Publicaties - Leerplicht

leerplicht_square.jpg

Wie is er niet als de schoolbel rinkelt?

De rapporten Leerplicht zijn als volgt ingedeeld:
- de controle op de inschrijvingen;
- de opvolging van de in- en uitschrijvingen;
- de opvolging van problematische afwezigheden;
- tucht.

 

  •  

    Toelichting

    • Geachte heer, mevrouw

      Graag presenteren we u het rapport ‘Leerplicht. Wie is er niet als de schoolbel rinkelt? 2014-2015’.


      Het rapport Leerplicht bestaat uit vier hoofdstukken. Eerst gaan we in op de controle op de inschrijvingen, dan op de opvolging van de in- en uitschrijvingen. Vervolgens kijken we naar de opvolging van problematische afwezigheden en in het laatste hoofdstuk nemen we tucht onder de loep.

      • Controle op de inschrijvingen

      Dit rapport biedt een overzicht van de verschillende procedures waarmee het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi ) de leerplicht opvolgt. De eerste procedure die we bekijken, is de controle op de inschrijvingen. We gaan voor elke leerplichtige die op 1 september in het Vlaams Gewest woont na of hij/zij ingeschreven is in een onderwijsinstelling of op een andere manier aan de leerplicht voldoet. We schrijven de ouders aan van kinderen voor wie dat niet het geval is. Als we geen informatie van de ouders krijgen over hun kind, dan worden de dossiers doorgestuurd naar de gemeentes. Als ook de gemeente niet over meer informatie beschikt, bezorgen we het dossier van die leerling aan het parket.

      De grote meerderheid van de leerplichtige kinderen is ingeschreven in een onderwijsinstelling, volgt huisonderwijs of voldoet op een andere manier aan de leerplicht. Voor minder dan 0,1% van de kinderen uit het rijksregister vinden we na het doorlopen van de procedure geen toereikend antwoord voor de inschrijvingscontrole en bestaan er dus twijfels over de invulling van de leerplicht. De dossiers van die kinderen worden doorgestuurd naar het parket of worden intern opgevolgd.

      Als we het profiel bekijken van de leerlingen voor wie geen toereikend antwoord is gevonden tijdens de leerplichtcontrole, zien we dat ze procentueel vaker niet over de Belgische nationaliteit beschikken. Ze wonen vaak in de provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant en in de grootsteden Antwerpen en Gent. De zeventienjarigen zijn meer vertegenwoordigd dan de andere leeftijdsgroepen. Daarbij moet worden opgemerkt dat een deel van de zeventienjarigen in de loop van het schooljaar achttien wordt en dus niet meer leerplichtig is op het einde van de controleprocedure.

      • Opvolging van in- en uitschrijvingen

      In het basisonderwijs gebeurt de opvolging van schoolveranderingen lokaal door de uitschrijvende en de inschrijvende school. In het secundair onderwijs bestaat er een centrale opvolging van het verloop van in- en uitschrijvingen van leerlingen. Als een leerling gedurende een periode nergens ingeschreven is, nemen we een aantal administratieve stappen om het mogelijke absolute schoolverzuim van die leerlingen te beperken. Daarenboven hebben we ook een beeld van het aantal laattijdige inschrijvingen.

      De cijfers tonen aan dat de meeste leerlingen in het secundair (95%) tijdens het schooljaar niet van school of van studierichting veranderen. Dat percentage is iets hoger dan vorig schooljaar (94%). Bovendien is er niet bij elke leerling die een periode niet ingeschreven is sprake van bewust absoluut schoolverzuim. Sommige leerlingen stappen bijvoorbeeld over naar andere vormen van onderwijs, zoals Syntra, huisonderwijs e.d. Toch stellen we vast dat een beperkte groep jongeren een heel instabiele schoolloopbaan doormaakt en dat die groep jongeren steeds hetzelfde profiel heeft.

