Beslissingen Kamer van Beroep 2014 - ( Officieel onderwijs )

 

2014_183: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2014_183_dd.20141126.pdf (156 kB)

 

Feit:

Grensoverschrijdend gedrag ten opzichte van minderjarigen.

Bestreden maatregel:

Preventieve schorsing met inhouding van 1/5 van het bruto-activiteitssalaris.

Beslissing in beroep:

26 november 2014 – Preventieve schorsing wordt bevestigd. De inhouding van 1/5 van het bruto-activiteitssalaris wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

De Kamer van Beroep gaat in het geval van een preventieve schorsing enkel na of de tuchtoverheid al dan niet redelijk is opgetreden bij het nemen van de beslissing in afwachting van de uitslag van het tuchtonderzoek en de aanwezigheid van de verzoeker op de school onverenigbaar is met het belang van de dienst en/of het onderwijs.
Naar het oordeel van de Kamer van Beroep is er reden om de inhoud en de gebruikte bewoordingen in een chatsessie nader te onderzoeken om uit te maken in hoeverre de verzoeker al dan niet tekort is gekomen bij de uitoefening van zijn taak als leerkracht. De Kamer van Beroep is van oordeel dat de inrichtende macht niet onredelijk heeft gehandeld bij het nemen van de beslissing en, in het belang van het onderwijs, de verzoeker voorlopig van school te verwijderen in afwachting van de uitslag van het tuchtrechtelijk onderzoek.

De Kamer van beroep herinnert eraan dat een ernstige maatregel zoals het inhouden van de wedde niet kan opgelegd worden zonder dat in de beslissing de redenen worden vermeld waarom het algemeen belang vereist dat die inhouding wordt opgelegd. De Kamer van Beroep stelt vast dat de bestreden beslissing daarvoor geen enkele reden opgeeft en dat bijgevolg de motiveringsplicht is geschonden.

 

2014_182: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2014_182_dd.20141126.pdf (213 kB)

 

Feit:

Frauderen met ambtsopdrachten met als doel bepaalde personeelsleden financieel te bevoordelen, personeelsleden niet respectvol behandelen, decretale en rechtspositionele rechten van medewerkers schenden, het provinciaal belang in het gedrang brengen, onjuist inlichten van een personeel, stagebegeleiding niet faciliteren, geen externe leden deel laten uitmaken van de jury van de geïntegreerde proef, de privacy van personeelsleden van de school schenden en communicatie manipuleren door mails te laten verdwijnen.

Bestreden maatregel:

Preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

26 november 2014 – Preventieve schorsing wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

De verzoeker beklaagt zich over de niet-naleving van de hoorplicht. Uit de voorgelegde stukken blijkt echter dat de verzoeker tijdig is uitgenodigd om voorafgaand aan de preventieve schorsing gehoord te worden en de gelegenheid heeft gehad om zijn argumenten naar voren te brengen tegen een preventieve schorsing.

Zonder zich uit te spreken over de vraag of de voormelde tenlasteleggingen geheel of gedeeltelijk, al dan niet als tuchtrechtelijke tekortkomingen kunnen worden weerhouden, kan de Kamer van Beroep er niet omheen dat aan de verzoeker een aantal ernstige feiten en misdragingen ten laste worden gelegd, die verder moeten onderzocht worden. De Kamer van Beroep is van oordeel dat in het belang van het onderzoek en om het onderzoek in alle sereniteit te laten verlopen, het geoorloofd is dat de verzoeker tijdens de duur van het onderzoek niet op de school aanwezig is.

 

2014_181: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2014_181_dd.20141015.pdf (201 kB)

 

Feit:

Uiterlijke tekenen van drankmisbruik op het werk.

Bestreden maatregel:

Ontslag bij tuchtmaatregel.

Beslissing in beroep:

15 oktober 2014 – Ontslag bij tuchtmaatregel wordt vernietigd. Bij tuchtmaatregel wordt een terbeschikkingstelling van één jaar opgelegd.

Grond van de zaak:

De Kamer van Beroep gaat ervan uit dat de feiten vermeld in het tuchtdossier voldoende bewijskrachtig zijn aangetoond en de gedragingen hun oorzaak vinden in het alcoholprobleem van de verzoeker. De Kamer van Beroep is echter van oordeel dat het ontslag een te zware sanctie is die abrupt een einde stelt aan de jarenlange loopbaan van de verzoeker. De Kamer van Beroep houdt o.a. rekening met de preventieve schorsing van één jaar en de afwezigheid van vroegere tuchtmaatregelen.
 

