Beslissingen Kamer van Beroep 2010 - ( Vrij onderwijs )

2010_16: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2010_16_dd.20101222.pdf (27 kB)

Feit:

Valsheid in geschrifte, met de verzwarende omstandigheid dat het om vervalsing van officiële documenten gaat.
Verjaringstermijn voor instellen tuchtprocedure.

Bestreden maatregel:

Terugzetting in rang.

Beslissing in beroep:

22 december 2010 - De tuchtmaatregel van de terugzetting in rang wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

De kamer besluit dat in casu kennisname door de voorzitter van de raad van bestuur voor gevolg heeft dat de verjaringstermijn was verstreken toen op 3 juni de tuchtprocedure werd ingesteld.

Verwerende partij blijkt bewust de tijd te hebben laten lopen. Ze lijkt dan ook niet echt de vraag te hebben onderzocht of ze wel een tuchtprocedure kon opstarten terwijl verzoeker tijdelijk een andere opdracht uitoefende. Ze voert nu ook niet aan dat ze niet in de mogelijkheid was om eerder een tuchtprocedure in te stellen.

 

2010_15: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2010_15_dd.20101215.pdf (29 kB)

Feit:

Preventieve schorsing. Het schoolbestuur motiveert de beslissing vanuit de noodzaak van een sereen onderzoek, de onmogelijkheid om gedurende een dergelijk onderzoek met gezag de school te leiden en de vereiste van een volkomen financiële transparantie vooraleer verder verantwoordelijkheden kunnen worden toevertrouwd onder meer in een bouwdossier.

Bestreden maatregel:

Preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

15 december 2010 – Het beroep tegen de beslissing van 2 november 2010 wordt verworpen.

Grond van de zaak:

Verzoekende partij werpt op dat de ordemaatregel, in strijd met het decreet en het tuchtbesluit van 22 mei 1991, niet is genomen door de inrichtende macht, maar door een tuchtcommissie van drie personen.
De kamer is van oordeel dat niets in de onderwijswetgeving, in de wetgeving op de vzw’s of in de statuten van de school de raad van bestuur verhinderen om de afhandeling van een tuchtdossier toe te vertrouwen aan door de raad daartoe speciaal gemandateerde personen.
Verzoekende partij voert aan dat de beslissing om een preventieve schorsing op te leggen voor de duur van het tuchtonderzoek niet passend is gemotiveerd. Zij betwist dat de aanwezigheid in de school tijdens de duur van het tuchtonderzoek onverenigbaar zou zijn met het belang van de dienst.
De kamer van beroep stelt vast dat de inrichtende macht zeker niet overhaast maar eerst na een uitgebreide verkenning van de toestand heeft beslist een ordemaatregel te nemen. De kamer is van oordeel dat in het licht van de door de verwerende partij ingeroepen argumenten de ordemaatregel van de preventieve schorsing niet kennelijk onredelijk kan worden genoemd.

 

2010_14: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2010_14_dd.20101124.pdf (32 kB)

Feit:

Een mogelijke betrokkenheid bij zware financiële onregelmatigheden bij de verkoop op school van boeken en arbeidsgerief.

Bestreden maatregel:

Preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

24 november 2010 – Het beroep tegen de beslissing van 24 september 2010 wordt verworpen.

Grond van de zaak:

De ordemaatregel is uitgesproken "voor de duur van het tuchtonderzoek". De kamer kan die beslissing niet kennelijk onredelijk noemen.
De kamer is niet bevoegd om een preventieve schorsing die rechtsgeldig is gestart te vernietigen op grond van het feit dat het tuchtonderzoek te lang zou aanhouden.
Het komt de inrichtende macht toe om te oordelen in hoever de uitspraak over de tuchtrechtelijke tenlastelegging "mogelijke betrokkenheid bij zware financiële onregelmatigheden" ging; of dit afhankelijk kan en mag worden gesteld van de afhandeling van de strafklacht.

 

2010_13: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2010_13_dd.20101027.pdf (35 kB)

Feit:

Een houding van minimale collegialiteit; aangaan van luide discussies; een opdracht van de directie weigeren te aanvaarden en te vervullen; dreigen met politionele klachten; maken van ongepast seksueel getinte opmerkingen; afspraken niet nakomen; onhygiënisch gedrag, weigeren verbetertaken waar te nemen.

