Beslissingen Kamer van Beroep 2014 - ( Vrij onderwijs )

2014_18: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2014_18_dd.20141210.pdf (222 kB)

 

Feit:

Openlijk kritiek uiten; kwaadspreken over collega’s, collega’s in diskrediet brengen; het gezag van de directeur t.a.v. derden in twijfel te brengen; halsstarrig vasthouden aan pedagogisch onverantwoord handelen; geen puntenboeken kunnen voorleggen, geen stavingstukken kunnen voorleggen, geen reële evaluaties en toetsen kunnen voorleggen en gaan jaarplannen kunnen voorleggen; puntenboeken vervalsen; toestaan dat leerlingen de school verlaten; lesopdracht niet op te nemen; afwezig blijven op de afsluitende schooluitstap; afwezig blijven op een studiedag, personeelsvergadering en adviesvergadering; afwezig blijven op een delibererende klassenraad; zich tijdens de lesopdracht laagdunkend uit te laten over de competenties van leerlingen; … ;

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

10 december 2014 – De tuchtmaatregel van het ontslag wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Het begrip “werkdagen” moet worden begrepen in zijn gebruikelijke betekenis en het omvat aldus als “dag waarop gewerkt wordt” alle dagen van de week, behalve de zon- en feestdagen. Een zaterdag is bijgevolg een werkdag, ook al is hij geen dag van arbeid voor iedereen en ook al zijn de onderwijsactiviteiten in het secundair onderwijs dan opgeschort.

Verzoekende partij vecht de motivering van de beslissing aan, dat de tegenpartij niet duidelijk aantoont op welke gronden de verwerende partij de verklaringen van verzoekster en van een door haar opgeroepen getuige verwerpt en de andere verklaringen in het dossier voor waar houdt. Zij ziet een volstrekte afwezigheid van voldoende duidelijke informatie over de beschuldiging en meer bepaald de bewijzen waarop de diverse tenlasteleggingen gesteund zijn.
Het al of niet gegrond zijn van dit bezwaar moet door de Kamer beoordeeld worden bij het onderzoek van de afzonderlijke tenlasteleggingen.

De Kamer besluit dat er sprake is van ernstige tuchtrechtelijke tekortkomingen. Het komt de Kamer onbegrijpelijk over hoe verzoekende partij, na een eerste tuchtrechtelijke veroordeling waarin een volkomen gelijkaardig uitblijven van positieve respons op een terechte vraag naar verantwoording van haar handelen zwaar heeft doorgewogen, op dit punt in herhaling valt.

Verzoekende partij wordt ervan beschuldigd de reeds bij herhaling opgevraagde puntenboeken te hebben vervalst De tenlasteleggingen zijn verwoord in de termen van het Strafwetboek. Het komt de Kamer niet toe om zich uit te spreken over het al of niet begaan hebben van strafbare feiten.

De Kamer stelt vast dat voor verschillende tenlasteleggingen sprake is van recidive. De Kamer kan het in die omstandigheden en in het licht van het geheel van de vastgestelde tuchtrechtelijke tekortkomingen, niet onredelijk vinden dat de verwerende partij niet wenst in te gaan op het voorstel van de verzoekende partij om haar alsnog een kans te geven.

 

2014_17: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2014_17_dd.20141210.pdf (139 kB)

 

Feit:

-

Bestreden maatregel:

Ontslag om dringende reden.

Beslissing in beroep:

10 december 2014 – Verzoekende partij doet afstand van het ingediende beroep.

Grond van de zaak:

-

2014_16: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2014_16_dd.20141022.pdf (203 kB)

 

Feit:

Het moedwillig niet begeleiden van de leerlingen en uitvoeren van zijn taken; het achterlaten van leerlingen tijdens een studiereis; ongepaste houding binnen de school naar leerlingen die afwijzend en verbaal-agressief overkomt bij kinderen; ongepaste houding naar collega’s; het publiekelijk kwetsend taalgebruik naar een gemeenteraadslid; het meermaals ongepast gedrag wat aanleiding gaf tot het gedwongen verwijderen uit publieke gelegenheden; ongewettigde afwezigheden en te laat komen;

Bestreden maatregel:

Preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

22 oktober 2014 – De preventieve schorsing wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

De Kamer stelt vast dat het niet vermelden van de formaliteiten voor het indienen van het beroep de verzoekende partij niet heeft verhinderd om tijdig en rechtsgeldig beroep aan te tekenen.

