verzoekschrift inzake een beroep tegen een weigering tot inschrijving

Artikel 2

Het beroep tegen een beslissing tot weigering van een inschrijving, bedoeld in artikel 37quater decies van het decreet basisonderwijs en artikel 110/14 van de codex, moet schriftelijk aanhangig gemaakt worden bij de voorzitter van de Commissie. Dit kan met een ter post aangetekende brief of een gewone brief. Het beroep moet gedagtekend zijn. Als correspondentieadres geldt:

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Secretariaat van de Commissie inzake Leerlingenrechten
Koning Albert-II laan 15, lokaal 4M02
1210 Brussel

E-mail: commissie.leerlingenrechten@vlaanderen.be

Telefoon: zie Secretariaat Leerlingenrechtencommissie

Artikel 3

§1. Het verzoekschrift wordt ondertekend en gedagtekend en bevat:

  1. de identiteit en het adres van de verzoekende partij;
  2. de identiteit van de geweigerde leerling(en);
  3. de identiteit en het adres van de verwerende partij of een afschrift van de bestreden beslissing van de inrichtende macht of het schoolbestuur.

§2. Bij ontstentenis van één van de gegevens zoals bepaald in paragraaf 1 vraagt het secretariaat van de Commissie onverwijld deze gegevens op. Desgevallend kan de weigeringsbeslissing ook langs het LOP worden opgevraagd. In dit geval loopt de in artikel 37quater decies, §2 van het decreet basisonderwijs en artikel 110/14, §2 van de codex bedoelde termijn vanaf de ontvangst van de aanvullende gegevens.

Artikel 4

§1. Na ontvangst van het verzoekschrift stelt het secretariaat van de Commissie aangetekend de partijen in kennis van:

  1. het verzoekschrift;
  2. de identiteit van de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter en de effectieve en plaatsvervangende leden van de Commissie;
  3. de mogelijkheid tot wraking van de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter en van de effectieve of plaatsvervangende leden;
  4. de mogelijkheid voor de verzoekende partij om mondeling ter zitting van de Commissie of schriftelijk het verzoekschrift toe te lichten;
  5. de mogelijkheid voor de verwerende partij om op de zitting een mondelinge rechtvaardiging voor de niet-gerealiseerde inschrijving uiteen te zetten;
  6. de verplichting voor de verwerende partij om een nota bevattende de argumenten ter staving van de weigeringsbeslissing te bezorgen;
  7. het huishoudelijk reglement van de commissie;
  8. plaats, dag en uur van de zitting;
  9. de mogelijkheid om de Commissie te vragen getuigen te horen en andere onderzoeksmaatregelen te bevelen.

§2. De in §1 bedoelde kennisgeving gebeurt zo mogelijk ook door middel van e-mail (met ontvangstbevestiging), zonder dat de termijn voor behandeling in het gedrang komt.

Artikel 5

Na ontvangst van de in artikel 4 bedoelde bundel stuurt de verwerende partij aan het secretariaat van de Commissie uiterlijk op de zittingsdag een afschrift van de weigeringsbeslissing en een nota bevattende de argumenten ter staving van de weigeringsbeslissing.


HOOFDSTUK II - De wraking

Artikel 6

§1. De verzoekende en de verwerende partij kunnen voor de aanvang van de zitting één of meer leden wraken. Ingeval de reden tot wraking later is ontstaan, kan wraking ook nog worden ingeroepen tijdens de procedure. In dat laatste geval wordt de zaak naar de eerstvolgende zitting verwezen, tenzij de zitting overeenkomstig de bepalingen in artikel 8 van dit reglement rechtsgeldig kan doorgaan.
De plaatsvervanger neemt de plaats in van het gewraakte lid.
Indien zowel de voorzitter als de plaatsvervangende voorzitter worden gewraakt, wijst de minister onder de andere leden een plaatsvervangende voorzitter aan om in die zaak te zetelen. In dit geval wordt de zaak geschorst tot de nieuwe voorzitter is aangewezen.

§2. De redenen van de wraking zijn die vermeld in de artikelen 828 en 829, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek.

§3. Het lid dat weet dat er een reden tot wraking tegen hem bestaat, moet zich van de zaak onthouden.


HOOFDSTUK III - Voorafgaande maatregelen

Artikel 7

§ 1. Het secretariaat deelt aan de effectieve en plaatsvervangende leden van de Commissie de plaats, dag en uur mee waarop de zitting zal doorgaan en bezorgt hen:

  1. een afschrift van het verzoekschrift
  2. een afschrift van de in artikel 4 §1 bedoelde documenten.

§ 2. Elk lid van de Commissie evenals de secretaris kan in samenspraak met de voorzitter voorafgaand aan de zitting, indien nodig geacht, reeds onderzoeksmaatregelen bevelen.