Bestreden maatregel:

Preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

27 oktober 2010 - Het beroep van 9 september 2010 tegen de beslissing van 27 augustus 2010 is zonder voorwerp. Het beroep van 7 oktober tegen de beslissing van 20 september 2010 is, gekwalificeerd als een beroep tegen een beslissing op verzet niet ontvankelijk, maar gekwalificeerd als beroep tegen een beslissing genomen na willig beroep wel ontvankelijk. Het beroep tegen de beslissing van 20 september 2010 wordt verworpen.

Grond van de zaak:

Gelet op hun intense verwevenheid beslist de kamer om de beroepen van 9 september 2010 en 7 oktober 2010 samen te behandelen.

Beide partijen zijn het er over eens dat de beslissing van 20 september 2010 moet worden beschouwd als een beslissing op verzet tegen een beslissing bij verstek genomen op 27 augustus 2010.

Door het hernemen van de eerdere beslissing in een nieuwe beslissing houdt de eerste beslissing op te bestaan. Dat heeft in casu voor gevolg dat het beroep van 9 september tegen de beslissing van 27 augustus (eerste beslissing) zonder voorwerp is omdat deze beslissing door het tussenkomen van de beslissing van 20 september (tweede beslissing) ophoudt te bestaan. De kamer onderzoekt verder alleen nog het beroep tegen de beslissing van 20 september 2010 gekwalificeerd zoals hiervoren beschreven.

Ten gronde heeft de kamer van beroep in dezelfde zaak in zijn beslissing van 21 april 2010 (GVO/2010/3) geoordeeld dat de beslissing van de inrichtende macht om de verzoeker preventief te schorsen tijdens de tuchtprocedure niet kennelijk onredelijk was. De kamer ziet geen grond om daar nu anders over te oordelen.

 

2010_12: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2010_12_dd.20100922.pdf (22 kB)

Feit:

De reden die aanleiding geeft tot dit tuchtonderzoek is uw reactie op het gebruik van het klachtrecht door cursisten van het volwassenenonderwijs. U heeft in reactie op dit gebruik van het klachtrecht aan cursiste ... "door uw raadsman een aangetekende brief laten overmaken waarbij u aangaf dat u dit gebruik van klachtrecht als laster en eerroof aanzag, waarbij u erop wees dat dit strafbaar is met een gevangenisstraf van 8 dagen tot 1 jaar en een geldboete en waarbij u aangaf eventueel klacht met burgerlijke partijstelling neer te leggen bij de Onderzoeksrechter".

Bestreden maatregel:

Blaam.

Beslissing in beroep:

22 september 2010 – De tuchtmaatregel wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Verwerende partij voert aan dat het beroep niet ontvankelijk zou zijn omdat sommige essentiële tekortkomingen aan de verplichtingen van het personeelslid zoals die in de bewoordingen van verschillende artikelen van het decreet rechtspositie zijn omschreven, niet formeel worden aangevochten. De Kamer is van oordeel dat bestrijden dat er van een tuchtrechtelijk strafbaar feit sprake is, meteen ook betekent dat alle kwalificaties zijn betwist die door verwerende partij in de bestreden beslissing aan het gedrag zijn gegeven.
De Kamer is van oordeel dat de tuchtstraf niet werd opgelegd voor de manier waarop verzoeker zijn onvrede over de confrontatie heeft geuit, maar heeft als dragend motief de beschuldigende brief die verzoeker bijna twee maanden na de confrontatie door bemiddeling van zijn advocaat aan de cursiste heeft gericht.

