Leerkrachtendatabank - Bekwaamheidsbewijzen

Een bekwaamheidsbewijs bepaalt:

  • welke ambten (bv. leraar secundair onderwijs, kleuteronderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding, ...) je mag uitoefenen;
  • welke vakken je mag geven;
  • in welk soort onderwijs (bv. gewoon of buitengewoon), het onderwijsniveau (bv. kleuteronderwijs, lager onderwijs, secundair onderwijs), de onderwijsvormen en de graden waarin je mag lesgeven;
  • in welke salarisschaal je bezoldigd zal worden;
  • of je al dan niet vast benoemd kunt worden.

Een bekwaamheidsbewijs bestaat uit verschillende elementen:

  • het basisdiploma: bv. diploma van onderwijzer, diploma van licentiaat of master, bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs (regent), diploma van hoger technisch onderwijs;
  • een bewijs van pedagogische bekwaamheid: bv. diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;

Opgelet: sommige diploma’s (bv. van (kleuter)onderwijzer, van geaggregeerde voor het secundair onderwijs groep I, bachelor in het onderwijs) combineren in één diploma zowel het basisdiploma als het bewijs van pedagogische bekwaamheid.

  • eventueel nuttige ervaring: voor een aantal ambten of vakken kan de praktijkervaring - dit is de periode waarin je als werknemer of zelfstandige een beroep of ambacht uitoefende buiten het onderwijs - erkend worden als een onderdeel van het bekwaamheidsbewijs.

Er zijn drie soorten bekwaamheidsbewijzen:

Concreet:

Lerarenopleiding