Salarisoverzicht: betekenis van rubrieken, afkortingen en codes

Wat is de betekenis van de rubrieken, afkortingen en codes op een salarisoverzicht?

1.1. BETALING (kolom A)

Kolom A toont het soort salaris, het jaar en de maand waarop dat salaris betrekking heeft. Onder ‘salaris’ verstaan we het maandsalaris (MB – maandbetaling), de uitgestelde bezoldiging (UB) voor tijdelijke personeelsleden), het vakantiegeld (VG), de eindejaarstoelage (EJ), de herziening van het vakantiegeld (HERZ VG) of de herziening van de eindejaarstoelage (HERZ EJT)).

1.2. INSTELLING (kolom B), INSTELLING NAAM (kolom C)

Die kolom geeft het nummer en de naam van de instelling weer.

1.3. PERS-STAMBOEKNUMMER (kolom D)

Als een personeelslid voor het eerst in dienst komt in het onderwijs, krijgt hij een stamboeknummer. Dat nummer bestaat uit elf karakters:

  • het eerste karakter duidt het geslacht aan: 1 (mannelijk) of 2 (vrouwelijk);
  • de volgende zes karakters zijn voorbehouden voor de geboortedatum: jaar, maand, dag;
  • de volgende twee karakters vormen het volgnummer in de reeks personen die op dezelfde dag geboren zijn;
  • de laatste twee karakters vormen een controlegetal.

Het stamboeknummer blijft gedurende de volledige onderwijsloopbaan geldig, zelfs na een lange onderbreking.

1.4. PERS-NAAM (kolom E)

Daaronder worden de naam en voornaam van het personeelslid vermeld.

1.5. PERS-STRAAT (kolom F), POSTCODE (kolom G), GEMEENTE (kolom H)

U vindt daar de adresgegevens van het personeelslid terug. 

1.6. PERS-IBAN (kolom I) + PERS-BIC (kolom J)

Kolommen I en J bevatten de rekeningnummers en BIC-codes die u heeft doorgegeven voor uw personeelsleden. AGODI stort de salarissen van uw personeelsleden op die rekeningnummers.

1.7. BEGINDATUM (kolom K) en EINDDATUM (kolom L)

Dat zijn de begin- en de einddatum (telkens dag, maand en jaar) van de periode waarop de berekening of de eventuele herziening van het salaris of een andere soort betaling betrekking heeft.

1.8. HERKOMST (kolom M)

Daar verschijnt de herkomst van de betaling. De meest voorkomende zijn:

  • EPD (Elektronisch Personeelsdossier)
  • HIST (Historiek)
  • BER (Berekening)
  • VEU (Vakantiegeld, Eindejaarstoelage, Uitgestelde bezoldiging)

De aanduiding EPD verschijnt bij alle lijnen die werden berekend op basis van de meest recente gegevens in het personeelsdossier. Deze lijnen kregen vroeger de code 05.

De gegevens met de aanduiding HIST hebben betrekking op een eerdere betaling. Die lijnen worden enkel vermeld indien er een herziening is van de vorige situatie in de huidige maand. De vroegere aanduiding daarvoor was 06.

De lijnen met een aanduiding BER bevatten gegevens die tijdens de berekening van een salaris worden toegevoegd, zoals BBSZ.

De gegevens met de herkomst VEU verwijzen naar vakantiegeld of eindejaarstoelage.

1.8. SALARISCOMPONENT (kolom N)

Die kolom toont enkele salariscomponenten, zoals:

  • Salaris;  
  • BBSZ (Bijzondere Bijdrage Sociale Zekerheid);
  • FIVO (Fiscaal Voluntariaat):
    Op schriftelijk verzoek van het personeelslid houdt AGODI meer bedrijfsvoorheffing in op het salaris dan reglementair voorzien volgens de schalen van de FOD Financiën. Dat is het ‘fiscaal voluntariaat’.

1.9. SALARISPROFIEL

De gegevens in kolommen ‘O’ tot en met ‘Z’ hebben betrekking op een aantal personalia van het personeelslid, de partner en/of kinderen, die een invloed hebben op de berekening van de bedrijfsvoorheffing.

