Salaris: wat betekenen al die termen?

aanvullende uitgestelde bezoldiging - administratieve toestand - bedrijfsvoorheffing - belastbaar - betaalwijze maand/dag - beroepsinkomsten partner - betaalwijze - bijzondere bijdrage sociale zekerheid - bruto - burgerlijke staat - fiscaal ten laste - fiscaal voluntariaat - fonds overlevingspensioenen - gehandicapt - geïndexeerd jaarsalaris - geldelijke anciënniteithaard/standplaatstoelageindex - jaarsalaris aan 100% - netto - niet belastbare vergoedingniet inwoner - partner gehandicapt - recht op uitgestelde bezoldiging - rijkssociale zekerheid - salarisschaal - sociale afhoudingen - soort ambt - TAO vergoeding - toegepast percentage - TWO vergoedinguitgestelde bezoldiging - verplichte geneeskundige zorgen - werkbonus


1. Impact op het bruto

Hieronder vindt u alle gegevens die een impact hebben op de samenstelling van uw brutosalaris voor deze opdracht. Deze gegevens kunnen per opdracht verschillend zijn./geindexeerdjaarsalaris

1.1. Geïndexeerd jaarsalaris

Uw geïndexeerd jaarsalaris vermeldt uw jaarsalaris aan 100% vermenigvuldigd met de index.

1.1.1 Index

Uw salarisschaal vermeldt de jaarbedragen van uw salaris aan 100%. Dat betekent dat die bedragen nog geïndexeerd moeten worden. Salarissen zijn namelijk bij wet gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.

Bij een overschrijding van de spilindex vermenigvuldigt AGODI de bedragen aan 100% met de nieuwe verhoogde indexcoëfficiënt die geldig is voor de salarissen binnen de openbare sector (+ 2%). De verhoging gaat in vanaf de tweede maand na de overschrijding van de spilindex.

1.1.2. Jaarsalaris aan 100%

Dat is het bedrag van het toegekende salaris op jaarbasis en op basis van een voltijdse betrekking.

’Jaarsalaris 100%’ betekent dat het vermelde bedrag niet geïndexeerd is. Om het bruto jaarsalaris te berekenen moet dat bedrag dus nog vermenigvuldigd worden met de indexcoëfficiënt.

1.2. Toegepast percentage

In de meeste gevallen bedrag het toegepast percentage 100%. Er zijn echter situaties waarin u maar recht hebt op een bezoldiging aan een lager percentage, bijvoorbeeld tijdens een TBS wegens ziekte. In die gevallen, vindt u hier het percentage dat werd toegepast bij het berekenen van uw brutosalaris voor deze opdracht.

1.3. Soort ambt

De volgende vermeldingen kunnen voorkomen:

  • hoofdambt (HA);
  • bijbetrekking;
  • overwerk;
  • speciaal hoofdambt.

De prestaties kunnen kleiner zijn dan een voltijdse betrekking (onvolledige betrekking), precies gelijk zijn aan een voltijdse betrekking of groter zijn dan een voltijdse betrekking. Prestaties die groter zijn dan een voltijdse betrekking worden, naargelang van de omstandigheid, bezoldigd als bijbetrekking, overwerk of speciaal hoofdambt.

1.4. Salarisschaal

Dat is de code van de toegekende salarisschaal. Een salarisschaal bestaat uit:

  • een code: dat is een cijfer dat de salarisschaal aanduidt;
    • de minimumleeftijd of klasse: elke salarisschaal is ingedeeld in een klasse, nl. in de klasse 18 jaar, 20 jaar, 21 jaar, 22 jaar, 23 jaar of 24 jaar. Vanaf die leeftijd bouwt een personeelslid binnen die salarisschaal geldelijke anciënniteit op. Dat betekent dat vanaf die leeftijd diensten in aanmerking genomen kunnen worden om het salaris vast te stellen;
    • een minimum en een maximum (op enkele uitzonderingen na): op het minimum worden met ingang van de minimumleeftijd en met het opbouwen van geldelijke anciënniteit verhogingen toegepast. Die verhogingen zijn in principe jaarlijks of tweejaarlijks. De vermelde bedragen zijn de jaarbedragen aan 100%, dus niet-geïndexeerd.

1.5. Geldelijke anciënniteit

Dat is de geldelijke anciënniteit die u verworven hebt, uitgedrukt in jaren en maanden.

