Beslissingen Kamer van Beroep 2010 - ( Officieel onderwijs )

2010_143:pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2010_143_dd.20100712.pdf (148 kB)

 

Feit:

Leerkracht – verlenging preventieve schorsing tijdens behandeling beroep tegen opleggen tuchtstraf.

Bestreden maatregel:

Bevestiging beslissing waarbij bij hoogdringendheid preventief geschorst wordt tot beëindiging procedure in beroep.

Beslissing in beroep:

12 juli 2010 - Beroep is onontvankelijk.

Grond van de zaak:

Het beroep werd ingesteld buiten de termijn van twintig kalenderdagen en is onontvankelijke.

 

2010_142:pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2010_142_dd.20100624.pdf (198 kB)

 

Feit:

Leerkracht – betrokken in gerechtelijke procedure inzake ontucht met minderjarigen.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

24 juni 2010 – Ontslag wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

De feiten die door de rechtbank als bewezen zijn aangenomen, zijn bijzonder ernstig, zeker met het oog op de verdere uitoefening van het ambt van leraar, dat de kans die de strafrechter aan verzoeker heeft willen geven met de opschorting van de uitspraak, niet betekent dat de beoordelingsbevoegdheid van de inrichtende macht wordt beperkt. Bij haar beoordeling heeft de inrichtend macht de bewezen feiten als uitgangspunt genomen en is tot het besluit gekomen dat dergelijke handelingen en misdragingen ernstige tekortkomingen zijn die aanleiding hebben gegeven tot een vertrouwensbreuk met het schoolbestuur en een verdere uitoefening van het ambt van leraar onmogelijk maken. Verzoeker sleept voor de toekomst een kwalijke reputatie mee met de mogelijkheid van een blijvend wantrouwen vanwege directie, collega’s, ouders en leerlingen. Alhoewel de feiten zich niet in schoolverband of met eigen leerlingen hebben voorgedaan, neemt dit niet weg dat de feiten zeer ernstig zijn voor iemand die permanent met jonge mensen moet omgaan en moet meewerken aan de realisatie van een opvoedingsproject. De Kamer beseft dat een preventieve schorsing een weerslag kan hebben op het zelfbeeld van de betrokkene en de relaties met familie en derden maar in dit geval ligt het echter niet aan de inrichtende macht dat de preventieve schorsing bijna twee jaar heeft geduurd doordat zij de behandeling van de strafzaak moest afwachten.
De Kamer acht een verdere uitoefening van het ambt van leraar aan de Provinciale school onmogelijk en na haar oordeel vindt ze de tuchtsanctie van het ontslag niet onredelijk.

 

2010_141:pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2010_141_dd.20100624.pdf (330 kB)

 

Feit:

Leerkracht – herhaalde incidenten met cursisten; betrekken van cursisten in conflict met directie/medecursisten; zich laatdunkend uitspreken over cursisten waarmee er een conflict is; betrekken van collega’s in conflict met directie en deze worden hier slachtoffer van; miskenning gezag directie en gedeputeerde voor onderwijs; sturen van een bundel beschuldigingen t.a.v. directie, gedeputeerden, cel provinciaal onderwijs van het provinciebestuur naar de leden van de provinciebestuur, VRT-nieuwsdienst, kranten, vakbond; naar cursisten en externen toe dubieuze opmerkingen maken over ziekteverlof; zeer moeilijke communcatie met directie door verzoeker zelf in de hand gewerkt; geen permanenties uitvoeren en niet aanwezig zijn op personeelsvergaderingen; na gesprekken met directie, gedeputeerde handelswijze en gedrag niet aanpassen; niet ingaan op goedbedoelde raadgevingen van een externe preventieadviseur.

Bestreden maatregel:

Schorsing voor een periode van 12 maanden met halvering van de laatste bruto-activiteitswedde.

