Beslissingen College van Beroep 2017 ( Officieel onderwijs )

2017_036: pdf bestandCollege_van_Beroep_GOO_2017-036_dd_20171130.pdf (174 kB)

Feit:

Evaluatie

Bestreden beslissing:

Evaluatie met als eindconclusie 'onvoldoende'

Beslissing in beroep:

30 november 2017 – De evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' wordt niet vernietigd.

Grond van de zaak:

Het evaluatieverslag is met een ter post aangetekende brief op 18 oktober 2017 verstuurd en de verzoekende partij heeft op 26 oktober 2017 haar evaluatiedossier opgevraagd. Rekening houdend met de vakantieperiode die begon op 28 oktober 2017 en de sluiting van de school tot en met 5 november 2017 kan verzoekende partij, naar het oordeel van het College van Beroep, niet nuttig beweren dat niet onmiddellijk gevolg werd gegeven aan de vraag om het evaluatiedossier te ontvangen waarvan de meeste stukken reeds in het bezit waren van verzoekende partij. De raadsvrouw van verzoekende partij heeft op 3 november 2017 beroep ingesteld, dus binnen de daartoe voorziene beroepstermijn die verstreek op 8 november 2017, en heeft na ontvangst van het evaluatiedossier op 6 november 2017, haar beroepschrift niet aangevuld. Overigens heeft verzoekende partij de gelegenheid gehad om tijdens de hoorzitting alle argumenten naar voren te brengen, zowel de argumenten die reeds vermeld worden in het beroepschrift als de argumenten die gehaald zijn uit stukken van het evaluatiedossier die aan verzoekende partij niet eerder bekend waren. Het College van Beroep is van oordeel dat, rekening houdend met de verlofperiode, verwerende partij niet heeft getreuzeld om gevolg te geven aan de vraag van verzoekende partij om haar evaluatiedossier te ontvangen. De Kamer ziet niet in dat verzoekende partij te dezen enig nadeel heeft ondervonden van het feit dat zij het evaluatiedossier pas op 6 november 2017 heeft ontvangen en haar rechten van verdediging in voorliggend geval zouden geschonden zijn.

Het College van Beroep stelt vast dat, spijts alle inspanningen van verwerende partij om een evaluatiegesprek te organiseren, verzoekende partij zonder enig bericht of verantwoording, op geen enkele van de voorstellen is ingegaan en ook geen antwoord heeft gegeven op de vraag van verwerende partij om zelf een datum voor te stellen voor een evaluatiegesprek. Het stilzitten van verzoekende partij mag echter geen reden zijn om de evaluatie onmogelijk te maken. Daarom heeft verwerende partij het evaluatieverslag aan verzoekende partij gestuurd met een ter post aangetekende brief dd. 18 oktober 2017.

Zonder dat het College van Beroep zich in de plaats mag stellen van de evaluator en zonder dat het dus de evaluatie mag overdoen, is er naar het oordeel van het College, bij de evaluatie voldoende terugkoppeling gebeurd met de functiebeschrijving in de geest van de desbetreffende decretale bepalingen. In het evaluatieverslag wordt uitdrukkelijk verwezen naar de punten in functiebeschrijving waarvoor de werk- en verbeteringspunten niet zijn weggewerkt.

 

2017_035: pdf bestandCollege_van_Beroep_GOO-2017_035_dd_20171116.pdf (165 kB)

Feit:

Evaluatie

Bestreden beslissing:

Evaluatie met als eindconclusie 'onvoldoende'

Beslissing in beroep:

16 november 2017 – De evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' wordt niet vernietigd.

Grond van de zaak:

Het College van Beroep stelt vast dat voor de bestreden evaluatie ten onrechte rekening werd gehouden met de prestaties en de evaluaties gedurende het schooljaar 2013-2014 en die dus buiten de decretaal vastgelegde evaluatieperiode valt.

 

2017_034: pdf bestandCollege_van_Beroep_GOO_2017_034_dd_20170831.pdf (33 kB)

Feit:

Evaluatie

Bestreden beslissing:

Evaluatie met als eindconclusie 'onvoldoende'

Beslissing in beroep:

Evaluatie met als eindconclusie 'onvoldoende' wordt vernietigd

Grond van de zaak:

Het College merkt op dat uit het evaluatieformulier niet blijkt of en in welke mate rekening werd gehouden met de resultaten van de verbeteringsinspanningen die verzoekende partij heeft gedaan na het functioneringsgesprek en op het evaluatieformulier ook geen aanduidingen terug te vinden zijn over de wijze waarop verzoekende partij al dan niet heeft voldaan aan de gestelde items in de functiebeschrijving. Geen van beoordelingsrubrieken 'in goede uitvoering', 'vereist aandacht' en 'onvoldoende' zijn ingevuld en er dus geen motivering is voor de evaluatie van de diverse functies en kwalificaties, behalve voor de eindconclusie 'onvoldoende' met als enige motivering 'verslag doorlichting, nazicht examen en onvoldoende voeling met het vak elektriciteit'. Deze uiterst summiere motivering heeft niet de draagkracht om de negatieve beoordeling te dragen en is onvoldoende om verzoekende partij te laten inzien waarop de eindconclusie 'onvoldoende' gesteund is. De motiveringsplicht is te dezen niet nageleefd.

