Salarisinfo - Eindejaarstoelage 2016

1. Akkoorden van sectorale sociale programmatie voor de jaren 2012-2014, afgesloten op 13 december 2013

Het forfaitair gedeelte van de eindejaarstoelage 2016 wordt bekomen door het forfaitair gedeelte van 2015 te indexeren volgens het gebruikelijke indexmechanisme.
In 2016 moet hierbij ook rekening gehouden worden met de bepalingen van de wet van 23 april 2015 tot verbetering van de werkgelegenheid.

2. Raamakkoord tussen de Vlaamse regering en het gemeenschappelijk vakbondsfront van 23 november 2012

De personeelsleden voor wie tijdens de referentieperiode voor de berekening van het vakantiegeld 2016 uitsluitend prestaties als vast benoemd of tot de proeftijd toegelaten personeelslid in aanmerking komen, vallen onder de toepassing van het raamakkoord. Dit houdt in dat de berekeningsbasis voor het vakantiegeld 70,26 % is van het bruto-salaris van de referentiemaand en niet de normale 92 %. Deze personeelsleden zullen evenwel het berekend verschil tussen 92 % en 70,26 %, nog vermenigvuldigd met de coëfficiënt 1,0368 ter compensatie van de verschuldigde werknemersbijdrage VGZ op de eindejaarstoelage, ontvangen bij de uitbetaling van de eindejaarstoelage 2016.

3. Berekeningsprincipes

De eindejaarstoelage is samengesteld uit een forfaitair en een veranderlijk gedeelte. Dit jaar bedraagt het forfaitair gedeelte 604,23 EUR.

Het veranderlijke gedeelte bedraagt 2,5 procent van de jaarlijkse brutobezoldiging die tot grondslag diende voor de berekening van het salaris van de maand oktober 2016.

Bij de berekening van de eindejaarstoelage wordt rekening gehouden met de prestaties tijdens de referentieperiode.

4. Referentieperiode (algemene regel)

De referentieperiode voor de berekening van de eindejaarstoelage 2016 van tijdelijke personeelsleden betaald met uitgestelde bezoldiging is het schooljaar
2015 – 2016 (1 september 2015 – 30 juni 2016).

De referentieperiode voor de berekening van de eindejaarstoelage 2016 van vastbenoemde personeelsleden loopt van 1 januari 2016 tot 30 september 2016.
Deze referentieperiode geldt ook voor personeelsleden die op 1 oktober 2015 of op 1 juli 2016 volledig vastbenoemd werden.

5. Voorbeelden

5.1. Toepassing raamakkoord

Voorbeeld 1 (salarisschaal 501 – licentiaat/master):

Een tijdens de referentieperiode van het vakantiegeld 2016 uitsluitend vast benoemd leraar in het secundair onderwijs, derde graad, met een lesopdracht van 20/20 economie, salarisschaal 501 en een geldelijke anciënniteit van 12 jaar en 9 maanden op 1 oktober 2016.

Jaarlijkse brutobezoldiging die tot grondslag diende voor de berekening van het salaris van oktober 2016: 29.100,63 EUR.

Index: 1,6406.

Berekening: [604,23 + (2,5% x 29.100,63 x 1,6406)] x 270/270 x 20/20 = 1.797,79 EUR.

Toepassing raamakkoord: 1.797,79 + 764,25 * = 2.562,04 EUR.

*zie voorbeeld 1 onder het trefwoord 'vakantiegeld'.

De eindejaarstoelage bedraagt 2.562,04 EUR bruto. Van dit bedrag wordt een VGZ-bijdrage van 36,60 EUR afgehouden en ook nog bedrijfsvoorheffing.

5.2. Geen toepassing raamakkoord

Voorbeeld 2 (salarisschalen 141/148/301 – kleuteronderwijzer, onderwijzer, regent, bachelor):

Een tijdelijk aangestelde kleuteronderwijzeres heeft tijdens het schooljaar 2015 – 2016 een voltijdse opdracht van 1 september 2015 tot 30 april 2016. Vanaf 1 mei 2016 oefent zij een halftijdse opdracht uit. Haar geldelijke anciënniteit bedraagt 5 jaar en 3 maanden op 1 oktober 2016.

Jaarlijkse brutobezoldiging die tot grondslag diende voor de berekening van het salaris van oktober 2016: 19.979,38 EUR.

Index: 1,6406.

Berekening: [604,23 + (2,5% x 19.979,38 x 1,6406)] x 240/300 x 24/24 = 1.138,95 EUR. =>

[604,23 + (2,5% x 19.979,38 x 1,6406)] x 60/300 x 12/24 = 142,37 EUR. =>

De eindejaarstoelage bedraagt 1.138,95 + 142,37 = 1.281,32 EUR.

Van dit bedrag wordt een RSZ-bijdrage van 167,47 EUR afgehouden en ook nog bedrijfsvoorheffing.

Zie voor alle verdere informatie ook:
Akkoorden van sociale programmatie voor de jaren 2012-2014. - Maatregelen in het kader van het geldelijk statuut