Beslissingen Kamer van Beroep 2015 - ( Vrij onderwijs )

2015_21: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2015_21_dd.20151216.pdf (205 kB)

 

Feit:

Psychisch en fysiek grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van de leerlingen.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

16 december 2015 – Het ontslag wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Het tuchtonderzoek werd door de Raad van Bestuur zorgvuldig en volgens de wettelijke procedure gevoerd en er werd degelijk gerapporteerd. De aangehaalde tuchtfeiten waren recent en werden voldoende bewezen door de aangehechte stukken en de getuigenissen die de Kamer van Beroep akteerde.
Het initiële voorstel van de blaam werd veranderd naar een ontslag.

 

2015_20: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2015_20_dd.20151216.pdf (151 kB)

 

Feit:

-

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

16 december 2015 – Het beroep is onontvankelijk.

Grond van de zaak:

De Kamer van Beroep heeft haar termijnen van behandeling gerespecteerd, want de uitspraak van 25 november 2015 heeft de termijn gestuit.
De Kamer van Beroep heeft op 19 augustus 2015 vastgesteld dat de tuchtprocedure niet gevoerd was volgens het Decreet en dus nietig was. Zij heeft de tuchtmaatregel vernietigd. Volgens art. 69, § 2 van het Decreet spreekt de Kamer van Beroep zich daar in laatste instantie over uit (bevestigd door art. 17 van het Tuchtbesluit)
De verwerende partij roept de nietigheid van de beslissing van 19 augustus 2015 in omdat de Kamer van Beroep toen onregelmatig samengesteld zou geweest zijn, meer bepaald omdat op de zitting de pariteit tussen de leden van de werknemers- en de leden van de werkgeversorganisaties niet gerespecteerd werd. Er waren toen vier leden van de ene categorie aanwezig en drie van de andere, terwijl art. 70, 2° van het Decreet pariteit vereist. Omwille van die onregelmatige samenstelling zou de beslissing van die dag nietig zijn en bleef de tuchtbeslissing geldig. De Kamer van Beroep is paritair samengesteld, maar net zoals in de ‘paritaire’ comités van andere sociale en administratieve overleg- en beslissingsorganen, kan zij geldig vergaderen met een ongelijk aantal aanwezige leden uit de werknemers- en werkgeversorganisaties. Art. 70, 5° van het Decreet regelt het stemmen in zo’n geval en bevestigt die mogelijkheid. Voormeld artikel voorziet zelfs de mogelijkheid om geldig te beraadslagen als één zijde volledig afwezig blijft.

 

2015_19: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2015_19_dd.20151125.pdf (220 kB)

 

Feit:

Op de publieke website, weigering om inhoud aan te passen; beledigend taalgebruik, creëren van een sfeer van angst en onbehagen bij de leerlingen; niet respectvol bejegenen van ouders, collega’s, leidinggevenden; het ingaan tegen het opvoedingsproject van de school; ...;

Bestreden maatregel:

Terbeschikkingstelling voor 2 jaar.

Beslissing in beroep:

25 november 2015 – De tuchtmaatregel van de terbeschikkingstelling voor 2 jaar wordt vernietigd – de tuchtmaatregel van de terbeschikkingstelling tot en met 8 januari 2017 wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

De tuchtcommissie werd voldoende gemandateerd door de raad van bestuur.
Art. 8 van het Tuchtbesluit werd niet geschonden.
Het onderzoek werd degelijk gevoerd, binnen een redelijke termijn, en de ingeroepen feiten werden voldoende gefundeerd.
De kamer van beroep reduceert evenwel de tuchtmaatregel, omdat zij op sommige punten niet akkoord gaat met de tuchtcommissie en het schoolbestuur.

 

2015_18: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2015_18_dd.20151125.pdf (154 kB)

 

Feit:

-

Bestreden maatregel:

Ontslag – verzoek tot wraking.