HOOFDSTUK IV - De zitting

Artikel 8

Een zitting is rechtsgeldig ingeval de voorzitter of zijn plaatsvervanger aanwezig is, evenals ten minste één lid van elk van de drie categorieën bedoeld in artikel IV.7, §1, derde, vierde en vijfde lid van het decreet. Elk effectief lid brengt de eerste plaatsvervanger op de hoogte indien die laatste zijn of haar plaats moet innemen op een zitting, en verwittigt het secretariaat van de Commissie. De eerste plaatsvervanger brengt de tweede plaatsvervanger op de hoogte indien die laatste zijn of haar plaats moet innemen op een zitting.

Artikel 9

§ 1. De voorzitter opent de zitting en leidt de debatten. Hetgeen de voorzitter met het oog op de handhaving van de orde beveelt, wordt stipt en terstond uitgevoerd.

§ 2. De zittingen zijn openbaar. Ingeval de orde wordt verstoord kan de Commissie met eenparigheid van stemmen beslissen tot verderzetting van de zitting met gesloten deuren.

Artikel 10

§1 Ingeval van een beroep tegen een beslissing houdende weigering tot inschrijving brengt de verzoekende partij eerst zijn uiteenzetting waarna de andere partijen kunnen repliceren. Op verzoek van de Commissie kan het LOP worden gehoord.

§2 De verzoekende en de verwerende partij, alsook het schoolbestuur of de inrichtende macht en de ouder(s) kunnen zich laten bijstaan door een raadsman. Onder raadsman wordt verstaan elke persoon die daartoe gemachtigd wordt door de verzoekende of de verwerende partij, het schoolbestuur, de ouder(s), naargelang het geval.

Artikel 11

§1. De Commissie kan op verzoek of ambtshalve getuigen horen. Het getuigenverhoor verloopt langs de voorzitter. Van het getuigenverhoor wordt door het secretariaat van de Commissie onmiddellijk een samenvatting gemaakt die ter zitting wordt ondertekend door de getuigen. In uitzonderlijke omstandigheden, te beoordelen door de Commissie, kan deze samenvatting ook na de zitting worden opgemaakt en aan de getuigen ter ondertekening worden toegestuurd. 

§2 Zij kan alle nodige documenten opvragen bij de betrokken inrichtende macht of schoolbestuur en het LOP.

§3 Zij kan een beroep doen op de onderwijsinspectie- en de verificatiediensten van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.

Artikel 12

Op het einde van de debatten sluit de voorzitter de zitting.


HOOFDSTUK V - De uitspraak

Artikel 13

Met het oog op de beslissing volgt de beraadslaging over de niet-gerealiseerde inschrijving onmiddellijk na het sluiten van de debatten. Dit overleg gebeurt met gesloten deuren.
De stemming is geheim en gebeurt bij gewone meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter.
In voorkomend geval beraadslaagt de Commissie eveneens over het advies aan de regering houdende terugvordering of inhouding van de werkingsmiddelen zoals bepaald in artikel 37 sedecies, §2 en §3, van het decreet basisonderwijs en artikel 110/16, §2 en §3, van de codex.
 

Artikel 14

§ 1. De beslissing aangaande een verzoekschrift inzake een beroep tegen een niet-gerealiseerde inschrijving en desgevallend het advies aan de regering bedoeld in vorig artikel worden geacteerd door de secretaris en ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

§ 2. De uitspraak wordt bij aangetekend schrijven aan alle betrokken partijen meegedeeld. Een afschrift van de beslissing wordt meegedeeld aan de effectieve en aan de plaatsvervangende leden van de Commissie.
Het advies inzake terugvordering of inhouding van de werkingsmiddelen wordt door het secretariaat onverwijld aan de minister toegestuurd.
 

Artikel 15

De voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, de secretaris en de effectieve en plaatsvervangende leden zijn gehouden tot discretie over de aangelegenheden die zij in de uitoefening van hun mandaat vernemen.
Zij oefenen hun mandaat op een onpartijdige en onbevooroordeelde wijze uit.

 

TITEL II - Procedure bij toetsing aanmeldingsprocedure

Inleidende bepalingen

Artikel 16

Onverminderd de definities die vermeld zijn in de bovenvermelde decreten en besluiten, wordt voor de toepassing van het voorliggende huishoudelijk reglement begrepen onder:

