Beslissingen Kamer van Beroep 2012 - ( Vrij onderwijs )

2012_21: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2012_21_dd.20121205.pdf (217 kB)

 

Feit:

Het herhaaldelijk en systematisch formuleren van expliciet seksueel getinte uitspraken; het stellen van pedagogisch niet verantwoord en grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van de minderjarige leerlingen; de leerlingen een zogenaamd “anoniem” evaluatieformulier laten invullen omtrent uw functioneren als leraar tijdens/na hun examens.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

5 december 2012 – De tuchtmaatregel van het ontslag wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Het afleggen van seksueel getinte verklaringen; verzoekende partij roept in dat leerlingen ondereen al heel wat meer gewoon zijn.

De Kamer stelt vast dat de verzoekende niet blijkt te beseffen dat er een grondig onderscheid is tussen het gedrag van leerlingen ondereen en wat past in de gezagsverhouding leraar-leerling; oordeelt dat daarmee duidelijk ernstige pedagogische tekortkomingen zijn aangetoond.

Het laten invullen van een evaluatieformulier omtrent zijn functioneren als leerkracht; verzoeker stelt dit voor als een normale zelfkritische reactie. De Kamer oordeelt dat ook hier van deontologisch niet correct handelen sprake is.

De opgelegde tuchtsanctie is zwaar, maar is naar het oordeel van de Kamer in verhouding met de ernst van de feiten. Het gebrek aan inzicht in het ongepaste karakter van een aantal gedragingen zoals uit de verdediging blijkt, weegt daarbij ook mee. De tuchtoverheid mocht bij het bepalen van de strafmaat ook rekening houden met de recente tuchtstraf van de terbeschikkingstelling voor twee jaar.

Als er continuïteit in het laakbare gedrag van de verzoeker voorkomt, dan is de Kamer geneigd om die te zien in een zelfde patroon van ontkennen van de het reële verloop van de gebeurtenissen tot dit bij confrontatie met harde bewijzen niet meer vol te houden is.

 

2012_20: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2012_20_dd.20121205.pdf (225 kB)

 

Feit:

Aanhoudende laakbare gedragingen en houding waardoor binnen de school een bedreigende omgeving wordt gecreëerd. Deze gedragingen hebben bovendien tot gevolg dat de persoonlijkheid, de waardigheid of de psychische integriteit van bepaalde personeelsleden bij de uitvoering van het werk wordt aangetast; beledigende gebaren en gedragingen tijdens de afsluiting van het schoolfeest o.a. ten opzichte van de persoon van uw collega.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

13 december 2012 - De tuchtmaatregel van het ontslag wordt vernietigd - de tuchtmaatregel van de schorsing tot 30-06-2013 wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

Verzoekende partij roept in dat het voorgelegde tuchtdossier een groot aantal stukken bevat die niet in het oorspronkelijke tuchtdossier voorkwamen.

De meerderheid van de stukken kan naar het oordeel van de Kamer inderdaad worden beschouwd als elementen van het antwoord van de verwerende partij op argumenten en beweringen uit het beroepschrift. Dit geldt niet voor het stuk X. Uit de aangehaalde passage in het aanvullend verweerschrift, bevestigd ter zitting, blijkt dat de tuchtoverheid dit stuk als een essentieel onderdeel van haar bewijsvoering beschouwt. De verzoekende partij heeft zich voor de tuchtoverheid daartegen niet passend kunnen verdedigen. Het betwiste stuk weren uit de debatten zoals gevraagd wordt, zou de beslissing die tot stand kwam met schending van een beginsel van openbare orde, laten voortbestaan. Het Kamer heeft de verplichting om zich over de zaak een eigen oordeel te vormen en ze in laatste aanleg te beslechten.

De Kamer overweegt dat terecht een laatste feit in een lange rij kan beoordeeld worden in het licht van een aanslepende houding. Toch wijst de Kamer er op dat in de oproepingsbrief voor het tuchtverhoor het incident op het schoolfeest het enige recente feit is dat duidelijk in tijd en ruimte is gesitueerd. De Kamer ziet hierin een grond tot strafvermindering.

