Beslissingen Kamer van Beroep 2015 ( Officieel onderwijs )

2015_200: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2015_200_dd.20150826_20151112.pdf (57 kB)

 

Feit:

Betalingen voor privégebruik met de betaalkaarten van de schoolrekeningen; geldopnames van de schoolrekeningen waarvoor op basis van het dossier een afdoende verklaring ontbreekt; inhoudingen op stortingen; overschrijvingen van de schoolrekening naar persoonlijke rekening voor de terugbetaling van bepaalde aankopen; naar aanleiding van de overgang naar een andere bankinstelling nalaten om het saldo over te dragen; onzorgvuldig en nonchalant bestuur.

Tuchtmaatregel:

Ontslag bij tuchtmaatregel.

Beslissing in beroep:

12 november 2015 – Ontslag bij tuchtmaatregel wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

De Kamer van Beroep stelt vast dat verzoekende partij in haar beroepschrift niet ingaat op de vaststellingen van de tuchtonderzoeker in haar Tuchtverslag en waaruit blijkt dat verzoekende partij een aantal geldtransacties en geldafhalingen heeft gedaan waarvoor zij geen of geen afdoende verklaring kan geven. Uit het Tuchtverslag blijkt ook dat gelden van de school of van schoolactiviteiten voor privédoeleinden werden afgehaald of aangewend en de verrichtingen niet of niet volledig werden geregistreerd.

Uit de voorgelegde stukken blijkt dat verzoekende partij geen registratiesysteem kan voorleggen. Verzoekende partij heeft tijdens de hoorzitting toegegeven dat er geen registratiesysteem bestond.

Globaal genomen, hebben de tenlasteleggingen betrekking op het vermengen via de schoolrekeningen van privé-uitgaven met schooluitgaven zonder dat de financiële verrichtingen transparant werden bijgehouden.

De Kamer van Beroep kan uit het dossier wel vaststellen dat diverse transacties werden vermengd maar dat door het gebrek aan een registratiesysteem de geldstromen niet of moeilijk kunnen worden gereconstrueerd.

De Kamer van Beroep vestigt er de aandacht op dat het tot de normale taak van een aangestelde behoort om de geldverrichtingen te registreren – hoe minimaal ook – en bij te houden om verantwoording over zijn taakuitoefening te kunnen afleggen in het kader van een normale zorgvuldigheid die men van elk personeelslid en van een directie in het bijzonder mag verwachten. Dat in de voorliggende zaak verzoekende partij tekort is gekomen aan zijn verplichtingen in de uitoefening van zijn taak.

2015_199: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2015_199_dd.20151021.pdf (54 kB)

 

Feit:

Seksueel getinte opmerkingen/handelingen; leerlingen aanspreken op basis van afkomst, geloof, seksuele geaardheid of lichamelijke kenmerken.

Tuchtmaatregel:

Ontslag bij tuchtmaatregel.

Beslissing in beroep:

21 oktober 2015 – Ontslag bij tuchtmaatregel wordt vernietigd en schorsing bij tuchtmaatregel voor 6 maanden wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

Hoewel de gerelateerde uitspraken en opmerkingen betreffende de tuchtfeiten ‘seksueel getinte opmerkingen/handelingen’, afzonderlijk genomen, niet als echte tuchtfeiten kunnen worden weerhouden wegens het ontbreken van een nadere specificatie in tijd en ruimte, schetsen zij toch een globaal beeld over de leerkracht in de uitoefening van zijn taak als leerkracht.

Wat betreft de tuchtfeiten met bet trekking tot ‘leerlingen aanspreken op basis van afkomst, geloof, seksuele geaardheid of lichamelijke kenmerken’ herinnert de Kamer van Beroep eraan dat wanneer een tuchtreglement geen bijzondere bewijsstukken voorschrijft – wat in voorliggende zaak het geval is – de tuchtoverheid in feite en bijgevolg op onaantastbare wijze de bewijswaarde van de haar overgelegde gegevens beoordeelt om tot een bepaalde overtuiging te komen. De tuchtoverheid kan in dat geval derhalve haar overtuiging gronden op alle regelmatig verkregen gegevens. De blote ontkenning van de leerkracht overtuigt de Kamer niet. De Kamer van Beroep ziet geen redenen om te twijfelen aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van de leerling en weerhoudt de beide feiten als tuchtrechtelijke tekortkomingen.
Het hoeft nauwelijks te worden gezegd dat de leerkracht een voorbeeldfunctie heeft en dat hij door zijn handelwijze en het gore taalgebruik de waardigheid van het ambt heeft geschaad. De Kamer van Beroep is van oordeel dat de bovenvermelde weerhouden feiten zeer ernstige tekortkomingen zijn die onder geen enkele omstandigheid kunnen worden vergoelijkt en een strenge tuchtstraf verantwoorden.