De procedure bij een beroep tot preventieve schorsing gaat niet over de grond van de zaak, dat belet niet dat het al of niet bestaan van een tuchtfeit daarin ter discussie kan worden gesteld.

De dag voor de zitting wordt het voorwerp van de tuchtprocedure uitgebreid. De Kamer stelt vast dat het in essentie gaat om feiten die in de oproepingsbrief voor het verhoor waren vermeld, verzoekende partij heeft zich daaromtrent tijdig kunnen verdedigen.

 

2014_15: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2014_15_dd.20141001.pdf (205 kB)

 

Feit:

Tijdelijke opsluiten leerling, klachten van ouders (pedagogisch, didactisch en persoonlijk handelen), houding t.o.v. schooloverheid (verbale agressie, intimidatie, dranklucht).

Bestreden maatregel:

Schorsing voor 5 maanden.

Beslissing in beroep:

1 okt 2014 – De tuchtmaatregel van de schorsing voor 5 maanden wordt vernietigd – de tuchtmaatregel van de schorsing tot 4-1-2015 wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

De tuchtmaatregel steunt op een veelheid van feiten die wijzen op een volgehouden gedrag. Verzoekende partij ontkent grotendeels de ten laste gelegde feiten.
De kamer oordeelt dat de vastgestelde tekortkomingen raken aan de essentie van het functioneren als leerkracht. Ze zijn, blijkens het totale onbegrip van de verzoeker, diep verbonden met de persoonlijke ontwikkeling van de verzoeker.

 

2014_14: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2014_14_dd.20141001.pdf (210 kB)

 

Feit:

Klachten, pesterijen, intimiderend gedrag, moeilijke communicatie.

Bestreden maatregel:

Preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

1 okt 2014 – De preventieve schorsing wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

Voor dezelfde feiten wordt een tweede tuchtprocedure ingezet terwijl een eerste procedure reeds lopende was. Daardoor zou de procesregel dat men de procedurele benadering onderweg niet kan wijzigen en het verbod om tweemaal over dezelfde feiten te oordelen geschonden zijn.
De Kamer oordeelt dat een bestuur het recht heeft om, de kwetsbaarheid van de eerste beslissing inziend, binnen de verjaringstermijnen een nieuwe beslissing te nemen. Zij kan daarbij de eerste beslissing uitdrukkelijk of stilzwijgend intrekken.
De Kamer van beroep is van oordeel men er moet vanuit gaan dat de discussie over de grond van de zaak en de ernst van de ingeroepen feiten pas moet gevoerd worden bij het onderzoek van de tuchtbeslissing en niet naar aanleiding van een beroep tegen een preventieve schorsing. Dat belet evenwel niet dat de verwerende partij moet aantonen hoe de in algemene bewoordingen gegeven verantwoording voor het nemen van de ordemaatregel aansluiting vindt bij de ten laste gelegde feiten.
De Kamer besluit dat in de tenlasteleggingen die voorwerp van het tuchtonderzoek uitmaken, geen aanwijzingen voorkomen die de vrees voor de veiligheid van de kinderen of de personeelsleden zouden wettigen. Voor zover een vertrouwensbreuk wordt ingeroepen ziet de Kamer niet (het doorlichtingsverslag waar deze tenlastelegging op teruggaat wordt uitdrukkelijk buiten de verantwoording van de preventieve schorsing gehouden) welke in het tuchtdossier opgenomen feiten hiervoor als grondslag zouden kunnen dienen.

 

2014_13: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2014_13_dd.20140827.pdf (196 kB)

 

Feit:

Kritiek verwoorden over de gang van zaken; een handgemeen.

Bestreden maatregel:

Schorsing tot 30-09-2014.

