Beslissingen Kamer van Beroep 2007 - ( Vrij onderwijs )

2007_08:pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2007_08_dd.20071219.pdf (91 kB)

 

Feit:

Grensoverschrijdend gedrag tegenover leerlingen zowel verbaal als fysiek, agressief gedrag, beledigend taalgebruik tegenover directie

Bestreden maatregel:

Afhouding van wedde voor de duur van 6 maanden

Beslissing in beroep:

19 december 2007 - Bevestiging van de beslissing

Grond van de zaak:

Na eerdere feiten wordt aan verzoeker een nieuwe kans gegeven. Daarmee werd zijn verdere toekomst “in zijn handen” gelegd. Of er nog negatieve gevolgen aan deze feiten zouden worden verbonden, werd “in de handen” van de verzoeker gelegd. Zijn verder correct gedrag zou daarvoor beslissend zijn. De houding van de inrichtende macht is eerder te beschouwen als een opschorting van een uitspraak over feiten die als bewezen beschouwd en door verzoeker erkend worden. Wanneer de feiten zich herhalen kan rekening worden gehouden met de eerdere feiten.

 

2007_07:pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2007_07_dd.20071010.pdf (98 kB)

 

Feit:

Niet naleven van afspraken (n.a.v. eerdere tuchtmaatregel) m.b.t. gedrag/contact tegenover leerlingen, een klacht wegens ongewenste intimiteiten tegenover een leerling en een klachtenreeks vanwege de leerlingenbegeleiding en de directie

Bestreden maatregel:

Ontslag

Beslissing in beroep:

10 oktober 2007 – Na een eerdere vernietiging op formele grond (nr. 2007/5) herneemt de kamer van beroep het dossier en legt als sanctie ontslag op.

Grond van de zaak:

De verzoekende partij voert aan dat de oproepingsbrief onvoldoende precies de ten laste gelegde feiten omschrijft, maar heeft zich verder op alle punten van de tenlastelegging kunnen verdedigen en verdedigd. Zij heeft daarbij op geen enkel moment een gebrek in de oproepingsbrief ingeroepen en moet geacht worden op die manier een mogelijke nietigheid te hebben gedekt.

Het is niet met zekerheid vast te stellen dat verzoeker effectief voor dezelfde feiten strafrechtelijk vervolgd wordt. Een opschorting tot na de gerechtelijke uitspraak is daarom niet mogelijk (art.8, §4 Tuchtbesluit van 22-05-1991) zodat de Kamer van Beroep zelf in laatste aanleg uitspraak moet doen. De essentiële tenlastelegging bestaat erin dat betrokkene de afspraken niet nakomt (begeleiding volgen, geen leerlingen bij hem thuis laten werken, niet als vertrouwensleerkracht optreden) ondanks dat door de bijzondere situatie een strikte naleving vereist was.

 

2007_06:pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2007_06_dd.20071003.pdf (91 kB)

 

Feit:

Niet volgen persoonlijke coaching, verbale agressie, valselijk beschuldigen, agenda niet voorleggen

Bestreden maatregel:

Blaam

Beslissing in beroep:

3 oktober 2007 - De beslissing wordt vernietigd

Grond van de zaak:

Het verweerschrift werd buiten de termijn ingediend en wordt uit de debatten geweerd. Ook worden een aantal bewijsstukken uit het debat geweerd omdat ze niet in oorspronkelijke dossier staken. De verzoekende partij ontkent enerzijds en nuanceert anderzijds de draagwijdte van de ten laste gelegde feiten. De Kamer van Beroep is van oordeel dat het gaat om een weinig collegiaal gedrag dat bij herhaling problematisch blijkt te zijn voor de goede werking van de school, maar moeilijk tuchtrechtelijk te sanctioneren valt. De Kamer van Beroep beslist dat de afzonderlijke feiten onvoldoende grond bieden voor een tuchtstraf.

 

2007_05:pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2007_05_dd.20070905.pdf (92 kB)

 

Feit:

Ongewenste intimiteiten tegenover een leerling, niet naleven van afspraken daaromtrent

Bestreden maatregel:

Ontslag

Beslissing in beroep:

5 september 2007 – Vernietiging van de beslissing op formele grond; heropening van de debatten

Grond van de zaak:

De beslissing is mede genomen door de leden van de inrichtende macht die verzoeker niet gehoord hebben in zijn verweer. De rechten van de verdediging zijn geschonden.

