Beslissingen Kamer van Beroep 2018 - ( Vrij onderwijs)

2018_09: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2018_09_dd_20180509.pdf (216 kB)

Feit:

Een leerling thuis privé ontvangen; er vonden ongewenste intimiteiten plaats in de slaapkamer; feiten situeren zich in een context van klachten over seksueel grensoverschrijdend gedrag op school over nagenoeg de gehele loopbaan..

Bestreden beslissing:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

9 mei 2018 - De kamer van beroep bevestigt de tuchtmaatregel van het ontslag.

Grond van de zaak:

De tuchtfeiten van seksueel getinte omgang met leerlingen dateren van meer dan twintig jaar geleden, maar werden pas onlangs bekend aan de raad van bestuur. Volgens de verwerende partij waren er gedurende de gehele loopbaan van verzoekende partij klachten van grensoverschrijdend seksueel gedrag maar die feiten worden niet hardgemaakt.

De kamer van beroep heeft de oud-leerling gehoord; betrokkene heeft getuigd over de voor hem traumatische aanranding van de eerbaarheid. Bij de meerderheid van de leden van de kamer van beroep kwam de aanranding van de eerbaarheid geloofwaardig over. Ze werd dan ook aanvaard als een bewezen feit.

2018_08: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2018_08_dd_20180509.pdf (201 kB)

Feit:

Het niet naleven van de afspraken betreffende het aantal stagebezoeken, het opstellen van fictieve evaluatieverslagen, vervalsen van de handtekening van leerlingen en restauranthouders.

Bestreden beslissing:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

9 mei 2018 - De kamer van beroep vernietigt de tuchtmaatregel van het ontslag - de kamer van beroep legt de tuchtmaatregel van de terugkeer tot de tijdelijke aanstelling op.

Grond van de zaak:

De feiten worden niet betwist; verzoekende partij had in die periode familale moeilijkheden te overwinnen. Hij had echter met zijn directie moeten spreken. Tijdens de tuchtprocedure werd verzoeker evenwel niet geschorst en heeft hij zijn gewone taak uitgevoerd.

2018_07: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2018_07_dd_20180502.pdf (205 kB)

Feit:

Versturen van een opruiende en intimiderende mail aan de groep leerkrachten; verzenden van een brief aan de Raad van Bestuur en Burgemeester en Schepenen.

Bestreden beslissing:

Blaam.

Beslissing in beroep:

2 mei 2018 - De kamer van beroep vernietigt de tuchtmaatregel van de blaam.

Grond van de zaak:

Het verweerschrift wordt uit het dossier geweerd omdat het buiten de termijnen ingediend werd. Verzoekende partij vraagt de wering van twee e-mailberichten die als nieuwe stukken werden overgemaakt. Die mails worden echter in het beroep vermeld, zodat ze bij het dossier horen.

Het enige feit waarmee in de tuchtprocedure rekening kan worden gehouden is het versturen van een intimiderende en opruiende mail vanuit de computer-account van de verzoekende partij. Er kan vermoed worden dat de mail niet uitging van verzoekende partij.

2018_06: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2018_06_dd_20180314.pdf (206 kB)

Feit:

Zich in het schoolrestaurant bedienen van de saladbar en van de warme maaltijden, waar aan te geven slechts soep te nemen en daarvoor ook maar te betalen. Verzwarend element daarbij is kassaverantwoordelijke te zijn. De taak om de aanwezigheden van de scholieren op te volgen, ondanks diverse aanmaningen en herinneringen, verwaarlozen.

Bestreden beslissing:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

14 maart 2018 - De kamer van beroep bevestigt de tuchtmaatregel van de schorsing van 1 jaar.

Grond van de zaak:

De verzoekende partij meent dat de verwerende partij de feiten te laat heeft vastgesteld en de tuchtprocedure te lang geduurd heeft. De procedure heeft ongeveer een jaar geduurd, wat een normale duur is, maar er dient rekening gehouden te worden met het feit dat de zaak in die periode, in het kader van de preventieve schorsing, al eens voor de kamer van beroep gekomen is en de tucht-commissie opnieuw samengesteld moest worden.

De feiten zijn voldoende bewezen.

Op dergelijke feiten staat meestal ontslag. De kamer van beroep vindt dat de tuchtcommissie voldoende reke¬ning gehouden heeft met verzachtende omstandigheden.