Beslissing in beroep:

27 aug 2014 – De tuchtmaatregel van de schorsing tot 30-09-2014 wordt vernietigd – de tuchtmaatregel van de blaam wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

De Kamer wijst op het feit dat in artikel 8, § 5 van het tuchtbesluit het vermelden van een voorstel van tuchtsanctie in de oproepingsbrief op straffe van nietigheid wordt voorgeschreven. De bedoeling daarvan is duidelijk dat de betrokkene zich in elk geval ook tegen de strafmaat moet kunnen verdedigen. Daaruit volgt naar het oordeel van de Kamer dat wanneer de tuchtoverheid wil overgaan tot het opleggen van een zwaardere dan de aanvankelijk aangekondigde tuchtstraf, het personeelslid zich ook tegen deze strafverzwaring moet kunnen verdedigen.
De verzoekende partij stelt de verzwaring van de strafmaat vast bij de mededeling van de tuchtbeslissing. Daardoor zijn de rechten van de verdediging geschonden. De beslissing moet worden vernietigd.
De Kamer is van oordeel dat de bestraffing met een blaam kan volstaan.

 

2014_12: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2014_12_dd.20140827.pdf (194 kB)

 

Feit:

De toenemende moeilijke relatie tussen personeelsleden, leerlingen en ouders; intimidatie en vernedering; de veiligheid van de kinderen en de personeelsleden mogelijk in het gedrang komt.

Bestreden maatregel:

Preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

27 aug 2014 – De ordemaatregel van de preventieve schorsing wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

De verwerende partij bevestigt dat zij niet kan aantonen dat de verzoeker kennis had van de gewijzigde statuten. De statutenwijziging kan derhalve in deze procedure niet worden ingeroepen. De bestreden beslissing is genomen door een op dat ogenblik statutair niet bevoegd orgaan en moet uit het rechtsverkeer worden verwijderd.

 

2014_11: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2014_11_dd.20140826.pdf (208 kB)

 

Feit:

Denigrerende uitspraken; weigeren de modeloplossingen van de examens te bezorgen; het in de leraarskamer ostentatief in de vuilbak gooien van het sinterklaasgeschenk; verbale agressie ten aanzien van leerling;

Bestreden maatregel:

Schorsing van 3 maanden.

Beslissing in beroep:

26 aug 2014 – De tuchtmaatregel van de schorsing van 3 maanden wordt vernietigd – de schorsing tot en met 24 oktober 2014 wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

Het tuchtbesluit legt op straffe van nietigheid de voorwaarden vast waaraan de oproeping voor het tuchtverhoor moet voldoen. In de rechtspraak van de kamers van beroep wordt gesteld dat de ten laste gelegde feiten voldoende precies moeten omschreven zijn. Uit het feit dat het om een strenge vormvoorwaarde gaat volgt dat, wanneer achteraf blijkt dat de verzoekende partij voldoende kennis van zaken had om zich te kunnen verdedigen, niettemin de nietigheid wordt vastgesteld van een oproepingsbrief waarin de feiten niet met de vereiste nauwkeurigheid worden omschreven.

De Kamer stelt vast dat de meerderheid van de tenlasteleggingen niet behouden kunnen worden. Anderzijds is het grof beledigen van een leerling een zware tekortkoming die op zich een ernstige tuchtstraf verantwoordt.

 

2014_10: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2014_10_dd.20140826.pdf (216 kB)

 

Feit:

Het versturen van intimiderende e-mails aan medewerkers en bestuurders

Bestreden maatregel:

Schorsing van 6 maanden.

Beslissing in beroep:

26 aug 2014 – De tuchtmaatregel van de schorsing van 6 maanden wordt vernietigd – de schorsing tot en met 19 december 2014 wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

De Kamer is van oordeel dat het niet onlogisch is dat de voorzitter zelf aan het personeelslid de door de raad van bestuur genomen beslissing meedeelt en de namen bekendmaakt waarmee de verzoeker namens de raad van bestuur zal worden geconfronteerd.

De Kamer van beroep benadrukt het non bis in idem-principe.

De Kamer is van oordeel dat verzoeker het recht heeft om zijn mening te uiten, maar wijst er op dat van een directeur een collegiale opstelling en een grotere terughoudendheid tegenover niet-directieleden wordt verwacht.

De Kamer van beroep benadrukt dat het artikel 124, 4° van de wet op de telecommunicatie niet kan worden ingeroepen om aan een tuchtvergrijp dat via elektronische weg is tot stand gekomen, een tuchtrechtelijke immuniteit te verlenen.

Een personeelslid dat een klacht wegens pesten op het werk - overigens afgesloten met een advies van ongegrondheid - heeft ingediend, kan niet verwachten dat het gedurende de beschermingsperiode van de pestwet ongestraft aan zijn deontologische verplichtingen mag tekortkomen.

