Beslissingen Kamer van Beroep 2018 - ( Vrij onderwijs)

2018_22: pdf bestandGVO/2018/22-29/08/2018_beslissing 22.pdf (129 kB)

Feiten:

fraude 

Bestreden beslissing:

preventieve schorsing bij hoogdringendheid

Beslissing kamer van beroep: 

29 augustus 2018 - de kamer van beroep neemt akte van de afstand van het beroep

2018_21: pdf bestandGVO/2018/21-29/08/2018_beslissing 21.pdf (158 kB)

Feiten:

assistenties en wachtbeurten niet langer opnemen; externe activiteiten niet opnemen; persoonlijke gesprekken niet tot een resultaat hebben geleid;  bemiddelingstraject; bemiddeling afwijzen; klacht tegen de directeur aankondigen tenzij wordt voldaan aan de eisen 

Bestreden beslissing:

afhouding van 1/5 van de wedde gedurende 3 maanden 

Beslissing kamer van beroep: 

29 augustus 2018 - de tuchtmaatregel van de afhouding van 1/5 van de wedde gedurende 3 maanden wordt bevestigd 

Grond van de zaak:

Het conflict is ontstaan over de taakbelasting van deeltijdse leraren.

Verzoekende partij stelde ook het schoolbestuur in gebreke en eiste een bedrag aan achterstallig loon voor twintig jaar afgedwongen niet-vergoede prestaties.

Verzoekende partij werpt mensen­rechten, grondwettelijke rechten en subjectieve rechten uit het onderwijsrecht op. De essentie van de rechten is dat die dienen om conflicten op te lossen. Hier wordt een patente weigering van verzoe­ken­de partij vastgesteld. De externe bemiddeling werd onmogelijk gemaakt. Dat wordt terecht beschouwd als deloyaal.

Middelen: De tuchtbeslissing heeft niet de handtekening van alle leden van de tuchtcommissie. De gedelegeerd bestuurder alléén verzorgde de communicatie, wat statutair kon, en de mededeling van de tuchtsanctie viel daaronder.

De rechten op verdedi­ging; de argumenten worden in het tuchtbesluit geresumeerd. Over de bijkomende taken; de consensus tussen werkgever en werk­nemer in het vrij onderwijs omvat ook een akkoord met het pedagogisch project en een aanvaarding van de arbeids­voorwaarden en de dagelijkse gang van zaken. Eigengereid en de dagelijkse gang van zaken niet respecteren is deloyaal en kan als zodanig als tuchtfeit beschouwd worden.

Onvoldoende ondervraging om tot de voorliggende besluiten te komen; er is een ruim dossier met brieven en mails dat voldoende licht op de feiten werpt.

2018_20: pdf bestandGVO/2018-22/08/2018-beslissing 20.pdf (485 kB)

Feiten:

grensoverschrijdend gedrag m.n. pesterijen door een groep collega’s waarin betrokkene een actieve rol speelde  

Bestreden beslissing:

terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar 

Beslissing kamer van beroep:  22 augustus 2018 –

de kamer van beroep stelt vast dat de oproeping van rechtswege nietig is en bijgevolg de beslissing met de opgelegde tuchtmaatregel ook nietig is 

Grond van de zaak:

Het devolutief karakter van het administratief beroep bij de kamer van beroep heeft tot gevolg dat de gebreken in de procedure die de tuchtoverheid zelf heeft begaan, door de kamer van beroep kunnen worden rechtgezet of hersteld behalve: 1) wat de bevoegdheid betreft van het orgaan dat de bestreden beslissing heeft genomen, en 2) de voorschriften die op straffe van onontvankelijkheid zijn voorgeschreven of 3) de bepalingen die van rechtswege de nietigheid meebrengen.

Hieruit volgt dat de kamer van beroep van ambtswege nagaat of voldaan is aan de voorschriften die in de tuchtprocedure op straffe van nietigheid zijn voorgeschreven. 

De oproepingen voldoen, naar het oordeel van de kamer van beroep, niet aan artikel 8, § 5 wegens de algemene omschrijving van de tenlasteleggingen zonder enige specificatie en zonder verwijzing naar ten laste gelegde feiten en/of misdragingen die in tijd en ruimte kunnen worden gesitueerd.

De miskenning is een  procedurefout die door de kamer van beroep niet kan worden goedgemaakt om de procedure opnieuw te hervatten.  De tuchtstraf is bijgevolg nietig zonder de kamer van beroep ruimte te laten voor enige appreciatiebevoegdheid.

2018_19: pdf bestandGVO/2018/19-22/08/2018_beslissing 19.pdf (395 kB)

Feiten:

grensoverschrijdend gedrag m.n. pesterijen door een groep collega’s waarin betrokkene een actieve rol speelde  

Bestreden beslissing:

afhouding van wedde van 1/5 voor 5 maanden 

Beslissing kamer van beroep: 

22 augustus 2018 – de kamer van beroep stelt vast dat de oproeping van rechtswege nietig is en bijgevolg de beslissing met de opgelegde tuchtmaatregel ook nietig is 

Grond van de zaak:

Het devolutief karakter van het administratief beroep bij de kamer van beroep heeft tot gevolg dat de gebreken in de procedure die de tuchtoverheid zelf heeft begaan, door de kamer van beroep kunnen worden rechtgezet of hersteld behalve: 1) wat de bevoegdheid betreft van het orgaan dat de bestreden beslissing heeft genomen, en 2) de voorschriften die op straffe van onontvankelijkheid zijn voorgeschreven of 3) de bepalingen die van rechtswege de nietigheid meebrengen.

