Inschrijvingsrecht: vragen over voorrang

 
 

Het principe dat een leerling die eerst komt inschrijven in een school of vestigingsplaats ook eerst wordt ingeschreven, is het uitgangspunt van het inschrijvingsrecht. De algemene regel is dan ook dat leerlingen chronologisch worden ingeschreven.

Op die chronologie is echter een afwijking voorzien in de vorm van een voorrangsregeling voor leerlingengroepen waarvoor de overheid het inschrijvingsrecht maximaal wil garanderen.

Er zijn verschillende voorrangsgroepen:

  • kinderen van dezelfde leefentiteit (broers en zussen)
  • kinderen van personeelsleden
  • Nederlandstaligen in Brussel
  • Campusleerlingen (specifiek voor secundair onderwijs)
  • indicator en niet-indicatorleerlingen

Ook de volgorde waarin die voorrangsgroepen zich kunnen inschrijven, ligt vast.

In de omzendbrieven inschrijvingsrecht voor basisonderwijs en secundair onderwijs worden de verschillende voorrangsgroepen en de volgorde van de inschrijvingsperiodes verder verduidelijkt.

Om aanspraak te kunnen maken op een voorrangsplaats, moet de leerling op het moment van de inschrijving deel uitmaken van de voorrangsgroep.

 
 

Een leerling wordt als indicatorleerling beschouwd op basis van minstens één van volgende documenten:

Bewijs dat het gezin een schooltoelage ontving in het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarop de inschrijving betrekking heeft of in het daaraan voorafgaand schooljaar.

De moeder is niet in het bezit van een diploma secundair onderwijs of van een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs of van een daarmee gelijkwaardig studiebewijs:  verklaring op eer.

 
 

Een ouder toont de toekenning van een schooltoelage aan met:

ofwel een bewijs van de afdeling Studietoelagen dat het gezin recht heeft op een schooltoelage in het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor wordt ingeschreven, of het schooljaar dààrvoor;

ofwel een rekeninguittreksel met bewijs van storting van de schooltoelage in het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor wordt ingeschreven of het schooljaar dààrvoor.

Opgelet:

Voor de oudste kinderen van een gezin die zich voor de eerste keer inschrijven in een school, moet de schooltoelage nog aangevraagd worden. Voor deze kinderen kan nog geen bewijs van toekenning van een schooltoelage worden voorgelegd. Zij kunnen dus nog niet voldoen aan die indicator.

Alleen de ontvangen schooltoelagen voor het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarop de inschrijving van toepassing is of het daaraan voorafgaand schooljaar, komen in aanmerking. Bijvoorbeeld: een kind schrijft zich in maart 2016 voor schooljaar 2016-2017. De schooltoelagen, ontvangen in schooljaar 2015-2016 en 2014-2015 komen dan in aanmerking.

 
 

De administratie adviseert om dat bewijs te bewaren zodat een schoolbestuur bij vragen kan aantonen op basis van welke bewijzen een leerling ondergebracht is in één van beide contigenten.

 
 

De leerling kan niet ingeschreven worden op basis van schooltoelage omdat hij die nog niet ontvangen heeft.

Alleen de ontvangen schooltoelagen voor het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarop de inschrijving van toepassing is of het daaraan voorafgaand schooljaar, komen in aanmerking.

 
 

Een ouder verklaart op eer dat hij of zij over een diploma hoger onderwijs beschikt.

Een diploma hoger onderwijs van het buitenland telt niet mee, tenzij het als gelijkwaardig is erkend met een Vlaams diploma.

Als ouders willen weten of hun buitenlands diploma als gelijkwaardig erkend is, nemen zij contact op met NARIC.

 
 

Nee, om aanspraak te maken op de voorrang voor kinderen van personeelsleden, moeten 2 voorwaarden vervuld te zijn:

  • Personeelslid zijn van de school.
  • Lopende tewerkstelling voor meer dan 104 dagen.

Wie tewerkgesteld is in de school zonder er personeelslid te zijn, kan geen aanspraak maken op de voorrang voor personeelsleden.

 

 

Bij elke nieuwe inschrijving moet een leerling aan de hand van bewijstukken aantonen of hij aan één of meerdere indicatoren beantwoordt. In principe is dat ook het geval voor broers en zussen en kinderen van personeel.

De school kan er voor broers en zussen van uitgaan dat alle leden van eenzelfde leefentiteit ofwel indicator ofwel niet-indicatorleerling zijn. In dat geval moet zij de ouders niet bevragen.

Voor kinderen van personeelsleden moet de school het personeelslid bevragen.

 
 

De voorrang voor de leerlingen van die groepen geldt altijd op het niveau van de school. De voorrang geldt ook op het niveau van scholen die op eenzelfde campus gelegen zijn en die de inschrijvingen van de ene naar de andere school laten doorlopen. Scholen die daarvoor kiezen, vermelden dat in hun schoolreglement.

Als de school met herinschrijvingen werkt bij overgang van het kleuter- naar het lager onderwijs, dan geldt die voorrang ook op schoolniveau.

Voorbeeld

Een school bestaat uit drie vestigingen (A,B & C). In twee vestigingen wordt enkel kleuteronderwijs aangeboden (A&B) en in één vestiging wordt zowel kleuter- als lager onderwijs aangeboden (C).

De school werkt met herinschrijvingen bij de overgang van het kleuter- naar het lager onderwijs.

Tijdens de voorrangsperiode voor broers en zussen wordt een jongere broer X ingeschreven van een leerling Y van de derde kleuterklas in vestiging A. Leerling Y kan vervolgens in dezelfde voorrangsperiode gebruik maken van de voorrang voor broers en zussen om zich in te schrijven in het eerste leerjaar in vestiging C.

 
 

Als een ouder de school niet informeert over het al dan niet voldoen aan één of meerdere indicatoren, dan kan die leerling geen gebruik maken van zijn voorrangsrecht. Hij kan dan wel nog in de vrije inschrijvingsperiode inschrijven.

 
 

De school neemt de eerste leerling aan van de eerste voorrangsgroep van hetzelfde contingent.

Komt er een plaats vrij van een indicatorleerling, dan contacteert de school eerst de geweigerde broer of zus die indicatorleerling is.
Komt er een plaats vrij van een niet-indicatorleerling, dan contacteert de school eerst de geweigerde broer of zus die niet-indicatorleerling is.

 
 

Ja. Elke leerling die tot dezelfde leefentiteit behoort als een reeds ingeschreven leerling, heeft bij voorrang op alle andere leerlingen recht op inschrijving in de betrokken school (of in de scholen die de inschrijvingen van de ene naar de andere school laten doorlopen).

Met leerlingen van dezelfde leefentiteit wordt bedoeld:

of kinderen die ten minste een gemeenschappelijke ouder hebben;

of kinderen dezelfde hoofdverblijfplaats hebben.

Ouders zijn de personen die:

of het ouderlijk gezag uitoefenen;

of in rechte of in feite de leerling onder hun bewaring hebben.

 
 

Ja. Elke ingeschreven broer of zus (= opgenomen in een inschrijvingsregister) geeft recht op voorrang.

 
 

Nee. Een studietoelage is geen voorwaarde, wel een schooltoelage:
'financiële middelen, toegekend door de Vlaamse Gemeenschap, aan minvermogende leerlingen in het kleuteronderwijs en het leerplichtonderwijs.'

 
 

Dat heeft geen impact op de inschrijvingen. De school kan de gegevens van de leerling aanpassen in Discimus.

 
Veelgestelde vragen over inschrijving