Beslissingen College van Beroep 2014 ( Gemeenschapsonderwijs )

2014_01: pdf bestandCollege_van_Beroep_GO_2014_01_dd20140605.pdf (42 kB)

 

Feit:

Evaluatie.

Beslissing:

Evaluatie met eindconclusie "onvoldoende".

Beslissing in beroep:

5 juni 2014 – De evaluatie met eindconclusie “onvoldoende” wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

De pedagogische begeleidingsdienst heeft in zijn verslag van 28 februari 2014 geconcludeerd dat hij na het afronden van het begeleidingstraject in de periode november 2013 tot februari 2014 ‘geen verdere begeleidingsopdrachten ten aanzien van de directeur (zou) opnemen’. De evaluator kon daarin een reden vinden om, in weerwil van het feit dat oorspronkelijk was gesteld dat de begeleiding over verschillende schooljaren zou lopen, niet langer te wachten en de verzoeker zonder verder uitstel een beoordeling te geven.

Verzoeker stelt dat de evaluatie gebrekkig is wegens de structurele partijdigheid van de algemeen directeur.
De problematiek van de structurele partijdigheid komt slechts aan de orde wanneer eenzelfde persoon in twee hoedanigheden onderscheiden belangen moet behartigen. De situatie die verzoeker schetst kan daar niet onder begrepen worden: de opdracht om een directeur te evalueren maakt deel uit van de opdracht om het belang van de Scholengroep op de best mogelijke wijze te dienen. Laatstgenoemde opdracht sluit niet in dat de algemeen directeur niet meer onpartijdig over de evaluatie van een personeelslid zou kunnen oordelen.

Verzoeker voert aan dat het evaluatieverslag geen deugdelijke grondslag heeft en dat het onredelijk is.
De algemeen directeur heeft met verzoeker verschillende functioneringsgesprekken gevoerd waarin zeer concreet ingegaan werd op bepaalde aspecten van de taken van directeur. Uit die functioneringsgesprekken blijkt duidelijk dat de verzoeker regelmatig herinnerd werd aan wat van hem verlangd werd. Daarbij voegen zich dan de verslagen van de onderzoekscel en van de Pedagogische Begeleidingsdienst. Al die gegevens en de door de verzoeker opgestelde nota van verweer hebben de basis gevormd voor het evaluatiegesprek. Het verslag van dat gesprek gaat uitvoerig in op de verschillende aspecten van de functiebeschrijving en geeft dan aan voor welke aspecten van de functiebeschrijving de verzoeker positief, respectievelijk negatief beoordeeld wordt. Het verslag maakt voorts, samenvattend, ook melding van een aantal ‘kanttekeningen’ bij de competenties van de directeur om dan te besluiten tot de beoordeling ‘onvoldoende’.
De door verzoeker aangebrachte elementen zijn niet van aard om te besluiten tot de gebrekkigheid van de redenen die de algemeen directeur aanhoudt om de beoordeling ‘onvoldoende’ te onderbouwen.