2015_198: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2015_198_dd.20150917.pdf (35 kB)

 

Feit:

Seksueel getinte opmerkingen/handelingen; leerlingen aanspreken op basis van afkomst, geloof, seksuele geaardheid of lichamelijke kenmerken.

Tuchtmaatregel:

Ontslag bij tuchtmaatregel.

Beslissing in beroep:

17 september 2015 – Personen die verslagen hebben opgemaakt, verklaringen hebben afgelegd of beslissingen hebben voorbereid worden voor getuigenverhoor uitgenodigd.

Grond van de zaak:

De Kamer van Beroep is van oordeel dat nog een aantal punten nader moet worden toegelicht
door de personen die in voorliggende zaak verslagen hebben opgemaakt, verklaringen hebben
afgelegd of beslissingen hebben voorbereid. De Kamer van Beroep acht het noodzakelijk deze
personen uit te nodigen voor een getuigenverhoor.

2015_197: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2015_197_dd.20150902.pdf (32 kB)

 

Feit:

Tijdens de (aangekondigde) evacuatie-oefening heeft de leerkracht pas na uitdrukkelijk aandringen van het schoolhoofd zijn medewerking verleend aan deze oefening waardoor de leerkracht potentieel de kinderen van zijn klas in gevaar heeft gebracht. In een reactie minimaliseerde de leerkracht dit gedrag door te stellen dat het toch maar een oefening was.

Tuchtmaatregel:

Blaam.

Beslissing in beroep:

2 september 2015 – Blaam wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

De Kamer van Beroep stelt vast dat door het schoolbestuur geen schriftelijke instructies zijn neergelegd aan de hand waarvan de Kamer zou kunnen vaststellen welke de taken zijn voor de verschillende actoren in een noodsituatie en in hoeverre de leerkracht de instructies al dan niet heeft gevolgd. 

De Kamer van Beroep merkt volledigheidshalve op dat het feit of de oefening wel of niet was aangekondigd geen belang heeft in de voorliggende zaak en evenmin, in geval van een aangekondigde oefening, de wijze waarop het personeel hiervan voorafgaandelijk al dan niet werd ingelicht.

Over de reden of de redenen van het laattijdig aankomen van de leerkracht en de kleuters van haar klas op de voorziene verzamelplaats lopen de verklaringen uiteen en de Kamer van Beroep kan niet met zekerheid achterhalen wat de precieze reden was van de beweerde laattijdigheid.

Door het niet voorhanden zijn van schriftelijke instructies hoe en door wie moet worden opgetreden bv. in geval van brand, is het voor de Kamer van Beroep niet mogelijk om aan te tonen hoe en op welke wijze de leerkracht zou tekort gekomen zijn aan die instructies en, in geval van een echte noodsituatie, daardoor haarzelf en de kleuters in gevaar zou hebben gebracht. De Kamer van Beroep kan dus niet met zekerheid uitmaken of aan de leerkracht een schuldig handelen of niet handelen ten laste kan worden gelegd.

2015_196: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2015_196_dd.20150827.pdf (62 kB)

 

Feit:

Foutieve leerling-registratie; lasterlijke uitlatingen, schriftelijke aantijgingen en onaanvaardbaar gedrag ten aanzien van hiërarchische meerderen; het uiten van bedreigingen ten aanzien van een hiërarchische meerdere; het niet uitoefenen van het toezicht op uw leerlingen tijdens een extra-murosactiviteit.

Tuchtmaatregel:

Schorsing van 3 weken bij tuchtmaatregel.

Beslissing in beroep:

27 augustus 2015 – Schorsing van 3 weken bij tuchtmaatregel wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

De Kamer van Beroep is van oordeel dat de gerelateerde tekstgedeelten voldoende aantonen dat de leerkracht zich deloyaal en respectloos heeft opgesteld t.o.v. het schoolbestuur en de hiërarchische meerderen en daardoor tekort is gekomen aan de deontologie van de leerkracht en de plichten waarvan men de naleving van een leerkracht mag verwachten en zeker van iemand met zoveel ervaring.

Naar het oordeel van de Kamer van Beroep blijkt dat de leerkracht overduidelijk tekort is gekomen aan de loyauteitsplicht die een leerkracht heeft tegenover zijn bestuur en tegenover welbepaalde hiërarchische meerderen en zijn woordgebruik niet overeenstemt met hetgeen men van een medewerker op dat niveau mag verwachten. Het woordgebruik is op sommige plaatsen ronduit grof.