      Zeventienjarige leerlingen met een andere nationaliteit dan de Belgische die wonen in een verstedelijkt gebied, hebben de grootste kans op een periode waarin ze niet ingeschreven zijn in een school. Jongeren met een instabiele schoolloopbaan zijn meer vertegenwoordigd in de B-stroom van het voltijds gewoon onderwijs en in het deeltijds beroepssecundair onderwijs. Die doelgroep loopt ook vaker schoolse vertraging op. Ze waren ook meer problematisch afwezig tijdens het voorafgaande en het lopende schooljaar. Tot slot zien we dat een instabiele loopbaan vaak samenhangt met een laattijdige inschrijving.

      • Opvolging van problematische afwezigheden

      Sinds schooljaar 2013-2014 worden alle afwezigheidscodes geregistreerd via DISCIMUS. Zo heeft AgODi  een nauwkeuriger zicht op de afwezigheidsproblematiek. In de periode daarvoor moesten scholen alleen na 30 halve dagen ongewettigde afwezigheid een melding van problematische afwezigheid versturen. Deze aparte elektronische melding van problematische afwezigheid hoeven scholen dan ook niet meer te versturen. De afschaffing ligt ook in de lijn van de doelstelling om bijkomende administratieve druk voor de scholen te vermijden.

      In het basisonderwijs merken we dat we voor 0,6% van de leerlingen een registratie problematische afwezigheid krijgen, d.w.z. dat ze ten minste 30 halve dagen onwettig afwezig waren. Het gaat om een stijging ten opzichte van vorig schooljaar met 0,1 procentpunt. Uit de gegevens van de scholen voor secundair onderwijs blijkt dat het aantal problematische afwezigheden blijft toenemen (van 1,4% in 2009-2010 naar 2% in 2014-2015).
      Het profiel van leerlingen die absoluut schoolverzuim laten optekenen, stemt in grote mate overeen met het profiel van jongeren die problematisch afwezig zijn. Bij de niet-Belgen vindt men, relatief gezien, meer leerlingen terug met problematische afwezigheden. Vooral leerlingen met een Oost-Europese nationaliteit zijn vaker problematisch afwezig. Dat geldt zowel voor het basisonderwijs als voor het secundair onderwijs. In het deeltijds en buitengewoon secundair onderwijs is een hoger percentage meisjes dan jongens problematisch afwezig. Een groot deel van de geregistreerde jongeren in het secundair onderwijs is tussen zestien en achttien jaar. Ook bij de zesjarigen in het basisonderwijs merken we opvallend meer problematische afwezigheden op. Opvallend in het basisonderwijs is dat de meeste registraties voorkomen in het eerste leerjaar en afnemen naarmate de leerjaren vorderen. Dat kan een aanduiding zijn dat de oorzaak van spijbelen in het basisonderwijs vooral moet worden gezocht bij de ouders en niet bij de kinderen. Het hoge aantal spijbelaars bij zesjarigen kan misschien ook verklaard worden doordat sommige van deze kinderen nog in het kleuteronderwijs zitten en ouders zich niet bewust zijn van het feit dat hun kinderen al leerplichtig zijn.
      De kinderen met een problematische afwezigheid wonen verhoudingsgewijs vaker in een verstedelijkt gebied. Vooral in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in de grootsteden Antwerpen en Gent ligt het percentage problematische afwezigheden een stuk hoger dan in de andere gebieden. Zowel in het basisonderwijs als in het secundair onderwijs scoren leerlingen die doorgegeven worden als problematisch afwezig hoger op de indicator kansarmoede dan de totale schoolbevolking.
      Op het vlak van de schoolloopbaan kunnen we stellen dat, net als vorige schooljaren, leerlingen met problematische afwezigheden in het secundair onderwijs veel prominenter voorkomen in het deeltijds beroepssecundair onderwijs dan in het voltijds gewoon en buitengewoon onderwijs. In de eerste graad van het voltijds gewoon onderwijs situeren de meeste problematische afwezigheden zich in de B-stroom, en in de tweede en derde graad in het BSO. Daarnaast zien we in het secundair onderwijs relatief veel registraties van problematische afwezigheid in het onthaalonderwijs. Er is een samenhang tussen leerlingen met problematische afwezigheden en schoolse vertraging. In het basisonderwijs worden er verhoudingsgewijs meer leerlingen met problematische afwezigheden geregistreerd uit het buitengewoon lager onderwijs dan uit het gewoon lager onderwijs.
      Naast het verzamelen van gegevens proberen we waar mogelijk toch ondersteuning te bieden aan scholen en clb’s die geconfronteerd worden met leerlingen voor wie de problematische afwezigheid als zorgwekkend beschouwd kan worden. Voor deze leerlingen schrijven we op vraag van de school of het clb een brief aan de ouders of we bezorgen het dossier aan het parket. Dergelijke dossiers blijven heel beperkt in aantal, omdat zorgwekkende dossiers alleen aan AgODi  bezorgd worden als men dat nodig vindt.