 

2007_04:pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2007_04_dd.20070829.pdf (105 kB)

 

Feit:

Niet correcte omgang met de leerlingen en de directie, tekortkomingen als leerkracht, gebrek aan stiptheid in de aanwezigheid

Bestreden maatregel:

Schorsing van 1 jaar

Beslissing in beroep:

29 augustus 2007 - Schorsing van ca. 2 maanden

Grond van de zaak:

Voor het berekenen van de termijn voor het beroep moet ‘indienen’ worden begrepen als indienen bij de post. Een overeenkomst tussen de leerkracht en de directie waarin precies de gewenste gedragslijnen van de leerkracht in de school worden uitgetekend en waarvan de beweerde niet-naleving de grondslag uitmaakt voor de tuchtprocedure, maakt niettegenstaande het overeengekomen vertrouwelijk karakter ervan, deel uit van het tuchtdossier. De inrichtende macht toont niet aan hoe er bij het klassikaal inzamelen van verklaringen zo goed mogelijk naar gestreefd is om de transparantie, de sereniteit, de objectiviteit en de vrijheid van de afzonderlijke leerlingen te waarborgen.
Het al dan niet goed functioneren als leerkracht (klare uitleg, adequaat beantwoorden vragen, respecteren eindtermen) is rechtstreeks geen materie voor een tuchtrechtelijke beoordeling. Tuchtrechtelijk sanctioneerbaar is wel het zich niet houden aan afspraken en een zekere onzorgvuldigheid. Het zenden van een beledigende e-mail aan de directie wordt wel als een ernstig tuchtfeit aanzien.

 

2007_03:pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2007_03_dd.20070704.pdf (98 kB)

 

Feit:

Ontwikkelen van een niet-bestaand lessenrooster dat voor betrokkene persoonlijk gunstig kan zijn.

Bestreden maatregel:

Blaam

Beslissing in beroep:

4 juli 2007 – Vernietiging van de beslissing op formele grond. De Kamer herneemt het dossier en legt een blaam op.

Grond van de zaak:

De stukken laten niet toe vast te stellen aan welke leden van de inrichtende macht de beslissing kan worden toegeschreven en daardoor ook niet of het dezelfde leden zijn die bij het verhoor aanwezig waren; de rechten van de verdediging zijn geschonden.
De Raad van State oordeelt dat het beroep bij de kamer een devolutieve werking heeft. Het dossier wordt definitief onttrokken aan het eerst beslissende orgaan. De Kamer van Beroep kan nu zelf de zaak ten gronde behandelen met rechtzetting van de in eerste aanleg gemaakte nog herstelbare fouten. Het als adjunct-directeur bewust invullen van foutieve gegevens die ertoe kunnen leiden dat subsidies worden verleend terwijl men daar geen recht op heeft, wordt beschouwd als een ernstige tekortkoming aan de beroepsplichten. Het persoonlijk belang daarbij werd als een verzwarende omstandigheid gezien.

 

2007_02:pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2007_02_dd.20070613.pdf (97 kB)

 

Feit:

Onderhouden van niet-aanvaardbaar geachte contacten met een leerling

Bestreden maatregel:

Ontslag

Beslissing in beroep:

13 juni 2007 – Bevestiging van het ontslag

Grond van de zaak:

Verzoeker werd niet persoonlijk uitgenodigd om het getuigenverhoor van de betrokken leerling bij te wonen. De raadsman van de betrokkene was wel aanwezig. De rechten van verdediging werden, binnen de gegevens van het dossier, niet geschonden. De voortgezette persoonlijke contacten met een leerling, tegen een uitdrukkelijke afsprakennota in, moeten in hun context gezien onverenigbaar worden geacht met de verplichtingen van elke leerkracht. Bij het bepalen van de strafmaat kon terecht een groot gewicht worden gegeven aan het feit dat verzoeker geen blijk geeft van een besef dat zijn handelswijze onaanvaardbaar is.

 

2007_01:pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2007_01_dd.20070228.pdf (92 kB)

 

Feit:

Ongepast gedrag tegenover een minderjarige leerling

Bestreden maatregel:

Schorsing voor 6 maanden

Beslissing in beroep:

28 februari 2007 - Bevestiging van de bestreden beslissing

Grond van de zaak:

Wanneer verzoekende partij een schijn van partijdigheid aanvoert bij de voorzitter van de tuchtcommissie, voor een feit voorafgaand aan het tuchtverhoor, vraagt een faire procesgang dat verzoeker de voorzitter zou hebben gewraakt bij het tuchtverhoor. Wat verzoeker zijn eigen pedagogisch handelen noemt, getuigt van een gebrek aan normbesef.