Beslissingen Kamer van Beroep 2009 - ( Gemeenschapsonderwijs )

2009_17:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2009_17_dd.20091130.pdf (74 kB)

 

Feit:

Vermoeden van inschenken van alcohol aan minderjarigen.

Bestreden maatregel:

Ontslag om dringende redenen.

Beslissing in beroep:

30 november 2009 – De Kamer van beroep moet vaststellen dat de beroepsprocedure die ertoe strekt het ontslag te horen vernietigen zonder voorwerp is geworden.

Grond van de zaak:

De beroepsprocedure is zonder voorwerp.

 

2009_16:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2009_16_dd.20091130.pdf (73 kB)

 

Bestreden maatregel:

De terugzetting in rang.

Beslissing in beroep:

30 november 2009 – De tuchtmaatregel terugzetting in rang wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Bij afwezigheid van beroep van betrokkene, in toepassing van artikel 23, derde lid van het Besluit van de Vlaamse regering van 22 mei 1991 omtrent de evaluatie, maatregelen van orde en de tucht in het gemeenschapsonderwijs in de versie die van toepassing was voor de wijziging van dit besluit door het Besluit van de Vlaamse regering van 3 juli 2009, dient de Kamer van Beroep de door de Raad van Bestuur voorgestelde maatregel in die gevallen waarin geen beroep is ingesteld, op te leggen. Aan de Kamer van Beroep is hierin geen enkele beoordelings – of appreciatiebevoegdheid toegewezen.
Gelet op de overgangsbepaling van artikel 100bis, §3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, zoals gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2007 houdende dringende maatregelen met betrekking tot functiebeschrijving en evaluatie in het onderwijs.
Artikel 100bis, §3, somt op limitatieve wijze de gevallen op waarin de Raad van Beroep nog bevoegd is en deze de Raad van Beroep niet bevoegd maakt met betrekking tot de gevallen waarin een tuchtvoorstel moet worden bevestigd nu daartegen geen beroep is ingesteld, het thans de Kamer van Beroep toekomt de voorgestelde tuchtstraf te bevestigen.

 

2009_15:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2009_15_dd.20091130.pdf (171 kB)

 

Feit:

Aankopen van materiaal op rekening van de school maar bestemd voor privégebruik - tewerkstellen van mvd-personeelsleden voor privédoeleinden tijdens de diensturen - niet naleven van de arbeidsvoorwaarden - niet respecteren van de werkuren.

Bestreden maatregel:

Schorsing voor een periode van zeven maanden.

Beslissing in beroep:

30 november 2009 – De tuchtmaatregel schorsing voor een periode van zeven maanden wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

De Kamer van Beroep oordeelt dat het niet aanvaardbaar is en bovendien indruist tegen de deontologische plichten dat een personeelslid, aan het MVD - personeel "verzocht" of opdracht gaf om taken voor haar te verrichten als privépersoon. De Kamer van Beroep houdt daarbij ook rekening dat verzoekster in haar functie van opvoeder en financieel coördinator een voorbeeldrol heeft naar het MVD - personeel toe.

 

2009_14:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2009_14_dd.20091123.pdf (75 kB)

 

Bestreden maatregel:

De afhouding van 10% van de wedde gedurende vijf maanden.

Beslissing in beroep:

23 november 2009 – De tuchtmaatregel afhouding van 10% van de wedde gedurende vijf maanden wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Bij afwezigheid van beroep van betrokkene, in toepassing van artikel 23, derde lid van het Besluit van de Vlaamse regering van 22 mei 1991 omtrent de evaluatie, maatregelen van orde en de tucht in het gemeenschapsonderwijs in de versie die van toepassing was voor de wijziging van dit besluit door het Besluit van de Vlaamse regering van 3 juli 2009, dient de Kamer van Beroep de door de Raad van Bestuur voorgestelde maatregel in die gevallen waarin geen beroep is ingesteld, op te leggen. Aan de Kamer van Beroep is hierin geen enkele beoordelings – of appreciatiebevoegdheid toegewezen.
Gelet op de overgangsbepaling van artikel 100bis, §3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, zoals gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2007 houdende dringende maatregelen met betrekking tot functiebeschrijving en evaluatie in het onderwijs.
Artikel 100bis, §3, somt op limitatieve wijze de gevallen op waarin de Raad van Beroep nog bevoegd is en deze de Raad van Beroep niet bevoegd maakt met betrekking tot de gevallen waarin een tuchtvoorstel moet worden bevestigd nu daartegen geen beroep is ingesteld, het thans de Kamer van Beroep toekomt de voorgestelde tuchtstraf te bevestigen.