Hieruit volgt dat de kamer van beroep van ambtswege nagaat of voldaan is aan de voorschriften die in de tuchtprocedure op straffe van nietigheid zijn voorgeschreven. 

De oproepingen voldoen, naar het oordeel van de kamer van beroep, niet aan artikel 8, § 5 wegens de algemene omschrijving van de tenlasteleggingen zonder enige specificatie en zonder verwijzing naar ten laste gelegde feiten en/of misdragingen die in tijd en ruimte kunnen worden gesitueerd.

De miskenning is een  procedurefout die door de kamer van beroep niet kan worden goedgemaakt om de procedure opnieuw te hervatten.  De tuchtstraf is bijgevolg nietig zonder de kamer van beroep ruimte te laten voor enige appreciatiebevoegdheid.

2018_18: pdf bestandGVO/2018-22/08/2018_beslissing 18.pdf (486 kB)

Feiten:

grensoverschrijdend gedrag m.n. pesterijen door een groep collega’s waarin betrokkene een actieve rol speelde  

Bestreden beslissing:

afhouding van wedde van 1/5 voor 5 maanden 

Beslissing kamer van beroep: 

22 augustus 2018 – de kamer van beroep stelt vast dat de oproeping van rechtswege nietig is en bijgevolg de beslissing met de opgelegde tuchtmaatregel ook nietig is 

Grond van de zaak:

Het devolutief karakter van het administratief beroep bij de kamer van beroep heeft tot gevolg dat de gebreken in de procedure die de tuchtoverheid zelf heeft begaan, door de kamer van beroep kunnen worden rechtgezet of hersteld behalve: 1) wat de bevoegdheid betreft van het orgaan dat de bestreden beslissing heeft genomen, en 2) de voorschriften die op straffe van onontvankelijkheid zijn voorgeschreven of 3) de bepalingen die van rechtswege de nietigheid meebrengen.

Hieruit volgt dat de kamer van beroep van ambtswege nagaat of voldaan is aan de voorschriften die in de tuchtprocedure op straffe van nietigheid zijn voorgeschreven. 

De oproepingen voldoen, naar het oordeel van de kamer van beroep, niet aan artikel 8, § 5 wegens de algemene omschrijving van de tenlasteleggingen zonder enige specificatie en zonder verwijzing naar ten laste gelegde feiten en/of misdragingen die in tijd en ruimte kunnen worden gesitueerd. 

De miskenning is een procedurefout die door de kamer van beroep niet kan worden goedgemaakt om de procedure opnieuw te hervatten. De tuchtstraf is bijgevolg nietig zonder de kamer van beroep ruimte te laten voor enige appreciatiebevoegdheid. 

2018_17: pdf bestandGVO/2018/17-22/08/2018 beslissing 17.pdf (325 kB)

Feiten:

In kennis gesteld van het arrest lastens verzoeker voor het bezit van kinderporno, verzoeker werkt als stagebegeleider in het BuSO.  

Bestreden beslissing:

preventieve schorsing bij hoogdringendheid 

Beslissing kamer van beroep: 

22 augustus 2018 – de ordemaatregel van de preventieve schorsing bij hoogdringendheid wordt vernietigd – de ordemaatregel van de preventieve schorsing wordt opgelegd 

Grond van de zaak:

Miskenning van het principe van de preventieve schorsing bij hoogdringendheid: die vereist dat er onmiddellijk gereageerd wordt en dat er eventueel extra vergaderingen belegd worden om een leraar uit de school te weren wiens aanwezigheid een onmiddellijk risico inhoudt voor leerlingen en/of school.

De beslissing zou zijn genomen door “het schoolbestuur” en niet door de tuchtcommissie aan wie de raad van bestuur de bevoegdheid daartoe gedele­geerd had. Verwerende partij legt uit dat dit een materiële vergissing was, te wijten aan het gebruikte modeldocument. Voor de kamer van beroep werd de beslissing niet door een onbevoegde instantie genomen. De tuchtcommissie maakt deel uit van de vzw van het schoolbestuur en ook als de raad van bestuur haar bevoegdheid over een tuchtbeslissing exclusief doorgegeven heeft aan de tuchtcommissie, betekent dat nog niet dat de beslissing niet door de vzw genomen werd die het werkelijke schoolbestuur uitmaakt. 

Verzoekende partij vraagt de preventieve schorsing ongedaan te maken omdat een opschorting van straf uitgesproken werd, er geen risico zou zijn bij de omgang met de leerlingen, omdat er schuldbesef is en verzoekende partij sessies heeft gevolgd om zich psycho­logisch bij te sturen.

De Kamer van Inbeschuldigingstelling beschermt andere normen en tracht andere gedragingen te voorkomen dan het schoolbestuur dat in een specifiek pedago­gisch project optreedt.

2018_16: pdf bestandGVO/2018/16-04/07/2018 beslissing 16.pdf (140 kB)

Feiten:

mededeling van de politie, veroordeling wegens aanranding van de eerbaarheid, zonder geweld of bedreiging, gepleegd op een kind beneden de volle leeftijd van 16 jaar. 