 

2012_19: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2012_19_dd.20121010.pdf (197 kB)

 

Feit:

Het zich niet correct gedragen in de omgang met leerlingen en collega’s; het niet in orde zijn met de in het Arbeidsreglement opgenomen bevoegdheden en verantwoordelijkheden meer bepaald m.b.t. jaarplan, lesvoorbereidingen, schoolagenda, taken, toetsen, overhoringen, werkstukken en alle andere pedagogische aangelegenheden; het niet naleven van gemaakte afspraken met de rechtstreeks hiërarchische overheid; het niet loyaal naleven van de verplichtingen die voortvloeien uit de specificiteit van het opvoedingsproject zoals schriftelijk vastgelegd in de arbeidsovereenkomst; door voorgaande komt de normale en correcte onderwijsverstrekking binnen de onderwijsinstelling in het gedrang.

Bestreden maatregel:

Preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

10 oktober 2012 – De beslissing tot preventieve schorsing wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

Mandaat door de raad van bestuur aan de leden van de tuchtcommissie: verwerende partij zegt toe om het ontbrekende stuk ten spoedigste te bezorgen aan de Kamer en aan de verzoekende partij.

Dossier dat aan de Kamer is voorgelegd, is veel uitgebreider dan het dossier dat voorlag bij de uitnodiging voor de hoorzitting voorafgaand aan de preventieve schorsing. De verwerende partij erkent dat hier een vergissing is begaan doordat het tuchtdossier werd ingediend zoals het ondertussen was aangevuld; stukken worden uit het dossier geweerd.

De Kamer is van oordeel dat het om beperkte welomschreven feiten gaat. De ten laste gelegde feiten zijn ook niet van een zodanige complexiteit dat de aanwezigheid op school geacht kan worden het tuchtonderzoek ernstig te bemoeilijken of te verstoren. De Kamer acht het kennelijk onredelijk om te stellen dat de aanwezigheid van verzoekster "onverenigbaar is met het belang van de dienst".

 

2012_18: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2012_18_dd.20120912.pdf (211 kB)

 

Feit:

Systematisch het aanzien van de directie ondermijnen door op een beledigende, neerbuigende en kleinerende manier over de directie te spreken in mails gericht aan het personeel, collega-directeurs, het schoolbestuur, buitenstaanders en de voorzitster van de leerlingenraad.

Bestreden maatregel:

Schorsing voor 1 jaar.

Beslissing in beroep:

12 september 2012 – De tuchtmaatregel van de schorsing voor 1 jaar wordt vernietigd – de tuchtmaatregel van de afhouding van 10% van het salaris gedurende 1 week wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

Verzoekende partij erkent bepaalde uitspraken te hebben gedaan die als beledigend kunnen worden ervaren en beseft in de fout te zijn gegaan. Zij benadrukt dat de tussenkomsten niet los gezien kunnen worden van de omstandigheden waarin verzoeker als vakbondsafgevaardigde diende op te treden.
De verwerende partij bevestigt dat een vakbondsafgevaardigde kritisch mag staan tegenover directie en schoolbestuur. Zij beklemtoont dat daarbij echter geen afbreuk mag worden gedaan aan algemene beleefdheidsnormen.

De Kamer begrijpt dat de samenwerking met een bijzonder kritische personeelsafgevaardigde erg lastig kan zijn. Toch wijst de Kamer er op dat dergelijk gedrag als een tuchtfeit beschouwen de vrijheid van personeelsvertegenwoordiging op de helling zou zetten.

 

2012_17: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2012_17_dd.20120912.pdf (224 kB)

 

Feit:

Het nalaten de rapportresultaten dagelijks werk, grote toetsen en de geschreven vakcommentaren mee te delen, ondanks herhaalde aanmaningen en herhaalde beloftes; het zonder toestemming van de directie, eenzijdig voeren van schriftelijke communicatie met de ouders; het aannemen van een onrespectvolle houding ten overstaan van de directie en de Raad van Bestuur, het nalaten de directie te verwittigen van afwezigheid op school en niet aanwezig te zijn op het oudercontact.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

12 september 2012 – De tuchtmaatregel van het ontslag wordt vernietigd – de tuchtmaatregel van de schorsing tot 31 augustus 2012 wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

Het verloop van de procedure wegens pesten heft geen invloed op de afhandeling van het beroep door de Kamer.

Het recht van verdediging is een essentieel onderdeel is van elke tuchtprocedure. Uit de rechtspraak blijkt wel dat in geval van langdurige ziekte het recht om gehoord te worden er niet kan toe leiden dat de voortgang van een tuchtprocedure blijvend geblokkeerd wordt.

Schending van de rechten van de verdediging brengt mee dat de bestreden beslissing moet worden vernietigd.

Verzoekende partij diende nooit medische attesten in.
De kamer duidt op een verregaand onbegrip in hoofde van verzoeker over de draagwijdte van zijn verplichtingen en zijn plaats in een hiërarchisch gestructureerde arbeidsverhouding.