Zelfs wanneer er bepaalde mistoestanden zouden hebben bestaan en de leerkracht die wenste te signaleren, ontslaat de melding de leerkracht niet van een elementaire hoffelijkheid en loyauteit. Een inbreuk op deze voorschriften verantwoordt een tuchtstraf.

De andere tenlasteleggingen “foutieve leerlingenregistratie” en “het niet uitoefenen van het toezicht op uw leerlingen tijdens een extra-murosactiviteit” worden door de Kamer van Beroep niet weerhouden omdat de onderliggende feiten niet voldoende bewijskrachtig zijn aangetoond en de schuld van de leerkracht in deze tenlasteleggingen niet vaststaat o.m. inzake de leerlingenregistratie.

2015_195: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2015_195_dd.20150827.pdf (42 kB)

 

Feit:

Zonder rechtsgrond of opvolging het volledige administratieve, beheersmatige luik van zijn takenpakket delegeren aan een personeelsmedewerker. Op deze wijze kon de personeelsmedewerker zijn monopoliepositie misbruiken, in collusie met een andere medewerker om zich bijkomende uren te laten uitbetalen door het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Ook aan een andere administratieve collega bij het conservatorium werden onterecht bijkomende uren als leerkracht en begeleider bezoldigd. Wegens ontbrekende beheersmaatregelen binnen het conservatorium kon Audit Vlaanderen niet nagaan of de additioneel gesalarieerde uren al dan niet werden gepresteerd.

Tuchtmaatregel:

Schorsing van 6 maanden bij tuchtmaatregel.

Beslissing in beroep:

27 augustus 2015 – Schorsing van 6 maanden wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

De Kamer van Beroep gaat ervan uit dat de aanstelling/bevordering tot adjunct van de personeelsmedewerker met de verantwoordelijkheid “voor zowel de personeels- als leerlingenadministratie van academie en conservatorium en tevens de Coördinator Management, Ontwikkeling en Administratie bij te staan”, in de eerste plaats de taakinvulling betreft van de personeelsmedewerker – het woord “delegatie” komt in het collegebesluit niet voor – en betrekking heeft op de voorbereiding van de documenten in verband met de personeels- en de leerlingenadministratie maar zonder dat hierbij afbreuk wordt gedaan aan de eindverantwoordelijkheid van de directie. Meerdere stukken in het tuchtdossier zijn door de personeelsmedewerker ondertekend “vr de directeur”.

Naar het oordeel van de Kamer van Beroep is de directeur na het collegebesluit tegenover het Agentschap voor Onderwijsdiensten, onmiskenbaar de verantwoordelijke gebleven voor de academie en het conservatorium en had hij tot taak toezicht te houden op de werkzaamheden van zijn medewerkers. Wat de toezichtfunctie betreft, valt het de Kamer van Beroep op dat de directeur geen gevolg heeft gegeven aan de signalen die hij, volgens verklaringen in het auditverslag, zou hebben gekregen. Ook in geval van twijfel mag men van een directie verwachten dat zij het schoolbestuur hiervan op de hoogte brengt om eventueel een onderzoek in te stellen of de toezichtmaatregelen aan te scherpen.

De directeur is in de opvolging van de administratieve werking, inzonderheid wat de taken van de deze personeelsmedewerker betreft, tekort gekomen in de uitoefening van zijn toezichtfunctie, wat de positie van sommige medewerkers heeft versterkt en frauduleuze handelingen mogelijks heeft vergemakkelijkt. Deze tekortkoming vanwege de directie in de opvolging van de taken van de medewerkers is ontoelaatbaar en verantwoordt een tuchtstraf.

2015_194: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2015_194_dd.20150826.pdf (30 kB)

 

Feit:

Betalingen voor privégebruik met de betaalkaarten van de schoolrekeningen; geldopnames van de schoolrekeningen waarvoor op basis van het dossier een afdoende verklaring ontbreekt; inhoudingen op stortingen; overschrijvingen van de schoolrekening naar persoonlijke rekening voor de terugbetaling van bepaalde aankopen; naar aanleiding van de overgang naar een andere bankinstelling nalaten om het saldo over te dragen; onzorgvuldig en nonchalant bestuur.

Tuchtmaatregel:

Ontslag bij tuchtmaatregel.

Beslissing in beroep:

26 augustus 2015 – Uitstel zitting.

Grond van de zaak:

De verzoeker kon om medische redenen en wegens zijn hospitalisatie niet aanwezig zijn op de hoorzitting. De behandeling van het beroep wordt daarom uitgesteld.

