Uitgestelde bezoldiging

1. Wie maakt aanspraak op uitgestelde bezoldiging?

Het tijdelijk onderwijzend (en daarmee gelijkgesteld) personeel ontvangt tijdens de maanden juli en augustus geen salaris, maar wel een zogenaamde uitgestelde bezoldiging. Zijn onder meer gelijkgesteld met tijdelijk onderwijzend personeel: het tijdelijk bestuurspersoneel, het paramedisch, sociaal en medisch personeel, het opvoedend hulppersoneel, het orthopedagogisch personeel, het psychologisch personeel,…

Volgende personeelsleden hebben geen recht op uitgestelde bezoldiging:

  • het CLB-personeel;
  • het administratief personeel;
  • het contractueel personeel (b.v. codo’s, gesco’s, …);
  • het personeel van de Centra voor Basiseducatie (CBE).

Deze personeelsleden ontvangen tijdens de maanden juli en augustus verder hun salaris, voor zover zij dan aangesteld zijn.

Voor het tijdelijk onderwijzend personeel van het Hoger Onderwijs geldt een aparte regeling (zie verder – punt 5).

 

2. Berekening van de uitgestelde bezoldiging


2.1 Volledig schooljaar voltijds gewerkt:

Een tijdelijk personeelslid dat tijdens het hele schooljaar voltijds gewerkt heeft, ontvangt tijdens de zomervakantie een uitgestelde bezoldiging. Deze uitgestelde bezoldiging wordt in twee delen uitbetaald, nl.:

  • het eerste deel op de laatste werkdag van de maand juli. Dit deel bedraagt ongeveer 80% van het gewone maandsalaris;
  • het tweede deel op de laatste werkdag van de maand augustus. Dit deel bedraagt circa 120% van het gewone maandsalaris.

De som van beide delen komt bruto dus overeen met twee maandsalarissen.

 

2.2 Geen volledig schooljaar gewerkt en/of deeltijds gewerkt:

Een tijdelijk personeelslid dat geen volledig schooljaar gewerkt heeft of dat niet voltijds gewerkt heeft, ontvangt tijdens de zomervakantie eveneens een uitgestelde bezoldiging. Deze wordt ook in twee delen uitbetaald, nl:

  • het eerste deel op de laatste werkdag van de maand juli. Dit deel wordt bekomen door de salarissen ontvangen voor de maanden september t.e.m. december van het schooljaar te vermenigvuldigen met 0,2;
  • het tweede deel op de laatste werkdag van augustus. Dit deel wordt bekomen door de salarissen ontvangen voor de maanden januari t.e.m. juni van het schooljaar eveneens te vermenigvuldiging met 0,2.

Personeelsleden die zich in deze situatie bevinden hebben tijdens de zomervakantie in principe nog recht op een werkloosheidsuitkering. Zij hebben er dus belang bij om zich na hun uitdiensttreding zo spoedig mogelijk en uiterlijk begin juli aan te melden bij de R.V.A.

 

3. Periodes die eveneens recht geven op uitgestelde bezoldiging

Voor tijdelijke personeelsleden worden periodes van bevallingsverlof en moederschapsbescherming tijdens het schooljaar niet bezoldigd door de onderwijsadministratie. Die personeelsleden ontvangen dan wel een uitkering van de mutualiteit. Wat de zomervakantie betreft, is het zo dat de periodes van bevallingsverlof en moederschapsbescherming mee in aanmerking worden genomen voor de berekening van de uitgestelde bezoldiging.

 

4. Vastbenoemde personeelsleden

Personeelsleden die voltijds vast benoemd zijn, maken geen aanspraak op een uitgestelde bezoldiging.

Personeelsleden die gedeeltelijk vast benoemd en gedeeltelijk tijdelijk zijn, maken aanspraak op een uitgestelde bezoldiging pro-rata hun tijdelijke opdracht(en).

 

5. Tijdelijk onderwijzend personeel van het Hoger Onderwijs

In het hoger onderwijs bestaat er geen uitgestelde bezoldiging. Hier geldt een aparte regeling ,nl. de zgn. vakantiebezoldiging.

Meer informatie i.v.m. de vakantiebezoldiging