De tekortkoming is ernstig en bijzonder verstorend voor een goede organisatie van het onderwijs. Toch meent de Kamer dat de tenlastelegging relatief beperkt omschreven blijft en niet in die mate op het gehele functioneren van de verzoeker betrekking heeft dat iedere verdere samenwerking op die grond als onmogelijk kan worden gehouden.

 

2012_16: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2012_16_dd.20120829.pdf (236 kB)

 

Feit:

Valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken, huisdiefstal, heling en misbruik van vennootschapsgoederen.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

29 augustus 2012 – De tuchtbeslissing van het ontslag van 2 mei wordt vernietigd – de tuchtbeslissing van het ontslag wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

Indienen van een dossier in, buiten de termijn. De Kamer beslist de stukken uit de debatten te weren maar maakt uitzondering.

Het overschrijden van de redelijke termijn voor de behandeling van de tuchtzaak is overschreden. De Kamer is van oordeel dat de houding van verzoekende partij niet zonder tegenstrijdigheid is en verder niet gegrond.

De schending van de rechten van verdediging door het feit dat op de hoorzitting een aantal verklaringen zijn voorgelezen die vooraf niet in het tuchtdossier voorkwamen. De Kamer is van oordeel dat op de hoorzitting bezwarende documenten voorlezen waarvan het personeelslid voorafgaandelijk geen kennis heeft kunnen nemen, onvermijdelijk het recht van de verdediging schendt.
De schending van het recht van verdediging moet leiden tot de nietigverklaring van de hoorzitting en bijgevolg ook van de daarop volgend genomen tuchtbeslissing. In overeenstemming met de rechtspraak van de Raad van State neemt in dat geval de Kamer als instantie in beroep die oordeelt in laatste aanleg, de zaak over en neemt een nieuwe beslissing.

De Kamer is van oordeel dat er talrijke onregelmatigheden voorkomen die leiden tot een aanzienlijke persoonlijke verrijking van de verzoeker en deze als bewezen moeten worden gehouden.

 

2012_15: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2012_15_dd.20120829.pdf (138 kB)

 

Feit:

-

Bestreden maatregel:

Schorsing gedurende 5 dagen.

Beslissing in beroep:

29 augustus 2012 – De kamer van beroep neemt akte van de afstand van beroep.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep neemt akte van de afstand van het beroep.

 

2012_14: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2012_14_dd.20120822.pdf (206 kB)

 

Feit:

Uw gezag als leraar aanwenden om leerlingen tijdens de lesuren arbeid te laten verrichten in uw persoonlijk voordeel; leerlingen deze arbeid te laten verrichten zonder medeweten van de directie in een klaslokaal dat hiervoor niet is uitgerust en in een werkpost lassen die helemaal niet beantwoordt aan de veiligheidsnormen; leerlingen verplichten zonder medeweten van de directie, gebruik te maken van een zelf geconstrueerd werktuig, dat niet beantwoordt aan de veiligheidsnormen; het welbewust afdekken van grondstoffen en afgewerkte producten met doeken om ze op die manier aan het oog te onttrekken van de directie en van andere personen en ze ongezien door leerlingen te laten transporteren van en naar uw privévoertuig; het onder druk zetten van leerlingen en hen zelfs te bedreigen om niets te vertellen over deze activiteiten.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

22 augustus 2012 – de tuchtmaatregel van het ontslag wordt vernietigd – de tuchtmaatregel van de schorsing van 1 jaar met ingang van 1 september 2012 tot en met 31 augustus 2012 wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep is met de verwerende partij van oordeel dat het zonder toelating eigen materialen door de leerlingen laten bewerken en het voor privédoeleinden bestemmen een zeer ernstige deontologische tekortkoming is. De kamer ziet het als een verzwarende omstandigheid dat de verzoeker in eerste instantie voorhield dat hij zelf die materialen zou bewerken buiten de schooluren.

Ter zitting baseert verzoeker zijn verweer sterk op de moeilijke omstandigheden om met weinig materialen en een beperkt uitgerust lokaal de opgelegde doelstellingen te realiseren. De Kamer ziet hierin een verzachtende omstandigheid en meent in de tussenkomst van de verzoeker ook een reële bekommernis voor de goede werking van de school te kunnen vaststellen.

