Beslissingen Kamer van beroep 2012 - ( Gemeenschapsonderwijs )

2012_12:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2012_12_dd.20121107.pdf (214 kB)

 

Feit:

Een hiërarchisch ondergeschikt personeelslid opdracht geven voor de vergaderingen van de schoolraad fictieve uitnodigingen en fictieve verslagen te maken; verslagen en uitnodigingen van vergaderingen van de schoolraad achteraf aanpassen; een hiërarchisch ondergeschikt personeelslid vragen de aanwezigheidslijst voor de vergaderingen van de schoolraad, vergaderingen waarop betrokkene niet aanwezig was, als aanwezig lid te handtekenen; met de frauduleus tot stand gekomen verslagen van de schoolraad de GOK-inspectie en de Raad van Bestuur misleiden; hiërarchisch ondergeschikte personeelsleden beschuldigen van het eigenmachtig stellen van frauduleuze handelingen, waarvoor men zelf de verantwoordelijkheid draagt; het ontnemen van de adviserende bevoegdheid van de schoolraad en de leden van de schoolraad misleiden door in hun plaats zonder hun medeweten adviezen te formuleren.
Het welbewust overtreden van de boekhoudkundige regels en voorschriften van de scholengroep door leerlinggebonden middelen bewust buiten de boekhouding te houden; verantwoordelijk zijn voor de verdwijning van een aantal afgewende gelden; in overtreding van omzendbrief SO/78 een excessieve winst maken bij de verkoop van schoolagenda’s; een geschonken waardebon niet te hebben bestemd voor het opgegeven doel; kosten voor het gebruik van Smartschool aanrekenen terwijl die niet toegelaten is; een rekening ‘personeelsclub’ gebruiken waarbij gelden afgewend werden; ontvangsten die op de officiële rekening moesten worden geboekt thuis bewaren.

Bestreden maatregel:

Terugzetting in rang.

Beslissing in beroep:

7 november 2012 – De beslissing waarbij de tuchtmaatregel van de terugzetting in rang wordt opgelegd, wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Er wordt niet ontkend dat verzoekende partij verslagen van vergaderingen die niet werden gehouden of waarvan het aantal aanwezigen werd “aangepast” o.m. heeft gebruikt om aan de Raad van Bestuur of aan de GOK-inspectie voor te leggen. Uit het dossier blijkt dat met betrekking tot een reeks tekortkomingen die betrekking hebben op het beheer en het bewaren van gelden, verzoekende partij de regelgeving niet of niet volledig heeft nageleefd of heeft doen naleven. Er kan niet worden ontkend dat zeer onzorgvuldig werd omgesprongen met het comptabiliseren en bewaren van de gelden en daardoor een controle op de aanwending van de gelden quasi onmogelijk werd.
De Kamer van Beroep is van oordeel dat verzoekende partij schromelijk is tekort gekomen in de uitoefening van haar taak en haar handelwijze op geen enkele wijze kan vergoelijkt worden. Opdat het handelen of niet-handelen als een tuchtfeit kan worden beschouwd, is het niet nodig dat er bijzonder opzet bestaat of dat er een intentie is om te schaden of zich te bevoordelen; het loutere feit van een tekortkoming aan de beroepsplichten volstaat.
Met de vaststelling voor ogen dat de weerhouden tenlasteleggingen onlosmakelijk verbonden zijn met de uitoefening van de taak als directie van de school, is de Kamer van Beroep van oordeel dat de tuchtstraf van de terugzetting in rang in verhouding staat tot deze tekortkomingen en in redelijkheid kan behouden worden.

 

2012_11:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2012_11_dd.20121107.pdf (144 kB)

 

Feit:

Belang van het onderwijs en/of de dienst is in het geding (mogelijke hervatting van de dienst door het personeelslid).

Bestreden maatregel:

Beslissing tot preventieve schorsing van 29 juni 2012.

Beslissing in beroep:

7 november 2012 – Afstand van het beroep.

Grond van de zaak:

De verzoekende partij doet afstand van het beroep.

 

2012_10:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2012_10_dd.20120919.pdf (206 kB)

 

Feit:

Ongewettigde afwezigheden; niet opnemen van de opdracht op dagen tijdens welke het personeelslid arbeidsgeschikt werd bevonden.