 

2014_09: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2014_09_dd.20140619.pdf (217 kB)

 

Feit:

Aanstootgevende foto’s op het internet.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

19 juni 2014 – De tuchtmaatregel van het ontslag wordt vernietigd – de tuchtmaatregel van de blaam wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep benadrukt dat zij enkel uitspraak doet over de bekrachtiging van de tuchtbeslissing en niet over de in ondergeschikte orde uitgesproken ontbinding bij eenzijdige buitengerechtelijke beslissing.
De Kamer van beroep oordeelt dat de tuchtoverheid inderdaad de voorbereiding van de beslissing aan anderen kan opdragen, maar wijst op de vaste jurisprudentie in het tuchtrecht dat de tuchtbeslissing enkel kan worden genomen door leden van de tuchtoverheid die het personeelslid in zijn verdediging hebben gehoord en dus aan het tuchtverhoor hebben deelgenomen.
De Raad van State stelt dat uit het feit dat de kamers van beroep oordelen in laatste aanleg volgt dat zij volle bevoegdheid hebben om een beslissing te beoordelen en ook dat het haar opdracht is om, indien de beslissing wordt vernietigd op grond van een herstelbare nietigheid, de procedure te hernemen op het punt waar het fout liep.
De Kamer acht het wel bewezen dat aanstootgevende foto’s ooit door verzoekende partij op een publieke site met haar toestemming werden geplaatst, zij het een sociale site.

 

2014_08: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2014_08_dd.20140505.pdf (139 kB)

 

Feit:

-

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

5 mei 2014 – De kamer van beroep neemt kennis van de afstand van het beroep.

Grond van de zaak:

Dat het ontslag wordt ingetrokken; dat het beroep zonder voorwerp is geworden.

 

2014_07: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2014_07_dd.20140402.pdf (213 kB)

 

Feit:

Een onaangepaste en grensoverschrijdende houding t.o.v. de leerlingen, het bezit van kinderporno.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

2 april 2014 – De kamer van beroep bevestigt het ontslag.

Grond van de zaak:

Dat uit de rechtspraak van de Raad van State blijkt dat een burgerlijke partijstelling niet kan worden beschouwd als een bewijs van partijdigheid.

Dat de kamer tot het besluit komt dat verzoeker te kort is gekomen aan zijn deontologische plicht om in zijn relaties met de leerlingen de passende professionele afstand te bewaren. De kamer is van oordeel dat de tuchtoverheid kon oordelen dat verzoeker niet langer kon worden belast met een opvoedkundige taak in haar instelling.

 

2014_06: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2014_06_dd.20140505.pdf (217 kB)

 

Feit:

Een leerlinge van de school in een café lastigvallen, in de billen knijpen en over de rug en schouders wrijven. Daarmee niet ophouden, ondanks de vraag van de leerling. Onder invloed zijn van alcohol.

Bestreden maatregel:

Ontslag om dringende reden.

Beslissing in beroep:

5 mei 2014 – De kamer van beroep bevestigt het ontslag om dringende reden.

Grond van de zaak:

Dat de Kamer beslist te onderzoeken of hij in de mogelijkheid is om de camerabeelden te bekijken.
Dat de voorzitter van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer verwijst naar art. 9 van de privacywet van 8 december 1992: "Gelet op deze bepaling kan de café-uitbater (die een derde is ten overstaan van de school of ten overstaan van jullie Kamer van beroep) niet zomaar beelden aan dergelijke derden doorgeven".

Dat de Kamer van oordeel is dat de voorstelling van zaken die verzoeker geeft, inhoudelijk verschuift en niet consistent is met andere vaststaande gegevens. Ter zitting bleek ook dat een zekere vertrouwelijke welwillendheid van de uitbater ten aanzien van de verzoeker diens verklaring kan hebben gekleurd. De Kamer besluit dat de verzoekende partij er niet in slaagt om een behoorlijke onderbouwde tenlastelegging te ontkrachten.

 

2014_05: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2014_05_dd.20140226.pdf (229 kB)

 

Feit:

Als directeur zich niet op een correcte wijze gedragen in de dienstbetrekking, en dit ten aanzien van uw collega’s, leerlingen, ouders en derden. Als directeur het vertrouwen van het publiek in de onderwijsinstelling ernstig schaden. Als directeur weigeren de opgelegde taken uit te voeren.