Het salarisprofiel is samengesteld uit volgende elementen:

1.10.1.GHA (gehandicapt) (kolom O)

Het personeelslid is zelf gehandicapt.

1.10.2.N-INW (niet-inwoner) (kolom P)

Voor de niet-inwoners die niet gedurende het volledige belastbare tijdperk in België wonen en die niet voldoen aan bepaalde voorwaarden, berekent AGODI de bedrijfsvoorheffing volgens schaal III (vastgesteld door de FOD Financiën). Die schaal houdt geen rekening met de persoonlijke situatie of gezinstoestand van de betrokkene.

1.10.3.(BURGERLIJKE STAAT) (kolom Q), BS-OMSCHRIJVING (kolom R)

Die kolommen geven de code en omschrijving weer van de burgerlijke staat:

Ongehuwd/alleenstaand met haardgeld 

Ongehuwd 

Gehuwd/wettelijk samenwonend 

Weduwe of weduwnaar 

Gescheiden 

Feitelijk gescheiden 

Gehuwd met haardgeld/wettelijk samenwonend met haardgeld 

1.10.4.P-INK (partner inkomen) (kolom S)

Als het personeelslid gehuwd of wettelijk samenwonend is, hebben de beroepsinkomsten van de echtgenoot een invloed op de berekening van de bedrijfsvoorheffing.

Volgende situaties kunnen zich voordoen:

  • de echtgenoot heeft GEEN beroepsinkomsten;
  • de echtgenoot heeft WEL beroepsinkomsten.

In dat laatste geval kan de grootte van de beroepsinkomsten een rol spelen bij de eventuele toekenning van een vermindering:

  • de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft persoonlijke beroepsinkomsten, andere dan pensioenen, renten of daarmee gelijkgestelde inkomsten, die een bepaalde grens niet overschrijden;
  • de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft persoonlijke beroepsinkomsten die uitsluitend bestaan uit pensioenen, renten of daarmee gelijkgestelde inkomsten, die een bepaalde grens niet overschrijden.

1.10.5.P-GHA (partner gehandicapt)

De echtgenoot van het personeelslid heeft een handicap.    

1.10.6.PERSONEN FISCAAL TEN LASTE

De kolommen U t.e.m. Z vermelden de personen die fiscaal ten laste zijn van het personeelslid, met daarbij de aanduiding ‘Valide’ of ‘Handicap’. We onderscheiden de volgende drie categorieën:

aantal kinderen ten laste (KTL) (kolom U);

GEH-KTL (kolom V)

personen 65+ ten laste (ASC) (kolom W);

GEH-ASC (kolom X)

andere personen ten laste (APTL) (kolom Y).

GEH-APTL (kolom Z)

1.11. ATO (kolom AA) , ATO-OMSCHRIJVING (kolom AB)

De volgende codes en omschrijvingen voor de administratieve toestand van een personeelslid worden gebruikt:

1

Tijdelijk niet-vacant ambt

Tijdelijk vacant ambt

3

Proeftijd 

4

Vastbenoemd 

Contractueel Interimaris

9

Contractueel

1.12. PC (personeelscategorie) (kolom AC), PC-OMSCHRIJVING (kolom AD)

Die kolommen duiden de personeelscategorie aan waartoe een bepaald personeelslid behoort. De meest voorkomende situaties zijn:

01 

Werklieden, o.a. TWP (tijdelijk werkliedenpersoneel) in het gemeenschapsonderwijs  

02 

Administratief personeel 

In het basisonderwijs omvat die categorie ook de administratief medewerker van de categorie beleids- en ondersteunend personeel, in het secundair onderwijs ook het ondersteunend personeel (administratief medewerker).  

03 

Onderwijzend personeel (in elektronisch dossier ook bestuurspersoneel) 

04 

Bestuurspersoneel (niet in elektronisch dossier) 

05 

Wetenschappelijk personeel 

06 

Opvoedend hulppersoneel 

In het basisonderwijs omvat dat ook de zorgcoördinator en ict-coördinator van de categorie beleids- en ondersteunend personeel, in het secundair onderwijs ook het ondersteunend personeel (opvoeder). 

