Publicaties - Onthaalonderwijs anderstalige nieuwkomers (OKAN)

onthaalonderwijs_square.jpgHet tweejaarlijks rapport OKAN (Onthaalonderwijs voor Anderstalige Nieuwkomers) van het Agentschap voor Onderwijsdiensten is beschikbaar.


Het onthaalonderwijs is bedoeld voor leerlingen die onlangs in België zijn aangekomen en geen Nederlands kennen. Tijdens de lessen OKAN leren ze Nederlands. Zo kunnen de leerlingen zich integreren in de onderwijsvorm en de studierichting die het meest aansluit bij hun individuele capaciteiten.

 

 
 

De sterke stijging van het aantal asielaanvragen in 2015 heeft duidelijk een impact gehad op het aantal OKAN-leerlingen. Uit het OKAN-rapport blijkt dat er zich afgelopen schooljaar een bijzonder sterke stijging heeft voorgedaan van het aantal OKAN-leerlingen.

Aan het begin van schooljaar 2015-2016 werd duidelijk dat er een sterk verhoogde vraag naar onthaalonderwijs zat aan te komen. Het rapport beschrijft de organisatie van het overleg met alle betrokken partners door minister Crevits en het gevoerde tweesporenbeleid. Het beleid nam verschillende maatregelen om scholen in Vlaanderen te ondersteunen om de opdracht kwaliteitsvol uit te voeren. De cijfers in het rapport weerspiegelen de grootte van de opdracht. Tegelijk maken ze ook duidelijk dat het onderwijs in Vlaanderen erin geslaagd is om te voldoen aan de gestegen nood aan onthaalonderwijs.

Het schooljaar 2015-2016 in het onthaalonderwijs werd gekenmerkt door een sterke toename van het aantal Afghaanse, Syrische en Irakese leerlingen. Vaak gaat het om kinderen die afkomstig zijn uit oorlogsgebieden. Om de integratie van deze leerlingen in het reguliere onderwijs te bevorderen en hun kansen op een normale schoolloopbaan te maximaliseren, kende de Vlaamse Regering op 16 december 2016 een projectsubsidie toe om asielkinderen met een traumaproblematiek te ondersteunen. Voor de periode van 1 december 2016 tot 30 november 2017 zijn er per provincie en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest middelen voorzien om één voltijds psycholoog aan te stellen. De psychologen moeten de clb’s ondersteunen bij de begeleiding van kinderen met trauma’s en de werking verankeren in de reguliere werking van de clb’s.

In vergelijking met de rest van het voltijds secundair onderwijs zijn er in OKAN veel meer leerlingen problematisch afwezig. Het is niet helemaal duidelijk in hoeverre dat te verklaren is door effectief spijbelgedrag. Het zou ook kunnen gaan om registraties van problematische afwezigheden van leerlingen die verhuisd zijn of weer naar het buitenland zijn vertrokken zonder medeweten van de school. In het gevoerde beleid ten aanzien van spijbelen en schooluitval lijkt het aangewezen om specifieke aandacht te besteden aan de groep OKAN-leerlingen.

Uit het rapport blijkt dat de overstap naar het reguliere onderwijs voor OKAN-leerlingen niet altijd evident is. De meeste gewezen OKAN-leerlingen volgen les in de eerste graad of in het BSO. Ook zien we een sterke stijging van het aantal leerlingen dat opnieuw les volgt in OKAN. Van alle leerlingen die een studiebewijs behaalden in het secundair onderwijs, behaalde ongeveer zes leerlingen op tien een gunstige attestering of studiebekrachtiging. Opvallend is dat dit aandeel veel lager ligt in het DBSO dan in het voltijds secundair onderwijs. Al vele jaren leefde bij de OKAN-scholen de verzuchting dat het pakket van 22 uren-leraar per scholengemeenschap onvoldoende was om alle gewezen OKAN-leerlingen goed op te volgen. Sinds schooljaar 2016-2017 beschikken scholengemeenschappen over een pakket van 0,9 uren-leraar per leerling, waardoor de middelen voor vervolgschoolcoaching voor de meeste scholengemeenschappen zijn toegenomen. Het zal dan ook interessant zijn om te bekijken hoe het aandeel leerlingen met een gunstige studiebekrachtiging of attestering in het jaar na OKAN de komende schooljaren evolueert. De inzet van deze middelen zullen we eveneens monitoren.

In het voltijds secundair onderwijs hebben toelatingsklassenraden sinds 1 september 2014 de bevoegdheid om afwijkingen op de toelatingsvoorwaarden toe te kennen. Het aantal afwijkingen is ongeveer stabiel gebleven ten opzichte van het leerlingenaantal. Sinds schooljaar 2016-2017 beschikken ook klassenraden in het DBSO over deze bevoegdheid. Dat past binnen de beleidsdoelstelling van minister Crevits om meer vertrouwen te schenken aan scholen.
Ten slotte wijst het rapport OKAN op de blijvende nood aan samenwerking tussen alle belanghebbenden. Het overleg tussen de verschillende partners georganiseerd door minister Crevits vindt ook in schooljaar 2016-2017 plaats. Daarnaast is een goede monitoring van de lokale ontwikkelingen binnen het opvangmodel van Fedasil én in de scholen van groot belang. In dat kader rondde AgODi in februari 2017 een impactanalyse af die naging in hoeverre scholen gevolgen ondervonden van de sluitingen van verschillende collectieve opvangcentra.

Veel leesplezier!

Met vriendelijke groeten

Guy Janssens
Administrateur-generaal
Agentschap voor Onderwijsdiensten – AgODi

 

 

onthaalonderwijs_2014-2016_R.jpg

 

 

pdf bestandRapport_AGODI_OnthaalonderwijsOKAN_2014-2016.pdf (5.54 MB)

 

 

 

Cijfermateriaal

Bekijk hier het extra cijfermateriaal

 

Vorige jaarrapporten

pdf bestandRapport_AGODI_Onthaalonderwijs_OKAN_2012-2014.pdf (1.42 MB)

pdf bestandAgODi_Onthaalonderwijs_Jaarrapport_OKAN_2010-2012.pdf (1.47 MB)

pdf bestandAgODi_Onthaalonderwijs_Jaarrapport_OKAN_2008-2010.pdf (1.19 MB)

pdf bestandAgODi_Onthaalonderwijs_Jaarrapport_OKAN_2007-2008.pdf (1.77 MB)