Die anciënniteit is het resultaat van de som van alle vroeger gepresteerde diensten, te rekenen vanaf de minimumleeftijd, die in aanmerking genomen kunnen worden. Die diensten kunnen zowel in het onderwijs als buiten het onderwijs gepresteerd zijn. Diensten die buiten het onderwijs gepresteerd zijn, moeten een specifieke validatieprocedure doorlopen.

1.6. Administratieve toestand

De volgende vermeldingen kunnen voorkomen:

  • vast (benoemd);
  • tijdelijk;
  • tijdelijk met uitgestelde bezoldiging (UB);
  • contractueel;
  • proeftijd.
1.6.1. Recht op UB

Indien uw tijdelijke opdracht recht geeft op uitgetelde bezoldiging zal dit in dit veld aangeduid zijn met ‘Ja’

1.6.2. Betaalwijze Maand/Dag

Betaalwijze Maand 
Bent u vastbenoemd of bent u als tijdelijke in dienst tot het einde van het lopende schooljaar of langer? Werkt u aan een hogeschool? Dan krijgt u op het einde van iedere maand 1/12 van het jaarsalaris uitbetaald.

Betaalwijze Dag 
Bent u als tijdelijke in dienst voor een kortere periode (ad interim of niet tot het einde van het schooljaar), dan krijgt u op het einde van de maand, voor de periode dat u in dienst bent geweest, per kalenderdag 1/360 van het jaarsalaris uitbetaald.

2. Impact op het netto

Hieronder vindt u alle gegevens die een impact hebben op uw bedrijfsvoorheffing Deze gegevens zijn voor al uw opdrachten identiek.

2.1. Personen fiscaal ten laste

Die rubriek vermeldt de personen die fiscaal ten laste zijn van het personeelslid, eerst vermelde we het totale aantal daarna de gehandicapten. We onderscheiden de volgende drie categorieën:

  • kinderen ten laste;
  • personen > 65 jaar ten laste;
  • andere personen ten laste.

2.2. Burgerlijke staat

Deze rubriek deelt de burgerlijke staat mee:

  • ongehuwd;
  • gehuwd of wettelijk samenwonend;
  • gescheiden;
  • feitelijk gescheiden;
  • weduwe/weduwnaar.
2.2.1. Beroepsinkomsten partner

Als het personeelslid gehuwd of wettelijk samenwonend is, hebben de beroepsinkomsten van de echtgenoot een invloed op de berekening van de bedrijfsvoorheffing.

Volgende situaties kunnen zich voordoen:

  • de partner heeft GEEN beroepsinkomsten;
  • de partner heeft WEL beroepsinkomsten.

In dat laatste geval kan de grootte van de beroepsinkomsten een rol spelen bij de eventuele toekenning van een vermindering:

  • de partner van de verkrijger van de inkomsten heeft persoonlijke beroepsinkomsten, andere dan pensioenen, renten of daarmee gelijkgestelde inkomsten, die een bepaalde grens niet overschrijden;
  • de partner van de verkrijger van de inkomsten heeft persoonlijke beroepsinkomsten die uitsluitend bestaan uit pensioenen, renten of daarmee gelijkgestelde inkomsten, die een bepaalde grens niet overschrijden.
2.2.2. Partner gehandicapt

De partner van het personeelslid heeft een handicap.

2.3. Gehandicapt

Het personeelslid is zelf gehandicapt.

2.4. Niet-inwoner

Voor de niet-inwoners die niet gedurende het volledige belastbare tijdperk in België wonen en die niet voldoen aan bepaalde voorwaarden, berekent AGODI de bedrijfsvoorheffing volgens schaal III (vastgesteld door de FOD Financiën). Die schaal houdt geen rekening met de persoonlijke situatie of gezinstoestand van de betrokkene.

3. Bruto

Het bruto maandsalaris voor een voltijdse betrekking wordt berekend door het bruto jaarsalaris aan 100% te delen door twaalf en dat bedrag te vermenigvuldigen met de indexcoëfficiënt.

Hier vindt u het bedrag van het bruto maandsalaris voor de in deze lijn vermelde instelling, soort ambt, periode, salarisschaal, anciënniteit, percentage en opdrachtbreuk.

4. Haard- en standplaatstoelage (H/S)

Als u een hoofdambt uitoefent en niet terbeschikking gesteld bent, heeft u recht op een haard- of standplaatstoelage als uw salaris een wettelijk vastgestelde grens niet overschrijdt.