07 

Paramedisch personeel  

Medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel 

09 

CLB-personeel 

1.13. Opdracht: TELLER (kolom AE) en NOEMER (kolom AF)

Die kolommen vormen samen de opdrachtbreuk(en), ook wel tewerkstellingsbreuk(en) genoemd.
Een opdrachtbreuk is doorgaans volgens volgend stramien samengesteld: XXX/YYYY.

  • XXX = de teller. De teller bestaat uit maximaal drie cijfers die het aantal volledige lesuren per week aangeven.
  • YYYY = de noemer. De noemer bestaat uit maximaal vier cijfers. De noemer geeft het aantal lesuren per week aan die vereist zijn voor een volledige betrekking.

Als het nodig is, vermeldt de teller de restfractie van een uur.

Sommige opdrachten kunnen niet in een breuk uitgedrukt worden. AGODI gebruikt dan de vermelding 111/1111. Dat is bijvoorbeeld het geval als uw personeelslid belast is met een tijdelijk andere opdracht die recht geeft op een salarissupplement.

1.14. PERCENT (percentage) (kolom AG)

In bepaalde gevallen kan AGODI slechts een percentage van het salaris uitbetalen.
Dat is bijvoorbeeld zo als een personeelslid ter beschikking gesteld is wegens ziekte of als hij een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen geniet. In die gevallen ontvangt betrokkene een wachtgeld dat overeenkomt met een percentage van zijn activiteitssalaris.

1.15. BAR (Barema) (kolom AH)

Dat is de code van de toegekende salarisschaal. Een salarisschaal bestaat uit:

  • een code: dat is een cijfer dat de salarisschaal aanduidt;
  • de minimumleeftijd of klasse: elke salarisschaal is ingedeeld in een klasse, nl. in de klasse 18 jaar, 20 jaar, 21 jaar, 22 jaar, 23 jaar of 24 jaar. Vanaf die leeftijd bouwt een personeelslid binnen die salarisschaal geldelijke anciënniteit op. Dat betekent dat vanaf die leeftijd diensten in aanmerking genomen kunnen worden om het salaris vast te stellen;
  • een minimum en een maximum (op enkele uitzonderingen na): op het minimum worden met ingang van de minimumleeftijd en met het opbouwen van geldelijke anciënniteit verhogingen toegepast. Die verhogingen zijn in principe jaarlijks of tweejaarlijks. De vermelde bedragen zijn de jaarbedragen aan 100%, dus niet-geïndexeerd.

1.16. ANCIEN (anciënniteit) (kolom AI)

Dat is de geldelijke anciënniteit die het personeelslid verworven heeft, in jaren en in maanden uitgedrukt.

1.17. BEDRAG (kolom AJ)

Het salarissysteem voorziet de mogelijkheid tot input van een manueel berekend bedrag. Dat manueel berekend bedrag wordt in deze kolom vermeld.

1.18. HBO (Hoofdambt, bijbetrekking, overwerk) (kolom AK)

De volgende vermeldingen kunnen voorkomen:

  • hoofdambt (H);
  • bijbetrekking (B);
  • overwerk (O);
  • speciaal hoofdambt (S)

De prestaties kunnen kleiner zijn dan een voltijdse betrekking (onvolledige betrekking), precies gelijk zijn aan een voltijdse betrekking of groter zijn dan een voltijdse betrekking. Prestaties die groter zijn dan een voltijdse betrekking worden, naargelang van de omstandigheid, bezoldigd als bijbetrekking, overwerk of speciaal hoofdambt.

1.19. LOONRECHT (kolom AL)

De volgende omschrijvingen kunnen voorkomen:

  • wedde
  • wachtgeld
  • bijwedde
  • NVS (niet-verworven salarisschaal)
  • TAO vergoeding

1.20. AARD-WACHTGELD (kolom AM)

In bepaalde gevallen heeft een personeelslid geen recht op een salaris, maar op een wachtgeld. Er zijn verschillende soorten wachtgeld:

  • gewoon wachtgeld
  • TBS ziekte wedde 100%
  • TBS ziekte wedde geen 100%
  • gewaarborgd weekloon TWP
  • gewaarborgd maandloon TWP
  • ten laste van de mutualiteit: dit komt slechts in uitzonderlijke gevallen voor.
  • arbeidsongeval (TWO)

1.21. STAKING (kolom AN)

Als een personeelslid deelneemt aan een staking, heeft hij voor de duur daarvan geen recht op een salaris. Deze kolom geeft de duur van de staking aan.

