Beslissingen Kamer van beroep 2020 - Gemeenschapsonderwijs

2020-24 pdf bestandKVB_GO_2020_beslissing24.pdf (69 kB)

Feiten:

- stellen van niet-collegiaal, niet-constructief en gezagsondermijnend gedrag vanuit een negatieve, zelfs destructieve instelling;

- in het gedrang brengen van de goede werking van de school door het verzieken van de werkatmosfeer.

Bestreden beslissing:

schorsing gedurende acht maanden

Beslissing kamer van beroep: 

23 februari 2021 - de kamer van vervangt de tuchtstraf “schorsing gedurende acht maanden” door de tuchtstraf “afhouding van wedde voor 20% tot 30 juni 2021”.

Grond van de zaak:

De raad van bestuur heeft de verzoekster gestraft met een schorsing van acht maanden. Hij hield rekening met het feit dat de verzoekster -wiens “intrinsieke pedagogische kwaliteiten niet worden betwist”- vóór januari 2020 nooit werd aangesproken op haar gedrag, dat zij een blanco tuchtregister had en dat zij sinds het instellen van de tuchtprocedure signalen gaf dat zij haar negatieve houding uit het verleden achter zich wou laten. Hij wenste de verzoekster “een bezinningsperiode” op te leggen met de verwachting dat zij zich nadien “zal inschakelen in het project zoals dat door de school vooropgesteld wordt en dit mee op een positieve en collegiale wijze zal uitdragen”.

De Kamer van beroep onderschrijft volledig de doelstelling die de raad van bestuur met het opleggen van een tuchtstraf wenste te bereiken. Zij heeft vooral oog voor het feit enerzijds dat de raad van bestuur in de actuele houding van de verzoekster positieve elementen herkent en anderzijds dat uit het onderzoeksverslag toch ook blijkt dat er geruime tijd problemen bestaan binnen het personeelsbestand waaromtrent het schoolbestuur geen remediërende initiatieven genomen heeft.

Een en ander brengt de Kamer van beroep tot de conclusie dat een afhouding van wedde voor 20% tot eind juni 2021 een billijke straf is voor de bewezen tuchtinbreuken. Die straf, die tastbare gevolgen heeft, zal toelaten haar functie voort uit te oefenen en op korte termijn aan het bestuur duidelijk te maken dat zij in staat is om met een positieve ingesteldheid en collegialiteit haar functie te vervullen.

2020-23 pdf bestandKVB_GO_2020_beslissing23.pdf (77 kB)

Feiten: 

op een totaal misplaatste en pedagogisch onverantwoorde manier geïntervenieerd te hebben in de kamer van bewoner in IPO waarbij  het kind in kwestie vastgepakt werd en op zijn bed gegooid, waarbij deze zich met het achterhoofd heeft gestoten aan de vensterbank, met een bloedende hoofdwonde als gevolg en pas melding gemaakt te hebben in leerplatform Zorg-o-line (ZOL) ruim vier dagen na de feiten en hierover zelfs met geen woord gerept te hebben tijdens een informeel contact met de hoofdopvoeder de dag van de feiten zelf.

Bestreden beslissing:

het ontslag

Beslissing kamer van beroep: 

20 januari 2021 - de kamer van beroep vernietigt de tuchtstraf “het ontslag” en legt de  tuchtmaatregel “schorsing voor één jaar” op .

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep acht  dat de tweede tenlastelegging, nl. het niet tijdig melden van

het voorval in het ZOL-systeem, niet als een tekortkoming aan verzoeker kan aangerekend

worden.  De eerste tenlastelegging wordt genuanceerd. De Kamer van beroep meent dat het ten laste gelegde feit in perspectief geplaatst moeten worden: uit geen gegeven blijkt dat de verzoeker opzet kan verweten worden, veeleer dat hij bij de benadering van de bewoner, zijn geduld verloren heeft. Dat de verzoeker een strenge straf verdient staat buiten kijf, maar het ontslag komt de Kamer van beroep toch te zwaar voor, nu zij het goed mogelijk acht dat de verzoeker, zou hij zich -in overleg met het schoolbestuur- laten begeleiden om zijn opvliegendheid in alle omstandigheden onder controle te houden, weer in dienst komt en vervolgens met een nauwgezette opvolging in het kader van de bestaande evaluatieprocedure, zijn functie van opvoeder weer opneemt.