  • Een haardtoelage wordt toegekend aan:
    • het gehuwde of samenwonende personeelslid, tenzij zijn echtgenoot of partner de haardtoelage ontvangt;
    • het alleenstaande personeelslid met ten minste één kind ten laste dat recht geeft op kinderbijslag.
  • U heeft recht op een standplaatstoelage als u niet aan de voorwaarden voldoet om een haardtoelage te ontvangen.

Als beide partners aan de voorwaarden voldoen voor een haardtoelage, duiden zij de begunstigde in wederzijds akkoord aan. 

De haardtoelage vraagt u aan met een specifiek aanvraagformulier./socialeafhoudingen

5. Sociale afhoudingen

Er bestaan 3 soorten van sociale afhoudingen ‘Fonds voor Overlevingspensioenen’, ‘Rijkssociale zekerheid’ en ‘Verplichte Geneeskundige Zorgen’.

5.1. Fonds voor Overlevingspensioenen (FOP)

Dat is de bijdrage voor het Fonds voor Overlevingspensioenen. Alleen vastbenoemde personeelsleden zijn aan die bijdrage onderworpen. De FOP bedraagt 7,5 % van het bruto maandsalaris.

5.2. Rijkssociale Zekerheid (RSZ)/Verplichte Geneeskundige Zorgen (VGZ)

Rijkssociale Zekerheid 
Dat bedrag vormt de bijdrage voor het volledige RSZ-stelsel. Enkel tijdelijke personeelsleden zijn aan die bijdrage onderworpen. Er wordt 13,07 % afgehouden van het bruto maandsalaris vermeerderd met de haard- of standplaatstoelage. 
Als u een werkbonus ontvangt, is het bedrag ervan verrekend in de RSZ-bijdrage.

Verplichte Geneeskundige Zorgen 
Dat bedrag is de bijdrage voor de Verplichte Geneeskundige Zorgen. Alleen vastbenoemde personeelsleden zijn aan die bijdrage onderworpen. Het gaat over 3,55 % van het bruto maandsalaris.

6. Belastbaar

Het belastbaar salaris is het resultaat van volgende berekening: u vermeerdert het brutosalaris met de haard- of standplaatstoelage en trekt daar vervolgens de sociale inhoudingen van af (- RSZ, - FOP, - VGZ + werkbonus). Het belastbaar bedrag dient als basis voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing.

7. Bedrijfsvoorheffing

De bedrijfsvoorheffing is een voorschot op de uiteindelijk verschuldigde belastingen. Het belastbaar salaris dient als basis voor de berekening.

Belangrijke parameters voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing zijn:

  • het totale belastbare bedrag;
    • de burgerlijke staat;
    • het aantal kinderen ten laste;
    • het aantal andere personen ten laste;
    • in voorkomend geval de vermindering bedrijfsvoorheffing aangaande de werkbonus.

De bedrijfsvoorheffing wordt berekend op het totale belastbare salaris en vervolgens proportioneel over de deelopdrachten gespreid.

Bijbetrekking en overwerk zijn exceptionele vergoedingen en onderworpen aan een hoger tarief.
Dat geldt eveneens voor vakantiegeld en eindejaarstoelage.

8. Netto

Het netto maandsalaris is gelijk aan het verschil tussen het belastbaar maandsalaris en de bedrijfsvoorheffing.

9. Bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid (BBSZ)

De bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid wordt vastgesteld in verhouding tot het gezinsinkomen. De maandelijkse inhouding op uw salaris is een voorschot op uw definitieve bijdrage. De uiteindelijke afrekening van de bijdrage gebeurt door de fiscale administratie, op basis van uw belastingaangifte (gezinsinkomen).

10. Werkbonus

De werkbonus heeft tot doel de werknemers met een laag inkomen een hoger nettosalaris te garanderen, zonder het brutosalaris te verhogen. Dat gebeurt door werknemers met een laag inkomen een vermindering te geven van hun persoonlijke bijdragen voor de sociale zekerheid. Als u tijdelijk of contractueel aangesteld bent en uw referentiemaandsalaris is lager dan een bepaalde grens, dan komt u voor de werkbonus in aanmerking. De werkbonus is verrekend in het bedrag dat vermeld wordt in de kolom RSZ/VGZ.