Bestreden maatregel:

Terbeschikkingstelling voor 2 jaar.

Beslissing in beroep:

26 februari 2014 – De kamer van beroep vernietigt de tuchtmaatregel van de terbeschikkingstelling voor 2 jaar – de kamer van beroep legt de tuchtmaatregel op van de schorsing tot 31 juli 2014.

Grond van de zaak:

Dat een tuchtonderzoek onpartijdig moet verlopen en de verzoekende partij die van oordeel is dat dit niet het geval is geweest, dat met concrete elementen moet aantonen.

Dat de verzoeker niet aan zijn ambtsplichten kan tekortkomen omdat men zijn functie van directeur heeft ontnomen, is niet ernstig te noemen.

Dat de redelijke termijn is overschreden. De regelgeving voor het personeel in het onderwijs bevat geen richtsnoer; de termijn voor het tuchtonderzoek kan hier niet onredelijk worden genoemd.

Dat het niet om tuchtfeiten gaat maar om feiten die zich situeren in het kader van de functiebeschrijving en de evaluatie. De verzoeker wordt ten laste gelegd dat hij weigert de nieuwe opdrachten uit te voeren. (De nieuwe taakomschrijving is geen verdoken tuchtmaatregel maar een beleidsbeslissing in personeelszaken). Dat er van een tuchtfeit geen sprake kan zijn wanneer een personeelslid weigert opdrachten uit te voeren die hem worden opgelegd in strijd met zijn contractuele en decretale rechten.
De Kamer stelt vast dat het weigeren van opgelegde taken uit te voeren niet gegrond is en herziet de strafmaat.

 

2014_04: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2014_04_dd.20140129.pdf (195 kB)

 

Feit:

Foto’s op het internet.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

29 januari 2014 – De kamer van beroep vernietigt de bestreden beslissing.

Grond van de zaak:

De Kamer onderzoekt ambtshalve of een tuchtbeslissing uitgaat van een orgaan dat overeenkomstig de eigen statuten van het schoolbestuur met de tuchtmacht is bekleed.
De raad van bestuur heeft een tuchtcommissie samengesteld uit drie personen, die ook niet allen tot de raad van bestuur behoren.
In de statuten is bepaald dat de raad van bestuur bevoegd is voor alle aangelegenheden (tenzij door de wet uitgezonderd). De enige uitzondering op deze ruime statutaire bevoegdheid is de mogelijkheid om bevoegdheden voor het dagelijks bestuur geheel of gedeeltelijk over te dragen aan één of meer van zijn leden of medewerkers van de vereniging.
Er kan geen twijfel over bestaan dat het ontslag van een personeelslid niet behoort tot het dagelijks bestuur.

 

2014_03: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2014_03_dd.20140129.pdf (213 kB)

 

Feit:

Onaangepast en grensoverschrijdend gedrag.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

29 januari 2014 – De tuchtmaatregel van het ontslag wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

De Kamer is terughoudend om minderjarige leerlingen op te roepen en doet dat enkel wanneer hij dit noodzakelijk acht.
De Kamer besluit dat de verklaringen en de daarbij aansluitende verwarring geloofwaardig overkomen.
De Kamer wijst er op dat een seponering van het parket betekent dat er geen bewijs is geleverd van het bestaan van strafbare feiten.
De Kamer van beroep is van oordeel dat de verwerende partij de nieuwe tuchtfeiten, beoordeeld in het licht van de eerdere precedenten en afgewogen tegen het risico van een nieuwe herhaling van de feiten, in redelijkheid kon kiezen voor het tuchtrechtelijk ontslag.

 

2014_02: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2014_02_dd.20140129.pdf (139 kB)

 

Feit:

Voorleggen van een niet authentiek getuigschrift.

Bestreden maatregel:

Ontslag om dringende reden.

Beslissing in beroep:

29 januari 2014 – De kamer van beroep neemt akte van de intrekking van het beroep.

Grond van de zaak:

-

2014_01: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2014_01_dd.20140129.pdf (138 kB)

 

Feit:

-

Bestreden maatregel:

Ontslag om dringende reden.

Beslissing in beroep:

29 januari 2014 – De kamer van beroep stelt vast dat verzoekende partij afstand doet van het ingediende beroep.

Grond van de zaak:

-