1.22. DO (kolom AO), DO-OMSCHRIJVING (kolom AP)

Die twee kolommen tonen de code en omschrijving van de dienstonderbreking wanneer een personeelslid een verlof opneemt of afwezig is.

1.23. REGULARISATIE (kolom AQ)

Indien er een regularisatie van toepassing is, wordt die hier getoond.

In specifieke situaties kent AGODI of Ahovoks een vergoeding toe. Voorbeelden daarvan zijn:

  • Begrafenisvergoeding;
  • Aanvullend vakantiegeld voor schoolverlaters

1.24. HERKENNING (kolom AR)

Bepaalde personeelsleden krijgen een specifieke aanduiding mee in de salarisberekening.

Enkele voorbeelden:

  • 01 Codo (Contractueel departement Onderwijs)
  • 08 PWB(Personeel op Werkingsbudget)
  • 09 detachering
  • 24 Erkend wetenschappelijk onderzoeker (hoger onderwijs)
  • 28 startbaan preventie anti-sociaal gedrag (Vlaamse Gemeenschap)
  • 42 Gastprofessor (Hogeschool)

1. 25. JAARSALARIS (kolom AS)

Dat is het bedrag van het toegekende salaris op jaarbasis en op basis van een voltijdse betrekking. Het jaarsalaris wordt aan 100 % vermeld. Dat betekent dat het niet geïndexeerd is. Om het bruto jaarsalaris te berekenen moet dat bedrag dus nog vermenigvuldigd worden met de indexcoëfficiënt.

1.26. IND (Index) (kolom AT)

Zoals aangegeven bij punt 25. vermeldt de salarisschaal de jaarbedragen van het salaris aan 100%. Dat betekent dat die bedragen nog geïndexeerd moeten worden. Salarissen zijn namelijk bij wet gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.

Bij een overschrijding van de spilindex vermenigvuldigt AGODI de bedragen aan 100% met de nieuwe verhoogde indexcoëfficiënt die geldig is voor de salarissen binnen de openbare sector (+ 2%). De verhoging gaat in vanaf de tweede maand na de overschrijding van de spilindex.

1.27. BRUTO (kolom AU)

Het bruto maandsalaris voor een voltijdse betrekking wordt berekend door het bruto jaarsalaris aan 100% te delen door twaalf en dat bedrag te vermenigvuldigen met de indexcoëfficiënt.

1.28.H/S (haard- en standplaatstoelage) (kolom AV)

Als een personeelslid een hoofdambt uitoefent en niet terbeschikking gesteld is, heeft dat personeelslid recht op een haard- of standplaatstoelage als het salaris een wettelijk vastgestelde grens niet overschrijdt.

  • Een haardtoelage wordt toegekend aan:
    • het gehuwde of samenwonende personeelslid, tenzij de echtgenoot of partner de haardtoelage ontvangt;
    • het alleenstaande personeelslid met ten minste één kind ten laste dat recht geeft op kinderbijslag.
  • Een personeelslid heeft recht op een standplaatstoelage als hij niet aan de voorwaarden voldoet om een haardtoelage te ontvangen.

Als beide partners aan de voorwaarden voldoen voor een haardtoelage, duiden zij de begunstigde in wederzijds akkoord aan.

Het personeelslid vraagt de haardtoelage aan met een specifiek aanvraagformulier.

1.29. SOC-AFH (Sociale afhoudingen) (kolom AW)

Dat bedrag bestaat uit de som van de bijdragen voor RSZ, VGZ en FOP, vermeerderd met de werkbonus indien die toegepast wordt.