 

2012_13: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2012_13_dd.20120702.pdf (114 kB)

 

Feit:

Het afleggen van leugenachtige verklaringen ten aanzien van de directie en ten aanzien van derden m.n. een arts, alsmede het gebruik van onjuiste en/of valse attesten ter rechtvaardiging van zijn afwezigheid, terwijl u zich in Engeland bevond; een onwettige afwezigheid en het zonder voorafgaande toestemming van de directie herhaald en systematisch onderbreken van zijn ambt onder het voorwendsel ziek te zijn, zonder dit met bewijsstukken te staven en de controle van arbeidsongeschiktheid te weigeren; het systematisch en herhaald aannemen van een onrespectvolle, agressieve en beledigende houding ten overstaan van het directieteam met miskenning van hun hiërarchisch gezag en bevoegdheden en het verbaal en schriftelijk aan negatieve beeldvorming doen zelfs ten overstaan van derden en dit in strijd met de afsprakennota.

Bestreden maatregel:

Terbeschikkingstelling voor een periode van 2 jaar.

Beslissing in beroep:

2 juli 2012 – De terbeschikkingstelling voor een periode van 2 jaar wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Verzoekende partij roept de schending in van het Statuut van de vakbondsafvaardiging. De leiding van de vakbond antwoordt dat deze feiten geen verband houden met de vakbondsactiviteit, maar benadrukt dat dit antwoord enkel betrekking heeft op de in de brief van de inrichtende macht vermelde feiten. Achteraf wordt de tenlastelegging nog uitgebreid.
Met de verzoekende partij wijst de Kamer op de afsprakennota. De feiten waarop deze nota betrekking heeft en die zich nog voor deze datum hebben voorgedaan zijn dus bekend aan de macht. Tenzij het om een voortdurende houding zou gaan kunnen ze niet meer worden ingeroepen als zelfstandige tuchtfeiten die de tuchtstraf verantwoorden.
De tweede tenlastelegging heeft betrekking op de ongewettigde afwezigheid en het zonder voorafgaande toestemming van de directie herhaald en systematisch onderbreken van zijn ambt onder het voorwendsel ziek te zijn. De verwerende partij ziet hierin één tuchtrechtelijke feitelijkheid.
De Kamer meent dat de afwezigheid voor het bijwonen van een voetbalwedstrijd in Engeland moet worden beschouwd als een eenmalig feit. De afwezigheden wegens ziekte deden zich voor in een aaneengesloten periode van 9 dagen. In voorliggend geval gaat het om twee heel precies in de tijd gesitueerde gegevens.
Heel wat tekortkomingen doen zich gedeeltelijk nog voor het opmaken van de afsprakennota voor. Maar ook wat zich in de dagen daarna heeft afgespeeld kan naar het oordeel van de Kamer niet anders dan bekend geweest zijn aan de inrichtende macht. De verwerende partij is van oordeel dat zij deze feiten toch nog als tuchtfeiten kan inroepen omdat zij getuigen van een algemene houding die ook binnen de verjaringstijd tot nieuwe, gelijkaardige incidenten heeft geleid. De Kamer is van oordeel dat in een welbepaalde periode te situeren gedragingen die blijk geven van een later terugkomend reactiepatroon van de verzoeker, niet volstaan om te spreken van een algemene houding die zo constant aanwezig is dat zou moeten worden aangenomen dat de verjaring daardoor niet heeft kunnen lopen. De Kamer neemt anderzijds wel aan dat deze feiten, wanneer zich later nieuwe gelijkaardige feiten voordoen binnen de lopende verjaringstermijn, kunnen worden ingeroepen als een bewijs van recidive, wat als een verzwarende omstandigheid geldt bij het bepalen van de strafmaat voor nieuwe feiten.
Met de verwerende partij is de Kamer van oordeel dat de feiten zwaarwegend zijn: het gaat allereerst om een geplande afwezigheid, waarvan het onwettig karakter verborgen wordt gehouden met leugenachtige verklaringen en gebruik van onjuiste attesten. Deze ontkenning wordt maandenlang volgehouden tot bij het tuchtverhoor. Dat verzoeker voor de afwezigheid een vakbondsactiviteit inroept en daarmee doelbewust misbruik van het vertrouwen dat in hem gesteld wordt als vakbondsafgevaardigde, moet worden beschouwd als een bijzonder verzwarende omstandigheid.

 

2012_12: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2012_12_dd.20120627.pdf (191 kB)

 

Feit:

Ernstige professionele en deontologische fouten, grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van leerlingen.

Bestreden maatregel:

Schorsing voor een periode voor 4 maand van 1 mei 2012 tot 31 augustus 2012.