Bestreden maatregel:

Schorsing gedurende zes maanden.

Beslissing in beroep:

19 september 2012 – De beslissing waarbij de tuchtmaatregel van de schorsing gedurende zes maanden wordt opgelegd, wordt vernietigd. De tuchtstraf van de afhouding van 10% van het salaris gedurende een periode van zes maanden wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

De Kamer van Beroep stelt vast dat de afwezigheden van verzoekende partij door de controlearts niet als ziektedagen werden aanvaard en dat de afwezigheden niet op een administratief correcte manier door verzoekende partij werden afgehandeld. De handelwijze van verzoekende partij kan wegens het repetitief karakter van haar afwezigheden als een tekortkoming worden weerhouden waarvoor een tuchtstraf verantwoord is.

Naar het oordeel van de Kamer is de schorsing van 6 maanden een te zware straf t.o.v. de weerhouden tekortkomingen; een afhouding van 10% van het salaris gedurende 6 maanden is een billijke sanctie waardoor verzoekende partij haar taak als leerkracht zonder onderbreking kan uitoefenen en toch het signaal krijgt in alle omstandigheden te handelen zoals van haar verwacht wordt.

 

2012_09:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2012_09_dd.20120912.pdf (205 kB)

 

Feit:

Het, als verantwoordelijke voor de personeelsadministratie, niet doorgeven van eigen afwezigheden en een eigen gedeeltelijke dienstonderbreking, waar dit voor alle andere personeelsleden wel correct werd uitgevoerd.

Bestreden maatregel:

Schorsing gedurende zes maanden.

Beslissing in beroep:

12 september 2012 – De beslissing waarbij de tuchtmaatregel van de schorsing gedurende zes maanden wordt opgelegd, wordt vernietigd. De tuchtstraf van de schorsing gedurende één maand wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

Niets belet dat na de intrekking van een vorige maatregel, binnen de voorziene verjaringstermijn, de tuchtprocedure volledig opnieuw wordt opgestart en een nieuwe maatregel wordt opgelegd; in dergelijk geval is het beginsel “non bis in idem” niet geschonden.

Het niet-doorgeven van 3 ziektedagen en het niet correct doorgeven van een verlof voor verminderde prestaties, zijn tekortkomingen die niet worden betwist. Het niet of foutief doorgeven van personeelsgegevens is een zware fout; dit is des te meer het geval omdat de gegevens betrekking hadden op het personeelsdossier van verzoekende partij. Het is niet nodig dat er een bijzonder opzet bestaat of dat er een intentie is om te schaden of zich te bevoordelen, opdat een handelen of niet-handelen als een tuchtfeit kan worden beschouwd. Verzoekende partij is ernstig tekort gekomen in de uitoefening van zijn taak en deze tekortkoming rechtvaardigt een tuchtstraf.

De tuchtmaatregel van een schorsing gedurende zes maanden kan naar het oordeel van de Kamer van Beroep niet in redelijkheid behouden worden; de schorsing gedurende één maand staat in verhouding tot de weerhouden tekortkomingen en zal voor het personeelslid als signaal dienen om in de toekomst zijn taak uit te oefenen zoals dit van hem verwacht wordt.

 

2012_08:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2012_08_dd.20120831.pdf (147 kB)

 

Feit:

Belang van het onderwijs en/of de dienst is in het geding (mogelijke hervatting van de dienst door het personeelslid).

Bestreden maatregel:

Beslissing tot preventieve schorsing van 29 juni 2012.

Beslissing in beroep:

31 augustus 2012 – Tussenbeslissing. De uitspraak over het beroep wordt uitgesteld.

Grond van de zaak:

De uitspraak over het beroep tegen de beslissing van 29 juni 2012 houdende preventieve schorsing bij hoogdringendheid, wordt uitgesteld tot na het verstrijken van de termijn tijdens welke beroep kan ingesteld worden tegen de beslissing van 29 augustus 2012 houdende bekrachtiging en bevestiging van de preventieve schorsing bij hoogdringendheid.