Bestreden beslissing:

ontslag 

Beslissing kamer van beroep: 

4 juli 2018 – de tuchtmaatregel van het ontslag wordt bevestigd 

Grond van de zaak:

Verwerende partij is niet opgedaagd op de zitting van heden. Zij was degelijk opgeroepen en had niet om uitstel verzocht. Verwerende partij diende ook geen verweer in. De kamer van beroep kent de visie van verwerende partij uit de gemotiveerde tuchtbeslissing.

De kamer van beroep oordeelt dat zij in die omstandigheden toch kan zetelen en het beroep van verzoekende partij definitief kan afhandelen.  

Verzoekende partij voert aan dat de feiten tot het privéleven behoren en geen impact op het schoolleven gehad hebben.

Verwerende partij voert aan dat er probatieopschorting van de uitspraak was en dat die dus in principe niet in het strafregister opgenomen werd. De directie van de school zou meegedeeld hebben dat er geen ontslag zou volgen als er geen strafblad zou volgen.  

Privésituaties die de eerbaarheid van het leraren­ambt aantasten kunnen wel degelijk het voorwerp uitmaken van tucht­maatregelen.

Voor het schoolbestuur kan de aanranding van de eerbaarheid waarvoor de rechtbank opschorting gegeven heeft en geen definitieve gevangenisstraf uitgesproken heeft, wel degelijk een bijzonder zwaar tuchtfeit blijven.  

De kamer van beroep vindt het ontslag niet kennelijk onredelijk.  

2018_15: pdf bestandGVO/2018/15-04/07/2018 beslissing 15.pdf (141 kB)

Feiten:

Ongepaste grensoverschrijdende chatsessies in een onwelvoeglijke taal met leerlingen; ongepast gezagsondermijnend taalgebruik over de directeur in de hiervoor vermelde chatsessies met leerlingen. 

Bestreden beslissing:

ontslag 

Beslissing kamer van beroep: 

4  juli 2018 – de tuchtmaatregel van het ontslag wordt bevestigd 

Grond van de zaak:

Het dossier is zorgvuldig samengesteld. Daarin steken documenten die met functionering te maken hebben maar die de kamer van beroep mag gebruiken bij het inschatten van de tuchtfeiten.

Een seponering bij het parket betekent niet dat de tuchtfeiten zich niet afgespeeld hebben of niet langer als tuchtfeit kunnen meespelen. Ze worden voldoende gedocumen­teerd in het dossier.

Gezien de vorige tuchtprocedures en het gebrek aan succes met het remediërings­plan mocht de tuchtcommissie daar terecht aan twijfelen.

2018_14: pdf bestandGVO/2018/14-03/07/2018 beslissing 14.pdf (499 kB)

Feiten:

Zich in de klas omkleden; roepen en tieren, intimidatie van de directeur, omkleden in de klas, onvoldoende hygiëne, in slaap vallen.  

Bestreden beslissing:

schorsing voor de duur van één jaar 

Beslissing kamer van beroep: 

3 juli 2018 – de tuchtmaatregel van de schorsing voor de duur van één jaar wordt vernietigd -  de tuchtmaatregel van de afhouding van wedde van 5% gedurende 6 maand wordt opgelegd 

Grond van de zaak:

De kamer van beroep wijst erop dat de handelwijze ontoelaatbaar is.   

De houding en de gedragingen t.o.v. de leerlingen, sommige collega’s en de directie wordt door verzoeker ontkend of geminimaliseerd.

De kamer van beroep vindt dat een aantal beweerde tekortkomingen geen echte tuchtfeiten zijn.  

Bepaalde verklaringen werden niet afgelegd tegenover de tuchtonderzoeker maar ofwel door de directie, ofwel achteraf door de ondertekenaars zijn opgemaakt en bij het tuchtdossier gevoegd. De kamer van beroep acht de inhoud van die verklaringen voldoende overeenstemmend en geloofwaardig.

Met wat de kamer van beroep bekend is kan niet worden uitgemaakt op welke wijze de directie remediërend optrad.

2018_13: pdf bestandGVO/201/13-30/06/2018 beslissing 13.pdf (326 kB)

Feiten:

een leerling tegen het hoofd slaan, een leerling hardhandig terug op zijn stoel plaatsen; een ander incident;

Bestreden beslissing:

schorsing voor één maand 

Beslissing kamer van beroep:  2

0 juni 2018 – de tuchtmaatregel van de schorsing van één maand wordt bevestigd 

Grond van de zaak:  

Een leerling een slag in het gezicht geven is een ernstig tuchtfeit en hier voldoende bewezen.

Er werd rekening gehouden met het verleden van verzoekende partij.

Dat het verslag van het verhoor niet ondertekend werd is een nalatigheid.

De kamer van beroep vindt de beslissing van de tuchtcommissie niet kennelijk onredelijk.

Verzoekende partij roept in dat de preventieve schorsing al een voldoende sanctie was. Een preventieve schorsing is geen sanctie, maar een ordemaatregel.