Beslissing in beroep:

27 juni 2012 – De tuchtmaatregel van de schorsing voor 4 maand wordt bevestigd met dien verstande dat de schorsing nu ingaat op 1 juli en loopt tot en met 26 oktober 2012.

Grond van de zaak:

Verzoekende partij erkent de feiten en geeft toe dat hij in de fout is gegaan.
Verwerende partij benadrukt de ernst van de feiten: de betrokken leerlinge in het BUSO heeft een kwetsbare persoonlijkheid; bezwarende omstandigheden zijn dat het chatten gedeeltelijk plaatsvond tijdens uren dat de leerlinge in de les zat; grensoverschrijdende inhoud met een voorstel om samen op reis te gaan; dat verzoeker nog probeerde gedaan te krijgen dat de betrokken leerlinge alles geheim zou houden en de belastende gesprekken zou wissen.
De Kamer van beroep kan niet anders dan de verwerende partij bijtreden waar zij op de ernst van de feiten wijst en de verschillende bezwarende omstandigheden benadrukt. De Kamer behoudt de strafmaat.

 

2012_11: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2012_11_dd.20120606.pdf (33 kB)

 

Feit:

Herhaalde woede-uitbarstingen en verbale agressie ten aanzien van ouders, leerlingen en collega’s ondanks eerdere correctiegesprekken; verbale agressie ten aanzien van een leerling en collega’s in het bijzijn van ouders die hun kind kwamen inschrijven; verbale agressie ten aanzien van de zorgcoördinator in het bijzijn van leerlingen; herhaalde negatieve uitlatingen over de school en haar opvoedingsproject ten aanzien van ouders en leerlingen.

Bestreden maatregel:

Afhouding van 1/5 van de wedde gedurende 15 dagen.

Beslissing in beroep:

6 juni 2012 – De tuchtmaatregel van de afhouding van 1/5 van de wedde gedurende een periode van 15 dagen wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Verzoekende partij stelt de vraag of het verweerschrift tijdig is ingediend. De Kamer oordeelt dat het verweerschrift tijdig werd ingediend.
Verzoekende partij vraagt de nietigverklaring van het tuchtdossier. In de rechtspraak van de Raad van State en van de Kamer van beroep wordt aanvaard dat verjaarde feiten ingeroepen worden om een voortdurende houding te illustreren.
Ter zitting roept de verzoekende partij in dat de verklaringen van de leerlingen werden verzameld zonder dat de verzoeker daarbij werd betrokken. Verwerende partij roept in dat het huidige dossier niet om getuigenverhoor gaat, maar om verklaringen van betrokkenen.
De Kamer van beroep stelt dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen het opmaken van het tuchtdossier en het verhoor van getuigen na het afsluiten daarvan. De tuchtoverheid kan getuigen vragen verklaringen af te leggen over de feiten die ze hebben waargenomen, op voorwaarde dat zij de verklaringen opneemt in het tuchtdossier, ze aan het betrokken personeelslid meedeelt en hem de gelegenheid biedt zijn verweer daartegen te voeren.
De Kamer is van oordeel dat de eenstemmige verklaringen in het dossier overtuigend aantonen dat verzoeker zich herhaaldelijk schuldig heeft gemaakt aan verbale agressie allereerst tegenover leerlingen en zich in ongepaste omstandigheden negatief heeft uitgelaten over de school.

 

2012_10: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2012_10_dd.20120606.pdf (22 kB)

 

Feit:

Het niet respectvol omgaan met schoolbestuur en directie; een gebrek aan discretie bij het uitoefenen van uw job binnen de school; het niet altijd correct uitvoeren van de u opgelegde taken.

Bestreden maatregel:

Meedelen inzetten tuchtprocedure.

Beslissing in beroep:

6 juni 2012 - De kamer stelt vast dat de verzoekende partij het ingediende beroep intrekt.

Grond van de zaak:

De verzoekende partij interpreteert de brief van de verwerende partij als een mededeling van een beslissing tot opleggen van een preventieve (of tuchtrechtelijke) schorsing.