 

2012_07:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2012_07_dd.20120829.pdf (215 kB)

 

Feit:

Het niet-nakomen van een akkoord om op het einde van het schooljaar 2008-2009 de actieve carrière te beëindigen en een verlofstelsel op te nemen; het niet-nemen van maatregelen m.b.t. leerlingenwerving in een context van een dalende trend van het leerlingenaantal.

Bestreden maatregel:

Terbeschikkingstelling wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst.

Beslissing in beroep:

29 augustus 2012 – Het voorstel voor de terbeschikkingstelling wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst is niet gegrond.

Grond van de zaak:

De verwijzing naar de Raad van Beroep in artikel 5 van het K.B. van 18 januari 1974, zoals vervangen bij Besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2000, moet gelezen worden als Kamer van Beroep. Daaruit volgt dat de Kamer van Beroep bevoegd is voor het behandelen van het beroep tegen het voorstel tot terbeschikkingstelling wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst. De Raad van State heeft gesteld dat de Vlaamse Regering met het besluit van 15 september 2000 de bevoegdheid wat betreft de terbeschikkingstelling wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst ten onrechte onttrokken werd aan de bevoegdheid van het Gemeenschapsonderwijs; de Kamer, als orgaan van actief bestuur, kan die onwettigheid niet inroepen en kan de bewuste bepaling niet buiten toepassing laten.

De beslissing van het personeelslid om zijn ambt verder uit te oefenen is op zich geen reden om de terbeschikkingstelling te rechtvaardigen. Er wordt niet aangetoond dat het personeelslid alleen aan de basis zou liggen van het dalend aantal leerlingen; bepaalde maatregelen hadden kunnen genomen worden om deze trend om te buigen, maar daarmee is niet gezegd dat de terbeschikkingstelling de enige adequate maatregel zou zijn om de vermindering van het leerlingenaantal te stoppen. De Kamer van Beroep is van oordeel dat er geen voldoende redenen zijn om het voorstel voor de terbeschikkingstelling wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst uit te spreken.

 

2012_06:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2012_06_dd.20120703.pdf (214 kB)

 

Feit:

Betreden van een lokaal en er de handtas van een collega openen om op zoek te gaan naar een geldbeugel, waarop werd vastgesteld dat er geld ontvreemd werd.

Bestreden maatregel:

Beslissingen tot preventieve schorsing van 4 mei 2012 en 21 mei 2012.

Beslissing in beroep:

3 juli 2012 – De preventieve schorsing wordt niet vernietigd.

Grond van de zaak:

De algemeen directeur kon de beslissing tot preventieve schorsing bij hoogdringendheid nemen op basis van artikel 30, § 2 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs. Verzoekende partij werd vervolgens gehoord door de Raad van Bestuur van de scholengroep, die de schorsing heeft bevestigd en bekrachtigd. Naar het oordeel van de Kamer is de verlopen termijn tussen de preventieve schorsing op 4 mei 2012 en de hoorzitting door de Raad van Bestuur op 21 mei 2012, niet onredelijk lang.

Aan de Kamer zijn geen bepalingen bekend die voorschrijven door wie de beslissingen van de Raad van Bestuur van de scholengroep moeten ondertekend worden. De voorliggende beslissing is ondertekend door de voorzitter en de Kamer ziet geen redenen om te twijfelen aan de waarachtigheid van de beslissing zoals ze werd genotuleerd.

De aanwezigheid van de aangestelde van het gemeenschapsonderwijs die belast is met de taak de schoolbesturen van het GO! juridisch te ondersteunen in personeelsaangelegenheden, zou de beslissing van de Raad van Bestuur niet zodanig hebben kunnen beïnvloed dat het onpartijdigheidsbeginsel is geschonden.

Verzoekende partij heeft tijdens de hoorzitting bevestigd dat zij het bureau van de opvoedster heeft betreden en dat zij de handtas en de geldbeugel heeft geopend. De Kamer is wegens deze feitelijkheden van oordeel dat het schoolbestuur niet onredelijk heeft gehandeld door verzoekende partij bij hoogdringendheid te schorsen in afwachting van een tuchtonderzoek.

 

2012_05:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2012_05_dd.20120627.pdf (203 kB)

 

Feit:

Bij een zenuwaanval van een leerling verzuimen adequate hulp in te roepen en de instructies van de 100-centrale op te volgen, doch deze aanval te willen beteugelen met het reciteren van Koranverzen.