Beslissing in beroep:

25 november 2015 – Kamer van beroep gaat in op het verzoek tot wraking.

Grond van de zaak:

Vraag tot wraking van alle leden van de kamer die meegewerkt hebben aan de totstandkoming van de beslissing van 19 augustus 2015.
De kamer van beroep beoordeelt het verzoek als volgt: artikel 828, 9° Ger.W. betreft het geval waarin de rechter een beslissing moet nemen in hetzelfde geschil. Dit is hier niet het geval omdat de verwerende partij, na ontvangst van de beslissing van de kamer d.d. 19 augustus 2015 die geldt als een beslissing in laatste aanleg, de aangelegenheid opnieuw overwogen heeft en een nieuwe beslissing genomen heeft.

In de onderhavige zaak heeft de verwerende partij op 28 augustus 2015 geen echte nieuwe beslissing genomen, maar verdedigt zij in hoofdorde de regelmatigheid van haar vorige beslissing. Zij bekrachtigt ‘ten overvloede en voor zover als nodig’ de beslissingen. Het is niet ondenkbaar dat de kamer geroepen kan worden om de regelmatigheid van haar beslissing van 19 augustus 2015 te onderzoeken.

 

2015_17: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2015_17_dd.20151125.pdf (264 kB)

 

Feit:

Onrechtmatig toe-eigenen van schoolgeld en –eigendommen; pesterijen, vernedering, intimidatie; leugenachtig en / of manipulatief gedrag; wissen van gegevens op laptop, ondanks verbod; ongepast fysieke aanraking leerlingen; dronkenschap; schending privacy; surfen op laptop school naar pornografische sites;

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

25 november 2015 – Het ontslag wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

De procedure voor de tuchtcommissie; de kamer van beroep stelt vast dat de partijen, wegens het uitlopen van de hoorzitting met het tuchtverhoor, na de hoorzitting overeengekomen zijn het verslag later te formaliseren. De ondertekening van het verslag zonder opmerkingen houdt in dat de ondertekenaar bevestigt dat het verslag correct.

De kamer van beroep bevestigt de conclusie van de tuchtcommissie. Het wissen van gegevens op de laptop tegen het bevel van het schoolbestuur in, het overschrijven van gelden naar zijn persoonlijke rekening tegen het verbod van het schoolbestuur in, de fysieke agressie tegen een leerling en het deelnemen aan activiteiten op school na gebruik van alcoholische dranken zijn inbreuken die van een schooldirecteur niet geduld kunnen worden. Gezamenlijk genomen rechtvaardigen die tuchtinbreuken de conclusie dat de inrichtende macht niet meer met de verzoeker als schooldirecteur kan samenwerken. De schending van de privacy van leerkrachten en het abusief gedrag tegenover het personeel, dat hiervoor werd omschreven als zelfverheerlijking, machtsuitoefening en machtswellust, rechtvaardigen voorts de conclusie dat de verzoeker ook met de collega-personeelsleden niet meer ordentelijk kan samenwerken. De ontstentenis van foutbesef verstrekt die conclusie. Het ontslag is de geëigende tuchtmaatregel..

 

2015_16: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2015_16_dd.20151117.pdf (155 kB)

 

Feit:

Het gebruik van seksueel dubbelzinnige uitdrukkingen ten overstaan van leerlingen; vernederen van leerlingen; uitlachen van leerlingen; roepen tegen leerlingen; handtastelijkheden tegenover leerlingen; agressie tegenover leerlingen;

Bestreden maatregel:

Ontslag om dringende reden.

Beslissing in beroep:

17 november 2015 – Het ontslag om dringende reden wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Het ontslag om dringende redenen is tijdig geschied.
Het schoolbestuur heeft niet lichtzinnig geoordeeld dat elke verdere samenwerking onmogelijk geworden was.

