Kamer van Beroep - Samenstelling en werking

De samenstelling, de procedure en werking van de kamers van beroep zijn nader geregeld in de onder rubriek regelgeving vermelde besluiten van de Vlaamse regering:

  • voor het gemeenschapsonderwijs: de artikelen 33ter tot 33sexiesdecies;
     
  • voor het gesubsidieerd onderwijs: de artikelen 9 tot 19.


De procedure in beroep wordt verder toegelicht in het huishoudelijk reglement van iedere kamer (zie rubriek regelgeving).

 
 

Elke kamer bestaat uit een voorzitter en twee plaatsvervangende voorzitters en uit twaalf effectieve en twaalf plaatsvervangende leden die voor de ene helft worden voorgedragen door het gemeenschapsonderwijs of de representatieve groeperingen van inrichtende machten en voor de andere helft door de representatieve vakorganisaties. Hun mandaat is van onbepaalde duur:

  • voor het gemeenschapsonderwijs: de artikelen 33ter en 33quater van het besluit;
     
  • voor het gesubsidieerd onderwijs: de artikelen 9 en 10 van het besluit.

Concrete samenstelling van de kamers van beroep

(met verwijzing naar de besluiten waarbij de voorzitter en plaatsvervangende voorzitters worden benoemd en de leden en plaatsvervangende leden worden aangesteld)


Het secretariaat van de kamers wordt waargenomen door een ambtenaar van het Agentschap voor Onderwijsdiensten. De zetel van de kamers is gevestigd in het Hendrik Consciencegebouw, Koning Albert II-laan 15 te 1210 Brussel.

 
 

De procedure vóór de kamer van beroep is verschillend naargelang de kamer een beroep tegen een ontslag om dringende redenen, een preventieve schorsing of een tuchtstraf behandelt. Zo heeft bij een beroep tegen een tuchtstraf de verzoekende partij de mogelijkheid om een toelichtende memorie in te dienen en zijn de termijnen voor de behandeling van het beroep langer dan in geval van een beroep tegen een ontslag om dringende redenen of een preventieve schorsing. Voor de wijze waarop het beroep wordt behandeld (mogelijkheid tot wraking, het horen van getuigen, de mogelijkheid van verzet na beslissing bij verstek) en termijnen voor de behandeling van de beroepen wordt daarom naar de desbetreffende artikelen van de besluiten van de Vlaamse regering verwezen.

Voor het gemeenschapsonderwijs gelden voor een beroep tegen:

  • een ontslag om dringende redenen: de artikelen 33undecies tot 33quaterdecies;
     
  • een preventieve schorsing: de artikelen 33quater decies/1 tot 33quater decies/4;
     
  • een tuchtstraf: de artikelen 33septies tot 33decies.


Voor het gesubsidieerd onderwijs gelden voor een beroep tegen:

  • een ontslag om dringende redenen: de artikelen 17bis tot 17sexies;
     
  • een preventieve schorsing: de artikelen 17septies tot 17decies;
     
  • een tuchtstraf: de artikelen 13 tot 17.