 

2010_11: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2010_11_dd.20100826.pdf (22 kB)

Feit:

Ontvreemden van drie flessen wijn uit de keuken van de school, die leeggedronken worden op school; ernstige dronkenschap in aanwezigheid van ondergeschikten met onaanvaardbaar gedrag op een vergadering in de school als gevolg en onvermogen om leerlingen en ouders te woord te staan op het leerlingenonthaal die avond.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

26 augustus 2010 – De tuchtmaatregel van het ontslag wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Verwerende partij voert aan dat het beroep tot nietigverklaring niet ontvankelijk zou zijn omdat het ingeroepen middel in feite enkel de strafmaat betwist. De Kamer oordeelt dat ook een vermindering van de strafmaat leidt tot een vernietiging van de bestreden beslissing en wie de strafmaat betwist kan, zonder de feiten te ontkennen, in principe ook voorhouden dat helemaal geen tuchtstraf moet worden opgelegd.

De kamer is van oordeel dat de verwerende partij terecht streng kon optreden om, in de context van een school waar de aanwezigheid van alcohol en het gebruik van alcohol inherent is aan de opleiding, de normen op dat gebied strikt aan iedereen voor te houden. Negeren van die opdracht door een leidinggevend personeelslid moet worden beschouwd als een zwaarwegende inbreuk op de artikelen 9 en 11 DRP.

 

2010_10: pdf bestandKamer_van_Beroep_2010_10_dd.20100709.pdf (28 kB)

Feit:

Het verliezen van zelfbeheersing en het gebruiken van fysiek geweld ten aanzien van een leerling; een algemene houding van fysieke en psychische agressie die niet strookt met wat van een leerkracht verwacht kan worden.

Bestreden maatregel:

Schorsing bij tuchtmaatregel voor een termijn van één jaar.

Beslissing in beroep:

9 juli 2010 - De tuchtmaatregel van de schorsing voor één jaar wordt vernietigd - de tuchtmaatregel van de schorsing ingaand de dag na de betekening van de beslissing en lopend tot en met 31 december 2010 wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

Met verwerende partij stelt de Kamer vast dat de twee vermelde straffen van een eerdere blaam betrekking hebben op tuchtfeiten die volkomen vergelijkbaar zijn met de huidige tenlastelegging.
De Kamer is van oordeel dat het recidief karakter van de op zich in de opvoedkundige context ook ernstige feiten, ook een ernstige straf verantwoordt. De Kamer is wel van oordeel dat bij het vaststellen van de strafmaat rekening moet worden gehouden met de duur van het tuchtonderzoek waarvoor de kamer geen volle verantwoording vindt in het dossier en met de maanden verwijdering uit de school die daar mee samenging.

 

2010_09: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2010_09_dd.20100623.pdf (31 kB)

Feit:

Niet voldoende behartigen van de belangen van de leerlingen, van het onderwijs en van de instellingen waarin verzoekster tewerkgesteld is; niet nauwgezet vervullen van de taken die werden opgedragen; gedrag in de dienstbetrekking en een houding die van aard kan zijn het vertrouwen van het publiek te schaden, inzonderheid wat betreft het bij herhaling betrekken van buitenstaanders in louter schoolse aangelegenheden; niet naleven van de verplichtingen voortvloeiend uit het opvoedingsprobleem.

Bestreden maatregel:

Schorsing bij tuchtmaatregel voor een termijn van vier maanden.

Beslissing in beroep:

23 juni 2010 – De tuchtmaatregel wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

De kamer van beroep heeft eerder al geoordeeld "dat het omschrijven van ten laste gelegde feiten door verwijzing naar andere stukken ongewoon is en niet van een grote zorgvuldigheid getuigt".

Verwerende partij meent dat zij wel degelijk van verzoekster kon vragen om een opdracht in een andere school van de scholengemeenschap op te nemen (art. 36octies, § 1, 3° van het DRP).
Verzoekende partij is echter van mening dat de ingeroepen bepaling een beperkte draagwijdte heeft. Zij verwijst daarvoor onder meer naar de § 1, 2° van het zelfde artikel waarin bepaald wordt dat leden van het beleids- en ondersteunend personeel kunnen worden ingezet ‘voor en in’ andere scholen van de scholengemeenschap en naar de tweede paragraaf waarin de grenzen van deze inzetbaarheid in een andere instelling worden bepaald, wat niet het geval is voor het onderwijzend personeel vermeld onder het 3° van de § 1.
De Kamer van beroep is van oordeel dat uit de parlementaire voorbereiding van deze bepalingen blijkt dat aan de daarin voorkomende inzetbaarheid van het onderwijzend personeel voor een andere instelling van de scholengemeenschap de beperkende draagwijdte moet worden gegeven die de verzoekende partij daaraan toekent.