2018_05: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2018_05_dd_20180314.pdf (204 kB)

Feit:

Ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van een leerling; het wissen van SMS berichten over uw afspraken en contacten.

Bestreden beslissing:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

14 maart 2018 - De kamer van beroep vernietigt de tuchtmaatregel van het ontslag.

Grond van de zaak:

De door de tuchtcommissie aangehaalde feiten zijn bijzonder zwaar en daar wordt de tuchtstraf van het ontslag voor opgelegd. Bij dergelijke feiten en sancties wordt een sluitend bewijs van de feiten verwacht en dat is er niet.

2018_04: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2018_04_dd_20180314.pdf (195 kB)

Feit:

Financieel gesjoemel, misbruik van vertrouwen, het geven van onvoldoende of verkeerde informatie betreffende de financiën van de school aan zowel personeel, ouders als het schoolbestuur.

Bestreden beslissing:

Preventieve schorsing.

Beslissing in beroep:

14 maart 2018 - De kamer van beroep neemt akte van de afstand van het beroep.

Grond van de zaak:

-

2018_03: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2018_03_dd_20180221.pdf (206 kB)

Feit:

In twee filmpjes is te zien hoe betrokkene, samen met een collega, een leerling met aanzienlijke fysieke kracht op een lessenaar duwt.

Bestreden beslissing:

Schorsing van een halve maand.

Beslissing in beroep:

21 februari 2018 - De tuchtmaatregel van de schorsing van een halve maand wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

De feiten worden niet betwist. De kamer van beroep heeft de twee filmpjes gezien.

De leerling heeft zelf geen geweld gebruikt tegenover de leraren. De filmpjes zijn op regelmatige manier verkregen.

Verwerende partij heeft een tuchtprocedure opgestart, enkel en alleen wegens dit ene voorval. De kamer van beroep oordeelt dat de tuchtcommissie redelijk en weloverwogen gehandeld heeft, met de verzachtende omstandigheden rekening gehouden heeft en op een gepaste manier een duidelijke grens gesteld heeft.

2018_02: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2018_02_dd_20180221.pdf (223 kB)

Feit:

Het vervreemden van vermogensvoordelen, schriftvervalsing, misbruik van vertrouwen en diefstal.

Bestreden beslissing:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

21 februari 2018 - De tuchtmaatregel van het ontslag wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Betrokkene werd vast benoemd door de raad van bestuur en de tuchtautoriteit werd door de algemene vergadering uitgeoefend, wat zou indruisen tegen art. 68 DRP dat bepaalt dat de tuchtmacht uitgeoefend wordt door de tot benoemen bevoegde overheid. Die denkwijze dat een benoeming door de algemene vergadering en een tuchtprocedure door de raad van bestuur, of viceversa, tot nietigheid van de tuchtprocedure leidt, komt niet alleen in het publiekrecht voor, maar ook in vroegere beslissingen van deze kamer van beroep. Ze klopt echter niet noodzakelijk voor de tuchtbevoegdheid uitgeoefend door een vzw. Daar is zowel de benoemende instantie als de tuchtinstantie de rechtspersoon van de VZW. Als dat niet zo is en beslissingen getroffen werden die niet toerekenbaar zijn aan de VZW, kan er buitencontractuele aansprakelijkheid zijn van wie onregelmatig gehandeld heeft. Vandaar dat de kamer van beroep verschillende keren een publiekrechtelijke insteek gevolgd heeft en geoordeeld heeft dat de nietigheid van de beslissing nog het minste kwaad was.

In voorliggend geval diende gecontroleerd te worden of de benoeming en de tuchtbeslissing beide al dan niet wel degelijk door de VZW genomen werden. Als dat niet het geval zou geweest zijn, zou er nietigheid van de tuchtbeslis¬sing geweest zijn, maar ook onbeperkte aansprake¬lijk¬heid van wie een fout gemaakt heeft die niet aan de VZW kon toegerekend worden. De aanstelling van de directeur is volgens de statuten van de verwerende partij voorbehouden aan de algemene vergadering. Men kon dus beweren dat de algemene vergadering inderdaad de directeur kon aanstellen, maar niet benoemen. In diezelfde redenering kon de algemene vergadering evenwel ook geen tuchtmacht uitoefenen, daar die wettelijk noch statutair voorzien was. Het argument dat de benoemende overheid en de tuchtmacht niet dezelfde waren, kan daar dus niet op gebaseerd worden.

