College van Beroep - Samenstelling en werking

De nadere regelen betreffende de samenstelling en werking van het College van beroep zijn bepaald in het hierboven vermelde besluit van de Vlaamse regering.

Elke kamer van het college heeft ook een werkingsreglement met voorschriften over haar werking.

 
 

Elke kamer van het College van beroep bestaat uit een voorzitter en twee plaatsvervangende voorzitters en uit twaalf effectieve en twaalf plaatsvervangende leden die voor de ene helft worden voorgedragen door het gemeenschapsonderwijs of de representatieve groeperingen van inrichtende machten en voor de andere helft door de representatieve vakorganisaties.

Hun mandaat duurt vier jaar en is hernieuwbaar. Het secretariaat van elke kamer van het college van beroep wordt waargenomen door een ambtenaar van het Agentschap voor Onderwijsdiensten. De zetel van het college is gevestigd in het Hendrik Consciencegebouw, Koning Albert II-laan 15 te 1210 Brussel. Meer specifieke gegevens vindt u in de contactrubriek en het werkingsreglement van elke kamer.

Concrete samenstelling van de Kamers van het College van Beroep

(met verwijzing naar de besluiten waarbij de voorzitter en plaatsvervangende voorzitters worden benoemd en de leden en plaatsvervangende leden worden aangesteld)

 
 

Bij ontvangst van het beroepschrift vraagt de secretaris onmiddellijk het dossier op bij de evaluator(en) van het personeelslid.

De partijen worden opgeroepen voor de zitting van de bevoegde kamer van het college van beroep en worden gehoord.

Het personeelslid en de valuator(en) kunnen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman.
Voor de wijze waarop het beroep wordt behandeld (termijn waarbinnen de zaak wordt opgeroepen, de mogelijkheid tot wraking, het horen van getuigen, de mogelijkheid van verzet na beslissing bij verstek …) wordt verwezen naar het besluit van de Vlaamse regering van 14 december 2007 (inzonderheid de artikelen 8 tot 11) onder de rubriek ‘regelgeving’.