 

2010_08: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2010_08_dd.20100623.pdf (31 kB)

Feit:

Bekentenis in moordzaak en verkrachtingen.

Bestreden maatregel:

Afzetting.

Beslissing in beroep:

23 juni 2010 – de tuchtmaatregel wordt vernietigd – de tuchtmaatregel van het ontslag wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

Verwerende partij voert aan dat verzoekende partij geen afschrift van het beroepschrift stuurde aan de verwerende partij. De kamer van beroep stelt vast dat deze verplichting in art. 13, § 1, derde lid van het tuchtbesluit van 22 mei 1991 niet op straffe van nietigheid is voorgeschreven. Anderzijds werd het beroepschrift onmiddellijk door het secretariaat van de kamer aan de verwerende partij toegestuurd, zodat zij haar verdediging perfect heeft kunnen voorbereiden.

Verzoekende partij stelt dat de afgelegde bekentenissen en door de procureurs publiek gemaakt, niet het bewijs inhouden; verwerende partij zou het vermoeden van onschuld schenden. Verwerende partij beschouwt de weerslag van de arrestatie en de bekentenissen op het schoolleven als een voldoende grondslag om te stellen dat verzoeker daardoor iedere verdere samenwerking onmogelijk heeft gemaakt.

De sanctie van de afzetting overstijgt evenwel de verhouding tussen de inrichtende macht en het personeelslid.

 

2010_07: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2010_07_dd.20100526.pdf (28 kB)

Feit:

Weigeren om een toegewezen opdracht te aanvaarden.

Bestreden maatregel:

Beslissingen tot preventieve schorsing van 23 maart 2010 en van 30 maart 2010.

Beslissing in beroep:

26 mei 2010 – De beslissingen tot opleggen van de preventieve schorsing van 23 maart en 30 maart 2010 worden vernietigd.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep is van oordeel dat de interpretatie van de verwerende partij niet te verzoenen is met draagwijdte van het decreet en dat de consequente en geargumenteerde weigering van verzoekster om de toegewezen opdracht te aanvaarden verwerende partij had moeten aanzetten tot een zorgvuldig onderzoek. Door het onvoorzichtig handhaven van haar eigen aanvankelijke interpretatie heeft de verwerende partij kennelijk niet de zorgvuldigheid aan de dag gelegd die van elk schoolbestuur mag worden verwacht.
Zij heeft een tweede keer kennelijk haar zorgvuldigheidsplicht verwaarloosd door haar niet voldoende zorgvuldig geverifieerde en onhoudbare interpretatie te nemen als grondslag voor de ordemaatregel van de preventieve schorsing die zij aan de verzoekster heeft opgelegd. De beslissingen tot opleggen van de preventieve schorsing moeten daarom als kennelijk niet wettig gemotiveerde beslissingen worden vernietigd.

 

2010_06: pdf bestandKamer_van_Beroep_2010_06_dd.20100519.pdf (25 kB)

Feit:

Afluisterpraktijken; zonder toestemming van het schoolbestuur kennis nemen van de notulen van de Raad van Bestuur en van andere vertrouwelijke documenten; werken laten uitvoeren aan uw woning door het onderhoudspersoneel van de school; er zijn aanwijzingen dat u geschenken aannam van leveranciers; algemene deloyale houding.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

19 mei 2010 – Tuchtmaatregel wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

De kamer van beroep is van oordeel dat de - strafbare - afluisterpraktijken en het kennis nemen van documenten waar verzoeker geen toegang toe had, door de inrichtende macht terecht konden worden beschouwd als oorzaak van een zware vertrouwensbreuk.
De Kamer is van oordeel dat verzoeker niet aantoont dat die verhouding buiten zijn toedoen in die mate ontspoord was dat ze - als dat ooit al zou kunnen - voor zijn fundamenteel onaanvaardbaar teruggrijpen naar strafbare afluisterpraktijken als een verzachtende omstandigheid zou moeten worden beschouwd die de tuchtstraf van het ontslag onredelijk zou maken.

