Kamer van Beroep - Bevoegdheid

 

Een personeelslid dat tijdelijk voor bepaalde duur in een wervingsambt of dat tijdelijk/waarnemend in een selectie- of bevorderingsambt is aangesteld en dat zonder opzegging om dringende redenen wordt ontslagen, kan beroep aantekenen bij de Kamer van Beroep. De Kamer van Beroep doet daarover in laatste aanleg uitspraak. Het beroep moet bij aangetekende brief en binnen een termijn van vijf kalenderdagen na ontvangst van het ontslag gebeuren.
Het beroep schort het ontslag op:

  • voor het gemeenschapsonderwijs: art. 24 en art. 52bis van het decreet;
     
  • voor het gesubsidieerd onderwijs: artikel 25 en art. 42, §6 van het decreet.
     
 
 

Een vastbenoemd personeelslid of een personeelslid dat tijdelijk voor doorlopende duur is aangesteld dat preventief geschorst wordt, kan hiertegen, in de in het decreet bepaalde gevallen, in beroep gaan bij de Kamer van Beroep. Opgelet: deze beroepsmogelijkheid geldt niet voor een tijdelijk aangesteld personeelslid dat in het kader van een ontslag om dringende redenen preventief geschorst werd. Het beroep moet ingesteld worden binnen een termijn van twintig kalenderdagen die ingaat de dag na het versturen van de ter post aangetekende brief met de kennisgeving van de preventieve schorsing en moet alle middelen bevatten die tegen de preventieve schorsing kunnen ingebracht worden. Het beroep schort de preventieve schorsing niet op. De Kamer van Beroep doet in laatste aanleg uitspraak ten aanzien van betwistingen rond het niet correct toepassen van de bepalingen in verband met de preventieve schorsing of het kennelijk onredelijk karakter ervan:

  • voor het gemeenschapsonderwijs: artikel 59ter van het decreet;
     
  • voor het gesubsidieerd onderwijs: artikel 67bis van het decreet.
     
 
 

Bij een tekortkoming aan hun plichten kunnen vastbenoemde personeelsleden, personeelsleden die tijdelijk aangesteld zijn voor doorlopende duur en vastbenoemde personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking en die gereaffecteerd of wedertewerkgesteld zijn, een tuchtstraf oplopen. Tegen een opgelegde tuchtstraf kan een personeelslid bij de bevoegde Kamer van Beroep beroep instellen. De Kamer is bevoegd om daarover in laatste aanleg uitspraak te doen. Het beroep moet bij de Kamer ingesteld worden binnen een termijn van twintig kalenderdagen die ingaat de dag volgend op de schriftelijke mededeling van de sanctie door de inrichtende macht. Het beroep moet, op straffe van niet-ontvankelijkheid, gemotiveerd zijn en moet de naam en het adres van de tuchtoverheid bevatten. Op hetzelfde ogenblik van het indienen van het beroepschrift, stuurt het personeelslid met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs een kopie van het beroepschrift naar zijn tuchtoverheid. Het beroep tegen een tuchtstraf schort de uitwerking van de tuchtstraf op tot de uitspraak van de Kamer van Beroep. De beslissing van de Kamer van Beroep wordt met redenen omkleed. De Kamer kan de tuchtstraf bevestigen, vernietigen of hervormen zonder evenwel de sanctie te verzwaren.

  • voor het gemeenschapsonderwijs: artikelen 60bis en 73 van het decreet en artikelen 33septies en 33decies, §1 van het besluit;
     
  • voor het gesubsidieerd onderwijs: artikelen 63bis en 72 van het decreet en artikelen 13 en 17 van het besluit.
     
 
 

De beslissingen van de Kamer van Beroep voor het gemeenschapsonderwijs en van de Kamer van Beroep voor het gesubsidieerd officieel onderwijs kunnen met een schorsingsvordering en/of vernietigingsberoep bij de Raad van State bestreden worden. Tegen beslissingen van de Kamer van Beroep voor het gesubsidieerd vrij onderwijs kan geen schorsings- of vernietigingsberoep bij de Raad van State ingesteld worden. Gelet op de contractuele aard van de rechtsverhouding tussen het personeelslid en het schoolbestuur, komt het de gewone rechtbanken toe kennis te nemen van mogelijke geschillen.