Beslissing in beroep:

24 juni 2010 – Schorsing voor een periode van 12 maanden met halvering van de laatste bruto-activiteitswedde wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Een eerste groep tenlasteleggingen i.v.m. omgang met cursisten situeren zich buiten de termijn van zes maanden voor het begin van de tuchtprocedure, maar deze feiten relateert aan de misdragingen van verzoeker, die zich wel hebben voorgedaan binnen de periode van zes maanden voor het instellen van de tuchtprocedure. Er wordt niet ontkend dat er zich een incident heeft voorgedaan binnen de termijn van zes maanden waar verzoeker zaken gezegd heeft m.b.t. zijn ziekteverlof en over de directie die niet toelaatbaar zijn en kunnen weerhouden worden als een tekortkoming in de uitoefening van zijn ambt, de verwijzingen naar incidenten van vroeger die verjaard zijn, strekken er niet toe de tuchtstraf op zich te verantwoorden maar moeten beschouwd worden als illustratie van de houding van verzoeker.
Een aantal feiten zijn het gevolg van de houding van verzoeker en uit stukken blijkt dat hij de lokale beslissing inschakelde toen de directeur een uitnodiging wou afgeven voor een functioneringsgesprek. Een dergelijke handelswijze is onaanvaardbaar en beschadigt het imago van de school en van de directie in ernstige mate en om die reden moet deze handelswijze als een tekortkoming worden beschouwd die in aanmerking komt voor het opleggen van een tuchtstraf. Een aantal uitlatingen van verzoeker zouden het gevolg zijn van zijn gemoedstoestand en een algemene negatieve houding tegenover directie en bestuur maar zijn niet in tijd en ruimte te situeren. Het staat wel vast de verzoeker een bundel met klachten stuurde aan alle leden van de Provincieraad maar het is niet met zekerheid uitgemaakt of de klachtenbrief ook aan de andere op de brief vermelde “instanties en controles” werd gestuurd. Een dergelijke handelswijze stemt niet overeen met de loyauteit die men ven een personeelslid mag verwachten. Er wordt niet betwist dat verzoeker afwezig was tijdens bepaalde permanenties en op de personeelsvergadering. Uit het ganse dossier blijkt dat de contacten met de directie moeilijk verlopen en hierdoor worden opgelegde taken niet uitgevoerd of wordt er niet ingegaan op uitnodigingen voor een personeelsvergadering. Die houding is niet alleen een inbreuk op de rechtsverhouding met het bestuur maar kan ook niet worden ingepast inde omgangsvormen die men van een personeelslid mag verwachten. De opgelegde tuchtstraf van 12 maanden schorsing met halvering van de laatste bruto-activiteitswedde is naar het oordeel van de Kamer niet onredelijk.

 

2010_140:pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2010_140_dd.20100609.pdf (206 kB)

 

Feit:

Administratief medewerker – eenzijdig aanpassen na ondertekening van meerdere personen van een document; weigering om in te gaan op uitnodiging schoolbestuur voor aanvullend gesprek; niet naleven verplichtingen van art. 9, 10 en 11 van DRP; verwijten van directeur en diens gezag en bekwaamheid in vraag stellen; niet aanvaarden van instructies.

Bestreden maatregel:

Afhouding van één vijfde van de laatste bruto-activiteitswedde gedurende één maand.

Beslissing in beroep:

9 juni 2010 - Tuchtmaatregel wordt vernietigd en vervangen door dezelfde maatregel: afhouding één vijfde van de laatste bruto-activiteitswedde gedurende één maand.

Grond van de zaak:

Verzoeker roept in dat de rechten van verdediging geschonden zijn doordat een schepen bij de stemming van de beslissing aanwezig was maar niet op de hoorzitting. Het devolutieve karakter van het beroep bij de Kamer van Beroep heeft tot gevolg dat, behalve wat de regels m.b.t. de verjaring van de tuchtfeiten betreft en de voorschriften die uitdrukkelijk op straffe van nietigheid zijn voorgeschreven, de gebreken in de procedure die tot de tuchtstraf heeft geleid, worden gedekt door de procedure in beroep. In voorliggende geval komt de beslissing van de Kamer van Beroep in de plaats van de beslissing van de tuchtoverheid zodat niet meer moet worden ingegaan op de ingeroepen onregelmatigheden.
Wat de feiten betreft staat vast dat verzoeker eigenmachtig wijzigingen aanbracht aan een functioneringsverslag en daardoor twijfel deed ontstaan over de echtheid van de vermeldingen erin, wat niet toelaatbaar is. Verzoeker ontkent niet geen gevolg te hebben gegeven aan twee uitnodigingen van de inrichtende macht. De houding van verzoeker is niet allen een inbreuk op de rechtsverhouding met het schoolbestuur maar kan ook niet ingepast worden in de omgangsvormen die men van een personeelslid mag verwachten. Ook andere gedragingen beantwoorden niet aan het profiel van een personeelslid.
Voormelde tekortkomingen rechtvaardigen een tuchtstraf en naar het oordeel van de Kamer is de afhouding van één vijfde van de bruto-activiteitswedde gedurende één maand niet onredelijk.