      • Tucht in het secundair onderwijs

      Het aantal tuchtmeldingen stijgt al sinds scholen in schooljaar 2008-2009 begonnen zijn met het versturen van tuchtmeldingen. In 2014-2015 werd voor 0,7% van de schoolbevolking zo’n melding verstuurd. Onder een tuchtmelding verstaan we leerlingen die definitief uitgesloten zijn uit hun school.
      Net als voor problematisch afwezige leerlingen, zien we dat leerlingen met een niet-Belgische nationaliteit in verhouding vaker definitief worden uitgesloten. Het percentage jongens dat definitief wordt uitgesloten, ligt hoger dan het percentage meisjes. Qua leeftijd zijn de meldingen vrij gelijkmatig verdeeld, alleen bij de twaalfjarigen zijn er minder meldingen.
      Leerlingen met een melding van definitieve uitsluiting wonen in verhouding vaker in verstedelijkt gebied. Vooral in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in de grootsteden Antwerpen en Gent ligt het percentage definitief uitgesloten leerlingen een stuk hoger dan in de andere gebieden. Leerlingen met een melding van definitieve uitsluiting scoren vaker op de gelijkekansenindicatoren dan de totale schoolbevolking.
      Op het vlak van de schoolloopbaan zien we dat definitieve uitsluitingen relatief gezien iets meer voorkomen in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, maar in veel mindere mate dan de problematische afwezigheden. In het voltijds gewoon onderwijs situeren de meeste definitieve uitsluitingen zich in de eerste graad in de B-stroom en in de tweede en derde graad in het BSO. Leerlingen worden vaker definitief uitgesloten als ze schoolse vertraging hebben opgelopen maar een minderheid van de leerlingen wordt verscheidene schooljaren op rij definitief uitgesloten.

      We wensen je een interessante lectuur!


      Guy Janssens
      Administrateur-generaal

 

leerplicht-2014-2015_R.jpg 

 

pdf bestandRapport_AGODI_leerplicht-2014-2015.pdf (8.67 MB)

 

 

 

Vorige jaarrapporten

pdf bestandAgODi_Rapport_Leerplicht_Schoolbel_rinkelt_2013-2014.pdf (2.65 MB)

pdf bestandAgODi_Leerplicht_Jaarrapport_Schoolbel_rinkelt_2012-2013.pdf (1.97 MB)

pdf bestandAgODi_Leerplicht_Jaarrapport_Schoolbel_rinkelt_2011-2012.pdf (1.12 MB)

pdf bestandAgODi_Leerplicht_Jaarrapport_Schoolbel_rinkelt_2010-2011.pdf (2.33 MB)

pdf bestandAgODi_Leerplicht_Jaarrapport_Schoolbel_rinkelt_2009-2010.pdf (3 MB)

pdf bestandAgODi_Leerplicht_Jaarrapport_Schoolbel_rinkelt_2008-2009.pdf (4.26 MB)

pdf bestandAgODi_Leerplicht_Jaarrapport_Schoolbel_rinkelt_2007-2008.pdf (1.27 MB)

pdf bestandAgODi_Leerplicht_Jaarrapport_Schoolbel_rinkelt_2006-2007.pdf (2.06 MB)

pdf bestandAgODi_Leerplicht_Jaarrapport_Schoolbel_rinkelt_2005-2006.pdf (2.28 MB)