Hoe dien je een klacht in bij de Commissie zorgvuldig bestuur?

Stap 1

Iedereen die bij een bepaald optreden van een school in het kader van zorgvuldig bestuur een belang heeft kan een klacht indienen binnen een termijn van zestig kalenderdagen na de vaststelling of de kennisname van de betwiste feiten. Hij die geen belang heeft, kan geen klacht indienen.

De belanghebbende heeft er alle belang bij meteen alle mogelijke elementen naar inhoud en personen toe te beschrijven om de zaak snel en correct te laten behandelen door de Commissie. Vermits de werkzaamheden van de Commissie gebonden zijn aan decretale vastgelegde termijnen, wordt er geen uitstel van behandeling verleend.

Een klacht inzake zorgvuldig bestuur wordt bij aangetekend schrijven ingediend op het adres van de Commissie:

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi)

Afdeling Advies en Ondersteuning onderwijsPersoneel (AOP)

Commissie zorgvuldig bestuur

Marleen Broucke tel. 02 553 65 56 - fax: 02 553 65 25

zorgvuldigbestuur.onderwijs@vlaanderen.be

Koning Albert II-laan 15 - Kamer 1C 24

1210 Brussel

Stap 2

De voorzitter oordeelt over de ontvankelijkheid van de klacht. Hij houdt daarbij rekening met de bevoegdheden van de Commissie zorgvuldig bestuur en de procedurevoorschriften (aangetekend schrijven, adres, termijnen, belang).

Het secretariaat informeert dadelijk per post de betrokkenen over de niet-ontvankelijkheid.

In geval van ontvankelijkheid wordt de klacht ter behandeling voorgelegd aan de Commissie.

Stap 3

De Commissie stelt bij een ontvankelijke klacht alle betrokkenen schriftelijk in kennis.

De schriftelijke melding aan de betrokkenen bevat:

1° de ontvangst van de klacht;

2° de mogelijkheid voor de verwerende partij om een verweerschrift binnen een termijn van 15 kalenderdagen in te dienen. De termijn van 15 dagen loopt vanaf de postdatum vermeld op de zending met de melding van de ontvangst van de klacht door de Commissie;

3° de plaats, de dag en het uur waar de zitting zal worden gehouden;

4° voor het huishoudelijk reglement en desamenstelling van de Commissie wordt verwezen naar de website.

Stap 4

Binnen een termijn van 15 kalenderdagen (nl. de eerste 15 dagen van bovenvermelde 60 dagen-beslissingstermijn) kan de betrokken onderwijsinstelling een verweerschrift indienen.

De voorzitter van de Commissie kan op uitdrukkelijk verzoek van de onderwijsinstellingen rekening houdend met de complexiteit van een dossier:

1° een verlenging van de termijn van 15 kalenderdagen toestaan;

2° de indiening van schriftelijke stukken op de zitting van de Commissie toestaan.

De onderwijsinstelling moetdit uitdrukkelijk vragen en de reden opnoemen.

De betrokkenen melden binnen de 15 kalenderdagen na de postdatum vermeld op de zending door de Commissie met de melding van de ontvangst van de klacht, wie ze als getuigen willen oproepen. Het secretariaat schrijft de getuigen aan.

Stap 5

De zitting is rechtsgeldig als de voorzitter en de leden of hun plaatsvervanger aanwezig zijn en wanneer alle betrokkenen tijdig bij aangetekende zending zijn opgeroepen.

De Commissie hoort de betrokkenen. De betrokkenen kunnen zich op de zitting laten bijstaan of vervangen door een raadsman.

Behoudens in het geval van overmacht, is een beslissing van de Commissie geldig bij afwezigheid van de betrokkenen, voor zover deze tijdig en bij aangetekend schrijven werden opgeroepen.

De Commissie kan ambtshalve of op verzoek van één of meer betrokkenen getuigen horen op de zitting.

Bij een beslissing van de Commissie over een overtreding van de beginselen van zorgvuldig bestuur beslist de Commissie in tweede instantie over het al of niet opleggen van een sanctie. In het geval de Commissie meent de betrokken onderwijsinstelling een sanctie te moeten opleggen, brengt ze het bestuur op de hoogte van het gegrond zijn van de klacht en de door de Commissie voorlopig bepaalde sanctie.