11. Vermindering Bedrijfsvoorheffing werkbonus

Na aftrek van alle al bestaande verminderingen wordt de bedrijfsvoorheffing (BV) bijkomend verminderd met een bedrag dat gelijk is aan een bepaald percentage van de toegekende werkbonus.
Personeelsleden die niet in aanmerking komen voor een werkbonus, genieten bijgevolg ook niet van die fiscale maatregel. De vermindering BV werkbonus is verrekend in het bedrag dat vermeld wordt in de kolom BV (bedrijfsvoorheffing).

12. Diverse vermeldingen (niet standaard)

12.1. Uitgestelde bezoldiging

Het tijdelijk onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel ontvangt tijdens de maanden juli en augustus geen salaris, maar wel een zogenaamde uitgestelde bezoldiging voor de prestaties geleverd tijdens het voorgaande schooljaar. In de maand juli krijgen de personeelsleden een bezoldiging uitbetaald naar rato van de geleverde prestaties voor de periode september-december. In de maand augustus krijgen de personeelsleden een bezoldiging uitbetaald naar rato van de geleverde prestaties voor de periode januari-juni.

O.a. de volgende personeelsleden hebben geen recht op uitgestelde bezoldiging:

  • het CLB-personeel;
    • het administratief personeel;
    • het contractueel personeel (b.v. codo’s, gesco’s, …);
    • het personeel van de centra voor basiseducatie (CBE);
    • het personeel van hogescholen.

Die personeelsleden ontvangen tijdens de maanden juli en augustus verder hun salaris, voor zover zij dan aangesteld zijn.

Voor het tijdelijk onderwijzend personeel van het hoger onderwijs geldt een aparte regeling.

12.2. TAO-vergoeding (Tijdelijke andere opdracht)

Een verlof tijdelijke andere opdracht (Verlof TAO) kan u worden toegekend als u tijdelijk bent belast met een opdracht waarvoor u niet vastbenoemd bent of waarin geen vaste benoeming mogelijk is.
Als het salaris van uw werkelijke opdracht hoger is dan het salaris van uw vastbenoemde opdracht, behoudt u uw salaris en ontvangt u daarnaast nog een vergoeding (TAO-vergoeding).

12.3. TWO vergoeding

Als een tijdelijk of een contractueel personeelslid na het einde van de tijdelijke aanstelling of arbeidsovereenkomst nog steeds arbeidsongeschikt is als gevolg van een arbeidsongeval of een beroepsziekte, dan heeft dat personeelslid geen recht op de doorbetaling van het salaris. Het personeelslid ontvangt dan een tijdelijke werkonbekwaamheidsvergoeding (TWO-vergoeding) van 90% van het gemiddelde dagloon, zolang hij arbeidsongeschikt is.

De TWO-vergoeding wordt ook uitbetaald aan een tijdelijk personeelslid bedreigd door een beroepsziekte bij een nieuwe aanstelling (begin van het schooljaar).

12.4. Aanvullende uitgestelde bezoldiging

Tijdelijke personeelsleden ontvangen tijdens periodes van bevallingsverlof en moederschapsbescherming tijdens het schooljaar geen bezoldiging van AGODI. Die personeelsleden ontvangen dan wel een uitkering van de mutualiteit. Wat de zomervakantie betreft, is het zo dat de periodes van bevallingsverlof en moederschapsbescherming wel in aanmerking komen voor de berekening van de uitgestelde bezoldiging.

12.5. Fiscaal voluntariaat (FIVO)

Op uw schriftelijk verzoek houdt AGODI van uw salaris meer bedrijfsvoorheffing in dan reglementair voorzien volgens de schalen van de FOD Financiën. Dit is het ‘fiscaal voluntariaat’. In uw verzoek vermeldt u dan het bedrag dat bijkomend moet worden ingehouden. Zo zal u bij de afrekening voor de fiscale administratie minder bijbetalen of een (hoger) bedrag terugkrijgen.

12.6. Niet belastbare vergoeding (NBV)

Een niet-belastbare vergoeding is een bedrag waarop AGODI geen bedrijfsvoorheffing inhoudt. Het maandbedrag van de vergoeding is dus het bedrag dat u werkelijk ontvangt.

Vragen?

Je kan vragen over je salaris en je personeelsdossier stellen aan je dossier- en relatiebeheerder. Zij beantwoorden je vraag binnen drie werkdagen.

Op de vernieuwde salarisbrief vind je de contactgegevens terug.