 

2010_05: pdf bestandKamer_van_Berope_2010_05_dd.20100519.pdf (23 kB)

Feit:

In plaats van de pedagogische opdracht om aankopen te gaan doen, heeft verzoeker de leerlinge, van wie hij de geestesgesteldheid, de persoonlijke draagkracht en de beperkte weerbaarheid kende, meegenomen om op een publiek terras alcohol te gebruiken; nadien is hij in een ongevraagd fysiek contact gekomen met de leerlinge.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

19 mei 2010 – Tuchtmaatregel wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

De feiten worden niet bestreden, verzoeker betwist wel het intentionele karakter van het fysiek contact en voert aan dat het gesprek met de leerlinge een pedagogische bedoeling had.
Het Hof van beroep kwalificeert de feiten als ‘ongepaste vrijpostigheden’.
Binnen het bijzonder onderwijs hebben de ouders en de leerlingen recht op een ongeschonden vertrouwen in de school en haar personeel; men acht het vertrouwen in verzoeker aangetast.

 

2010_04: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2010_04_20100321.pdf (25 kB)

Feit:

Feiten en handelingen van o.m. fysiek geweld tegen een leerling.

Bestreden maatregel:

Schorsing voor 6 maanden.

Beslissing in beroep:

21 april 2010 – Tuchtmaatregel wordt vernietigd – volgende tuchtstraf wordt opgelegd: schorsing ingaand de dag na de betekening van de beslissing en lopend tot en met 30-06-2010.

Grond van de zaak:

De kamer houdt rekening met het eenmalige karakter van het incident en de goede reputatie van verzoeker. Enkele elementen zorgen al voor een uitnodiging tot reflectie over het gedrag. De Kamer ziet een aanleiding om een strafvermindering te aanvaarden.

 

2010_03: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2010_03_dd.20100321.pdf (36 kB)

Feit:

Een houding van minimale collegialiteit; aangaan van luide discussies; een opdracht van de directie weigeren te aanvaarden en te vervullen; dreigen met politionele klachten; maken van ongepast seksueel getinte opmerkingen; afspraken niet nakomen; onhygiënisch gedrag, weigeren verbetertaken waar te nemen.

Bestreden maatregel:

Preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

21 april 2010 – De maatregel van de preventieve schorsing wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Als een tweede beslissing de eerste beslissing vervangt, wordt het beroep tegen de eerste beslissing zonder voorwerp.

De preventieve schorsing bij hoogdringendheid is op zeer korte tijd gevolgd door een verhoor dat afgesloten werd met een tweede, definitieve beslissing. Samen met de beslissing heeft de verzoekende partij ook een kopie van het dossier ontvangen. De formele onregelmatigheid van het niet meedelen van een kopie van het dossier bij de eerste beslissing is daarmee rechtgezet (cf. RvS. nr. 93.390, 19 februari 2001), zodat verzoekende partij geen belang meer heeft bij het inroepen ervan.

 

2010_02: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2010_02_2010331.pdf (19 kB)

Feit:

Fysiek geweld tegen een leerling; niet verlenen van hulp.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

31 maart 2010 – Beroep is niet ontvankelijk.

Grond van de zaak:

Het niet afhalen van een aangetekende zending doet geen afbreuk aan de rechtsgeldigheid van het schrijven.
Het beroep werd buiten de termijn ingediend.

 

2010_01: pdf bestandKamer_van_Beroep_2010_01_dd.20100113.pdf (23 kB)

Feit:

Bewust achterlaten van kinderen zonder pedagogische noodzaak; bewust betrekken van een vrijwilliger in het geschil dat verzoeker met het schoolbestuur heeft; onbetamelijk gedrag tegenover een ouder.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

13 januari 2010 - De tuchtmaatregel wordt vernietigd; de tuchtmaatregel van de schorsing gedurende een week wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

De kamer beperkt het aantal feiten dat als tuchtfeiten wordt erkend en oordeelt dat de opgelegde tuchtstraf van het ontslag totaal buiten verhouding staat met de ten laste gelegde feiten.