 

2015_15: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2015_15_dd.20151117.pdf (203 kB)

 

Feit:

Het verschil in inzicht over de ernst van het dossier, dat er een onherstelbare vertrouwensbreuk is ontstaan; geen enkel signaal gegeven dat de periode van eventuele onzekerheid voor het personeelslid die besloten ligt in de maatregel van de preventieve schorsing, mogelijks te lang zou duren; dat er zich thans nieuwe tuchtfeiten aandienen, een verdere verwijdering van de school; sommige beelden van u op het internet kinderen angst inboezemen;

Bestreden maatregel:

Preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

17 november 2015 – De preventieve schorsing wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

In toepassing van art. 7 §1 BVR 22 mei 1991 kan de preventieve schorsing lopen tot maximum 1 jaar nadat het schoolbestuur ervan in kennis gesteld is dat er een onherroepelijke beslissing uitgesproken is of dat de strafrechtelijke procedure niet voortgezet wordt.
De Kamer acht de ingeroepen redenen voor de preventieve schorsing onvoldoende zwaarwichtig en onvoldoende bewezen.

 

2015_14: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2015_14_dd.20150930.pdf (219 kB)

 

Feit:

De raad van bestuur neemt aanstoot aan een aantal passages uit een document; dat de verzoekster als contactpersoon optrad en daarmee blijk gegeven heeft van een ernstig gebrek aan loyauteit; dat in het document strikt vertrouwelijke en persoonlijke gegevens van personeelsleden opgenomen werden waarvan de publicatie mogelijks een zeer ernstige inbreuk op de vertrouwelijkheids- en zorgvuldigheidsverplichting inhoudt en dat het verzenden per mail van een document met dergelijke inhoud een laakbare communicatiewijze betreft die de school misschien ernstig in diskrediet brengt.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

30 september 2015 – Het beroep is onontvankelijk.

Grond van de zaak:

De termijn om beroep in te stellen is een vervaltermijn die van openbare orde is. De ontvankelijkheid van het beroep dient ambtshalve door de Kamer van Beroep te worden onderzocht omdat de ontvankelijkheid bepalend is voor de bevoegdheid van de Kamer van Beroep.
Overeenkomstig het Rechtspositiedecreet moet het beroep tegen een tuchtmaatregel ingesteld worden binnen een termijn van twintig kalenderdagen volgend op de schriftelijke mededeling van de tuchtmaatregel. In voorliggend geval vangt de beroepstermijn dus aan de dag volgend op de afgifte door de postdiensten van de aangetekende zending aan de geadresseerde of wanneer de zending niet kon overhandigd worden wegens afwezigheid van de geadresseerde, door de postdiensten een bericht in de brievenbus werd achtergelaten waarin de betrokkene ervan verwittigd wordt dat de zending in het postkantoor kan worden afgehaald.
De Kamer van Beroep vestigt er de aandacht op dat noch in het Rechtspositiedecreet, noch in de uitvoeringsbesluiten een bepaling voorhanden is waaruit blijkt dat wanneer de laatste dag van de beroepstermijn een zondag of een wettelijke feestdag is – zoals in voorliggend geval – de termijn wordt verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
Uit de rechtsleer en de rechtspraak blijkt ook dat het verlengen van de termijn tot de eerstvolgende werkdag geen algemeen rechtsbeginsel is.
Het argument dat de beroepstermijn zou moeten verlengd voor een brugdag, kan door de Kamer van Beroep niet worden aangenomen.
De verwijzing naar artikel 53, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, waaruit blijkt dat wanneer de vervaldag een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, de vervaldag wordt verplaatst op de eerstvolgende werkdag, is in voorliggende zaak niet dienend omdat deze bepaling enkel geldt voor termijnen voor het verrichten van proceshandelingen en niet geldt voor administratieve.
Het beroep is bijgevolg onontvankelijk wegens laattijdigheid.

 

2015_13: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2015_13_dd.20150916.pdf (202 kB)

 

Feit:

Tijdens de turnles een kleuter door bijten verwonden.

