Beslissingen College van Beroep 2014 ( Officieel onderwijs )

2014_026: pdf bestandCollege_van_Beroep_GOO_2014_026_dd20140505.pdf (174 kB)

 

Feit:

Evaluatie.

Beslissing:

Evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende'.

Beslissing in beroep:

5 mei 2014 – Evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' wordt niet vernietigd.

Grond van de zaak:

Het artikel 47sexies, 63 van het decreet Rechtspositie bepaalt dat de functiebeschrijving aangepast kan worden ingevolge afspraken met het personeelslid tijdens een functioneringsgesprek, na overleg met het personeelslid bij een belangrijke wijziging van de opdracht en bij de aanvang van een nieuwe evaluatieperiode. Die bepaling voorziet in de mogelijkheid om de functiebeschrijving aan te passen in welbepaalde gevallen, maar dit houdt geen verplichting in.

Het College van Beroep stelt vast dat de tweede evaluator niet is aangesteld in een bevorderingsambt maar wijst erop dat hij wel gemandateerd werd door de inrichtende macht. De inrichtende macht is in voorliggend geval de gemeente en de tweede evaluator is als diensthoofd lid van de gemeentelijke administratie. Hij kon in die gedachtegang dus wel rechtmatig gemandateerd worden als tweede evaluator voor de evaluatie van verzoekende partij.

De verzoekende partij beklaagt er zich over dat tijdens het functioneringsgesprek geen vakbondsafgevaardigde aanwezig was. De verwerende partij ontkent niet dat het functioneringsgesprek met verzoekende partij is gehouden in aanwezigheid van de tweede evaluator maar zonder dat de vakbondsafgevaardigde aanwezig was. Het College van Beroep wijst erop dat verzoekende partij bij de aanvang van het gesprek geen bezwaar heeft gemaakt tegen de afwezigheid van de vakbondsafgevaardigde en de ganse duur van het gesprek aanwezig is gebleven. Volledigheidshalve vestigt het College van Beroep er de aandacht op dat de vakbondsafgevaardigde een bezwaarschrift heeft ingediend dat bij het verslag van het functioneringsgesprek is gevoegd.

Verzoekende partij betwist quasi alles wat in het evaluatieverslag wordt vermeld en dat aanleiding heeft gegeven tot de eindconclusie 'onvoldoende'. Verwerende partij tracht de ontkenning door verzoekende partij te ontkrachten door te verwijzen naar de aangehaalde feiten.
Ongeacht de beweringen en de ontkenningen door beide partijen, kan het College van Beroep er niet omheen dat er een verstoorde werkrelatie is met de directie en dat deze vaststelling een negatieve weerslag heeft op de werking van het secretariaat en op de prestaties van verzoekende partij. Deze verstoorde werkrelatie wordt door de partijen niet ontkend en blijkt uit de tientallen voorvallen die tijdens de hoorzitting ter sprake zijn gekomen en die door verzoekende partij ofwel worden geminimaliseerd ofwel worden ontkend. Uit de opsomming van die incidenten blijkt, naar het oordeel van het College, toch voldoende dat verzoekende partij haar taken niet uitvoert zoals dit van haar verwacht wordt.
Het College van Beroep stelt vast dat voor het opmaken van het evaluatieverslag de evaluator rekening heeft gehouden met de doelstellingen in de functiebeschrijving en met de vermeldingen in de verslagen van de functioneringsgesprekken. Zonder dat het College van Beroep zich in de plaats stelt van de evaluator en zonder dat het dus de evaluatie overdoet, is er naar het oordeel van het College, bij de evaluatie voldoende terugkoppeling gebeurd met de functiebeschrijving in de geest van de desbetreffende decreet-bepalingen.

Het eventuele gebrek aan coaching wordt door het College gezien als een gedeelde verantwoordelijkheid en kan door verzoekende partij niet als doorslaggevend argument aangehaald worden aangezien de verzoeker zelf mede de oorzaak is van de impasse.

2014_025: pdf bestandCollege_van_Beroep_GOO_2014_025_dd20140312.pdf (158 kB)

Feit:

Evaluatie.

Beslissing:

Evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende'.

Beslissing in beroep:

12 maart 2014 – Evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' wordt niet vernietigd.

Grond van de zaak:

Uit de rechtspraak van de Raad van State blijkt dat een tijdelijk personeelslid dat een ongunstige evaluatie krijgt, het belang niet verliest of de hoedanigheid ontzegd wordt om deze evaluatie aan te vechten om reden dat het personeelslid op het ogenblik van het instellen van zijn beroep geen personeelslid meer is van de onderwijsinstelling in kwestie.

Het College van Beroep heeft niet de bevoegdheid om de evaluatie van een personeelslid over te doen. Het College van Beroep moet alleen nagaan of de bestreden evaluatiebeslissing op een zorgvuldige en kwaliteitsvolle manier is gebeurd en dient de redelijkheid van de sanctie te beoordelen.

De verzoeker beweert dat de besluitvorming weinig objectief is gebeurd en haar prestaties niet voor hun juiste waarde in aanmerking zijn genomen.
Volgens verwerende partij is de evaluatie objectief verlopen en wijst erop dat de evaluatie gebeurd is aan de hand van diverse beoordelingscriteria die teruggaan tot de functiebeschrijving en vermeld staan op het evaluatieformulier. De verzoeker heeft overigens geen bemerkingen gemaakt op de evaluatieverslagen en heeft die verslagen zonder voorbehoud ondertekend. Zij heeft ook niet gevraagd om de tweede evaluator in te schakelen.

Het College van Beroep wijst erop dat het pedagogisch project een zaak is van het schoolbestuur en alle personeelsleden worden geacht aan de realisatie van het pedagogisch project mee te werken.

2014_024: pdf bestandCollege_van_Beroep_GOO_2014_024_dd20140312.pdf (139 kB)

Feit:

Evaluatie.

Beslissing:

Evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende'.

Beslissing in beroep:

12 maart 2014 – Afstand van beroep. Het beroep is zonder voorwerp.

Grond van de zaak:

De verzoekende partij doet afstand van het beroep na vaste benoeming.