Beslissingen Kamer van Beroep 2006 - ( Officieel onderwijs )

2006_122:pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2006_122_dd.20061213.pdf (191 kB)

 

Feit:

Kleuter loopt scheenbeenbreuk op na ongeval in klas

Bestreden maatregel:

Blaam

Beslissing in beroep:

13 december 2006 - Beslissing wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

De juf wordt preventief geschorst gedurende het volledige schooljaar. Er wordt een tuchtonderzoek gestart. Het tuchtvoorstel is ontslag. Het parket heeft de strafklacht tegen de kleuterjuf geseponeerd. Uiteindelijk krijgt betrokkene een blaam. De Kamer van Beroep is van oordeel dat er geen bewijs voorligt waaruit een tuchtrechtelijke tekortkoming blijkt. Ze vindt dat er dan ook geen reden is om een tuchtstraf op te leggen.

 

2006_121:pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2006_121_dd.20061213.pdf (139 kB)

 

Feit:

Kwetsende uitspraak over leerlingen

Bestreden maatregel:

Blaam

 

Beslissing in beroep:

13 december 2006 - Beslissing wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

De Kamer is van oordeel dat het aangeklaagde feit niet onomstotelijk vaststaat zodat er geen reden is om een tuchtstraf op te leggen.

 

2006_120:pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2006_120_dd.20061213.pdf (218 kB)

 

Feit:

Niet navolgen administratieve en organisatorische richtlijnen en oncorrect gedrag tijdens begeleiding van project in het buitenland

Bestreden maatregel:

Ontslag

Beslissing beroep:

13 december 2006 – Beroep wordt onontvankelijk verklaard, ontslag blijft behouden.

Grond van de zaak:

Wegens gebrek aan middelen in het beroepsverzoekschrift wordt het beroep onontvankelijk verklaard zodat het ontslag behouden blijft.

 

2006_119:pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2006_119_dd.20060208.pdf (208 kB)

 

Feit:

Ongewettigde afwezigheid, niet naleven veiligheidsvoorschriften en slechts gering opvolgen van administratieve en organisatorische richtlijnen

Bestreden maatregel:

3 maanden schorsing

Beslissing in beroep:

8 februari 2006 - Schorsing verminderd naar 2 maanden

Grond van de zaak:

Verzoeker roept in dat de feiten onvoldoende onderzocht werden door de tuchtoverheid en te weinig rekening werd gehouden met haar opmerkingen. De Kamer meent dat uit niets blijkt dat de feitenvinding lichtzinnig zou gebeurd zijn en dat de rechten van verzoeker zouden geschonden zijn. Verder stelt verzoeker dat het non bis in idem-beginsel zou geschonden zijn omdat de ongewettigde dagen afwezigheid niet bezoldigd werden en bovendien nog eens in aanmerking genomen werden als tuchtvergrijp. Gelet op het onderscheid tussen de bezoldigingsregeling en de tuchtregeling meent de Kamer dat er geen schending is van het non bis in idem-beginsel. De Kamer van Beroep weerhoudt echter niet alle feiten als tekortkomingen en acht een schorsing van 2 maanden voldoende.