 

2012_09: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2012_09_dd.20120510.pdf (30 kB)

 

Feit:

Klachten van leerlingen; de geformuleerde repliek niet als voldoende overtuigend wordt beschouwd om de noodzakelijke garantie te bieden dat de goede werking van de school en het welzijn van de betrokken leerlingen verzekerd is wanneer u verder blijft functioneren temeer daar u toegeeft expliciet seksueel getinte uitspraken te hebben gedaan t.o.v. de leerlingen die aangeven hierdoor geschokt te zijn en wat betreft het misbruik van uw macht als leraar u een aanmatigende houding blijft aannemen en niet begrijpt dat u hiermee bedreigend overkomt; het blijven minimaliseren en bagatelliseren terwijl dit niet strookt met pedagogisch gedrag als leraar.

Bestreden maatregel:

Preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

10 mei 2012 - De beslissing tot opleggen van de preventieve schorsing van 30 maart 2012 wordt vernietigd..

Grond van de zaak:

Verzoekende partij voert aan dat de aanwezigheid niet onverenigbaar was met het belang van de dienst en verwijst daarbij naar de relatief lange periode van gedulde aanwezigheid tussen het indienen van de klacht en het opleggen van de preventieve schorsing. De verwerende partij verwijst naar het intern overleg en de praktische bezwaren.
De Kamer van beroep is van oordeel dat toch de vraag moet worden gesteld of de raad van bestuur niet sneller tot een beslissing zou gekomen zijn indien de aanwezigheid werkelijk als ernstig bedreigend zou zijn ingeschat.

De Kamer stelt vast dat alle tenlasteleggingen gesitueerd zijn in het klaslokaal, verbaal van aard zijn en niet kunnen worden omschreven als een vorm van grensoverschrijdend gedrag.De Kamer wijst er op dat het hier gaat om leerlingen uit het vierde jaar secundair onderwijs, die terecht mogen eisen dat ze niet met een dergelijk gedrag geconfronteerd zouden worden, maar anderzijds kunnen geacht worden over voldoende maturiteit en weerbaarheid te beschikken om desnoods hieraan tijdelijk een plaats te geven.

 

2012_08: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2012_08_dd.20120425.pdf (30 kB)

 

Feit:

Niet naleven van de regelgeving met betrekking tot de controle op ziekte; verblijf gedurende ziekteperiode in het buitenland zonder het controleorgaan hiervan te verwittigen; tijdens ziekteperiode ook niet bereikbaar voor de school.

Bestreden maatregel:

Twee maanden schorsing.

Beslissing in beroep:

25 april 2012 – De tuchtmaatregel van twee maanden schorsing wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Verzoekende partij ontkent de feiten niet maar relativeert het belang van haar bereikbaarheid. De verwerende partij duidt op een voorbedachtheid van verzoekende partij.
De Kamer van beroep is van oordeel dat de verwerende partij terecht zwaar tilt aan de lakse manier waarop de verzoekende partij is omgegaan met de regelgeving betreffende het ziekteverlof en de controle daarop. De Kamer is van oordeel dat wie de geldigheid van een afhouding van salaris wegens afwezigheid betwist daarmee met zekerheid ook voorwendt niet afwezig te zijn geweest.

 

2012_07: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2012_07_dd.20120418.pdf (29 kB)

 

Feit:

Een klacht met betrekking tot ongewenste aanrakingen ten aanzien van een aantal minderjarige leerlingen.

Bestreden maatregel:

Preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

18 april 2012 - Het beroep tegen de beslissing tot opleggen van de preventieve schorsing wordt verworpen.

Grond van de zaak:

Verzoekende partij ontkent maar aanvaardt dat een onderzoek moet worden ingesteld.
Verwerende partij beroept zich op “le criminel tient le civil en état”. Zij gaat er van uit dat zij verplicht was om een onderzoek in te stellen, afhankelijk van het strafonderzoek.
De Kamer heeft er, aansluitend bij de rechtspraak van de Raad van State ter zake, reeds enkele malen op gewezen dat een tuchtoverheid al het mogelijke moet doen om de periode van onzekerheid voor het personeelslid zo kort mogelijk te houden.

 

2012_06:pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2012_06_dd.20120314.pdf (212 kB)

 

Feit:

Feiten die betrekking hebben op de fysieke en psychische veiligheid van de leerlingen.

Bestreden maatregel:

Preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

20 maart 2012 - de beslissing tot het opleggen van de preventieve schorsing van 13 februari 2012 wordt vernietigd - de preventieve schorsing met effectieve ingang op 31 januari 2012 en voor de duur van het tuchtonderzoek wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

De verwerende partij legt geen document voor waaruit blijkt dat enkel de leden van de tuchtcommissie de beslissing hebben genomen.
Het recht om gehoord te worden wordt uitdrukkelijk toegekend in artikel 8, § 2 van het tuchtbesluit. Uit dit recht volgt dat enkel kunnen beslissen over de tuchtstraf personen die ook het personeelslid hebben gehoord.
De Kamer is van oordeel dat de inherente motivering voor deze rechtspraak bij het nemen van de tuchtbeslissing evengoed geldt voor het opleggen of bevestigen van een preventieve schorsing na verhoor. Nu de verwerende partij niet aantoont dat de rechten van de verdediging op dit punt werden geëerbiedigd, oordeelt de Kamer dat de beslissing moet worden vernietigd.

