Verlofstelsels - FAQ - Politiek verlof van ambtswege

 
 

Een aantal politieke mandaten zijn niet cumuleerbaar met een opdracht in het onderwijs. Door het uitoefenen van deze politieke mandaten wordt het personeelslid, zonder dat het zich eraan kan onttrekken, met politiek verlof gezonden. Er is geen toestemming vereist van de inrichtende macht.
Het personeelslid moet een politiek verlof van ambtswege opnemen voor de volgende mandaten:

1° burgemeester van een gemeente met meer dan 50000 inwoners*;
2° schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn van een gemeente met meer dan 80000 inwoners *;
3° lid van de bestendige deputatie van een provincieraad;
4° voorzitter van een agglomeratie of van een federatie van gemeenten;
5° lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers of van de Senaat;
6° lid van het Vlaams Parlement;
7° lid van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad;
8° lid van het Europees parlement;
9° lid van de federale regering;
10° lid van de Vlaamse Regering of van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;
11° staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
12° lid van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

* Het aantal inwoners wordt bepaald overeenkomstig de bepalingen van artikel 5 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005.

 
 

Het personeelslid moet:
- ofwel vast benoemd of tot de proeftijd toegelaten zijn;
- ofwel als tijdelijk personeelslid aangesteld zijn. Voor tijdelijke aangestelde personeelsleden geldt dit recht enkel voor zover het verlof binnen hun aanstellingsperiode valt.
- een politiek mandaat uitoefenen, waarvoor een politiek verlof van ambtswege moet worden opgenomen.

 
 

Neen. Het politiek verlof van ambtswege geldt voor elke opdracht in elke instelling, centrum of dienst.

 
 

Het politiek verlof is niet beperkt in tijd. U hebt dus steeds recht op politiek verlof, ook als u in het verleden reeds politiek verlof hebt genoten.

 
 

Het politiek verlof van ambtswege vangt aan op de datum van de eedaflegging.

 
 

Het politiek verlof is onbeperkt in duur maar is uiteraard gekoppeld aan de uitoefening van het politiek mandaat.

 
 

Het politiek verlof eindigt uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op die waarin het mandaat een einde neemt.

 
 

Gedurende de perioden van politiek verlof van ambtswege bevindt het personeelslid zich in de stand non-activiteit.
Het personeelslid heeft tijdens deze perioden geen recht op wedde of weddentoelage. Het behoudt echter zijn rechten op bevordering tot een hogere wedde of weddentoelage.

Tijdens de perioden van politiek verlof blijft het personeelslid titularis van de betrekking(en) waarin het vast benoemd is of tot de proeftijd toegelaten. Met dit personeelslid dient dus rekening te worden gehouden bij het toepassen van de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage.

Tijdens de periode van politiek verlof blijft het personeelslid aangesteld.

De perioden van politiek verlof komen niet in aanmerking voor de ambts- en dienstanciënniteit.

 
 

Het personeelslid van wie het politiek verlof een einde neemt, komt opnieuw als vast benoemd of tot de proeftijd toegelaten personeelslid in dienst. Indien deze betrekking tijdens zijn politiek verlof niet meer bestaat, wordt toepassing gemaakt van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992.

Het personeelslid mag na zijn wederindiensttreding in het onderwijs of in centrum voor leerlingenbegeleiding zijn wedde/weddentoelage of zijn wachtgeld/wachtgeldtoelage niet cumuleren met voordelen die verbonden zijn aan de uitoefening van een politiek mandaat en die een wederaanpassingsvergoeding uitmaken.

Onder wederaanpassingsvergoeding dient ook te worden verstaan de uittredingsvergoeding die aan een uittredend parlementslid kan worden toegekend. Deze vergoeding kan niet gecumuleerd worden met de wedde/weddentoelage of wachtgeld/wachtgeldtoelage van het personeelslid van het onderwijs of van de centra voor leerlingenbegeleiding.

Tijdelijke personeelsleden van wie het mandaat een einde neemt, komen opnieuw als tijdelijk personeelslid in dienst en nemen de betrekking in waarvoor zij verlof hadden genomen, voor zover de betrekking nog wordt ingericht.

 
 

Op verzoek van het betrokken personeelslid kan de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs toestaan de hervatting van de opdracht gedurende een periode van maximum één jaar uit te stellen.

Tijdens deze periode bevindt het personeelslid zich in de stand non-activiteit. Het personeelslid heeft tijdens deze periode geen recht op wedde of weddentoelage. Het behoudt echter zijn rechten op bevordering tot een hogere wedde of weddentoelage.

 
 

Aanvang van het politiek verlof van ambtswege

De aanvangsdatum van het politiek verlof dient zo spoedig mogelijk aan het bevoegde werkstation meegedeeld te worden door middel van een RL-2 voor elektronisch werkende scholen of het document PERS 3 voor niet-elektronisch werkende onderwijsinstellingen.

Begindatum : = datum van de eedaflegging.

Verantwoordingsstuk : de ingangsdatum van het politiek verlof moet door het betrokken personeelslid schriftelijk aan zijn inrichtende macht worden meegedeeld.

Einde van het politiek verlof van ambtswege

Wanneer het politiek verlof een einde neemt, dient de exacte einddatum van de dienstonderbreking voor elektronisch werkende scholen met een RL-2 aan het bevoegde werkstation te worden meegedeeld.

Voor niet-elektronisch werkende scholen moet de einddatum van het politiek verlof met een document PERS 3 aan het bevoegde werkstation te worden meegedeeld.

Uitstel van de hervatting van de opdracht na het politiek verlof van ambtswege

Op verzoek van het betrokken personeelslid kan de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs, toestaan om de hervatting van de opdracht gedurende de periode van maximaal één jaar uit te stellen. Wanneer het uitstel van hervatting toegestaan wordt, dienen volgende formaliteiten vervuld te worden :

Einde van het politiek verlof

De exacte einddatum van het politiek verlof dient aan het bevoegde werkstation gemeld te worden met een RL-2 voor elektronische scholen en d.m.v. een document PERS 3 voor niet-elektronisch werkende scholen.

Begin van de periode van uitstel van de hervatting

De exacte begindatum van de periode van uitstel dient aan het bevoegde werkstation gemeld te worden met een een RL-2 voor elektronische scholen en d.m.v. een document PERS 3 voor niet-elektronisch werkende scholen.

Deze begindatum is de eerste dag volgend op de einddatum van het politiek verlof; de periode van uitstel sluit dus ononderbroken aan bij het politiek verlof.

Einde van de periode van uitstel van hervatting

De exacte einddatum van deze periode dient ook aan het bevoegde werkstation gemeld te worden met een RL-2 voor elektronische scholen en d.m.v. een document PERS 3 voor niet-elektronisch werkende scholen.