2015_193: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2015_193_dd.20150826.pdf (32 kB)

 

Feit:

Bezwarende chatsessies met een leerling.

Tuchtmaatregel:

Ontslag bij tuchtmaatregel.

Beslissing in beroep:

26 augustus 2015 – Ontslag bij tuchtmaatregel wordt vernietigd en terbeschikkingstelling bij tuchtmaatregel van 2 jaar wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

De Kamer van Beroep heeft in voorliggend geval kennis genomen van de uitgeschreven tekst van de chatsessies. De leerkracht ontkent niet dat hij de chatsessies heeft gehad en betwist evenmin de inhoud van de sessies. 

De Kamer van Beroep is van oordeel dat de tekortkoming die de leerkracht ten laste wordt gelegd een ernstige misdraging is die van een leerkracht niet kan worden geduld en een inbreuk is op de plichten die een leerkracht moet naleven en op de voorbeeldfunctie die een leerkracht heeft. 

Ongeacht de persoonlijke opvattingen van de leerkracht over de omgang met leerlingen, is de Kamer van Beroep van oordeel dat de leerkracht door zijn handelwijze het vertrouwen ten overstaan van het schoolbestuur, de leerkrachten, de ouders en de leerlingen zodanig geschaad heeft dat in de nabije toekomst binnen de school een samenwerking en het functioneren niet mogelijk is.   

Hoe ernstig de misdraging van de leerkracht ook moge zijn, toch is de Kamer van Beroep van oordeel dat het ontslag een te zware sanctie is rekening houdend met zijn staat van dienst, met het feit dat er geen precedenten zijn en de overweging dat geen bewijzen zijn geleverd van fysieke handelingen tussen de leerkracht en een of meer leerlingen.

2015_192: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2015_192_dd.20150603.pdf (44 kB)

 

Feit:

Vaststelling van administratieve en financiële onregelmatigheden; Vaststelling van een vertrouwensbreuk omwille van de genoemde onregelmatigheden.

Tuchtmaatregel:

Ontslag om dringende redenen.

Beslissing in beroep:

3 juni 2015 – Ontslag om dringende redenen wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

De verwerende partij heeft de verzoeker ontslagen en heeft hem dat ontslag ter kennis gebracht op donderdag 7 mei 2015. De termijn van drie werkdagen voor de verzending van de motivatie van het ontslag ving aan op 8 mei en liep af op maandag 11 mei 2015. De verzending van de brief op 12 mei 2015 is laattijdig en de Kamer van Beroep kan met de inhoud van die brief geen rekening houden.

Vraag is dan of wat in het beroepen besluit zelf wordt vermeld - overleg d.d. 6 mei 2015; administratieve en financiële onregelmatigheden - voldoende duidelijk omschreven is om te achterhalen welke feiten aan de basis liggen van het ontslag en om vervolgens te kunnen onderzoeken of die feiten met voldoende zekerheid vast staan en of zij zo zwaarwichtig zijn dat zij het voortduren van de tijdelijke aanstelling onmiddellijk en definitief onmogelijk maken, vergelijkbaar met de zwaarwichtige feiten die een bestuur toelaten een vast benoemd ambtenaar af te zetten.

De stukken die de verwerende partij overlegt en die rechtsgeldig bij de zaak betrokken kunnen worden laten de Kamer van Beroep niet toe uit te maken welke precieze feiten - die aan het bestuur niet langer dan drie werkdagen ‘met voldoende zekerheid’ bekend waren - aan de basis liggen van het ontslag. De verwijzing in het beroepen besluit naar vastgestelde ‘administratieve en financiële onregelmatigheden’ is door geen lading gedekt, is zonder inhoud en kan geen motief zijn voor het dringend ontslag.

Bij ontstentenis van enige aanwijzing daaromtrent, vermag de Kamer van Beroep ook niet op basis van een eigen onderzoek te bepalen dat er inderdaad ernstige feiten aan de verzoeker ten laste kunnen worden gelegd, op gevaar af zelf met een eigen feitenvinding de ontslagbeslissing te gaan onderbouwen en daarmee op partijdige wijze buiten het dossier te treden dat verweerder had opgestart.

Afstand nemend van de redenen die de verwerende partij op 12 mei 2015 aan de verzoeker liet geworden, stelt de Kamer van Beroep vast dat er helemaal geen duidelijkheid bestaat over de precieze feiten die het dringend ontslag dat op 7 mei 2015 aan de verzoeker is opgelegd, rechtvaardigen.

2015_191: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2015_191_dd.20150513.pdf (36 kB)

 

Feit:

De leerkracht zou op regelmatige basis porno bekijken masturberen in zijn bureau en leerlingen bevragen naar hun seksuele ervaringen.