 

2009_13:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2009_13_dd.20091123.pdf (75 kB)

 

Bestreden maatregel:

De afdanking.

Beslissing in beroep:

23 november 2009 – De tuchtmaatregel “afdanking” wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Bij afwezigheid van beroep van betrokkene, in toepassing van artikel 23, derde lid van het Besluit van de Vlaamse regering van 22 mei 1991 omtrent de evaluatie, maatregelen van orde en de tucht in het gemeenschapsonderwijs in de versie die van toepassing was voor de wijziging van dit besluit door het Besluit van de Vlaamse regering van 3 juli 2009, dient de Kamer van Beroep de door de Raad van Bestuur voorgestelde maatregel in die gevallen waarin geen beroep is ingesteld, op te leggen. Aan de Kamer van Beroep is hierin geen enkele beoordelings – of appreciatiebevoegdheid toegewezen.
Gelet op de overgangsbepaling van artikel 100bis, §3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, zoals gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2007 houdende dringende maatregelen met betrekking tot functiebeschrijving en evaluatie in het onderwijs.
Artikel 100bis, §3, somt op limitatieve wijze de gevallen op waarin de Raad van Beroep nog bevoegd is en deze de Raad van Beroep niet bevoegd maakt met betrekking tot de gevallen waarin een tuchtvoorstel moet worden bevestigd nu daartegen geen beroep is ingesteld, het thans de Kamer van Beroep toekomt de voorgestelde tuchtstraf te bevestigen.

 

2009_12:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2009_12_dd.20091123.pdf (75 kB)

 

Bestreden maatregel:

Inhouding van 20% van de wedde gedurende één maand.

Beslissing in beroep:

23 november 2009 – De tuchtmaatregel inhouding van 20% van de wedde gedurende één maand wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Bij afwezigheid van beroep van betrokkene, in toepassing van artikel 23, derde lid van het Besluit van de Vlaamse regering van 22 mei 1991 omtrent de evaluatie, maatregelen van orde en de tucht in het gemeenschapsonderwijs in de versie die van toepassing was voor de wijziging van dit besluit door het Besluit van de Vlaamse regering van 3 juli 2009, dient de Kamer van Beroep de door de Raad van Bestuur voorgestelde maatregel in die gevallen waarin geen beroep is ingesteld, op te leggen. Aan de Kamer van Beroep is hierin geen enkele beoordelings – of appreciatiebevoegdheid toegewezen.
Gelet op de overgangsbepaling van artikel 100bis, §3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, zoals gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2007 houdende dringende maatregelen met betrekking tot functiebeschrijving en evaluatie in het onderwijs.
Artikel 100bis, §3, somt op limitatieve wijze de gevallen op waarin de Raad van Beroep nog bevoegd is en deze de Raad van Beroep niet bevoegd maakt met betrekking tot de gevallen waarin een tuchtvoorstel moet worden bevestigd nu daartegen geen beroep is ingesteld, het thans de Kamer van Beroep toekomt de voorgestelde tuchtstraf te bevestigen.

 

2009_11:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2009_11_dd.20091123.pdf (75 kB)

 

Bestreden maatregel:

Afhouding van 5% van de wedde gedurende twee maanden.

Beslissing in beroep:

23 november 2009 – De tuchtmaatregel afhouding van 5% van de wedde gedurende twee maanden wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Bij afwezigheid van beroep van betrokkene, in toepassing van artikel 23, derde lid van het Besluit van de Vlaamse regering van 22 mei 1991 omtrent de evaluatie, maatregelen van orde en de tucht in het gemeenschapsonderwijs in de versie die van toepassing was voor de wijziging van dit besluit door het Besluit van de Vlaamse regering van 3 juli 2009, dient de Kamer van Beroep de door de Raad van Bestuur voorgestelde maatregel in die gevallen waarin geen beroep is ingesteld, op te leggen. Aan de Kamer van Beroep is hierin geen enkele beoordelings – of appreciatiebevoegdheid toegewezen.
Gelet op de overgangsbepaling van artikel 100bis, §3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, zoals gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2007 houdende dringende maatregelen met betrekking tot functiebeschrijving en evaluatie in het onderwijs.
Artikel 100bis, §3, somt op limitatieve wijze de gevallen op waarin de Raad van Beroep nog bevoegd is en deze de Raad van Beroep niet bevoegd maakt met betrekking tot de gevallen waarin een tuchtvoorstel moet worden bevestigd nu daartegen geen beroep is ingesteld, het thans de Kamer van Beroep toekomt de voorgestelde tuchtstraf te bevestigen.