 

2014_180: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2014_180_dd.20141015.pdf (204 kB)

 

Feit:

Uiterlijke tekenen van drankmisbruik op het werk.

Bestreden maatregel:

Ontslag bij tuchtmaatregel.

Beslissing in beroep:

15 oktober 2014 – Ontslag bij tuchtmaatregel wordt vernietigd. Een schorsing van één jaar wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

In het tuchtdossier zijn voldoende stukken neergelegd dat de verzoeker tekort is gekomen aan de plichten die hij moet naleven bij het uitoefenen van zijn opdracht. De Kamer van Beroep is echter van oordeel dat het ontslag een te zware sanctie is die een terugkeer naar de school definitief onmogelijk maakt.

 

2014_179: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2014_179_dd.20140827.pdf (157 kB)

 

Feit:

Grensoverschrijdend gedrag ten opzichte van minderjarigen.

Bestreden maatregel:

Ontslag om dringende redenen.

Beslissing in beroep:

27 augustus 2014 – Ontslag om dringende reden wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

De bewering van verwerende partij dat het beroepschrift onontvankelijk is omdat het enkel ondertekend is door een jurist bij een vakbondsorganisatie zonder dat hij een schriftelijk mandaat heeft neergelegd, kan niet bijgetreden worden. Zowel in het Decreet Rechtspositie als in het Besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 1991 wordt de “raadsman” beschreven. Het optreden van een jurist als vertegenwoordiger van een erkende vakorganisatie wordt expliciet opgenomen.

De Kamer van Beroep herinnert eraan dat de termijn van drie werkdagen waarbinnen het ontslag moet gebeuren, aanvangt de dag na de kennisname van de feiten die het ontslag rechtvaardigen en uit de rechtspraak blijkt dat indien het een collegiaal orgaan betreft de vervaltermijn aanvangt op het ogenblik dat minstens één lid van het collegiaal orgaan kennis heeft van de feiten.

De ontslagbrief en het bijgevoegde besluit van het College van Burgemeester en Schepenen bevatten geen afdoende redenen waarom de verzoeker om dringende redenen werd ontslagen. De blote verwijzing naar de “ernst van de ten laste gelegde feiten, … zoals geverbaliseerd en in onderzoek door de gerechtelijke diensten” voldoet niet aan de vereiste motiveringsplicht.

 

2014_178: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2014_178_dd.20140827.pdf (213 kB)

 

Feit:

Grensoverschrijdend gedrag ten opzichte van minderjarigen.

Bestreden maatregel:

Ontslag om dringende redenen.

Beslissing in beroep:

27 augustus 2014 – Ontslag om dringende reden wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

De termijn van 5 kalenderdagen om een ontvankelijk beroep in te stellen vangt aan de dag volgend op de afgifte van de aangetekende zending met de motivering aan de geadresseerde of wanneer de zending niet kan overhandigd worden wegens afwezigheid, een bericht in de brievenbus werd achterhalen waarin de betrokkene ervan verwittigd wordt dat de zending in het postkantoor kan worden afgehaald.

De bewering van verwerende partij dat het beroepschrift onontvankelijk is omdat het enkel ondertekend is door een jurist bij een vakbondsorganisatie zonder dat hij een schriftelijk mandaat heeft neergelegd, kan niet bijgetreden worden. Zowel in het Decreet Rechtspositie als in het Besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 1991 wordt de “raadsman” beschreven. Het optreden van een jurist als vertegenwoordiger van een erkende vakorganisatie wordt expliciet opgenomen.

In tegenstelling met de bewering van verzoeker dat de ontslagbeslissing zou genomen zijn door de stadsecretaris, wordt in de ontslagbrief enkel meegedeeld dat een einde wordt gemaakt aan de arbeidsovereenkomst zonder dat uit de brief kan afgeleid worden dat de stadssecretaris de beslissing heeft genomen.

De Kamer van Beroep beschouwt de tenlasteleggingen als een ernstige tekortkoming in de uitoefening van de opdracht van de verzoeker en een inbreuk op de plichten die hij diende na te komen in de uitoefening van zijn opdracht.

 

2014_177: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2014_177_dd.20140827.pdf (108 kB)

 

Feit:

Opzettelijke slagen en verwondingen aan minderjarige leerlingen; in bezit zijn van beelden met pornografisch karakter waarbij minderjarigen betrokken zijn.

Bestreden maatregel:

Preventieve schorsing bij hoogdringendheid met inhouding van één vijfde van het laatste bruto-activitetissalaris.