2018_12: pdf bestandGVO/2018/12-13/06/2018-beslissing 12.pdf (327 kB)

Feiten:

Chaotisch lesgeven, afspraken met cursisten en stageplaatsen niet nakomen, geen feedback geven, willekeur bij beoordelingen; therapeutische lesaanpak waarbij de betrokkene zich niet houdt aan de lescontext; ongepast omgaan met afstand-nabijheid met kwetsende en seksuele getinte uitspraken; melding van een relatie met een cursiste.

Bestreden beslissing:

ontslag

Beslissing kamer van beroep: 

13 juni 2018 – de tuchtmaatregel van het ontslag wordt  vernietigd – de tuchtmaatregel van de afhouding van wedde van 10% voor 4 maand wordt opgelegd 

Grond van de zaak:  

Volgens art. 8, § 8 van het BVR neemt de tuchtcommissie haar beslissing binnen de zes weken na opmaken van het PV van verhoor. In deze zaak werd door verzoekende partij gevraagd om het verslag achteraf op te maken in wederzijds overleg. Voor de kamer van beroep werd het uiteindelijk verslag dus ten vroegste opgemaakt dd. … . De tuchtbeslissing werd dan ook niet te laat genomen.

De delegatie conform art. 13 § 3 van de statuten gebeurd is. In een vzw is de raad van bestuur bevoegd voor alles wat niet in de statuten aan de algemene vergadering werd voor­behouden. Het niet respecteren van een vormvereiste die in de statuten aan een beslissing van de raad van bestuur verbonden werd, kan enkel tot bestuurders­aansprakelijkheid leiden, niet tot nietigheid van de beslissing.   

De onpartijdigheid: het tuchtonderzoek werd gevoerd door gemandateerden van de raad van bestuur, die via die laatste ook de rechtspersoon van de vzw verbinden. Op dezelfde manier werd ook de tuchtbeslissing getroffen door de rechtspersoon van de vzw. Onpartijdigheid kan enkel blijken uit het moedwillig en kennelijk onredelijk beoordelen van feiten.

Blijkens het dossier heeft de tuchtcommissie vooral recente feiten beoordeeld.

Heel wat gebeurtenissen vallen evenwel onder het functioneren. Anderzijds zijn er wel een reeks tuchtrechtelijke feiten.

2018_11: pdf bestandGVO/2018/11-06/06/2018-beslissing 11.pdf (336 kB)

Feiten:

mogelijk grensoverschrijdend gedrag, m.n. seksuele intimidatie en lichamelijke aanraking (betasten borsten) van een leerling tijdens de praktijkles.

Bestreden beslissing:

de schorsing voor de duur van 6 maand

Beslissing kamer van beroep: 

6 juni 2018 – de tuchtmaatregel van de schorsing voor de duur van 6 maand wordt vernietigd – de tuchtmaatregel van de schorsing voor de duur van 2 maand wordt opgelegd 

Grond van de zaak:

Bevoegdheid van de kamer van beroep:

In het arrest-Van Rousselt, nr. 155.470 heeft de Raad van State zijn vroegere rechtspraak herzien en geoordeeld dat door de bevoegdheid van de kamers van Beroep om “in laatste aanleg” uitspraak te doen over het administratief beroep, de kamers een hervormingsbevoegdheid hebben.

Hierdoor wordt de zaak in haar geheel aanhangig gemaakt en heeft het administratief beroep een devolutieve werking met de verplichting voor de kamers om het beroep volledig en in al zijn aspecten; zowel vanuit de legaliteit als de opportuniteit opnieuw te onderzoeken en zich over de zaak met dezelfde ruime discretionaire beoordelingsbevoegdheid als de tuchtoverheid, een eigen oordeel te vormen en te beslechten met een beslissing die in de plaats komt van de initiële beslissing.  Het administratief beroep heeft een devolutief karakter.

Samenstelling van de Tuchtcommissie:  materiële vergissing, zie notulen.

Nemen van de tuchtbeslissing:  de tuchtbeslissing werd genomen door drie van de vier leden van de Tuchtcommissie. 

Onpartijdigheidsbeginsel: de kamer van beroep herinnert eraan dat door het beroep de zaak in haar geheel en in al haar aspecten door de kamer wordt onderzocht door personen die met het schoolbestuur geen uitstaans hebben en waarvan niemand door verzoekende partij is gewraakt. 

Wat de mogelijke schending van het tegensprekelijk karakter van het onderzoek betreft, merkt de kamer van beroep op dat de behandeling van het voorliggend beroep volstrekt tegensprekelijk wordt gevoerd en de partijen alle gelegenheid hebben gehad om in elkaars aanwezigheid hun standpunten naar voren te brengen.

Gegrondheid van het beroep:

De kamer herinnert er echter aan dat de tuchtoverheid, en dus ook de kamer van beroep, zich voor het weerhouden van een bepaald tuchtfeit, niet alleen mag steunen op bekentenissen of harde bewijzen maar ook op vermoedens voor zover die vermoedens ernstig en met elkaar overeenstemmend zijn.

De kamer van beroep heeft al deze verklaringen getoetst aan de opmerkingen en heeft ook andere aangehaalde argumenten in overweging genomen, maar de aangevoerde argumenten volstaan niet om de bewijswaarde van verklaringen te weerleggen en het vermoeden te ontkrachten.  De kamer van beroep ziet geen redenen om te twijfelen aan de geloofwaardigheid van de voormelde verklaringen en acht deze overeenstemmende verklaringen voldoende om haar vermoeden te staven.