Met zijn marginale toetsingsbevoegdheid voor ogen, is het College van Beroep van oordeel dat in voorliggend geval het evaluatietraject leemten vertoont, inzonderheid wat de motivering betreft van de evaluatie van de deelaspecten van de competenties en functies die vermeld zijn in de functiebeschrijving. Die evaluatie van de deelaspecten en de bijhorende motivering samen met een globale beoordeling moeten het betrokken personeelslid duidelijk de redenen aangeven waarop de eindevaluatie steunt. Het College van Beroep is om die reden van oordeel dat de motivering van de evaluatie met de eindconclusie 'onvoldoende' duidelijk onvoldoende is en niet beantwoordt aan de vereiste kwaliteits- en zorgvuldigheidsregels en in redelijkheid niet kan worden verantwoord.

De evaluatie met de eindconclusie 'onvoldoende' dient om die redenen te worden vernietigd.

2017_033: pdf bestandCollege_van_Beroep_GOO_2017_033_dd_20170517.pdf (189 kB)

Feit:

Evaluatie

Bestreden beslissing:

Evaluatie met als eindconclusie 'onvoldoende'

Beslissing in beroep:

17 mei 2017 - De evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

Het evaluatieverslag sluit een periode van opvolging, aanpassing en bijsturing af.

Het evaluatieverslag steunt op de 360°-bevraging bij het personeel, afgenomen in april 2016, waaruit -naast een vrij algemene tevredenheid over de inzet van de verzoekster met betrekking tot de werking van de school- toch blijkt dat het personeel zijn verwachtingen in de directrice op een aantal punten niet gerealiseerd ziet en dat zij van de verzoekster een andere houding verwachten. Daarnaast wordt verwezen naar vaststellingen omtrent de eerder stroeve en eigengereide opstelling en de deloyale houding van de verzoekster tegenover het stadsbestuur en binnen de relaties met andere schoolhoofden. De verzoekster ontkent dat alles niet; zij heeft zelfs een “verbeterplan” opgesteld; het evaluatieverslag vermeldt zelf ook de intentie van de verzoekster tot remediëring op het vlak van coaching als leidinggevende en een verbetering in haar houding op het directieoverleg.

Het dossier geeft er geen blijk van dat de twee voornoemde grondslagen voor de uiteindelijk negatieve beoordeling gedurende de evaluatieperiode met de verzoekster besproken zijn in een functioneringsgesprek. Het functioneringsgesprek van 5 december 2014 behandelde die problematiek immers niet. Dit betekent dat de twee vermelde problemen pas op het laatste ogenblik -mogelijks tijdens het evaluatiegesprek- bij de beoordeling van het functioneren van de verzoekster betrokken zijn. Omdat niet blijkt dat de verwerende partij die problemen eerder ter sprake heeft gebracht, noch dat de verzoekster daar een verbeterings- of begeleidingstraject heeft voor voorgesteld of opgelegd gekregen, is het College van Beroep van oordeel dat zij niet dienstig kunnen worden aangewend om onmiddellijk de beoordeling ‘onvoldoende’ een deugdelijke grondslag te verlenen.

Het College van Beroep ziet voorts ook onregelmatigheden op het vlak van de vormen die bij het concretiseren van de evaluatie nageleefd moeten worden.

Het evaluatiegesprek, dat plaats vond op 14 juni 2016, gebeurde tussen de verzoekster en waarnemend gemeentesecretaris J. LAUREYS. Het dossier geeft er geen blijk van dat de verzoekster te gelegener tijd van dat gepland gesprek verwittigd werd en dat zij het dossier, dat de evaluator als grondslag voor het gesprek wenste aan te wenden, heeft kunnen inzien. Hetgeen evident haar mogelijkheden van een deugdelijk verweer beknot heeft.

Van het evaluatiegesprek is geen verslag gemaakt. Er kan dan ook niet uitgemaakt worden of tijdens het gesprek nieuwe remediërende afspraken werden voorgesteld of afgesproken. Ook niet of de verzoekster dan de gelegenheid heeft gehad haar visie op haar functioneren ter kennis van het bestuur te brengen.

Het evaluatieverslag dagtekent van 28 maart 2017, het is ondertekend door en gaat dus uit van de toenmalige waarnemend stadssecretaris Mieke MOENS. Het is dus niet ondertekend door de stadssecretaris die het evaluatiegesprek voerde. Bovendien vond het evaluatiegesprek plaats op 14 juni 2016 terwijl het verslag pas ondertekend is op 28 maart 2017. Het College van Beroep is van oordeel dat het finaliseren van het verslag onredelijk lang op zich heeft laten wachten.