Beslissing in beroep:

27 augustus 2014 – Preventieve schorsing wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

De Kamer van Beroep gaat in het geval van een preventieve schorsing enkel na of de tuchtoverheid al dan niet redelijk is opgetreden bij het nemen van de beslissing in afwachting van de strafrechtelijke vervolging en/of van het tuchtonderzoek.
Door de herbevestiging van de hoogdringende preventieve schorsing heeft de beslissing van herbevestiging het karakter gekregen van een eigen beslissing die de eerste beslissing heeft opgeslorpt en de beslissing van herbevestiging nog alleen gelding heeft in het rechtsverkeer
De Kamer van Beroep is van oordeel dat de feiten en misdragingen waarvoor de verzoeker zich moet verantwoorden de waardigheid van het ambt in het gedrang brengen, de reputatie van de school schade kunnen berokkenen en de plichten als leerkracht, zoals in het decreet rechtpositie vermeld, in het gedrang kunnen komen. Om die reden is de Kamer van Beroep van oordeel dat de inrichtende macht niet onredelijk heeft gehandeld bij het nemen van de beslissing.

 

2014_176: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2014_176_dd.20140910.pdf (219 kB)

 

Feit:

Middenvinger opsteken naar leerlingen, lessen van andere leerkrachten vragen aan leerlingen en feestje beloven als ze zwijgen, school voortijdig verlaten, materiaal van andere leerkrachten gebruiken zonder te vragen, geen werkkledij en nodige bescherming, leerlingen laten rusten omdat ze net een kast zouden verplaatst hebben, inrichting van een gedeeld lokaal zonder akkoord wijzigen, school verlaten wegens ziekte maar wel bijberoep als chauffeur uitvoeren, afwezig wegens zitting voor de rechtbank zonder attest van de rechtbank binnen te brengen, ongepast taalgebruik t.a.v. de leerlingen, leerlingen droppen bij leerkracht die op dat moment hetzelfde klaslokaal heeft en dan naar huis gaan, wedden voor 50 euro dat een bepaalde leerling het einde van de maand niet zal halen, zich negatief uitlaten over een collega leerkracht ten overstaan van de leerlingen, te laat TBS melden aan de directeur en dit achteraf doen met een geantidateerde brief en bedreiging ten laste van collega’s en familieleden.

Bestreden maatregel:

Ontslag bij tuchtmaatregel.

Beslissing in beroep:

20 augustus 2014 – Ontslag bij tuchtmaatregel wordt vernietigd – er wordt geen tuchtstraf opgelegd.

Grond van de zaak:

Verzoekende partij beweert dat de ontslagbeslissing nietig is omdat een schepen die niet aanwezig was tijdens de hoorzittingen, deelgenomen zou hebben aan de beraadslaging van de tuchtbeslissing. De Kamer van Beroep vestigt er de aandacht op dat uit de kopie van de notulen van de zitting van het College van Burgemeester en Schepenen tijdens welke de ontslagbeslissing is genomen, blijkt dat de vernoemde schepen de zitting heeft verlaten voor de behandeling van de tuchtzaak. De Kamer van Beroep geeft toe dat in het uittreksel van de notulen, een materiële vergissing is geslopen door in de aanhef de vernoemde schepen als aanwezig te vermelden i.p.v. afwezig zoals dit uit de authentieke notulen blijkt.

Devolutieve werking heeft tot gevolg dat de eventuele gebreken in de procedure, die de tuchtoverheid zelf heeft begaan, kunnen worden rechtgezet of hersteld in de procedure voor de Kamer van Beroep, behalve wat de regels betreft m.b.t. de verjaring van de tuchtfeiten en de voorschriften die op straffe van onontvankelijkheid of van nietigheid zijn voorgeschreven.

De Kamer van Beroep stelt vast dat de verwerende partij overtuigingsstukken heeft neergelegd maar dat toch een aantal stukken niet voorhanden zijn om de Kamer toe te laten haar bevoegdheid ten volle uit te oefenen.