2018_10: pdf bestandGVO/2018/10-30/05/2018-beslissing 10.pdf (391 kB)

Feiten:

Het schoolbestuur ontving van 32 personeelsleden een individuele klachtenbrief: overdreven aantal regeltjes, verplichtingen, formulieren; obsessieve controle; overdreven aantal klasbezoeken; coaching vrijwel onbestaande zijn; personeel zou te vaak worden afgebroken, gekraakt, met twijfel aan eigen competentie en stressklachten als gevolg; oneens zijn, in discussie gaan, zou quasi onmogelijk zijn; uitvliegen, roepen en tieren, zelfs kleineren. Dit ook naar leerlingen toe. Onhoudbare taakbelasting, bedreigingen zouden voor een algemeen stressgevoel zorgen; voortdurende angst bestaan; veelheid aan overdreven reacties op futiliteiten die het personeel zou destabiliseren; startende leerkrachten zouden omwille van de onhoudbare toestand de school reeds verlaten hebben; psychische problemen; geen empathie voor deze geestelijke toestand; proberen kandidatuur voor het LOC te manipuleren; indiscreet zijn omgegaan met wat op de Raad van Bestuur in het bijzijn van de directeur is besproken.

Bestreden beslissing:

terugzetting in rang

Beslissing kamer van beroep: 

30 mei 2018  – de kamer van beroep bevestigt de tuchtmaatregel van de terugzetting in rang   

Grond van de zaak:

onpartijdigheid en het motiveringsbeginsel als beginselen van behoorlijk bestuur.

De kamer van beroep herinnert er aan dat dit een contractueel geschil betreft. De toepassing van de beginselen van behoorlijk bestuur is daardoor niet evident. Desalniettemin is de kamer van beroep van mening dat de opgeworpen beginselen grieven inhouden die tot de onwettigheid van de beslissing kunnen leiden.

Aanstellen tuchtonderzoeker: art. 8 van het Tuchtbesluit houdt de wettelijk voorziene mogelijkheid in om het tuchtonderzoek in eigen handen te houden.

Het verhoor moet volgens hetzelfde artikel 8 dan weer worden uitgevoerd door de tuchtoverheid zelf. Dat de oproep tot dit verhoor eveneens het voornemen van een specifieke tuchtsanctie moet bevatten, is eveneens een wettelijke plicht.

Over de totstandkoming van het tuchtdossier ziet de kamer geen sluitende bewijzen dat zulks enkel à charge zou zijn gevoerd, noch dat het tuchtdossier met onwettige druk op de getuigen zou zijn samengesteld.

Het betreft een georganiseerde methode van feitengaring, waarvan de intensiteit toenam naarmate de nood om duidelijkheid te krijgen almaar acuter werd door het toenemend aantal personeelsleden dat bij de zaak betrokken scheen te zijn.

schending van het materiële motiveringsbeginsel:

Verzoekende partij wijst terecht op het fundamentele onderscheid tussen tucht en evaluatie. Een ongepaste gedraging moet echter voldoende ernst vertonen om als tuchtfeit te worden aanvaard.

verjaring van de feiten:

Dat bepaalde gedragingen zich gedurende jaren hebben afgespeeld, sluit niet uit dat er tuchtrechtelijk kan worden opgetreden, indien blijkt dat die houding zich ook gedurende de laatste zes maanden veruitwendigd heeft in een feit dat afdoende ernstig is om de tuchtprocedure op te gronden, of indien zulk feit minder dan zes maanden bekend is. De kamer van beroep is ervan overtuigd dat de ernst en de omvang van de ingeroepen tuchtfeiten slechts ter kennis zijn gekomen naar aanleiding van het onderzoek.

geen bewijs van de tuchtrechtelijk ingeroepen feiten:

proportionaliteit van de tuchtsanctie

De kamer van beroep is van oordeel dat de bewezen verklaarde tenlasteleggingen één t.e.m. vijf een voldoende mate van ernst vertonen.  

2018_09: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2018_09_dd_20180509.pdf (216 kB)

Feit:

Een leerling thuis privé ontvangen; er vonden ongewenste intimiteiten plaats in de slaapkamer; feiten situeren zich in een context van klachten over seksueel grensoverschrijdend gedrag op school over nagenoeg de gehele loopbaan..

Bestreden beslissing:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

9 mei 2018 - De kamer van beroep bevestigt de tuchtmaatregel van het ontslag.

Grond van de zaak:

De tuchtfeiten van seksueel getinte omgang met leerlingen dateren van meer dan twintig jaar geleden, maar werden pas onlangs bekend aan de raad van bestuur. Volgens de verwerende partij waren er gedurende de gehele loopbaan van verzoekende partij klachten van grensoverschrijdend seksueel gedrag maar die feiten worden niet hardgemaakt.

De kamer van beroep heeft de oud-leerling gehoord; betrokkene heeft getuigd over de voor hem traumatische aanranding van de eerbaarheid. Bij de meerderheid van de leden van de kamer van beroep kwam de aanranding van de eerbaarheid geloofwaardig over. Ze werd dan ook aanvaard als een bewezen feit.