Bestreden maatregel:

Terbeschikkingstelling voor één jaar.

Beslissing in beroep:

16 september 2015 – De tuchtmaatregel van de terbeschikkingstelling voor één jaar wordt vernietigd – de tuchtmaatregel van de schorsing tot een met 5 februari 2016 wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

- Over de naleving van de voorschriften bij het tot stand komen van de bestreden beslissing:
Ten aanzien van de betwistingen inzake het niet in acht nemen door het schoolbestuur van de voorschriften die betrekking hebben op de tuchtmaatregelen, doet de Kamer van Beroep in laatste aanleg uitspraak.
Voor zoveel als nodig herinnert de Kamer van Beroep eraan dat de zaak in haar geheel door de Kamer opnieuw wordt onderzocht en dat de gebreken in de procedure die de beslissende overheid zelf heeft begaan, kunnen worden rechtgezet of hersteld in de procedure voor de Kamer van Beroep, behalve wat de regels betreft m.b.t. de voorschriften die op straffe van onontvankelijkheid zijn voorgeschreven of die van rechtswege de nietigheid meebrengen.
- Over de gegrondheid van het beroep en de strafmaat:
Voor de Kamer van Beroep staat vast dat betrokkene een zware beroepsfout heeft gemaakt.

 

2015_12: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2015_12_dd.20150916.pdf (211 kB)

 

Feit:

Agressie en manifest gebrek aan respect t.a.v. van de directie, verlies van controle over eigen gedrag in conflictsituaties, met de verzwarende omstandigheid dat de Kamer van Beroep uw vorige tuchtsanctie van ontslag omzette in een schorsing van een gans schooljaar, op voorwaarde dat u met deskundige hulp uw functioneren en omgaan met conflicten zou herzien, welke voorwaarde u duidelijk niet nageleefd hebt; niet aanvaarden van nieuwe taakinvulling en nieuwe opdracht.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

16 september 2015 – De tuchtmaatregel van het ontslag wordt vernietigd - de tuchtmaatregel van de terbeschikkingstelling voor twee jaar met toekenning van een wachtgeld t.b. v. de helft van de laatste bruto-activiteitswedde wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

- Over het procedureverloop
Daar het verweerschrift pas op … is ingediend, moet het verweerschrift uit de debatten worden geweerd.
- Over de naleving van de voorschriften bij het tot stand komen van de bestreden beslissing
Ten aanzien van de betwistingen inzake het niet in acht nemen door het schoolbestuur van de voorschriften die betrekking hebben op de tuchtmaatregelen, doet de Kamer van Beroep in laatste aanleg uitspraak.
Voor zoveel als nodig herinnert de Kamer van Beroep eraan dat de zaak in haar geheel door de Kamer opnieuw wordt onderzocht en dat de gebreken in de procedure die de beslissende overheid zelf heeft begaan, kunnen worden rechtgezet of hersteld in de procedure voor de Kamer van Beroep, behalve wat de regels betreft m.b.t. de voorschriften die op straffe van onontvankelijkheid zijn voorgeschreven of die van rechtswege de nietigheid meebrengen.
- Over de gegrondheid van het beroep en de strafmaat
Hoe afkeurenswaardig de houding ook moge zijn, toch is de Kamer van Beroep van oordeel dat het ontslag een te zware sanctie is, mede wegens het feit dat de tweede tenlastelegging niet kan weerhouden worden.
Betrokkene beseft niet dat hij door zijn houding en zijn uitspraken de toelaatbare grenzen heeft overschreden en schromelijk in de fout is gegaan.
De Kamer van Beroep is van oordeel dat de terbeschikkingstelling bij tuchtmaatregel voor de duur van twee jaar een gepaste tuchtstraf is. De Kamer van Beroep hoopt ten zeerste dat betrokken zich op een adequate en professionele manier zal laten begeleiden.

