Salarisinfo - Eindejaarstoelage 2014

1. Akkoorden van sectorale sociale programmatie voor de jaren 2012-2014, afgesloten op 13/12/2013

In 2014 wordt het forfaitair bedrag van de eindejaarstoelage van 2013 na toepassing van het indexmechanisme verhoogd met 232,86 EURO.

 

2. Raamakkoord tussen de Vlaamse regering en het gemeenschappelijk vakbondsfront van 23/11/2012

De personeelsleden voor wie tijdens de referentieperiode voor de berekening van het vakantiegeld 2014 uitsluitend prestaties als vast benoemd of tot de proeftijd toegelaten personeelslid in aanmerking komen, vallen onder de toepassing van het raamakkoord. Dit houdt in dat de berekeningsbasis voor het vakantiegeld 70,26 % is van het bruto-salaris van de referentiemaand en niet de normale 92 %. Deze personeelsleden zullen evenwel het berekend verschil tussen 92 % en 70,26 %, nog vermenigvuldigd met de coëfficiënt 1,0368 ter compensatie van de verschuldigde werknemersbijdrage VGZ op de eindejaarstoelage, ontvangen bij de uitbetaling van de eindejaarstoelage 2014.

 

3. Berekeningsprincipes

De eindejaarstoelage is samengesteld uit een forfaitair en een veranderlijk gedeelte. Dit jaar bedraagt het forfaitair gedeelte 595,03 EUR (362,17 EUR, verhoogd met 232,86 EUR).

Het veranderlijke gedeelte bedraagt 2,5 procent van de jaarlijkse brutobezoldiging die tot grondslag diende voor de berekening van het salaris van de maand oktober 2014.

Bij de berekening van de eindejaarstoelage wordt rekening gehouden met de prestaties tijdens de referentieperiode.

 

4. Referentieperiode

4.1. Alle onderwijsniveaus (uitgezonderd het Hoger Onderwijs)

  • Voor tijdelijke personeelsleden die uitgestelde bezoldiging ontvingen, is de referentieperiode voor de berekening van de eindejaarstoelage 2015 het schooljaar 2014 – 2015 (1 september 2014 – 30 juni 2015). Deze referentieperiode geldt ook voor de personeelsleden die op 1/1/2015 geheel of gedeeltelijk vast benoemd werden.
  • Voor de andere tijdelijke personeelsleden en voor de vast benoemde personeelsleden loopt de referentieperiode voor de berekening van de eindejaarstoelage 2015 van 1 januari 2015 tot en met 30 september 2015. Opmerking : indien deze personeelsleden ook tijdelijke prestaties uitoefenden waarvoor zij uitgestelde bezoldiging ontvingen, dan is de referentieperiode het schooljaar 2014 – 2015 (1 september 2014 – 30 juni 2015).

4.2. Hoger Onderwijs

Voor de tijdelijke en de vast benoemde personeelsleden van het Hoger Onderwijs loopt de referentieperiode voor de berekening van de eindejaarstoelage 2015 van 1 januari 2015 tot en met 30 september 2015. Uitzondering : indien deze personeelsleden ook in een ander onderwijsniveau werken en uitgestelde bezoldiging hebben gekregen, dan is de referentieperiode het schooljaar 2014 – 2015 (1 september 2014 – 30 juni 2015).

 

5. Voorbeelden

5.1. Toepassing raamakkoord

Voorbeeld 1 (salarisschaal 501 – licentiaat/master):

Een tijdens de referentieperiode van het vakantiegeld 2014 uitsluitend vast benoemd leraar in het secundair onderwijs, derde graad, met een lesopdracht van 20/20 economie, salarisschaal 501 en een geldelijke anciënniteit van 12 jaar en 9 maanden op 1 oktober 2014.

Jaarlijkse brutobezoldiging die tot grondslag diende voor de berekening van het salaris van oktober 2014: 29.100,63 EUR.

Index: 1,6084.

Berekening: [595,03 + (2,5% x 29.100,63 x 1,6084)] x 270/270 x 20/20 = 1.765,17 EUR.

Toepassing raamakkoord: 1.765,17 + 879,16* = 2.644,33 EUR.

*zie voorbeeld 1 onder het trefwoord “vakantiegeld”.

De eindejaarstoelage bedraagt 2.644,33 EUR bruto. Van dit bedrag wordt een VGZ-bijdrage van 40,54 EUR afgehouden en ook nog bedrijfsvoorheffing.

5.2. Geen toepassing raamakkoord

Voorbeeld 2 (salarisschalen 141/148/301 – kleuteronderwijzer, onderwijzer, regent, bachelor):

Een tijdelijk aangestelde kleuteronderwijzeres heeft tijdens het schooljaar 2013 – 2014 een voltijdse opdracht van 1 september 2013 tot 30 april 2014. Vanaf 1 mei 2014 oefent zij een halftijdse opdracht uit. Haar geldelijke anciënniteit bedraagt 5 jaar en 3 maanden op 1 oktober 2014.

Jaarlijkse brutobezoldiging die tot grondslag diende voor de berekening van het salaris van oktober 2014: 19.979,38 EUR.

Index: 1,6084.

Berekening:

[595,03 + (2,5% x 19.979,38 x 1,6084)] x 240/300 x 24/24 = 1.118,72 EUR.

[595,03 + (2,5% x 19.979,38 x 1,6084)] x 60/300 x 12/24 = 139,84 EUR.

De eindejaarstoelage bedraagt 1.118,72 + 139,84 = 1.258,56 EUR.

Van dit bedrag wordt een RSZ-bijdrage van 164,49 EUR afgehouden en ook nog bedrijfsvoorheffing.

 

6. Verdere informatie

Akkoorden van sociale programmatie voor de jaren 2012-2014. - Maatregelen in het kader van het geldelijk statuut