 

2009_10:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2009_10_dd.20091123.pdf (110 kB)

 

Feit:

Gebrek aan orde en tucht in de klas - klachten van ouders betreffende de beperkte kennis van de Franse taal - merkwaardige invulling van de opdracht in de klas - om 15.20 u geen les meer geven terwijl de les normaliter tot 16u duurt.

Bestreden maatregel:

Ontslag om dringende redenen.

Beslissing in beroep:

23 november 2009 – Het ontslag om dringende redenen wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Het niet goed functioneren als leerkracht is een materie voor evaluatie. Maar het kan, rekening houdende met de feitelijke omstandigheden en de context van het gebeuren, wel worden aangezien als een ernstige tekortkoming en een onzorgvuldig gedrag dat een onherstelbare breuk heeft veroorzaakt in de noodzakelijke vertrouwensrelatie tussen leerkracht en schoolbestuur.
De Kamer acht het niet onredelijk dat de directie in het vertoonde gedrag niet alleen een verregaande uiting van nonchalance heeft gezien maar ook een flagrante miskenning van de afspraken die niet langer kon worden getolereerd en leidt tot een onherstelbare vertrouwensbreuk.

 

2009_09:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2009_09_dd.20091118.pdf (74 kB)

 

Bestreden maatregel:

Inhouding van 10% van de wedde gedurende vijf maanden.

Beslissing in beroep:

18 november 2009 – De tuchtmaatregel inhouding van 10% van de wedde gedurende vijf maanden wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Bij afwezigheid van beroep van betrokkene, in toepassing van artikel 23, derde lid van het Besluit van de Vlaamse regering van 22 mei 1991 omtrent de evaluatie, maatregelen van orde en de tucht in het gemeenschapsonderwijs in de versie die van toepassing was voor de wijziging van dit besluit door het Besluit van de Vlaamse regering van 3 juli 2009, dient de Kamer van Beroep de door de Raad van Bestuur voorgestelde maatregel in die gevallen waarin geen beroep is ingesteld, op te leggen. Aan de Kamer van Beroep is hierin geen enkele beoordelings – of appreciatiebevoegdheid toegewezen.
Gelet op de overgangsbepaling van artikel 100bis, §3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, zoals gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2007 houdende dringende maatregelen met betrekking tot functiebeschrijving en evaluatie in het onderwijs.
Artikel 100bis, §3, somt op limitatieve wijze de gevallen op waarin de Raad van Beroep nog bevoegd is en deze de Raad van Beroep niet bevoegd maakt met betrekking tot de gevallen waarin een tuchtvoorstel moet worden bevestigd nu daartegen geen beroep is ingesteld, het thans de Kamer van Beroep toekomt de voorgestelde tuchtstraf te bevestigen.

 

2009_08:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2009_08_dd.20091118.pdf (74 kB)

 

Bestreden maatregel:

Afhouding van 10% van de wedde gedurende 10 maanden.

Beslissing in beroep:

18 november 2009 – Tuchtmaatregel afhouding van 10% van de wedde gedurende 10 maanden wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Bij afwezigheid van beroep van betrokkene, in toepassing van artikel 23, derde lid van het Besluit van de Vlaamse regering van 22 mei 1991 omtrent de evaluatie, maatregelen van orde en de tucht in het gemeenschapsonderwijs in de versie die van toepassing was voor de wijziging van dit besluit door het Besluit van de Vlaamse regering van 3 juli 2009, dient de Kamer van Beroep de door de Raad van Bestuur voorgestelde maatregel in die gevallen waarin geen beroep is ingesteld, op te leggen. Aan de Kamer van Beroep is hierin geen enkele beoordelings – of appreciatiebevoegdheid toegewezen.
Gelet op de overgangsbepaling van artikel 100bis, §3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, zoals gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2007 houdende dringende maatregelen met betrekking tot functiebeschrijving en evaluatie in het onderwijs.
Artikel 100bis, §3, somt op limitatieve wijze de gevallen op waarin de Raad van Beroep nog bevoegd is en deze de Raad van Beroep niet bevoegd maakt met betrekking tot de gevallen waarin een tuchtvoorstel moet worden bevestigd nu daartegen geen beroep is ingesteld, het thans de Kamer van Beroep toekomt de voorgestelde tuchtstraf te bevestigen.