Die kwestie wordt beheerst door het VZW-recht. De organen van een VZW zijn niet te vergelijken met die van een gemeente in het publiekrecht. Een algemene vergadering heeft niet te maken met een gemeenteraad en de raad van bestuur is geen schepencollege. In het privaatrecht waartoe de VZW behoort, speelt ook de goede trouw mee. Art. 13, 2e lid VZW-wet kent inderdaad alle niet gereserveerde bevoegdheden toe aan de raad van bestuur. Uit art. 13, 3e lid VZW-wet blijkt echter duidelijk dat dit een maatregel ter bescherming van derden is, ingevoerd opdat de VZW niet te gemakkelijk zou kunnen inroepen niet verbonden te zijn wegens statutaire redenen. De derde te goeder trouw mag niet door afwijkende interne verhoudingen binnen een VZW benadeeld worden. De derde die op de hoogte was van de interne situatie kan evenwel de niet-tegen¬werpelijkheid van een statutaire beperking niet inroepen. Hij is geen derde te goeder trouw. Dat blijkt ook duidelijk uit de commentaren op de VZW-wet van 1921/2002. In voor-liggende zaak werd de verzoekende partij niet benoemd door de raad van bestuur. De beslissing van 1 september werd vervolgens overgenomen door de algemene vergadering van 21 september 2010. Betrokkene werd dus wetens door de algemene vergadering van de VZW benoemd en heeft er zich nooit op beroepen niet door de VZW benoemd te zijn. Doordat de verwerende partij aanwezig was bij de beslissing en de situatie kende, was zij geen derde te goeder trouw, zeker niet één benadeeld werd, en kan zij dus ook niet inroepen dat de algemene vergadering niet bevoegd was en zij door de raad van bestuur had moeten benoemd worden. De benoeming en de tuchtmacht werden dus beide door dezelfde instantie uitgeoefend.

Werd de tuchtprocedure echter door de juiste instantie gevoerd en is die tenslotte door de rechtspersoon van de VZW gevoerd? Bij dit schoolbestuur werden de algemene vergadering en raad van bestuur duidelijk vermengd. Het werk van de raad van bestuur werd in feite uitgeoefend door de algemene vergadering. De verzoekende partij was op de hoogte van die werkwijze, heeft er jaren aan meegewerkt en is dus ook op dit punt geen derde ter goede trouw die zich kan beroepen op exclusieve bevoegdheden van de algemene vergadering of de raad van bestuur. Rechtshandelingen van en met een VZW zijn privaatrecht en moeten te goeder trouw geïnterpreteerd en uitgevoerd worden. Tegenover verzoekende partij ging de tuchtprocedure wel degelijk uit van de VZW.

De verzoekende partij heeft aanvaard dat benoeming en tuchtmacht door de VZW uitgeoefend werden door die vermeende verwarring van instanties niet in te roepen bij het beroep tegen de preventieve schorsing. Doordat de VZW-wet privaatrecht is en een bevoegdheidskwestie door derden niet kan ingeroepen worden zonder dat zij aantonen daardoor geschaad te zijn, moest de kamer van beroep dit niet ambtshalve opwerpen. Verzoekende partij beweert dat de algemene vergadering niet regelmatig samengesteld was. Volgens de verslagen die in het dossier staken, kloppen de aanwezigheden nochtans met de statuten. Daarnaast beweert verzoekende partij dat de Zusters van …, die recht hebben op een zitje in de algemene vergadering, een feitelijke vereniging vormen en hun vertegenwoordiger onregelmatig benoemd werd. Dat klopt niet: die congregatie heeft rechtspersoonlijkheid gekregen in het KB van 16 augustus 1836 en de aanstelling van de vertegenwoordiger is gebeurd conform art. 4 van de statuten die in dat KB opgenomen zijn. Een volgend middel van de verzoekende partij is dat het tuchtbesluit onzorgvuldig genomen is en de rechten van de verdediging geschonden werden. Het strafdossier werd bij het tuchtdossier gevoegd als voornaamste stuk. De kamer van beroep neemt aan dat de verzoekende partij zich voldoende tegen de beschuldigingen heeft kunnen verdedigen, wat blijkt uit de berusting in het vonnis. Het derde middel, de lange termijn tussen convocatie en tuchtbesluit, heeft ook met het gerechtelijk onderzoek te maken. Het is vaste rechtspraak van onze kamer van beroep dat de schoolbesturen op zo’n uitspraak mogen wachten en intussen niet zelf onderzoeksdaden dienen te stellen. Normaal kan een preventieve schorsing maar een jaar duren en moet de tuchtprocedure dan rond zijn. Voor de “onverwijlde betekening” van het tuchtbesluit is onze rechtspraak dat die termijn niet kennelijk onredelijk mag zijn, maar dat een termijn van vier weken zoals in dit dossier enkel als gevolg heeft dat de beslissing later ingaat. Het vierde middel gaat over de partijdigheid en de vooroordelen van de tuchtoverheid. In de rechtspraak wordt evenwel aangenomen dat het indienen van een strafklacht de tuchtoverheid niet partijdig maakt. .