De lange lijst van tekortkomingen wordt ten laste gelegd zonder dat alle beweerde feiten en misdragingen in tijd en ruimte kunnen worden gesitueerd en zonder dat de verzoeker op het ogenblik van de feiten is geconfronteerd met zijn handelwijze. Uit de neergelegde stukken blijkt evenmin dat door de directie een nader onderzoek is gedaan naar de waarachtigheid van de feiten en misdragingen. Een aantal beweerde tekortkomingen horen eerder thuis in een evaluatieproces van de betrokken leerkracht en zijn op zich onvoldoende zwaarwichtig om als een tuchtrechtelijke tekortkoming in aanmerking te komen. De Kamer van Beroep beseft dat bepaalde handelingen en gedragingen niet altijd overeenstemmen met de deontologie van de leerkracht en kunnen wegen op de normale werking van de school maar de Kamer ziet niet in dat in voorliggend geval de handelwijze van de verzoeker gedurende de enkele dagen dat hij begin september werkzaam was in de school, zodanig heeft gewogen op de werking van de school dat zijn handelwijze onmiddellijk als een tuchtrechtelijke tekortkoming moet worden beschouwd.

Er is een onredelijk lange periode tussen de beweerde misdragingen en de mededeling aan de tuchtoverheid.

Omwille van de aard van de vermelde feitelijkheden en de vaststelling dat een aantal feiten geen echte tuchtrechtelijke tekortkomingen zijn en voor de overige feiten er twijfel bestaat over de waarachtigheid van de misdragingen, wordt geen tuchtstraf opgelegd.
 

 

2014_175: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2014_175_dd.20140611.pdf (88 kB)

 

Feit:

Opzettelijke slagen en verwondingen aan minderjarige leerlingen; in bezit zijn van beelden met pornografisch karakter waarbij minderjarigen betrokken zijn.

Bestreden maatregel:

Preventieve schorsing bij hoogdringendheid met inhouding van één vijfde van laatste bruto-activitetissalaris.

Beslissing in beroep:

11 juni 2014 – De Kamer van Beroep kan geen uitspraak doen.

Grond van de zaak:

De Kamer van Beroep voor het Gemeenschapsonderwijs verklaart een beroep onontvankelijk en beslist om dat ingediende beroep door te sturen naar de Kamer van Beroep voor het gesubsidieerd officieel onderwijs. Deze laatst genoemde Kamer van Beroep neemt kennis van de beslissing van de Kamer van Beroep voor het Gemeenschapsonderwijs en stelt vast dat er geen beroepschrift is ingediend dat voldoet aan de vormvereisten.
 

 

2014_174: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2014_174_dd.20140611.pdf (149 kB)

 

Feit:

Zwartwerk, administratieve fouten op regelmatige basis, zonder opzegbrief en zonder het college van Burgemeester en Schepenen in te lichten toelating geven voor het nemen van het ontslag van een personeel.

Bestreden maatregel:

Schorsing van 4 maanden.

Beslissing in beroep:

11 juni 2014 – Schorsing van 4 maanden wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

De termijn van zes weken om een tuchtbeslissing te nemen na het opmaken van het proces-verbaal van het verhoor is gerespecteerd; de beweerde onvoldoende motivering van de tuchtbeslissing is voor de Kamer van Beroep onmogelijk na te gaan gezien de tuchtoverheid geen tuchtdossier heeft neergelegd. Het beroep heeft een devolutieve werking en de Kamer van Beroep onderzoekt de zaak in haar geheel en in al haar aspecten. De Kamer van Beroep beschikt in dit geval niet over alle gegevens en documenten om haar bevoegdheid uit te oefenen.
 

 

2014_173: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2014_173_dd.20140205.pdf (171 kB)

 

Feit:

Schending van de rechten van leerlingen en van tuchtprocedures en inschrijvingsprocedures; schending van het pedagogisch project; onevenredige toebedeling van financiële middelen binnen de school; schending van art. 11 van het rechtspositiedecreet (gedrag).

Bestreden maatregel:

Terugzetten in rang.

Beslissing in beroep:

5 februari 2014 – Terugzetting in rang wordt vernietigd– Schorsing van 1 jaar wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