 

2009_07:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2009_07_dd.20091118.pdf (73 kB)

 

Bestreden maatregel:

Blaam.

Beslissing in beroep:

18 november 2009 – De blaam wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Bij afwezigheid van beroep van betrokkene, in toepassing van artikel 23, derde lid van het Besluit van de Vlaamse regering van 22 mei 1991 omtrent de evaluatie, maatregelen van orde en de tucht in het gemeenschapsonderwijs in de versie die van toepassing was voor de wijziging van dit besluit door het Besluit van de Vlaamse regering van 3 juli 2009, dient de Kamer van Beroep de door de Raad van Bestuur voorgestelde maatregel in die gevallen waarin geen beroep is ingesteld, op te leggen. Aan de Kamer van Beroep is hierin geen enkele beoordelings – of appreciatiebevoegdheid toegewezen.
Gelet op de overgangsbepaling van artikel 100bis, §3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, zoals gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2007 houdende dringende maatregelen met betrekking tot functiebeschrijving en evaluatie in het onderwijs.
Artikel 100bis, §3, somt op limitatieve wijze de gevallen op waarin de Raad van Beroep nog bevoegd is en deze de Raad van Beroep niet bevoegd maakt met betrekking tot de gevallen waarin een tuchtvoorstel moet worden bevestigd nu daartegen geen beroep is ingesteld, het thans de Kamer van Beroep toekomt de voorgestelde tuchtstraf te bevestigen.

 

2009_06:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2009_06_dd.20091118.pdf (72 kB)

 

Bestreden maatregel:

Schorsing voor de duur van één maand.

Beslissing in beroep:

18 november 2009 – De schorsing voor de duur van één maand wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Bij afwezigheid van beroep van betrokkene, in toepassing van artikel 23, derde lid van het Besluit van de Vlaamse regering van 22 mei 1991 omtrent de evaluatie, maatregelen van orde en de tucht in het gemeenschapsonderwijs in de versie die van toepassing was voor de wijziging van dit besluit door het Besluit van de Vlaamse regering van 3 juli 2009, dient de Kamer van Beroep de door de Raad van Bestuur voorgestelde maatregel in die gevallen waarin geen beroep is ingesteld, op te leggen. Aan de Kamer van Beroep is hierin geen enkele beoordelings – of appreciatiebevoegdheid toegewezen.
Gelet op de overgangsbepaling van artikel 100bis, §3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, zoals gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2007 houdende dringende maatregelen met betrekking tot functiebeschrijving en evaluatie in het onderwijs.
Artikel 100bis, §3, somt op limitatieve wijze de gevallen op waarin de Raad van Beroep nog bevoegd is en deze de Raad van Beroep niet bevoegd maakt met betrekking tot de gevallen waarin een tuchtvoorstel moet worden bevestigd nu daartegen geen beroep is ingesteld, het thans de Kamer van Beroep toekomt de voorgestelde tuchtstraf te bevestigen.

 

2009_05:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2009_05_dd.20091118.pdf (98 kB)

 

Feit:

Sturen van beledigende mail – hiërarchische lijn niet respecteren.

Bestreden maatregel:

Ontslag om dringende redenen.

Beslissing in beroep:

18 november 2009 – Het ontslag om dringende redenen wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

De Kamer van Beroep stemt in met verwerende partij waar zij meent dat briefwisseling in het kader van de verificaties in ieder geval voorafgaand aan de directie moeten worden overgemaakt. Het is onaanvaardbaar dat in een dergelijk schrijven een aanmatigend, ongepast en/of beledigend taalgebruik wordt gehanteerd.
De Kamer van Beroep meent dat een duidelijk gesprek en een ernstige berisping zouden volstaan hebben om de verzoeker te doen inzien dat dergelijke briefwisseling moet worden voorgelegd, dat dergelijk taalgebruik niet kan worden getolereerd en waarbij duidelijk te kennen wordt gegeven dat een volgende inbreuk onherroepelijk zou leiden tot een onherstelbare vertrouwensbreuk.