 

2015_11: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2015_11_dd.20150819.pdf (156 kB)

 

Feit:

Antecedent, gesprekken die daarop volgden, een tuchtfeit dat wordt aangerekend; in weerwil van het verzet van de voorzitster, aan alle personeelsleden een e-mail stuur met daarin zijn visie op de verhoudingen onder het personeel.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

19 augustus 2015 – De tuchtmaatregel van het ontslag wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

- De Kamer van Beroep doet als orgaan van het actief bestuur uitspraak. De devolutieve werking van het beroep houdt in dat de Kamer het dossier opnieuw onderzoekt en met dezelfde beoordelingsbevoegdheid als de eerste tuchtoverheid een beslissing.
- Het DRP bepaalt dat de tuchtmacht wordt uitgeoefend door de tot benoemen bevoegde overheid. Het besluit van 22 mei 1991 verduidelijkt dat die overheid, wanneer zij kennis krijgt van feiten, in haar hoedanigheid van tuchtoverheid overgaat of doet overgaan tot de nodige vaststellingen en verhoren en dat zij aan het personeelslid meedeelt dat zij een tuchtonderzoek instelt. Met die mededeling begint de tuchtrechtelijke vervolging. De mededeling is bepalend voor de berekening van de verjaring van de tuchtfeiten.
- De raadsman van de verwerende partij bevestigt op de hoorzitting dat het tuchtdossier geen beslissing bevat van de raad van bestuur waarbij de tuchtprocedure wordt opgestart. Hij houdt voor dat de mededeling van de voorzitter van de raad van bestuur volstaat.
De Kamer van Beroep volgt die redenering niet omdat de verzoeker daarmee de mogelijkheid ontnomen wordt het bestaan en de regelmatigheid van de beslissing tot het opstarten van de tuchtprocedure te onderzoeken.
- De ontstentenis in het dossier van een beslissing van de raad van bestuur doet de Kamer van Beroep besluiten dat het bewijs niet voorligt dat de tuchtoverheid regelmatig de tuchtprocedure tegen de verzoeker heeft opgestart, wat maakt dat de eindbeslissing met een fundamenteel en niet te remediëren gebrek is behept.
- Bijkomend stelt de Kamer van Beroep ook vast dat het tuchtbesluit genomen is door de raad van bestuur, bestaande uit één persoon.
De vraag of de raad van bestuur in aantal is om rechtsgeldig te beraadslagen en beslissingen te nemen moet opgelost worden met inachtneming van de ter zake geldende dwingende regels. Vrijwillige terugtredingen of wrakingsverzoeken kunnen er niet toe leiden dat die regels terzijde worden geschoven

 

2015_10: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2015_10_dd.20150610.pdf (226 kB)

 

Feit:

Een mogelijks ongepaste houding, reactie en gedragingen met betrekking tot het ziek melden van leerling en het mogelijks weigeren van communicatie hierover met de directie.

Bestreden maatregel:

Inhouding van wedde voor 14 dagen.

Beslissing in beroep:

10 juni 2015 – De tuchtmaatregel van de inhouding van wedde voor 14 dagen wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

- Oproeping voor het verhoor voldoet niet aan de bepalingen van artikel 8 van het besluit van 22 mei 1991; schending rechten van verdediging door geen voorafgaandelijke inzage te krijgen in het dossier dat aan de basis ligt van het verhoor; de kamer is van oordeel dat er geen aanmerkingen te maken zijn in verband met de procedure met betrekking tot de samenstelling van het tuchtdossier.
- Betwisten tekortkomingen die een tuchtsanctie rechtvaardigen; betrokkene heeft de ambtsplichten op twee vlakken miskend.
- een tuchtstraf zal de orde in de school niet herstellen; volstaat een schuldigverklaring, in de hoop dat de directie erin slaagt om de gezagsuitoefening in een klimaat van positieve dialoog te laten gebeuren, terwijl betrokkene er een aansporing moet in zien om haar ambtsverplichtingen strikt na te leven en loyaal de gezagsuitoefening te aanvaarden.