Tuchtmaatregel:

Preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

13 mei 2015 – de preventieve schorsing wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

Een preventieve schorsing moet steunen op feiten. In dit geval gaat het om feiten van ongeoorloofd seksueel gedrag tegenover leerlingen, die blijken uit drie verklaringen en die zich voegen bij de verklaring van de burgemeester. Hoewel de Kamer er zich bewust van is dat de bewijslast die op het bestuur rust niet zover kan gaan dat het onomstotelijke bewijzen overlegt en dat het bestuur aldus kan volstaan met een verwijzing naar verdenkingen, wijst de Kamer er op dat toch verwacht mag worden dat het bestuur die verdenkingen op hun authenticiteit onderzoekt en beoordeelt.

Het onderzoek van het bestuur is in dit geval beperkt gebleven tot het verhoor van de verzoeker. Uit het proces-verbaal blijkt dat de verzoeker er toen op gewezen heeft dat de verklaringen van de twee leraren geplaatst moesten worden tegen de achtergrond van onvrede met hem en dat de leerling die een verklaring aflegde beïnvloedbaar was. Hij heeft er ook op gewezen dat hij de feiten vermeld in de verklaringen, voor zover zij voldoende precies waren en er iets reëels over zijn seksueel getint gedrag ten overstaan van leerlingen uit opgemaakt kon worden, ontkende en een aantal verklaringen over zijn onbesproken presteren in het verleden overgelegd. Geplaatst voor die kritiek heeft het College van Burgemeester en Schepenen, in essentie verwijzend naar het onderzoek dat nog moet gevoerd worden en zonder enige inspanning te doen om met een eigen onderzoek de juistheid van de verklaringen te onderzoeken, de gegevens vermeld in de drie verklaringen toch als grondslag genomen voor de preventieve schorsing.

De verwerende partij is daarmee tekort gekomen aan haar verplichting om de klachten nader te onderzoeken en aan te duiden waarom zij redelijkerwijze overtuigd mocht zijn van de waarachtigheid ervan. Die vaststelling geldt nog meer, nu de verzoeker erin slaagt een verklaring aan het dossier toe te voegen uitgaande van een leerling die door de verzoeker zou zijn “geknuffeld” en waarin deze stelt dat hij nooit “gemasseerd of op intieme wijze (door hem) benaderd werd”. De preventieve schorsing van de verzoeker berust, nu er geen enkel onderzoek gewijd is aan de juistheid van de gegevens maar zij integendeel kritiekloos voor waar gebeurd worden aanvaard, niet op een deugdelijke grondslag.

2015_190: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2015_190_dd.20150526.pdf (46 kB)

 

Feit:

Het fysiek geweld met als verzwarende omstandigheid dat dit geweld is gepleegd ten overstaan van een maatschappelijk kwetsbare leerling: het trekken aan de haren, het geven van een slag tegen het gezicht en het vastnemen bij de bovenarm om een leerling ruw uit de eetzaal te sleuren, de boterhammen van deze leerling in de vuilnisbak gooien. Een andere leerling bij de oren nemen en hem uit de klas sturen.
Een leerling intimideren door te vragen of zij degene was die naar de directie is gestapt.
Ten aanzien van collega’s verwijten dat de directeur incompetent is, hem viseert en dat hij niet achter zijn personeel staat.

Tuchtmaatregel:

Schorsing van 3 maanden bij tuchtmaatregel.

Beslissing in beroep:

26 mei 2015 – tuchtstraf van schorsing bij tuchtmaatregel van 3 maanden wordt vernietigd en schorsing bij tuchtmaatregel van 1 maand wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

De raad van bestuur is het bevoegde orgaan om een tuchtprocedure tegen de verzoeker op te starten. Hij beslist daar discretionair over op grond van de gegevens die hem op dat ogenblik ter beschikking zijn. De omstandigheid dat de directeur van de school aan de verzoeker eigener gezag meegedeeld heeft dat een nieuwe misstap tuchtrechtelijke gevolgen zou kunnen hebben, heeft de tuchtoverheid geenszins kunnen binden. Ook de omstandigheid dat de directeur en de secretaris van de inrichtende macht reeds - overigens in opdracht van het bestuurscomité - een ‘tuchtverslag’ hebben opgemaakt alvorens de raad van bestuur tot het opstarten van de tuchtzaak hebben beslist, is geen onregelmatigheid die de rechtsgeldigheid van de tuchtprocedure aantast. 

