Relatieve aanwezigheid leerlingen

Een belangrijk uitgangspunt van het inschrijvingsrecht is het streven naar sociale mix en sociale cohesie. De voorrangsregeling voor indicator- en niet-indicatorleerlingen, biedt aan scholen een instrument om – via de systematiek van dubbele contingentering – deze doelstelling te realiseren.

Dubbele contingentering betekent dat een school twee contingenten bepaalt voor de gelijktijdige inschrijving van indicator- en niet-indicatorleerlingen. Samen vormen de twee contingenten 100% van alle leerlingen (zowel de reeds ingeschreven als de nieuw in te schrijven leerlingen) op elke capaciteit waarvoor de school een inschrijvingsregister gebruikt. Deze twee contingenten zijn gericht op het verkrijgen van een evenredige verdeling van indicator- en niet-indicatorleerlingen in de scholen gelegen in eenzelfde gemeente.

Bij het bepalen van de contingenten houdt de school rekening met enerzijds de relatieve aanwezigheid van indicatorleerlingen in haar  gemeente en anderzijds met de relatieve aanwezigheid van indicatorleerlingen in de eigen school. De procedure van dubbele contingentering biedt aan de school een instrument om te evolueren naar een relatieve aanwezigheid van indicatorleerlingen in de school die overeenstemt met deze in de gemeente.

Scholen die behoren tot een werkingsgebied van een LOP kunnen de gegevens over de relatieve aanwezigheid in het werkingsgebied en de afspraken die hierover werden gemaakt, opvragen bij het LOP.  Voor contactgegevens, zie: http://www.ond.vlaanderen.be/gok/lop/
 
Voor meer toelichting bij de relatieve aanwezigheid en procedure van dubbele contingentering, raadpleeg de omzendbrieven:

Voor het basisonderwijs:

Omzendbrief Inschrijvingsrecht en aanmeldingsprocedures in het basisonderwijs (referentie: BaO/2012/01)

Voor het secundair onderwijs:

Omzendbrief Inschrijvingsrecht en aanmeldingsprocedures in het secundair onderwijs (referentie: SO/2012/01)