 

2015_09: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2015_09_dd.20150512.pdf (178 kB)

 

Feit:

Gebrek aan loyauteit van een adjunct-directeur.

Bestreden maatregel:

Preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

12 mei 2015 – De beslissing van de preventieve schorsing wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

- De beslissing van 22 januari werd overruled door de beslissing van 17 maart. De tuchtcommissie heeft de preventieve schorsing verlengd nadat de verzoekster was gehoord. Als zodanig gaat het niet om een echte verlenging waarbij de eerdere beslissingen de noodzakelijke grondslag vormen voor het nieuwe besluit, maar om een nieuwe beslissing over de actuele situatie van de verzoekster. Eventuele onregelmatigheden die aan de vorige beslissingen kleven werken niet door naar de hier beroepen beslissing..
- Tuchtcommissie antwoordt niet waarom de aanwezigheid op school onverenigbaar zou kunnen zijn met de goede werking; de oproeping verwijst naar de mogelijke noodzaak van een verwijdering omwille van het garanderen van de verdere objectiviteit en sereniteit van het tuchtonderzoek. Men weet duidelijk wat er boven het hoofd hangt. De oproeping is niet gebrekkig..
- Een strafklacht kan een grondslag zijn voor een preventieve schorsing;.
met de vaststelling dat de verzoekster het voorwerp uitmaakt van een tuchtrechtelijke vervolging heeft de tuchtcommissie zich ingeschreven in de decretale voorwaarde waaronder een preventieve schorsing kan opgelegd worden..
- Het uitbrengen van het document ondermijnt het gezag van het schoolbestuur; geen blijk van inschikkelijkheid;.
De tuchtcommissie heeft in redelijkheid geoordeeld dat de goede werking van de school vereist dat betrokkene voor de tijd nodig om het tuchtonderzoek af te ronden buiten de dienst gehouden wordt.

 

2015_08: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2015_08_dd.20150429.pdf (259 kB)

 

Feit:

Zonder voorafgaand akkoord of mededeling bestellen en betalen van een niet in de begroting opgenomen bedrag. De weigering dit bedrag terug te storten; het verzuim om door u zelf bevestigde inkomsten te boeken uit het gebruik van schoollokalen door ondernemers, particulieren en verenigingen; een aanhoudend probleem van bereikbaarheid en communicatie; inclusief het onderhoud en de hygiëne in de gebouwen met risico’s in verband met de gezondheid van de kinderen en de erkenning van de school.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

29 april 2015 – De tuchtmaatregel van het ontslag wordt vernietigd – de tuchtmaatregel van de terugzetting in rang wordt opgelegd.

Grond van de zaak:

- Objectiviteit van de leden van de tuchtcommissie en van de leden van de Kamer van Beroep; de kamer oordeelt dat er geen onverenigbaarheid bestaat tussen een tewerkstelling op een ministerieel kabinet en het lidmaatschap van een raad van bestuur; geen sprake van een structurele partijdigheid.
- De tuchtbeslissing gaat uit van een onbevoegd orgaan; de statuten van de vzw verlenen aan de raad van bestuur de residuaire beslissingsbevoegdheid. De statuten bevatten geen bijzondere vermelding voor de beslissingen met betrekking tot het personeel.
- Met een preventieve schorsing wordt een personeelslid voorlopig uit de dienst verwijderd omdat zijn aanwezigheid onverenigbaar is met het belang
van de dienst. De bevoegde overheid spreekt zich op geen enkele wijze uit over de schuld van de betrokkene.
- Miskennen rechten van verdediging; er wordt niet aangetoond dat een tekortkoming haar benadeeld of gehinderd heeft.
- Bepaalde onregelmatigheden in de procedure die doorwerken tot de tuchtstrafbeslissing; het betreft twee onderscheiden procedures, elk met hun eigen finaliteit, die afzonderlijk op hun deugdelijkheid beoordeeld moeten worden.
- Miskenning artikel 6 E.V.R.M.; de beroepen beslissing is een daad van actief bestuur waarop de genoemde bepaling niet van toepassing is.
- Feiten zijn geen grondslag voor een tuchtsanctie; de veelheid van feiten betreffen allen de wijze van uitoefenen van de bevoegdheid van een schooldirectrice;
- De Kamer van Beroep is van oordeel dat ermee kan worden volstaan de verantwoordelijkheid van het ambt van directrice te ontnemen en haar zodoende de mogelijkheid te geven om zich binnen de grenzen van haar bekwaamheidsbewijs verdienstelijk te maken en het gekrenkt vertrouwen van het schoolbestuur te herwinnen.