Het aangetekend schrijven met de mededeling van de beslissing en de oplegging van een sanctie bevat de melding dat binnen een termijn van 60 kalenderdagen na de postdatum vermeld op de zending met de beslissing, het bestuur het nodige gevolg kan geven inzake intrekking, herziening of passende genoegdoening.

  • Zo het bestuur binnen de termijn van 60 kalenderdagen geen gevolg geeft aan de beslissing van de Commissie, wordt de sanctie uitvoerbaar.
  • Zo het bestuur binnen de termijn van 60 kalenderdagen de bestreden handeling intrekt, vervalt de sanctie.
  • Zo het bestuur binnen de termijn van 60 kalenderdagen de bestreden handeling herziet of voorziet in een passende genoegdoening, oordeelt de Commissie of de aanpassing voldoende is.

Werd niet in een rechtsherstel voorzien of is het rechtsherstel niet afdoende, dan stelt de Commissie een definitieve sanctie vast. Dit kan de oorspronkelijk voorgestelde sanctie zijn of, in geval van gedeeltelijk rechtsherstel, een meer aangepaste sanctie.

Stap 6

Op het einde van de klachtenprocedure levert de Commissie een gemotiveerde administratieve beslissing af. De Commissie beslist zowel over de inhoud van de klacht (zorgvuldig bestuur) als over de eventuele sanctie.

De Commissie beslist binnen een termijn van 60 kalenderdagen die ingaat op de dag na de postdatum vermeld op de zending met de klacht. De beslissing wordt uiterlijk de laatste dag van die termijn per aangetekend schrijven verstuurd naarde betrokkenen.

De termijn van 60 kalenderdagen wordt opgeschort gedurende de periode van 6 juli tot en met 15 augustus.

De sancties die kunnen worden uitgesproken door de Commissie zijn de volgende:

1° een gedeeltelijke terugbetaling van de werkingsmiddelen van de betrokken onderwijsinstelling. De terugvordering of inhouding kan echter niet meer bedragen dan 10 procent van de werkingsmiddelen en kan er niet toe leiden dat het aandeel in de werkingsmiddelen dat bestemd is voor personeelsaangelegenheden in absolute cijfers kleiner wordt dan wanneer de maatregel niet zou getroffen zijn.

2° aan het betrokken centrum voor volwassenenonderwijs een financiële sanctie opleggen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 2 maart 1999 tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs (artikel 66 §2). Dit betekent dat de financiële sanctie ten hoogste 5% kan bedragen van het aantal leraarsuren dat aan het bestuur wordt toegekend, vermenigvuldigd met 1250 euro en/of een gehele of gedeeltelijke terugbetaling van het inschrijvingsgeld kan inhouden.

Met werkingsmiddelen wordt bedoeld het budget dat de overheid aan scholen of centra toekent voor de werking en die uitbetaald zijn het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarin zich het te sanctioneren feit voordoet.

De sanctie is slechts uitvoerbaar de dag nadat de termijn omberoep in te stellen verstreken is.

Stap 7

Tegen een beslissing van de Commissie kan betrokkene beroep instellen bij de Vlaamse Regering. Betrokkene stelt het beroep in binnen een termijn van 60 kalenderdagen die ingaat de dag na de postdatum van de betekening van de beslissing. Het beroep moet per aangetekend schrijven worden ingesteld. Dit beroep schorst de uitvoerbaarheid van de beslissing met inbegrip van de eventuele sanctie. De Vlaamse Regering heeft op haar beurt 60 kalenderdagen de tijd om de commissiebeslissing te bevestigen, te wijzigen of te vernietigen op legaliteits- of opportuniteitsgronden (schending van de beginselen inzake "zorgvuldig bestuur" of strijdigheid met het algemeen belang).

In geval van vernietiging neemt de Vlaamse Regering zelf een nieuwe beslissing eventueel met inbegrip van een sanctie.

De beslissing van de Vlaamse Regering moet uiterlijk de laatste dag van de beslissingstermijn van 60 dagen bij aangetekend schrijven naar de betrokkenen worden verstuurd.

Tegelijkertijd brengt de Vlaamse Regering de Commissie op de hoogte van haar beslissing.

Stap 8

Tegen de beslissing in beroep door de VlaamseRegering is verder verhaal mogelijk bij de gewone rechtbank of de administratieve rechter (Raad van State).