De Raad van State oordeelt dat de bevoegdheid van de Kamer van beroep om te beslissen in laatste aanleg, inhoudt dat het beroep devolutieve werking heeft. Daardoor is het dossier definitief onttrokken aan het eerst beslissende orgaan.

De 2e beslissing bevestigt "de preventieve schorsing bij hoogdringendheid" die inging op 31 januari 2012.
De periode van preventieve schorsing voor het verhoor moet worden geacht haar rechtsgrond te vinden in de tweede beslissing die genomen is na verhoor.

 

2012_05:pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2012_05_dd.20120314.pdf (202 kB)

 

Feit:

Vervreemden gelden.

Bestreden maatregel:

Ontslag om dringende reden.

Beslissing in beroep:

14 maart 2012 - het ontslag om dringende reden wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

Verzoekende partij voert aan dat de feiten al meer dan drie dagen bekend waren aan de verwerende partij en dat het ontslag laattijdig is gegeven.
Met de verwerende partij neemt de kamer aan dat dit niet geldt voor het ene feit dat in de ontslagbrief wordt ingeroepen.
Naar het oordeel van de kamer van beroep heeft verzoeker een ernstige fout gemaakt.
Maar uit de context waarin dit gebeurde oordeelt de kamer dat aan de tekortkoming niet het karakter van een dringende reden voor een onmiddellijk ontslag kan worden gegeven.

 

2012_04:pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2012_04_dd.20120307.pdf (149 kB)

 

Feit:

Misbruik maken van uw gezag als opvoeder om grensoverschrijdende voorstellen te doen naar interne meisjesleerlingen toe; leerlingen aanzetten tot het overtreden van het internaatsreglement en het miskennen van uw voorbeeldfunctie als opvoeder.

Bestreden maatregel:

Ontslag om dringende redenen.

Beslissing in beroep:

7 maart 2012 - het ontslag om dringende redenen wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

De kamer stelt vast dat het art. 24 van het decreet niet nader bepaalt welke procedure moet worden gevolgd bij een ontslag om dringende redenen en niet voorschrijft dat de betrokkene moet worden gehoord vooraleer het ontslag wordt gegeven. Wel wordt het horen van de betrokkene beschouwd als een morele plicht.
De kamer is van oordeel dat de verwerende partij ter zitting geloofwaardig maakt dat er een verhoor is geweest en dat de inhoud daarvan toch niet zo minimaal was.
De kamer is van oordeel dat de getuigenverklaringen van de leerlingen overeenstemmend zijn en toch voldoende verschillend naar inhoud en verwoording om ze voor geloofwaardig te houden.

 

2012_03:pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2012_03_dd.20120307.pdf (154 kB)

 

Feit:

Het niet persoonlijk en nauwgezet uitvoeren van opgelegde taken; het niet opvolgen van richtlijnen en reglementen; het niet correct omgaan met leerlingen en ouders; het onderbreken van de uitoefening van het ambt en het niet strikt naleven van de uurregeling; het schenden van het ambtsgeheim; het niet doen naleven van het schoolreglement door leerlingen; het gebrek aan respect t.o.v. directie en collega’s; het gebrek aan inzet voor het welzijn van alle leerlingen en het gebrek aan respect voor de fysieke en psychische integriteit van de aan u toevertrouwde leerlingen; het niet uitoefenen van een voorbeeldfunctie.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

7 maart 2012 - de tuchtmaatregel van het ontslag wordt vernietigd - de tuchtmaatregel van de schorsing tot en met 31-12-2012 wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

De kamer stelt vast dat enkel feiten worden vermeld die vallen binnen de lopende verjaringstermijn.
Verder wijst de kamer er op dat het recidief karakter van bepaalde gedragingen die eerst nog geen tuchtfeiten zijn, later wel dat kenmerk kan verlenen.
De kamer is van oordeel dat het bezwaar dat de inrichtende macht nog voor de tuchtprocedure formeel werd gestart de samenstelling van het tuchtdossier zou hebben aangevat, niet griefhoudend is.
De kamer is van oordeel dat niet is aangetoond dat de ziektetoestand van verzoekster van dien aard was dat er bij haar geen enkele schuld meer zou geweest zijn en geen enkel besef van schuld.
De kamer is van oordeel dat de verwerende partij niet anders kon dan beseffen dat de prestaties van verzoekster konden worden beïnvloed door haar gezondheidstoestand.
Het ontslaat de verwerende partij niet van de verplichting om er in de tuchtbeoordeling rekening me te houden.