Het niet vermelden van dat een aanwezigheidsquorum werd bereikt, kan niet de voorbereidende beslissing, maar enkel de eindbeslissing aantasten wanneer die onwettigheid een determinerende invloed heeft op de eindbeslissing of geacht mag worden een dergelijke invloed te hebben gehad; een nietige oproepingsbrief voor een verhoor kan rechtgezet worden door een nieuwe oproepingsbrief die wel voldoet aan de bepalingen van het Besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 1991; de bevoegdheid van de tuchtoverheid wordt betwist, toch uit de voorgelegde stukken blijkt dat de instantie die als tuchtoverheid is opgetreden de bevoegdheid hiervoor heeft gekregen bij delegatie; een ondertekening van een oproepingsbrief en het onderzoeksverslag door dezelfde persoon schendt het onpartijdigheidsbeginsel niet gezien het feit dat de ondertekening van de oproepingsbrief in hoofde van een loutere uitvoeringstaak gebeurt is; verzoeker werpt op dat één van de tuchtonderzoekers tijdens de tuchthoorzitting aanwezig was, maar uit het dossier blijkt niet dat die tuchtonderzoeker aanwezig was tijdens de beraadslaging van de bestreden beslissing, hierdoor zijn de rechten van de betrokkenen niet geschonden; voor de straftoemeting kan rekening gehouden worden met een doorgehaalde tuchtstraf, toch de Kamer van Beroep vindt geen aanwijzingen dat de vroegere tuchtstraf een invloed zou hebben gehad bij de gegrondverklaring van de ten laste gelegde tekortkomingen; de Kamer van Beroep ziet niet in op welke wijze de raadpleging van bepaalde stukken met betrekking tot het tuchtonderzoek op het intranet de eigenlijke tuchtprocedure zou hebben geraakt; de Kamer van Beroep heeft een devolutieve werking waardoor de gebreken in de procedure, die door de tuchtoverheid zijn begaan, rechtgezet of hersteld kunnen worden, behalve de substantiële vormvereisten of voorschriften die op straffe van onontvankelijkheid of van nietigheid zijn voorgeschreven.

De verjaringstermijn vertrekt vanaf de kennisgeving van het opstarten van een tuchtprocedure en de tuchtoverheid mag enkel rekening houden met de feiten die binnen een vervaltermijn van 6 maanden voorafgaand aan die kennisgeving vastgesteld zijn of waarvan kennis is genomen; onvoldoende toezicht op niet altijd of gebrekkig naleven van de procedures inzake inschrijvingen en tucht bij leerlingen; hetzelfde geldt ook voor het feit dat de leerlingen naar huis werden gestuurd omdat de schoolfactuur nog niet was betaald; aankopen buiten het raamcontract, het aanvaarden van relatiegeschenken en het toelaten van een “zwarte kas” zijn ernstige tekortkomingen; het gedrag en de houding van de verzoeker o.a. tijdens het kerstfeestje van 2012 is in tegenspraak met haar voorbeeldfunctie.
De Kamer van Beroep is echter van oordeel dat terugzetting in rang een te zware tuchtstraf is voor de weerhouden tekortkomingen en een einde stelt aan haar loopbaan als directrice. De Kamer van Beroep legt een schorsing van 1 jaar op.
 

 

2014_172: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2014_172_dd.20140205.pdf (144 kB)

 

Feit:

Schending van de rechten van leerlingen en van tuchtprocedures en inschrijvingsprocedures; schending van het pedagogisch project; onevenredige toebedeling van financiële middelen binnen de school; schending van art. 11 van het rechtspositiedecreet (gedrag).

Bestreden maatregel:

Terugzetten in rang.

Beslissing in beroep:

5 februari 2014 – De beslissing van 28 augustus 2013 waarbij de beslissing van het Directiecomité van 27 mei 2013 houdende de terugzetting in rang bij tuchtmaatregel wordt vernietigd en de Kamer van Beroep bij tuchtmaatregel de schorsing oplegt voor de duur van één jaar wordt ingetrokken. De Kamer van Beroep beslist de behandeling van de zaak te hernemen worden op het punt van de beraadslaging en over het beroep opnieuw te beraadslagen.

Grond van de zaak:

Intrekking van de beslissing van de Kamer van Beroep wegens tegenstrijdige vermeldingen voor de berekening van de verjaringstermijn en wegens motivering.

 

2014_171: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2014_171_dd.20140115.pdf (146 kB)

 

Feit:

Financiële onregelmatigheden.

Bestreden maatregel:

Ontslag bij tuchtmaatregel.

Beslissing in beroep:

15 januari 2014 – De Kamer van Beroep is niet bevoegd.

Grond van de zaak:

Na de betekening van de beslissing van ontslag bij tuchtmaatregel, tijdens de beroepstermijn, verklaart de pensioencommissie van de administratieve gezondheidsdienst dat de verzoekende partij definitief ongeschikt is om haar functie verder uit te oefenen. De loopbaan van de verzoekende partij in het onderwijs neemt hierbij definitief zijn einde.

De verzoekende partij is geen personeelslid meer. De Kamer van Beroep is daarom niet bevoegd om uitspraak te doen over het beroep tegen de beslissing van ontslag bij tuchtmaatregel.