2018_08: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2018_08_dd_20180509.pdf (201 kB)

Feit:

Het niet naleven van de afspraken betreffende het aantal stagebezoeken, het opstellen van fictieve evaluatieverslagen, vervalsen van de handtekening van leerlingen en restauranthouders.

Bestreden beslissing:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

9 mei 2018 - De kamer van beroep vernietigt de tuchtmaatregel van het ontslag - de kamer van beroep legt de tuchtmaatregel van de terugkeer tot de tijdelijke aanstelling op.

Grond van de zaak:

De feiten worden niet betwist; verzoekende partij had in die periode familale moeilijkheden te overwinnen. Hij had echter met zijn directie moeten spreken. Tijdens de tuchtprocedure werd verzoeker evenwel niet geschorst en heeft hij zijn gewone taak uitgevoerd.

2018_07: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2018_07_dd_20180502.pdf (205 kB)

Feit:

Versturen van een opruiende en intimiderende mail aan de groep leerkrachten; verzenden van een brief aan de Raad van Bestuur en Burgemeester en Schepenen.

Bestreden beslissing:

Blaam.

Beslissing in beroep:

2 mei 2018 - De kamer van beroep vernietigt de tuchtmaatregel van de blaam.

Grond van de zaak:

Het verweerschrift wordt uit het dossier geweerd omdat het buiten de termijnen ingediend werd. Verzoekende partij vraagt de wering van twee e-mailberichten die als nieuwe stukken werden overgemaakt. Die mails worden echter in het beroep vermeld, zodat ze bij het dossier horen.

Het enige feit waarmee in de tuchtprocedure rekening kan worden gehouden is het versturen van een intimiderende en opruiende mail vanuit de computer-account van de verzoekende partij. Er kan vermoed worden dat de mail niet uitging van verzoekende partij.

2018_06: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2018_06_dd_20180314.pdf (206 kB)

Feit:

Zich in het schoolrestaurant bedienen van de saladbar en van de warme maaltijden, waar aan te geven slechts soep te nemen en daarvoor ook maar te betalen. Verzwarend element daarbij is kassaverantwoordelijke te zijn. De taak om de aanwezigheden van de scholieren op te volgen, ondanks diverse aanmaningen en herinneringen, verwaarlozen.

Bestreden beslissing:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

14 maart 2018 - De kamer van beroep bevestigt de tuchtmaatregel van de schorsing van 1 jaar.

Grond van de zaak:

De verzoekende partij meent dat de verwerende partij de feiten te laat heeft vastgesteld en de tuchtprocedure te lang geduurd heeft. De procedure heeft ongeveer een jaar geduurd, wat een normale duur is, maar er dient rekening gehouden te worden met het feit dat de zaak in die periode, in het kader van de preventieve schorsing, al eens voor de kamer van beroep gekomen is en de tucht-commissie opnieuw samengesteld moest worden.

De feiten zijn voldoende bewezen.

Op dergelijke feiten staat meestal ontslag. De kamer van beroep vindt dat de tuchtcommissie voldoende reke¬ning gehouden heeft met verzachtende omstandigheden.

2018_05: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2018_05_dd_20180314.pdf (204 kB)

Feit:

Ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van een leerling; het wissen van SMS berichten over uw afspraken en contacten.

Bestreden beslissing:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

14 maart 2018 - De kamer van beroep vernietigt de tuchtmaatregel van het ontslag.

Grond van de zaak:

De door de tuchtcommissie aangehaalde feiten zijn bijzonder zwaar en daar wordt de tuchtstraf van het ontslag voor opgelegd. Bij dergelijke feiten en sancties wordt een sluitend bewijs van de feiten verwacht en dat is er niet.

2018_04: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2018_04_dd_20180314.pdf (195 kB)

Feit:

Financieel gesjoemel, misbruik van vertrouwen, het geven van onvoldoende of verkeerde informatie betreffende de financiën van de school aan zowel personeel, ouders als het schoolbestuur.

Bestreden beslissing:

Preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

14 maart 2018 - De kamer van beroep neemt akte van de afstand van het beroep.

Grond van de zaak:

-

2018_03: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2018_03_dd_20180221.pdf (206 kB)

Feit:

In twee filmpjes is te zien hoe betrokkene, samen met een collega, een leerling met aanzienlijke fysieke kracht op een lessenaar duwt.

Bestreden beslissing:

Schorsing van een halve maand.

Beslissing in beroep:

21 februari 2018 - De tuchtmaatregel van de schorsing van een halve maand wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

De feiten worden niet betwist. De kamer van beroep heeft de twee filmpjes gezien.

De leerling heeft zelf geen geweld gebruikt tegenover de leraren. De filmpjes zijn op regelmatige manier verkregen.

Verwerende partij heeft een tuchtprocedure opgestart, enkel en alleen wegens dit ene voorval. De kamer van beroep oordeelt dat de tuchtcommissie redelijk en weloverwogen gehandeld heeft, met de verzachtende omstandigheden rekening gehouden heeft en op een gepaste manier een duidelijke grens gesteld heeft.

2018_02: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2018_02_dd_20180221.pdf (223 kB)

Feit:

Het vervreemden van vermogensvoordelen, schriftvervalsing, misbruik van vertrouwen en diefstal.