 

2012_02:pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2012_02_dd.20120208.pdf (188 kB)

 

Feit:

Het slaan op het hoofd van een leerling.

Bestreden maatregel:

Afhouding van één vijfde van het salaris gedurende één maand.

Beslissing in beroep:

8 februari 2012 - De tuchtmaatregel van de afhouding van één vijfde van het salaris gedurende één maand wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Verzoeker ontkent te hebben geslagen en stelt dat hij enkel een schouderklopje zou hebben gegeven.
De ontkenning is naar het oordeel van de kamer in het licht van de getuigenverklaringen niet geloofwaardig.

 

2012_01:pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2012_01_dd.20120118.pdf (207 kB)

 

Feit:

Valsheid in geschrifte, gebruik van valse stukken, huisdiefstal, heling en misbruik van vennootschapsgoederen.

Bestreden maatregel:

21 oktober 2011 - Preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

18 januari 2012 - Het beroep tegen de beslissing tot opleggen van de preventieve schorsing van 21 oktober 2011, door de kamer uitgebreid tot een beroep tegen de beslissing met hetzelfde voorwerp van 30 november 2011 wordt verworpen.

Grond van de zaak:

Op de vraag van de kamer legt de verwerende partij een document voor van 30 november 2011 waarin het schoolbestuur “de preventieve schorsing die inging op 21 oktober 2011 bevestigt voor de duur van het strafonderzoek. Verzoekende partij heeft geen beroep aangetekend tegen de beslissing van 30 november 2011. In overeenstemming met de rechtspraak van de Raad van State ter zake oordeelt de kamer dat het beroep tegen de beslissing van 21 oktober 2011 moet worden uitgebreid tot de bevestigende beslissing van 30 november 2011.
De kamer van beroep stelt vast dat de procedure van beroep tegen een preventieve schorsing niet voorziet in de mogelijkheid om een aanvullende memorie in te dienen. Het beroep moet alle middelen bevatten.
Verzoekende partij voert aan dat het feit dat zij eerst in de beslissing tot preventieve schorsing van 21 oktober 2011 kennis kreeg van het bestaan van een strafklacht, in dit geval zou rechtvaardigen dat zij nog een aanvullend document zou mogen indienen. De kamer is van oordeel dat het argument niet overtuigt. Aangezien het bestaan van een strafklacht wordt ingeroepen als een motief voor het opleggen van de preventieve schorsing had de verzoekende partij zich bij het verhoor op dat punt kunnen verdedigen.

De Kamer van beroep oordeelt over de verwijzing naar het art. 67 eerste lid DRP waarin is bepaald dat de preventieve schorsing kan worden opgelegd wanneer het personeelslid strafrechtelijk wordt vervolgd en naar het tweede lid van datzelfde artikel waarin is gesteld dat de preventieve schorsing kan worden verlengd voor de duur van het strafonderzoek of de strafrechtelijke vervolging voor dezelfde feiten. De kamer verwijst bovendien naar het arrest van de Raad van State nr. 186.389 van 22 september 2008 waarin aan het begrip ‘strafvervolging’ een ruime interpretatie wordt gegeven.

Verzoekende partij vraagt dat de kamer zou vaststellen dat de feiten ten onrechte als strafbare gedragingen worden gekwalificeerd. Dit middel handelt over de grond van de zaak en is onontvankelijk in het kader van de procedure over de voorlopige schorsing.

Zonder op het al of niet bewezen zijn ervan in te gaan is de kamer van oordeel dat de ingeroepen feiten wel ernstig zijn.
De kamer wijst er op dat ook wanneer een strafonderzoek loopt, de tuchtprocedure haar autonomie behoudt. Het bestaan van een strafprocedure ontslaat de inrichtende macht niet van de verplichting om te onderzoeken hoe zij de periode van onzekerheid voor het personeelslid die besloten ligt in de maatregel van de preventieve schorsing, zo kort mogelijk kan houden (Raad van State in het arrest Darville).