Beslissingen College van Beroep 2017 ( Gemeenschapsonderwijs )

2017_02: pdf bestandCollege_v_Beroep_GO_2017_02_dd20171208.pdf (54 kB)

Feit:

 

Beslissing:

Evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende'

Beslissing in beroep:

8 december 2017 - De evaluatie met eindconclusie “onvoldoende” wordt niet vernietigd.

Grond van de zaak:

Op grond van de feitelijke gegevens die blijken uit het dossier, besluit het College van Beroep dat de evaluator de voorgeschreven procedure inzake de evaluatie correct gevolgd heeft. Het College van Beroep is van oordeel dat de evaluatiebeslissing “onvoldoende” een deugdelijke en afdoende grondslag vindt in deel 3 van de beroepen beslissing (de “algemene beoordeling van het functioneren” aan de hand van de resultaatgebieden uit de functiebeschrijving), dat zelf steun vindt in het functioneringsverslag waarin de ambtsuitoefening van de verzoekster tot dan toe wordt geduid en in de feitelijkheden die zich nadien hebben voorgedaan, inzonderheid wat betreft de naleving van de POP-afspraken. Het College van Beroep acht de evaluatie ‘onvoldoende’ ook redelijk verantwoord. De evaluator heeft op deugdelijke gronden vastgesteld dat de verzoekster op een aantal vlakken niet naar behoren functioneert, dat aan het opgesteld verbeteringstraject niet wordt voldaan en dat de verzoekster integendeel volhardt in haar stroeve en contraproductieve opstelling.

 

2017_01: pdf bestandCollege_v_Beroep_GO_2017_01_dd20170828.pdf (38 kB)

Feit:

 

Beslissing:

Evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende'

Beslissing in beroep:

28 augustus 2017 - De evaluatie met eindconclusie “onvoldoende” wordt niet vernietigd.

Grond van de zaak:

Het College van Beroep stelt vast dat het derde functioneringsgesprek zeer spoedig gevolgd is door het evaluatiegesprek. Lijkt dit, zeker vanuit de optiek van het coachen problematisch -een proces van aanpassing vergt tijd-, dan bevat het dossier in dit geval toch aanwijzingen die het onverwijld overgaan naar een evaluatiegesprek kunnen rechtvaardigen. Die vaststellingen, gevoegd bij de kritiek die de evaluator tijdens de eerdere functioneringsgesprekken naar voren had geschoven en de elementen van coaching die hoe dan ook reeds in het eerste functioneringsverslag waren aangereikt, doen besluiten dat de evaluator met het onverwijld voeren van een evaluatiegesprek niet onredelijk heeft gehandeld en binnen de geest van de evaluatieregeling is gebleven. In haar beroepsschrift levert de verzoekster vooral kritiek op enkele precieze verwijten van de evaluator, maar ontkracht het bestaan van de feiten die de beoordeling onderbouwen niet en toont ook niet aan dat de evaluator in een of ander aspect van de beoordeling haar discretionaire bevoegdheid te buiten gegaan zou zijn.