Bestreden beslissing:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

21 februari 2018 - De tuchtmaatregel van het ontslag wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Betrokkene werd vast benoemd door de raad van bestuur en de tuchtautoriteit werd door de algemene vergadering uitgeoefend, wat zou indruisen tegen art. 68 DRP dat bepaalt dat de tuchtmacht uitgeoefend wordt door de tot benoemen bevoegde overheid. Die denkwijze dat een benoeming door de algemene vergadering en een tuchtprocedure door de raad van bestuur, of viceversa, tot nietigheid van de tuchtprocedure leidt, komt niet alleen in het publiekrecht voor, maar ook in vroegere beslissingen van deze kamer van beroep. Ze klopt echter niet noodzakelijk voor de tuchtbevoegdheid uitgeoefend door een vzw. Daar is zowel de benoemende instantie als de tuchtinstantie de rechtspersoon van de VZW. Als dat niet zo is en beslissingen getroffen werden die niet toerekenbaar zijn aan de VZW, kan er buitencontractuele aansprakelijkheid zijn van wie onregelmatig gehandeld heeft. Vandaar dat de kamer van beroep verschillende keren een publiekrechtelijke insteek gevolgd heeft en geoordeeld heeft dat de nietigheid van de beslissing nog het minste kwaad was.

In voorliggend geval diende gecontroleerd te worden of de benoeming en de tuchtbeslissing beide al dan niet wel degelijk door de VZW genomen werden. Als dat niet het geval zou geweest zijn, zou er nietigheid van de tuchtbeslis¬sing geweest zijn, maar ook onbeperkte aansprake¬lijk¬heid van wie een fout gemaakt heeft die niet aan de VZW kon toegerekend worden. De aanstelling van de directeur is volgens de statuten van de verwerende partij voorbehouden aan de algemene vergadering. Men kon dus beweren dat de algemene vergadering inderdaad de directeur kon aanstellen, maar niet benoemen. In diezelfde redenering kon de algemene vergadering evenwel ook geen tuchtmacht uitoefenen, daar die wettelijk noch statutair voorzien was. Het argument dat de benoemende overheid en de tuchtmacht niet dezelfde waren, kan daar dus niet op gebaseerd worden.

Die kwestie wordt beheerst door het VZW-recht. De organen van een VZW zijn niet te vergelijken met die van een gemeente in het publiekrecht. Een algemene vergadering heeft niet te maken met een gemeenteraad en de raad van bestuur is geen schepencollege. In het privaatrecht waartoe de VZW behoort, speelt ook de goede trouw mee. Art. 13, 2e lid VZW-wet kent inderdaad alle niet gereserveerde bevoegdheden toe aan de raad van bestuur. Uit art. 13, 3e lid VZW-wet blijkt echter duidelijk dat dit een maatregel ter bescherming van derden is, ingevoerd opdat de VZW niet te gemakkelijk zou kunnen inroepen niet verbonden te zijn wegens statutaire redenen. De derde te goeder trouw mag niet door afwijkende interne verhoudingen binnen een VZW benadeeld worden. De derde die op de hoogte was van de interne situatie kan evenwel de niet-tegen¬werpelijkheid van een statutaire beperking niet inroepen. Hij is geen derde te goeder trouw. Dat blijkt ook duidelijk uit de commentaren op de VZW-wet van 1921/2002. In voor-liggende zaak werd de verzoekende partij niet benoemd door de raad van bestuur. De beslissing van 1 september werd vervolgens overgenomen door de algemene vergadering van 21 september 2010. Betrokkene werd dus wetens door de algemene vergadering van de VZW benoemd en heeft er zich nooit op beroepen niet door de VZW benoemd te zijn. Doordat de verwerende partij aanwezig was bij de beslissing en de situatie kende, was zij geen derde te goeder trouw, zeker niet één benadeeld werd, en kan zij dus ook niet inroepen dat de algemene vergadering niet bevoegd was en zij door de raad van bestuur had moeten benoemd worden. De benoeming en de tuchtmacht werden dus beide door dezelfde instantie uitgeoefend.

Werd de tuchtprocedure echter door de juiste instantie gevoerd en is die tenslotte door de rechtspersoon van de VZW gevoerd? Bij dit schoolbestuur werden de algemene vergadering en raad van bestuur duidelijk vermengd. Het werk van de raad van bestuur werd in feite uitgeoefend door de algemene vergadering. De verzoekende partij was op de hoogte van die werkwijze, heeft er jaren aan meegewerkt en is dus ook op dit punt geen derde ter goede trouw die zich kan beroepen op exclusieve bevoegdheden van de algemene vergadering of de raad van bestuur. Rechtshandelingen van en met een VZW zijn privaatrecht en moeten te goeder trouw geïnterpreteerd en uitgevoerd worden. Tegenover verzoekende partij ging de tuchtprocedure wel degelijk uit van de VZW.

