Beslissingen College van Beroep 2013 ( Gemeenschapsonderwijs )

2013_04: pdf bestandCollege_van_Beroep_GO_2013_04_dd20131002.pdf (30 kB)

 

Feit:

Evaluatie.

Beslissing:

Evaluatie met eindconclusie "onvoldoende".

Beslissing in beroep:

2 oktober 2013 – De evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’, wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

Verzoekende partij beklaagt zich erover dat artikel 6.3 van de afsprakenregeling inzake de functiebeschrijving en de evaluatie binnen de Scholengroep, niet is nageleefd en hij niet met een minimumtermijn van 7 werkdagen is uitgenodigd voor het evaluatiegesprek.
Het evaluatiegesprek is doorgegaan zonder dat verzoekende partij hierover opmerkingen heeft gemaakt en zonder dat er uitstel werd gevraagd om hem toe te laten zijn verdediging verder voor te bereiden en zich eventueel te kunnen laten bijstaan door een raadsman. Verzoekende partij was door zijn taken en zijn ervaring niet onwetend dat een uitstel kon worden gevraagd van het evaluatiegesprek. Het College van Beroep meent dat de beweerde schending van de oproepingstermijn niet kan worden aangenomen.

De algemene functiebeschrijving van 1 september 2009 samen met de persoonsgebonden vermeldingen in het functioneringsverslag van 4 oktober 2011 kunnen als een geïndividualiseerde functiebeschrijving beschouwd worden in de betekenis van het Decreet Rechtspositieregeling. Het staat hoe dan ook vast dat de periode van 1 september 2009 tot 4 oktober 2011 niet volledig gedekt wordt door een geïndividualiseerde functiebeschrijving maar de evaluator zelf aangeeft dat de evaluatie betrekking heeft op de periode van 1 september 2009 tot 19 augustus 2013.

Het staat vast dat voor het opmaken van het evaluatieverslag de evaluator rekening heeft gehouden met de functiebeschrijving en met de verslagen van de functioneringsgesprekken maar ook met de bevindingen en de tussentijdse conclusie van de Pedagogische Begeleidingsdienst voor de periode van november 2012 tot 18 maart 2013 terwijl in de begeleiding is voorzien tot het einde van het schooljaar 2014-2015. Het College van Beroep meent dat de evaluator ten onrechte de eerste en voorlopige bevindingen uit een korte periode van het begeleidingsproces in het evaluatieverslag heeft gebruikt zonder het verloop van dit proces in die mate af te wachten dat een globale impact van de begeleiding op het functioneren van verzoekende partij merkbaar zou kunnen zijn; verzoekende partij heeft naar het oordeel van het College onvoldoende tijd gehad om via de begeleiding zijn taakuitoefening te corrigeren en te bewijzen in hoeverre de begeleiding effect heeft gehad op zijn taakuitoefening.

Volgens het College van Beroep is de evaluatie met de eindconclusie “onvoldoende” niet gebeurd in de geest van de voorgeschreven evaluatieregeling inzonderheid door een periode in de evaluatie te betrekken waarvoor geen geïndividualiseerde functiebeschrijving voorhanden was en de verwijzing naar de eerste en voorlopige bevindingen van de Pedagogische Begeleidingsdienst de motivering van het evaluatieverslag gebrekkig maakt.

 

2013_03: pdf bestandCollege_van_Beroep_GO_2013_03_dd20130912.pdf (39 kB)

 

Feit:

Evaluatie.

Beslissing:

Evaluatie met eindconclusie "onvoldoende".

Beslissing in beroep:

12 september 2013 – De evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’, wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

De evaluatie zoals die in het Decreet Rechtspositieregeling is opgevat, vertrekt van een functiebeschrijving. In voorliggend geval maakt de functiebeschrijving geen melding van de minpunten en de aanbevelingen die reeds eerder aan bod waren gekomen bij het functioneren van verzoekende partij en die aan verwerende partij bekend waren. Dergelijke gepersonaliseerde opmerkingen dienen, naar het oordeel van het College van Beroep, opgenomen te worden in de functiebeschrijving om het gevolg dat aan de opmerkingen en de aanbevelingen is gegeven, te kunnen betrekken bij de evaluatie.

Het College van Beroep vergoelijkt de handelwijze en de manier van lesgeven van verzoekende partij niet maar is er in voorliggend geval niet van overtuigd dat verzoekende partij via geëigende functioneringsgesprekken voldoende verwittigd is geworden dat zijn functioneren in die mate tekort schoot dat het moest worden bijgestuurd. Voor het ganse schooljaar 2010-2011 is het enige functioneringsgesprek op 24 februari 2011 naar het oordeel van het College van Beroep, onvoldoende is om voor verzoekende partij als impuls te dienen om zijn functioneren aan te passen om zo een ongunstige evaluatie mogelijks te vermijden.
Gelet op de belangrijke gevolgen die een evaluatieverslag met de eindconclusie “onvoldoende” voor verzoekende partij zou hebben, mag het College van Beroep redelijkerwijs aannemen dat er nog tussentijdse evaluatiemomenten zouden ingelast zijn om o.m. te wijzen op de voortdurende vastgestelde tekorten en de mogelijke gevolgen voor de eindevaluatie. Uit het dossier blijkt niet dat dit is gebeurd en het College van Beroep is om die reden van oordeel dat de evaluatie in redelijkheid niet is gebeurd volgens de geest van de evaluatie zoals die is vastgelegd in het Decreet Rechtspositieregeling.

 

2013_02: pdf bestandCollege_van_Beroep_GO_2013_02_dd20130912.pdf (14 kB)

 

Feit:

Evaluatie.

Beslissing:

Evaluatie met eindconclusie "onvoldoende".

Beslissing in beroep:

12 september 2013 – Afstand van beroep.

Grond van de zaak:

De verzoekende partij doet afstand van het beroep.

 

2013_01: pdf bestandCollege_van_Beroep_GO_2013_01_dd20130912.pdf (14 kB)

 

Feit:

Evaluatie.

Beslissing:

Evaluatie met eindconclusie "onvoldoende".

Beslissing in beroep:

12 september 2013 – Afstand van beroep

Grond van de zaak:

De verzoekende partij doet afstand van het beroep.