 

2015_07: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2015_07_dd.20150429.pdf (208 kB)

 

Feit:

Inbrengen van een onkostennota in persoonlijke uitgaven betreft. Aanrekenen aan de school van gemaakte kosten in euro, terwijl u alle betalingen in Turkse lira had verricht. Rekeninguittreksels vervalsen. Feiten toegegeven.

Bestreden maatregel:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

29 april 2015 – De tuchtmaatregel van het ontslag wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Het bewust achterhouden van gelden is een ernstig vergrijp. De poging tot rechtvaardiging door de overlegging van gemanipuleerde bankrekeninguittreksels maakt de inbreuk des te ernstiger.
Er is een eerdere tuchtstraf voor gelijkaardige feiten en een gelijkaardig verloop van schriftvervalsing van rekeninguittreksels en ontkenning.
De feiten zijn ernstig en tasten de vertrouwensrelatie aan.

 

2015_06: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2015_06_dd.20150318.pdf (208 kB)

 

Feit:

Bankbiljet ontvreemden uit portefeuille leerling.

Bestreden maatregel:

Preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

18 maart 2015 – De preventieve schorsing wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

- Door het ontbreken van een relevant stuk is het voor de Kamer van Beroep niet mogelijk om uit te maken hoe en wanneer het Tuchtcollege is ontstaan en of de bevestiging van de aanstelling van de het Tuchtcollege enig rechtsgevolg kan hebben.
- Het tuchtdossier dat voorligt stemt niet overeen met het dossier zoals dit ter inzage lag op het ogenblik dat de preventieve schorsing door het schoolbestuur werd overwogen. De Kamer van Beroep herinnert aan het devolutief karakter van het beroep.
- De Kamer van Beroep stelt vast dat de bestreden beslissing is tot stand gekomen door een orgaan waarvan niet is aangetoond dat het orgaan regelmatig is tot stand gekomen en rechtsgeldig was samengesteld om de bestreden beslissing te nemen. De beslissing houdende preventieve schorsing moet om die reden worden vernietigd.

 

2015_05 zie 2015_09:pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2015_09_dd.20150512.pdf (178 kB)

 

2015_04: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2015_04_dd.20150304.pdf (217 kB)

 

Feit:

Bepaalde gedragingen; foto’s nemen van leerlingen bij of op het WC; intimiderend gedrag t.a.v. een leerling; een moeilijke communicatie, zorgt voor vertrouwensbreuk tussen het team en de schoolleiding, een verlaagd welbevinden bij personeelsleden en spanningen met ouders.

Bestreden maatregel:

Preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

4 maart 2015 – De preventieve schorsing wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Schending van de hoorplicht; verwerende partij beweert dat na een uitstel van de hoorzitting verzoekende partij de mogelijkheid heeft gehad om zich te laten vertegenwoordigen door zijn raadman en/of een schriftelijk verweer in te dienen. Bij de behandeling van het beroep is de hoorplicht nageleefd en is de eventuele miskenning van de hoorplicht bij de totstandkoming van de initiële beslissing goedgemaakt.
Volgens verzoekende partij was er voor de Tuchtcommissie geen reden om de preventieve schorsing op te leggen omdat hij tot de einddatum van de preventieve schorsing arbeidsongeschikt is wegens arbeidsongeval. De Kamer van Beroep merkt hierbij op dat zo zijn arbeidsongeschiktheid voor het bevoegde orgaan een reden kan zijn om de beslissing over de preventieve schorsing en dus over de verplichte afwezigheid uit de dienst, uit te stellen, dit geenszins de verplichting inhoudt om dit ook te doen.
De Kamer van Beroep is van oordeel dat de beweerde feiten en misdragingen voldoende ernstig zijn om verder onderzocht te worden.