  1. Commissie: de Commissie inzake Leerlingenrechten bedoeld in artikel IV.7 van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen I;
  2. decreet: het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen-I;
  3. codex: de codex secundair onderwijs van 17 december 2010;
  4. decreet basisonderwijs: het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;
  5. kalenderdagen: elke dag van de week, zaterdagen, zondagen, wettelijke en reglementaire feestdagen en de door de Vlaamse regering, overeenkomstig artikel 12 van de codex en artikel 50 van het decreet basisonderwijs, bepaalde vakantieperioden niet meegerekend;
  6. LOP: lokaal overlegplatform zoals vermeld in hoofdstuk IV, afdeling I, van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen-I;
  7. schoolbestuur: in het basisonderwijs is dit de inrichtende macht zoals bedoeld in artikel 24, §4 van de Grondwet, dit is de rechtspersoon of natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor één of meer scholen; in het secundair onderwijs zijn dit één of meerdere inrichtende machten zoals bedoeld in artikel 24, §4 van de gecoördineerde Grondwet; dit is de rechtspersoon of natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor één of meer scholen. Voor de toepassing van deel III, titel II, hoofdstuk 1/1 van de codex, wordt onder schoolbestuur ook het bestuur van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en voor wat de opleiding in de leertijd betreft ook het bestuur van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen begrepen.
  8. initiatiefnemer: het schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP betrokken bij de aanmeldingsprocedure;
  9. aanmeldingsdossier: dossier dat voor elk voorstel van aanmeldingsprocedure wordt opgemaakt voor de Commissie en dat tenminste de onderdelen bevat overeenkomstig artikel 36vicies quinquies van het decreet basisonderwijs en artikel 110/25, §2, van de codex.

HOOFDSTUK I - Het indienen van een aanmeldingsdossier

Artikel 17

Het aanmeldingsdossier wordt per post of e-mail met ontvangstbevestiging bezorgd aan de voorzitter van de Commissie, uiterlijk op 15 september van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden.

Voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2013-2014 wordt het aanmeldingsdossier per post of e-mail met ontvangsbevestiging bezorgd aan de voorzitter van de Commissie, uiterlijk op 1 oktober 2012.

Als correspondentieadres geldt:

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Secretariaat van de Commissie inzake Leerlingenrechten
Koning Albert-II laan 15, lokaal 4M02
1210 Brussel

E-mail: commissie.leerlingenrechten@vlaanderen.be

Telefoon: zie Secretariaat Leerlingenrechtencommissie

Artikel 18

§1. Het aanmeldingsdossier wordt bij voorkeur ingediend volgens het model opgenomen in bijlage bij dit huishoudelijk reglement.

§2. Bij elke wijziging aan een aanmeldingsprocedure moet een nieuw aanmeldingsdossier ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Commissie. Dit gebeurt bij voorkeur eveneens met het model.

Artikel 19

§1. Na ontvangst van het aanmeldingsdossier stelt het secretariaat van de Commissie de initiatiefnemer in kennis van de materiële ontvangst van het dossier.

§2. Deze kennisgeving gebeurt door middel van e-mail met ontvangstbevestiging.

HOOFDSTUK II - Voorafgaande maatregelen

Artikel 20

§1. Het secretariaat van de Commissie deelt aan de effectieve en plaatsvervangende leden van de Commissie de plaats, dag en uur mee waarop de zitting zal doorgaan en bezorgt hen een elektronische versie van het aanmeldingsdossier. Op vraag van de leden wordt ook een papieren versie van het aanmeldingsdossier bezorgd.

HOOFDSTUK III - De zitting

Artikel 21

Een zitting is rechtsgeldig ingeval de voorzitter of zijn plaatsvervanger aanwezig is, evenals ten minste één lid van elk van de drie categorieën bedoeld in artikel IV.7, §1, derde, vierde en vijfde lid van het decreet. Elk effectief lid brengt de eerste plaatsvervanger op de hoogte indien die laatste zijn of haar plaats moet innemen op een zitting, en verwittigt het secretariaat van de Commissie. De eerste plaatsvervanger brengt de tweede plaatsvervanger op de hoogte indien die laatste zijn of haar plaats moet innemen op een zitting.

Artikel 22

§1. De voorzitter opent de zitting en leidt de debatten. Hetgeen de voorzitter met het oog op de handhaving van de orde beveelt, wordt stipt en terstond uitgevoerd.

§2. De zittingen zijn openbaar. Ingeval de orde wordt verstoord, kan de Commissie met eenparigheid van stemmen beslissen tot verderzetting van de zitting met gesloten deuren.

§3. Op het einde van de debatten sluit de voorzitter de zitting.

HOOFDSTUK IV - De uitspraak

Artikel 23

De beslissing volgt na het sluiten van de debatten en na onderzoek van het aanmeldingsdossier. Dit overleg gebeurt met gesloten deuren. De stemming gebeurt bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen wordt op de eerstvolgende zitting over het aanmeldingsdossier verder beraadslaagd.

Artikel 24

§1. De beslissing aangaande het aanmeldingsdossier wordt geacteerd door de secretaris en ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

§2. De uitspraak wordt door middel van e-mail met ontvangstbevestiging meegedeeld aan de initiatiefnemer en in voorkomend geval het LOP. Een afschrift van de beslissing wordt meegedeeld aan de effectieve en de plaatsvervangende leden van de Commissie.

Artikel 25

De voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, de secretaris en de effectieve en plaatsvervangende leden zijn gehouden tot discretie over de aangelegenheden die zij in de uitoefening van hun mandaat vernemen. Zij oefenen hun mandaat op een onpartijdige en onbevooroordeelde wijze uit.

 

Goedgekeurd door de Commissie inzake Leerlingenrechten in zitting van 11 juni 2012