De verzoeker vindt de procedure die tegen hem gevoerd werd, nietig omdat hem bepaalde stukken uit de voorbereiding niet ter kennis waren toen hij voor de raad van bestuur moest verschijnen. Die redenering wordt niet gevolgd door de Kamer: zo al zou kunnen aangenomen worden dat de verwerende partij bewijsstukken achtergehouden heeft, dan betekent dit nog niet dat de procedure onregelmatig is, maar enkel dat de partijen niet met gelijke wapens hebben kunnen strijden. Aangezien de Kamer van Beroep de bevoegdheid heeft om de zaak in haar geheel opnieuw te onderzoeken, kan deze onregelmatigheid, begaan tijdens de procedure in eerste aanleg, voor de Kamer van Beroep rechtgezet worden.

De raad van bestuur heeft beslist dat er geen reden was om de tuchtprocedure te schorsen totdat de uitslag van de strafklacht bekend was. Hij heeft daarvoor overwogen dat een strafvordering en een tuchtvordering van elkaar verschillen door hun grondslag, hun draagwijdte en hun doel, dat geen regel de tuchtoverheid verplicht te wachten met de tuchtvordering, dat feiten die geen strafrechtelijke inbreuk uitmaken of die op strafrechtelijk vlak geseponeerd werden het voorwerp kunnen zijn van een tuchtvordering en dat de inrichtende macht zelf geen klacht bij het parket heeft ingediend. Gelet op de inhoud van het tuchtdossier en de daarin opgenomen bewijzen, meende de raad van bestuur onmiddellijk te kunnen oordelen over de opportuniteit van een tuchtsanctie. De Kamer van Beroep volgt dat standpunt van de raad van bestuur.

De verzoeker betoogt dat de ten laste gelegde feiten niet bewezen zijn.
De raad van bestuur heeft in het beroepen besluit overwogen ‘dat minstens bewezen is dat de leerkracht aan een haarlok heeft getrokken en een tik heeft uitgedeeld aan een leerlinge, dat de verzoeker dit ook toegeeft en dat ook bewezen is dat de verzoeker de leerlinge op onzachte wijze naar buiten heeft begeleid. Dat bovendien is bewezen en wordt toegegeven door de leerkracht dat hij na de feiten een medeleerlinge die aan dezelfde tafel zat, heeft aangesproken en haar heeft gevraagd of zij naar de directeur is gegaan.
Dat de verzoeker tuchtrechtelijk vervolgd werd voor onder meer een daad van fysiek geweld en dat de raad van bestuur uiteindelijk, na studie van het dossier en op grond van zijn eigen onderzoek, een andere - minder zwaarwichtige - kwalificatie heeft aangehouden, heeft niets van doen met het bewijs van de feiten. 
Om te besluiten tot het bewijs van de feiten, die de raad van bestuur uiteindelijk in aanmerking genomen heeft, volstaat het de verklaringen te lezen die de verzoeker zelf aan de raad van bestuur heeft voorgelegd.

De Kamer van Beroep stelt vast dat de raad van bestuur het tuchtverhoor gevoerd heeft op basis van het voorstel om de verzoeker voor drie maanden te schorsen maar dat de oproepingsbrief de tenlastelegging ruimer formuleerde: er wordt immers naast de feiten die uiteindelijk aan de verzoeker ten laste worden gelegd ook verwezen naar het bij de oren nemen van een andere leerling, naar de verklaring van leerlingen uit 45OP dat de verzoeker ‘regelmatig hun fysieke integriteit niet respecteert’ en naar het verwijt dat de verzoeker de directeur bij de collega’s in diskrediet brengt. Het afzwakken van de tenlastelegging, na het horen van de verzoeker en de getuigen, heeft niet geresulteerd in een minder zware straf.

2015_189: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2015_189_dd.20150513.pdf (37 kB)

 

Feit:

Een individueel en identificeerbare personeelslid als ‘onbetrouwbaar’ bestempelen; insinueren dat het college ongeoorloofde criteria hanteert bij de beslissingen tot aanstelling; openlijk leveren van commentaar m.b.t. het verloop van een gesprek met de schepen; zonder verwittiging laat komen op een overleg; weigering tot het voeren van een gesprek, onbeleefd gedrag en het uiten van de openlijke weigering om met een personeelslid samen te werken; het laten samenroepen van een raadscommissie zonder het college of de bevoegde schepen voorafgaand in kennis te stellen; het zich ogenschijnlijk ten onrechte beroepen op een kwalitatieve beoordeling van een personeelslid door een andere directeur binnen de scholengemeenschap; het willens en wetens opstellen van een evaluatieverslag van een personeelslid in strijd met de voorschriften inzake functioneren en evaluatie en met het oogmerk het betrokken personeelslid te schaden; het aanmatigen van een vijandige en ontoelaatbare toon in schriftelijke communicatie met het schoolbestuur, met inbegrip van dreigementen en negatieve communicatie ten aanzien van ouders; het aan het college voordragen voor tijdelijke aanstelling van personen die daarvoor niet langer beschikbaar zijn en de onmogelijkheid tot aanstelling vervolgens aan het college ten kwade te duiden.