De verzoekende partij heeft aanvaard dat benoeming en tuchtmacht door de VZW uitgeoefend werden door die vermeende verwarring van instanties niet in te roepen bij het beroep tegen de preventieve schorsing. Doordat de VZW-wet privaatrecht is en een bevoegdheidskwestie door derden niet kan ingeroepen worden zonder dat zij aantonen daardoor geschaad te zijn, moest de kamer van beroep dit niet ambtshalve opwerpen. Verzoekende partij beweert dat de algemene vergadering niet regelmatig samengesteld was. Volgens de verslagen die in het dossier staken, kloppen de aanwezigheden nochtans met de statuten. Daarnaast beweert verzoekende partij dat de Zusters van …, die recht hebben op een zitje in de algemene vergadering, een feitelijke vereniging vormen en hun vertegenwoordiger onregelmatig benoemd werd. Dat klopt niet: die congregatie heeft rechtspersoonlijkheid gekregen in het KB van 16 augustus 1836 en de aanstelling van de vertegenwoordiger is gebeurd conform art. 4 van de statuten die in dat KB opgenomen zijn. Een volgend middel van de verzoekende partij is dat het tuchtbesluit onzorgvuldig genomen is en de rechten van de verdediging geschonden werden. Het strafdossier werd bij het tuchtdossier gevoegd als voornaamste stuk. De kamer van beroep neemt aan dat de verzoekende partij zich voldoende tegen de beschuldigingen heeft kunnen verdedigen, wat blijkt uit de berusting in het vonnis. Het derde middel, de lange termijn tussen convocatie en tuchtbesluit, heeft ook met het gerechtelijk onderzoek te maken. Het is vaste rechtspraak van onze kamer van beroep dat de schoolbesturen op zo’n uitspraak mogen wachten en intussen niet zelf onderzoeksdaden dienen te stellen. Normaal kan een preventieve schorsing maar een jaar duren en moet de tuchtprocedure dan rond zijn. Voor de “onverwijlde betekening” van het tuchtbesluit is onze rechtspraak dat die termijn niet kennelijk onredelijk mag zijn, maar dat een termijn van vier weken zoals in dit dossier enkel als gevolg heeft dat de beslissing later ingaat. Het vierde middel gaat over de partijdigheid en de vooroordelen van de tuchtoverheid. In de rechtspraak wordt evenwel aangenomen dat het indienen van een strafklacht de tuchtoverheid niet partijdig maakt. .

2018_01: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2018_01_dd_20180117.pdf (228 kB)

Feit:

Het gebruiken van vertrouwelijke informatie, om leerlingen tegen elkaar op te zetten; de leerlingen die afstand van u wensten te behouden werden niet op gelijke wijze behandeld; dit mochten ze zelfs ondervinden in hun scores; lekken van informatie uit de klassenraad; leerlingen vragen bezorgen; uw haat voor het SAI verkondigen; het niet naleven van afspraken; leerlingen zonder geldige toestemming tijdens de examenperiode naar huis sturen; systematisch niet nakomen van afspraken; onttrekken aan opdrachten; maken van afspraken met de leerlingen zonder hier kennis van te geven aan het lerarenteam; leerlingen score geven aan de hand van uw band met hen; maken van een eindwerk voor een leerling; leerlingen op voorhand meedelen dat ze geslaagd zijn als ze bij u stage lopen; vooraf doorsturen van examenvragen; stagetaken samen met de leerlingen maken; doorspelen van toetsvragen en de leerlingen laten overleggen tijdens de toetsen; tijdens het afleggen van examens aan de leerlingen hints geven; niet houden van de nodige afstand tot de leerlingen; bekritiseren en intimideren van collega’s-lesgevers; lekken van persoonlijke nota’s van de klassenraad; vooraf aan de voorstelling van het project van de leerlingen de vraag doorgeven die gesteld zal worden; blijft altijd in haar klaslokaal en eet tijdens de middagpauze samen met haar leerlingen; op stagebezoeken gaan bij leerlingen die u niet zijn toegewezen en tevens documentatie invullen die door de verantwoordelijken van het stageoord dient ingevuld te worden; niet de nodige professionele afstand houden door leerlingen; leerling voor heel de klas vernederen en de spot drijven; paswoord van de computer uit een klaslokaal aan de leerlingen doorgeven; leerlingen waarmee u een goede band heeft, voortrekken en leerlingen waarmee u minder goed overweg kan, subjectief negatief beoordelen;

Bestreden beslissing:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

17 januari 2018 - De tuchtmaatregel van het ontslag wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Verzoekende partij roept in dat de tuchtprocedure onredelijk lang geduurd heeft. De kamer van beroep oordeelt dat tien maanden niet onredelijk is, omwille van het grote aantal feiten dat gecontroleerd werd, van de samenstelling van een omvangrijke dossier en omwille van de zwaarte van de voorgestelde sanctie die om afstand en bedenktijd vraagt.

De tuchtprocedure is degelijk gevoerd en het dossier werd zorgvuldig samen-gesteld. Een deel van de bewijzen berust op mailverkeer. Ze mogen gebruikt worden en hebben bewijskracht, privacy kan niet ingeroepen worden. Daarnaast zijn er smartschool-berichten tussen leraren. Die zijn beroepsmatig en moeten slechts geweerd worden als zij uitdrukkelijk en terecht ontkend worden. Bij verslagen wordt positief gewaardeerd dat die meestal op tegenspraak zijn. Er worden voldoende tuchtfeiten aangebracht en bewezen. De school heeft voldoende gesprekken met gehouden, er zijn voldoende verwittigingen geweest.

Heel wat tuchtfeiten zijn ernstig, sommige zijn zwaarwichtig geworden doordat geen gevolg gegeven werd aan de specifieke opmerkingen van de directie.