1.30. RSZ (Rijkssociale Zekerheid) /VGZ (Verplichte Geneeskundige Zorgen) (kolom AX)

Rijkssociale Zekerheid

Dat bedrag vormt de bijdrage voor het volledige RSZ-stelsel. Enkel tijdelijke personeelsleden zijn aan die bijdrage onderworpen. Er wordt 13,07 % afgehouden van het bruto maandsalaris vermeerderd met de haard- of standplaatstoelage.
Als een personeelslid een werkbonus ontvangt, is het bedrag ervan verrekend in de RSZ-bijdrage.

Verplichte Geneeskundige Zorgen

Dat bedrag is de bijdrage voor de Verplichte Geneeskundige Zorgen. Alleen vastbenoemde personeelsleden zijn aan die bijdrage onderworpen. Het gaat over 3,55 % van het bruto maandsalaris.

1.31. WB (Werkbonus) (kolom AY)

De werkbonus heeft tot doel werknemers met een laag inkomen een hoger nettosalaris te garanderen, zonder het brutosalaris te verhogen. Dat gebeurt door die werknemers een vermindering te geven van hun persoonlijke bijdragen voor de sociale zekerheid. Als een personeelslid tijdelijk of contractueel aangesteld is en het referentiemaandsalaris is lager dan een bepaalde grens, dan komt de persoon voor de werkbonus in aanmerking.

1.32. FOP (Federaal Overheidspensioen) (kolom AZ)

Dat is de bijdrage voor het Fonds voor Overlevingspensioenen. Alleen vastbenoemde personeelsleden zijn aan die bijdrage onderworpen. De FOP bedraagt 7,5 % van het bruto maandsalaris.

1.33. BELASTBAAR (kolom BA)

Het belastbaar salaris is het resultaat van volgende berekening: u vermeerdert het brutosalaris met de haard- of standplaatstoelage en trekt daar vervolgens de sociale inhoudingen van af (- RSZ, - FOP, - VGZ + werkbonus). Het belastbaar bedrag dient als basis voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing.

1.34. BV ( Bedrijfsvoorheffing) (kolom BB)

De bedrijfsvoorheffing is een voorschot op de uiteindelijk verschuldigde belastingen. Het belastbaar salaris dient als basis voor de berekening.

Belangrijke parameters voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing zijn:

  • het totale belastbare bedrag;
  • de burgerlijke staat;
  • het aantal kinderen ten laste;
  • het aantal andere personen ten laste;
  • in voorkomend geval de vermindering bedrijfsvoorheffing aangaande de werkbonus.

De bedrijfsvoorheffing wordt berekend op het totale belastbare salaris en vervolgens proportioneel over de deelopdrachten gespreid.

Bijbetrekking en overwerk zijn exceptionele vergoedingen en onderworpen aan een hoger tarief. Dat geldt eveneens voor het vakantiegeld en de eindejaarstoelage.

1.35. NBV (Niet belastbare vergoeding) (kolom BC)

Een niet-belastbare vergoeding is een vergoeding waarop AGODI geen bedrijfsvoorheffing inhoudt. Het maandbedrag van de vergoeding is dus het bedrag dat een personeelslid werkelijk ontvangt.

1.36. BBSZ ( Bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid) (kolom BD)

De bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid wordt vastgesteld in verhouding tot het gezinsinkomen. De maandelijkse inhouding op het salaris is een voorschot op de definitieve bijdrage. De uiteindelijke afrekening van de bijdrage gebeurt door de fiscale administratie, op basis van de belastingaangifte (gezinsinkomen).

1.37. NETTO (kolom BE)

Het netto maandsalaris is gelijk aan het verschil tussen het belastbaar maandsalaris en de bedrijfsvoorheffing.

Heeft u vragen bij het salarisoverzicht?

Voor inhoudelijke vragen over de salarisberekening en het salarisoverzicht kunt u steeds terecht bij de dossier- en relatiebeheerder van uw instelling.

U vindt de contactgegevens van uw dossierbeheerder op Mijn Onderwijs. U heeft de keuze om uw dossierbeheerder telefonisch of via mail te contacteren.

Uw dossierbeheerder of een collega is op werkdagen bereikbaar tussen 8u00 en 17u00.