Tuchtmaatregel:

Blaam.

Beslissing in beroep:

13 mei 2015 – de tuchtbeslissing blaam wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Het feit dat de tuchtvordering met betrekking tot één tuchtfeit verjaard zou zijn, vitieert de gehele tuchtprocedure niet.

Volgens de Kamer van Beroep wordt het tuchtfeit ‘wetens en willens opstellen van een evaluatieverslag van een personeelslid, in strijd met de voorschriften inzake functioneren en evaluatie en met het oogmerk het betrokken personeelslid te schaden’ de verzoekster ten onrechte verweten. Uit de documenten blijkt dat de verzoekster zich eigenlijk verzette tegen de opmaak van een evaluatieverslag en dat zij slechts op uitdrukkelijke instigatie van het college haar oordeel in een verslag heeft uitgeschreven. Dat het verslag negatief was voor de betrokkene kan niet zonder meer aan de verzoekster verweten worden en bewijst op zich ook niet dat het verslag erop gericht was het betrokken personeelslid te schaden.

De Kamer van Beroep acht alle andere inbreuken als bewezen en kwalificeert ze als tuchtinbreuken. Het totaal gebrek aan loyauteit, dat uit elk van die feiten blijkt, rechtvaardigt zonder twijfel een tuchtrechtelijk optreden.

2015_188: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2015_188_dd.20150311.pdf (207 kB)

 

Feit:

Een onaangepast taalgebruik en hints met seksuele connotaties tijdens de lesuren.

Bestreden maatregel:

Blaam.

Beslissing in beroep:

11 maart 2015 – De tuchtbeslissing blaam wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

De Kamer van Beroep doet eerst en vooral opmerken dat in het voorliggend dossier geen verslag te vinden is met de bevindingen van het tuchtonderzoek. Hoewel deze leemte op zich geen aanleiding geeft tot de nietigheid van de tuchtbeslissing doet de Kamer van Beroep toch opmerken dat zij bij de beoordeling van de beweerde tekortkomingen geen rekening heeft kunnen houden met de onderzoeksresultaten van de tuchtonderzoeker.

De Kamer van Beroep gaat er vanuit dat niet is aangetoond dat de verzoeker met zijn woordgebruik en de gebruikte beeldspraak de bedoeling heeft gehad de leerlingen te choqueren en, behoudens het voorliggend geval, de leerlingen dit ook niet als zodanig hebben ervaren.

Uit voorliggend dossier meent de Kamer van Beroep te mogen concluderen dat de directie in deze aangelegenheid heeft gehandeld alsof de tuchtprocedure de enige voor de hand liggende optie was. Het is de Kamer van Beroep niet bekend of de verzoeker over het voorval is geconfronteerd met de ouders in het bijzijn van de directie en of er eventueel een functioneringsgesprek is geweest.

Rekening houdend met het occasioneel karakter van het voorval en de lange staat van dienst van de verzoeker is de Kamer van Beroep van oordeel dat het opleggen van een tuchtstraf in redelijkheid niet verantwoord is en de ganse procedure voor de verzoeker als signaal zal dienen om zijn pedagogische opdracht uit te oefenen binnen de toelaatbare grenzen en de grenzen van het fatsoen.

 

2015_187: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2015_187_dd.20150225.pdf (208 kB)

 

Feit:

Het arbeidsreglement overtreden en de deontologie van het ambt schenden door het houden van een petitie tegen het beleid van de onderwijsinstelling. Schenden van de wet op privacy door het misbruiken van e-mailbestand van de leerlingen.

Bestreden maatregel:

Blaam.

Beslissing in beroep:

25 februari 2015 – De tuchtbeslissing blaam wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

Uit de voorgelegde stukken kan door de Kamer van Beroep niet worden opgemaakt dat de verzoeker, rechtstreeks of onrechtstreeks, e-mailadressen zou hebben gebruikt voor het versturen van berichten aan cursisten om te vragen de petitie te ondertekenen. Dit neemt echter niet weg dat de verzoeker een foutieve inschatting heeft gemaakt door de tekst van de petitie mee te helpen opstellen en te ondertekenen, die daarna op het internet is geplaatst.