Bestreden maatregel:

Ontslag om dringende redenen.

Beslissing in beroep:

27 juni 2012 – Het ontslag om dringende redenen wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Uit een aantal verklaringen blijkt dat het personeelslid niet overtuigd was van een medische aandoening en de instructies van de 100-centrale niet of minstens niet stipt heeft opgevolgd en Koranverzen reciteerde in afwachting van het wegbrengen van de leerling naar het ziekenhuis. De handelwijze van het personeelslid stemt niet overeen met hetgeen van een leerkracht verwacht wordt die met een dergelijke situatie geconfronteerd wordt; dergelijke handelwijze en de daarmee samengaande attitude over de omgang met leerlingen in voormelde situatie is ontoelaatbaar en maakt het voortduren van de werkrelatie definitief onmogelijk.

 

2012_04:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2012_04_dd.20120614.pdf (197 kB)

 

Feit:

Betreden van een lokaal en er de handtas van een collega openen om op zoek te gaan naar een geldbeugel, waarop werd vastgesteld dat er geld ontvreemd werd.

Bestreden maatregel:

Beslissing tot preventieve schorsing van 4 mei 2012.

Beslissing in beroep:

14 juni 2012 – Tussenbeslissing. De uitspraak over het beroep wordt uitgesteld.

Grond van de zaak:

De uitspraak over het beroep tegen de beslissing van 4 mei 2012 houdende preventieve schorsing bij hoogdringendheid, wordt uitgesteld tot na de behandeling van het beroep tegen de beslissing van 21 mei 2012 houdende bekrachtiging en bevestiging van de preventieve schorsing bij hoogdringendheid.

 

2012_03:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2012_03_dd.20120426.pdf (196 kB)

 

Feit:

Het, als verantwoordelijke voor de personeelsadministratie, niet doorgeven van eigen afwezigheden en een eigen gedeeltelijke dienstonderbreking, waar dit voor alle andere personeelsleden wel correct werd uitgevoerd.

Bestreden maatregel:

Terugzetting in rang.

Beslissing in beroep:

26 april 2012 - Het beroep tegen de tuchtmaatregel is onontvankelijk.

Grond van de zaak:

De regelgeving voorziet niet in een terugzetting in rang voor personeelsleden die vast benoemd zijn in een wervingsambt; er kan tegen deze maatregel geen beroep ontvankelijk worden ingesteld bij de Kamer van Beroep.

 

2012_02:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2012_02_dd.20120125.pdf (156 kB)

 

Feit:

Hardhandig aanpakken van een leerling.

Bestreden maatregel:

Beslissingen tot preventieve schorsing van 30 november 2011 en 7 december 2011.

Beslissing in beroep:

25 januari 2012 - De preventieve schorsing wordt niet vernietigd.

Grond van de zaak:

De Kamer van Beroep gaat enkel na in hoever door het optreden van het personeelslid de normale werking van de dienst verstoord is en de verwijdering uit de dienst aan een verstoring een einde zou kunnen maken in het belang van het onderwijs. Gezien een tuchtonderzoek is gestart ten laste van het personeelslid, kan de Kamer van Beroep de preventieve schorsing enkel vernietigen door een beslissing die bij unanimiteit wordt genomen, ongeacht het oordeel van de Kamer over de redenen die als verantwoording voor de preventieve schorsing worden aangehaald.

 

2012_01:pdf bestandKamer_van_Beroep_GO_2012_01_dd.20120106.pdf (151 kB)

 

Feit:

Hardhandig aanpakken van een leerling.

Bestreden maatregel:

Beslissing tot preventieve schorsing van 30 november 2011.

Beslissing in beroep:

6 januari 2012 - Tussenbeslissing. De uitspraak over het beroep wordt uitgesteld.

Grond van de zaak:

De uitspraak over het beroep tegen de beslissing van 30 november 2011 houdende preventieve schorsing bij hoogdringendheid, wordt uitgesteld tot na de behandeling van het beroep tegen de beslissing van 7 december houdende bevestiging van de preventieve schorsing bij hoogdringendheid.