Beslissingen Kamer van Beroep 2007 - ( Officieel onderwijs )

2007_127:pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2007_127_dd.20071212.pdf (222 kB)

 

Feit:

Schooldirecteur – geen duidelijkheid en transparantie m.b.t. het beheer van derdegeldstroomrekening ( rekening beheerd door de school zelf buiten de stadsrekeningen om, bedoeld voor ontvangsten en uitgaven naar aanleiding van naschoolse activiteiten) en niet bewaren van de door de stad ter beschikking gestelde kasgeldvoorschot op de daartoe bestemde financiële rekening.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

12 december 2007 – Terugzetting tot rang van onderwijzer.

Grond van de zaak:

Uit het tuchtdossier blijkt dat verzoeker schromelijk te kort is gekomen in de uitoefening van zijn taak als directie en heeft daardoor schade berokkend aan de naam van de school en aan de onderlinge verhoudingen van de leerkrachten en de ouders en heeft het vertrouwen met het schoolbestuur geschonden zodat een strenge straf gerechtvaardigd is volgens de Kamer van beroep. Gelet op het feit dat verzoeker reeds 32 jaar dienstanciënniteit heeft en uit het dossier niet blijkt dat hij zijn taak als onderwijzer niet naar behoren heeft vervuld, dat er niet wordt bewezen dat hij zich persoonlijk zou hebben verrijkt en dat hij door ontslag zijn rechten op een overheidspensioen zou verliezen, is de Kamer van oordeel dat de terugzetting tot de rang van onderwijzer een voldoende ernstige maatregel is.

 

2007_126:pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2007_126_dd.20071114.pdf (192 kB)

 

Feit:

Niet naleving van bepaalde plichten; slecht functioneren als opvoeder en leraar.

Bestreden maatregel:

Blaam.

Beslissing in beroep:

14 november 2007 – beslissing wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

Brief waarin instelling tuchtonderzoek gemeld wordt aan verzoeker, beschrijft de beweerde misdragingen in algemene bewoordingen maar worden niet in tijd en ruimte gelokaliseerd, wat op straffe van nietigheid is voorgeschreven zodat de oproeping nietig is en bijgevolg ook de tuchtstraf moet vernietigd worden. Uit het tuchtdossier en verklaringen blijkt dat de ten laste gelegde feiten ofwel te algemeen werden omschreven, ofwel zich situeren buiten de nuttige periode ofwel onvoldoende bewezen werden en volgens de Kamer van beroep is er dan ook geen reden om een tuchtstraf op te leggen.

 

2007_125:pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2007_125_dd.20070912.pdf (201 kB)

 

Feit:

Onttrekken aan toezicht door deur van bureel op slot te doen; weigeren opdrachten tijdig, volledig en volwaardig uit te voeren en waarheidsgetrouwe agenda op te stellen; niet respecteren van de arbeidstijd; intimidatie, pesterijen en ongepast gedrag ten overstaan van ouders en collega’s.

Bestreden maatregel:

Terugkeer naar tijdelijke aanstelling.

Beslissing in beroep:

12 september 2007 – schorsing van 7 dagen.

Grond van de zaak:

Bepaalde tekortkomingen met name het niet naleven van de arbeidstijd en het weigeren van opdrachten tijdig, volledig en volwaardig uit te voeren en het niet waarheidsgetrouw invullen van de agenda, worden niet weerhouden. De andere feiten die wel weerhouden werden, rechtvaardigen volgens de Kamer van beroep een tuchtstraf maar de opgelegde tuchtstraf is te zwaar rekening houdend met het feit dat verzoeker reeds preventief geschorst werd, wat reeds als een zware morele straf moet beschouwd worden.

 

2007_124:pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2007_124_dd.20070509.pdf (187 kB)

 

Feit:

Praktijkleraar "bouw" wordt veroordeeld wegens het bedrieglijk wegnemen van bouwmateriaal ten nadele van een aannemer.

Bestreden maatregel:

Ontslag

Beslissing in beroep:

9 mei 2007 - Beslissing van ontslag wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Verzoeker roept de verkeerde omschrijving van de tenlastelegging in de oproepingsbrief in ter verdediging maar de Kamer is van mening dat hij de kans heeft gehad om tijdens de hoorzitting eventuele fouten recht te zetten. Verder meent verzoeker dat de feiten betrekking hebben op het privé-leven en niet op het schoolgebeuren, wat door de Kamer niet aanvaard wordt. Hoewel de strafrechter het voordeel van de opschorting van de uitspraak van veroordeling heeft verleend, kan de tuchtoverheid de tekortkoming toetsen aan specifieke eisen t.a.v. een leerkracht. De Kamer van Beroep stelt dat het schoolbestuur niet onredelijk heeft geoordeeld door te stellen dat het gepleegde feit een onherstelbare breuk heeft veroorzaakt in de noodzakelijke vertrouwensrelatie tussen leerkracht en school en schoolbestuur. De tuchtstraf van het ontslag is gerechtvaardigd.