De Kamer van Beroep is echter van oordeel dat de verzoeker in de loop van de tuchtprocedure reeds voldoende terechtgewezen is en dat, rekening houdend met de lange staat van dienst van de verzoeker, het opleggen van een tuchtstraf niet in redelijkheid kan worden verantwoord.

 

2015_186: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2015_186_dd.20150211.pdf (160 kB)

 

Feit:

Meerdere keren het werk vroegtijdig verlaten.

Bestreden maatregel:

Inhouding van wedde ten belope van 1/5 van de laatste activiteitswedde voor een periode van zes maanden.

Beslissing in beroep:

11 februari 2015 – De inhouding van wedde ten belope van 1/5 van de laatste activiteitswedde voor een periode van zes maanden wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

De verwerende partij toont niet aan dat de verzoeker tekort gekomen is in de uitoefening van haar opdracht omdat niet met zekerheid wordt aangetoond dat de verzoeker haar opdracht niet heeft moeten onderbreken wegens haar gezondheidstoestand als nasleep van haar arbeidsongeval of wegens de aard van haar opdrachten.

Het is in deze omstandigheden voor de Kamer van Beroep niet mogelijk om uit te maken of de aanwezigheid om medische of andere redenen gerechtvaardigd is en of de verzoeker zich schuldig heeft gemaakt aan een tuchtrechtelijke tekortkoming door herhaaldelijk het werk vroegtijdig te verlaten.

 

2015_185: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2015_185_dd.20150211.pdf (144 kB)

 

Feit:

Gedurende een ononderbroken periode van meer dan 10 dagen afwezig zijn zonder geldige reden.

Bestreden maatregel:

Ontslag met opzegtermijn op basis van artikel 60, 3° van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding.

Beslissing in beroep:

11 februari 2015 – Het beroep is onontvankelijk.

Grond van de zaak:

Het gemeentebestuur van Jette brengt het secretariaat van de Kamer van Beroep op de hoogte dat de ontslagbeslissing ingetrokken is door de gemeenteraad.
Zonder in te gaan op de vraag of de Kamer van Beroep bevoegd is uitspraak te doen over geschillen die zich voordoen over een ontslag zoals bepaald in artikel 60, 3° van het Rechtspositiedecreet van 27 maart 1991, stelt de Kamer vast dat de gemeenteraad het bestreden besluit heeft ingetrokken en het beroep tegen die beslissing bijgevolg zonder voorwerp is en alleen al om die reden niet ontvankelijk is.

 

2015_184: pdf bestandKamer_van_Beroep_GOO_2015_184_dd.20150114.pdf (233 kB)

 

Feit:

Frauderen met ambtsopdrachten met als doel bepaalde personeelsleden financieel te bevoordelen, personeelsleden niet respectvol behandelen, decretale en rechtspositionele rechten van medewerkers schenden, het provinciaal belang in het gedrang brengen, onjuist inlichten van een personeel, stagebegeleiding niet faciliteren, geen externe leden deel laten uitmaken van de jury van de geïntegreerde proef, de privacy van personeelsleden van de school schenden en communicatie manipuleren door mails te laten verdwijnen.

Bestreden maatregel:

Verlenging preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

14 januari 2015 – Preventieve schorsing wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

De Kamer van Beroep gaat in het geval van een preventieve schorsing enkel na of de tuchtoverheid al dan niet redelijk is opgetreden bij het nemen van de beslissing in afwachting van de uitslag van het tuchtonderzoek en of de aanwezigheid van de verzoeker op de school onverenigbaar is met het belang van de dienst en/of het onderwijs.

In het beroepschrift worden vaak middelen aangehaald die betrekking hebben op het eigenlijke tuchtonderzoek en op de vraag welke van de beweerde tekortkomingen als tuchtfeiten kunnen worden weerhouden voor een eventuele tuchtrechtelijke vervolging. De Kamer van Beroep is in voorliggend geval niet gevat door een beroep tegen een tuchtstraf maar door een beroep tegen de preventieve schorsing. De Kamer kan dus enkel ingaan op die argumenten die betrekking hebben op de redenen en de overwegingen die aanleiding hebben gegeven tot de preventieve schorsing.

De Kamer van Beroep herinnert eraan dat de verlenging van een preventieve schorsing slechts mogelijk is in het geval het schoolbestuur, na actualisering van de toestand, van oordeel blijft dat de aanwezigheid van de betrokkene onverenigbaar is met het belang van de school en/of van de dienst.

Naar het oordeel van de Kamer van Beroep duurt de preventieve schorsing echter niet onredelijk lang rekening houdend met de ernst van de tenlasteleggingen en de noodzakelijke onderzoeken.