 

2010_139:pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2010_139_dd.20100421.pdf (209 kB)

 

Feit:

Leerkracht – verbaal en fysiek agressief gedrag ten aanzien van leerling en uiten van bedreigingen en het opleggen van ongepaste straffen ten aanzien van. leerlingen.

Bestreden maatregel:

Schorsing voor een periode van 5 maanden.

Beslissing in beroep:

21 april 2010 – Tuchtmaatregel wordt vernietigd. Nieuwe tuchtmaatregel: afhouding van één vijfde van de laatste bruto-activiteitssalaris gedurende één maand.

Grond van de zaak:

Wat de tenlastelegging van het verbaal en fysiek agressief gedrag betreft, staat het vast dat de leerkracht de bewuste leerling heeft vastgenomen. Ongeacht of de leerling ook naar het klaslokaal werd geduwd, is de Kamer van Beroep van oordeel dat die handelswijze niet strookt met de instructies die binnen de school van toepassing zijn en onaanvaardbaar is en de leerkracht tekort is gekomen in de uitoefening van zijn taak en die tekortkoming een tuchtmaatregel verantwoordt. De andere beweerde tekortkomingen werden door de leerkracht op de zitting in hun context geplaatst en de Kamer van Beroep is van oordeel dat het geen tekortkomingen zijn die bij de tuchtmaatregel dienen betrokken te worden. De Kamer is van oordeel dat de opgelegde tuchtstraf te zwaar is en in redelijkheid niet kan verantwoord worden. De Kamer meent dat de tuchtstraf van de afhouding van één vijfde van het laatste bruto-activiteitssalaris gedurende één maand in verhouding staat tot de weerhouden tekortkoming en voor de betrokkene als signaal kan dienen om in de toekomst de interne richtlijnen stipt na te volgen.

 

2010_138:pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2010_138_dd.20100127.pdf (172 kB)

 

Feit:

Leerkracht –miskenning gezag directie; gedrag verziekt sfeer in school en tast goede naam aan, aanwezigheid brengt goede werking van school ernstig in het gedrang; personeel van school neemt dit gedrag niet langer en legt klacht neer – start tuchtprocedure.

Bestreden maatregel:

Preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

27 januari 2010 – Preventieve schorsing wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Een preventieve schorsing is geen tuchtmaatregel maar een tijdelijke ordemaatregel in het belang van de dienst. Er worden een aantal feiten en gedragingen ten laste gelegd van de verzoekende partij die het voorwerp zijn van een tuchtonderzoek. Hierover doet de Kamer geen uitspraak. De Kamer gaat enkel na in hoever door het optreden van betrokkene de normale werking van de dienst verstoord is en de verwijdering uit de dienst aan die verstoring een einde zou kunnen maken. Verzoekende partij legt een lijvig bundel neer maar noch in zijn beroepschrift, noch tijdens de hoorzitting slaagt hij erin de tenlasteleggingen die aan de basis liggen van een verstoorde werking, te weerleggen.
De Kamer is van oordeel, dat met de gegevens waarover ze thans beschikt, de voorwaarden voor het opleggen van een preventieve schorsing vervuld zijn en de Deputatie niet kennelijk onredelijk heeft gehandeld. De preventieve schorsing wordt bevestigd.

 

2010_137:pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2010_137_dd.20100127.pdf (83 kB)

 

Feit:

Leerkracht –ongewettigd afwezig.

Bestreden maatregel:

Ontslag zonder opzegging in toepassing van artikel 60, 3° DRP.

Beslissing in beroep:

27 januari 2010 - De Kamer is onbevoegd.

Grond van de zaak:

De Kamer van Beroep haalt haar bevoegdheid uit het decreet van 27 maart 1991. Noch in het vermelde decreet, noch in het besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 1991 is enige bepaling voorhanden waarbij aan de Kamer de bevoegdheid wordt verleend om uitspraak te doen over geschillen die zich zouden voordoen over een ontslag zoals bepaald in artikel 60, 3°, van het decreet van 27 maart 1991. Ook al vermeldt de beslissing de Kamer als beroepsinstantie. Dit is niet dienstig en kan de bevoegdheid niet ongedaan maken. Het beroep is onontvankelijk.