 

2009_04:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2009_04_dd.20091026.pdf (85 kB)

 

Feit:

Meedelen van informatie uit de klassenraden aan leerlingen – niet naleven van de deontologische code.

Bestreden maatregel:

Ontslag om dringende redenen.

Beslissing in beroep:

26 oktober 2009 – Het ontslag om dringende redenen wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Het strijdt met elke deontologie om abstracte juridische rechtsregels te illustreren met voorbeelden of geschillen die hangende zijn en de betrokken leerlingen rechtstreeks aanbelangen en dat daarenboven nog vooraleer een beslissing door het daartoe bevoegde orgaan aan de betrokken leerlingen is kenbaar gemaakt. Het geheim van beraadslaging wordt geschonden.
Het argument van Verzoeker dat door dergelijke mededelingen de gevoelens van de leerlingen zouden worden gekanaliseerd, is niet ernstig en strijdt ook met de feitelijke gegevens van het dossier waaruit blijkt dat de leerlingen hierdoor veeleer werden gedestabiliseerd.

 

2009_03:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2009_03_dd.20091026.pdf (86 kB)

 

2009_03bis:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2009_03bis_dd.20091118.pdf (87 kB)

 

Feit:

Toestemming geven aan een leerling om de rij van voetgangers voor het busvervoer te verlaten zonder te verifiëren of deze leerling al dan niet geschorst was – leerling verlaat school zonder begeleiding.

Bestreden maatregel:

Ontslag om dringende redenen.

Beslissing in beroep:

26 oktober 2009, 18 november 2009 – Het ontslag om dringende redenen wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep is de mening toegedaan dat er ten deze feitelijke omstandigheden en gegevens voorhanden zijn die moeten leiden tot het oordeel dat de ernstige tekortkoming niet had moeten leiden tot een onmiddellijke en definitieve onmogelijkheid van de professionele samenwerking. Een duidelijke vermanende persoonlijke nota waarbij werd gewezen op de ernst van de tekortkoming, het ontoelaatbaar karakter ervan en het niet dulden van enige herhaling had ten deze kunnen volstaan.

 

2009_02:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2009_02_dd.20091019.pdf (85 kB)

 

Feit:

Ontoelaatbare fysieke handelingen tegen een leerling.

Bestreden maatregel:

Ontslag om dringende redenen.

Beslissing in beroep:

19 oktober 2009 – Het ontslag om dringende redenen wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Om in aanmerking te komen als grond voor ontslag om dringende redenen dient de fout ernstig en zwaarwichtig moet zijn. Er mag geen twijfel over bestaan dat fysieke gewelddaden in beginsel onwelvoeglijk moeten worden geacht en niet op hun plaats zijn in het gemeenschapsonderwijs, inzonderheid niet binnen een gezagsrelatie die de relatie leerkracht leerling resp. leerkracht - opvoeder kenmerkt, ten deze in het internaat. Dergelijke handelwijze, zelfs eenmalig, is op zichzelf te beschouwen als een ernstige tekortkoming. Dit geldt des te meer wanneer er, zoals ten deze, geen verzachtende omstandigheden in aanmerking zijn te nemen die de Kamer van beroep ertoe zouden kunnen leiden het ontslag om dringende reden disproportioneel te vinden. Een korte nachtrust, prikkelbaarheid noch het moeilijke gedrag van een tienjarige leerling aan de ochtendtafel kunnen bezwaarlijk daartoe in aanmerking worden genomen en zijn niet van aard om het gebrek aan zelfbeheersing te kunnen verklaren.

 

2009_01:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2009_01_dd.20091019.pdf (117 kB)

 

Feit:

Niet aanbieden bij de firma Arista voor een medisch geschiktheidsonderzoek – leugenachtige verklaringen.

Bestreden maatregel:

Ontslag om dringende redenen.

Beslissing in beroep:

19 oktober 2009 – Het ontslag om dringende redenen wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Het beroepschrift bevat geen opgave noch uiteenzetting van middelen of wettigheidbezwaren die in beroep tegen het ontslag worden ingebracht.
Er wordt daarenboven evenmin gevraagd het ontslag om dringende redenen te vernietigen doch " de definitieve schorsing om te zetten naar een schorsing tot de aanvang van het volgende schooljaar en verzoeker opnieuw in dienst te nemen voor een bepaalde periode en onder voorwaarden, ... " wat overigens niet tot de bevoegdheid van de Kamer van beroep behoort;