 

2015_03: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2015_03_dd.20150209.pdf (148 kB)

 

Feit:

Door haar optreden als contactpersoon mogelijk een zeer ernstig gebrek aan loyaliteit vertoont; door de publicatie van gegevens mogelijk een zeer ernstige inbreuk (pleegt) op de vertrouwelijkheids- en zorgvuldigheidsverplichting; door het versturen van het document waarin … als contactpersoon wordt aangeduid naar alle personeelsleden van de school en ook aan derden de school hierdoor mogelijk ernstig in diskrediet (wordt) gebracht.

Bestreden maatregel:

Preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

9 februari 2015 – Beroep is onontvankelijk.

Grond van de zaak:

Na de hoorzitting werd de preventieve schorsing bij hoogdringendheid van bevestigd. Het beroep is zonder voorwerp is geworden.

 

2015_02: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2015_02_dd.20150114.pdf (141 kB)

 

Feit:

Bestreden maatregel:

Ter beschikkingstelling 2 jaar.

Beslissing in beroep:

14 januari 2015 – Neemt akte van de afstand van het beroep

Grond van de zaak:

 

2015_01: pdf bestandKamer_van_Beroep_GVO_2015_01_dd.20150114.pdf (217 kB)

 

Feit:

Vervreemden van vermogensvoordelen, schriftvervalsing, misbruik van vertrouwen en diefstal.

Bestreden maatregel:

Preventieve schorsing met afhouding van 20% van het salaris voor 6 maanden.

Beslissing in beroep:

14 januari 2015 – De preventieve schorsing wordt bevestigd – de inhouding van het salaris wordt vernietigd.

Grond van de zaak:

Inzake het in acht nemen van de voorschriften die betrekking hebben op de preventieve schorsing, doet de Kamer in laatste aanleg uitspraak met een beslissing die devolutieve werking heeft.
Inzake het al dan niet onredelijk karakter van de preventieve schorsing doet de kamer in laatste aanleg uitspraak met een beslissing die devolutieve werking heeft.

Eerste middel: de Kamer is van oordeel dat verzoekende partij bij hoogdringendheid preventief werd geschorst. Een vermelding dat de vastgestelde feiten ‘aanleiding zouden kunnen geven tot’ wijst erop dat de preventieve schorsing bij hoogdringendheid nog niet definitief was.
Tweede middel: de Kamer stelt vast dat tijdens de AV enkel de personen aanwezig waren die volgens de statuten van de vzw deel uit maken van de AV en dat niettegenstaande de verkorte oproepingstermijn alle leden aanwezig waren.
Derde middel: een eventuele miskenning van het onpartijdigheidsbeginsel wordt door de Kamer goedgemaakt.
Vierde middel: een eventuele miskenning van de hoorplicht bij de totstandkoming van de initiële beslissing door de AV wordt door de Kamer rechtgezet.
Vijfde middel: Uit de voorgelegde stukken blijkt niet men meer dan 6 maanden kennis zou hebben gehad van de ten laste gelegde feiten voorafgaand aan het opstarten van de tuchtprocedure.
Zesde middel: de kamer is van oordeel dat elementen voorhanden zijn voor het opleggen van een tuchtstraf.

De Kamer is van oordeel dat men niet onredelijk heeft gehandeld bij het nemen van de beslissing, zonder salarisinhouding.