2018_01: pdf bestandKamer_van_beroep_GVO_2018_01_dd_20180117.pdf (228 kB)

Feit:

Het gebruiken van vertrouwelijke informatie, om leerlingen tegen elkaar op te zetten; de leerlingen die afstand van u wensten te behouden werden niet op gelijke wijze behandeld; dit mochten ze zelfs ondervinden in hun scores; lekken van informatie uit de klassenraad; leerlingen vragen bezorgen; uw haat voor het SAI verkondigen; het niet naleven van afspraken; leerlingen zonder geldige toestemming tijdens de examenperiode naar huis sturen; systematisch niet nakomen van afspraken; onttrekken aan opdrachten; maken van afspraken met de leerlingen zonder hier kennis van te geven aan het lerarenteam; leerlingen score geven aan de hand van uw band met hen; maken van een eindwerk voor een leerling; leerlingen op voorhand meedelen dat ze geslaagd zijn als ze bij u stage lopen; vooraf doorsturen van examenvragen; stagetaken samen met de leerlingen maken; doorspelen van toetsvragen en de leerlingen laten overleggen tijdens de toetsen; tijdens het afleggen van examens aan de leerlingen hints geven; niet houden van de nodige afstand tot de leerlingen; bekritiseren en intimideren van collega’s-lesgevers; lekken van persoonlijke nota’s van de klassenraad; vooraf aan de voorstelling van het project van de leerlingen de vraag doorgeven die gesteld zal worden; blijft altijd in haar klaslokaal en eet tijdens de middagpauze samen met haar leerlingen; op stagebezoeken gaan bij leerlingen die u niet zijn toegewezen en tevens documentatie invullen die door de verantwoordelijken van het stageoord dient ingevuld te worden; niet de nodige professionele afstand houden door leerlingen; leerling voor heel de klas vernederen en de spot drijven; paswoord van de computer uit een klaslokaal aan de leerlingen doorgeven; leerlingen waarmee u een goede band heeft, voortrekken en leerlingen waarmee u minder goed overweg kan, subjectief negatief beoordelen;

Bestreden beslissing:

Ontslag.

Beslissing in beroep:

17 januari 2018 - De tuchtmaatregel van het ontslag wordt bevestigd.

Grond van de zaak:

Verzoekende partij roept in dat de tuchtprocedure onredelijk lang geduurd heeft. De kamer van beroep oordeelt dat tien maanden niet onredelijk is, omwille van het grote aantal feiten dat gecontroleerd werd, van de samenstelling van een omvangrijke dossier en omwille van de zwaarte van de voorgestelde sanctie die om afstand en bedenktijd vraagt.

De tuchtprocedure is degelijk gevoerd en het dossier werd zorgvuldig samen-gesteld. Een deel van de bewijzen berust op mailverkeer. Ze mogen gebruikt worden en hebben bewijskracht, privacy kan niet ingeroepen worden. Daarnaast zijn er smartschool-berichten tussen leraren. Die zijn beroepsmatig en moeten slechts geweerd worden als zij uitdrukkelijk en terecht ontkend worden. Bij verslagen wordt positief gewaardeerd dat die meestal op tegenspraak zijn. Er worden voldoende tuchtfeiten aangebracht en bewezen. De school heeft voldoende gesprekken met gehouden, er zijn voldoende verwittigingen geweest.

Heel wat tuchtfeiten zijn ernstig, sommige zijn zwaarwichtig geworden doordat geen gevolg gegeven werd aan de specifieke opmerkingen van de directie.