In de gegeven omstandigheden is de Kamer van beroep van oordeel dat de schorsing voor de duur van één jaar de gepaste maatregel is.

 

2020-22 pdf bestandKVB_GO_2020_beslissing22.pdf (34 kB)

Feiten:

na reeds een tuchtsanctie te hebben opgelopen loopt de lijn van de vorige schooljaren gewoon verder: roepen in de klas, leerlingen uitschelden, niet ingaan op hulpvragen, aanraken/duwen van leerlingen.

Bestreden beslissing:

preventieve schorsing

Beslissing kamer van beroep: 

7 januari 2021 - de kamer van beroep bevestigt de preventieve schorsing

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep valt de raad van bestuur volkomen bij waar hij in de beroepen beslissing wijst op de antecedenten van de verzoeker en besluit dat de incidenten die zich na de wederindiensttreding van de verzoeker begin dit schooljaar voordeden -en waarover de schooldirecteur de raad van bestuur heeft ingelicht- hem onmiddellijk tot een bewarende maatregel noopten. De verzoeker betwist het bestaan van de incidenten, maar de in het dossier opgenomen vaststellingsfiche van de directie, de verklaringen van leerlingen en klachten van ouders kunnen op dit ogenblik niet buiten beschouwing blijven. Gewis kan men begrip opbrengen voor de omstandigheid dat de verzoeker voor een zeer moeilijke groep leerlingen staat die hij vele lesuren per week moet begeleiden, maar dit mag voor de verzoeker geen verontschuldiging zijn om, zoals de verklaringen nu aanwijzen, zich ondanks zijn eerdere tuchtschorsing, net als voorheen verbaal te buiten te gaan en mogelijk zelfs te dreigen met fysiek geweld.

De Kamer van beroep is voorts van oordeel dat het optreden van de verzoeker, zoals dat thans voorligt, rechtvaardigt dat tegen hem een ordemaatregel wordt genomen om, in het belang van het onderwijs, te voorkomen dat hij nog in herhaling valt. Het lijkt zelfs in zijn eigen belang dat hij, tot alles duidelijk is en definitief over zijn houding als leraar geoordeeld kan worden, niet met de zogenaamde probleemkinderen wordt geconfronteerd. Daarbij voegt zich de correcte overweging van de raad van bestuur dat het “voor elk weldenkend mens zonneklaar” is dat een sereen onderzoek onmogelijk zal zijn wanneer de verzoeker op school aanwezig is.

Er is reden om de preventieve schorsing van de verzoeker te bevestigen.

 

2020-21 pdf bestandKVB_GO_2020_beslissing21.pdf (29 kB)

Feiten:

- afspraken over “absolute geheimhouding en discretie” betreffende de overname van de school te hebben geschonden
- onbevoegde tuchtoverheid

Bestreden beslissing:

afhouding van wedde gedurende twee maanden

Beslissing kamer van beroep: 

11 februari 2021 - de kamer van beroep stelt dat het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente … onbevoegd  was om de beslissing van 9 november 2020 houdende het opleggen van de tuchtstraf ‘afhouding van wedde gedurende twee maanden’ te nemen. Deze beslissing heeft geen rechtsgevolgen voor de administratieve toestand van verzoeker als personeelslid van het gemeenschapsonderwijs.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep beslist enerzijds dat zij enkel kan vaststellen dat, wat de relatie tussen de verzoeker en het GO! betreft, er geen tuchtstrafbeslissing bestaat waarover zij vermag te oordelen en anderzijds dat de bestreden beslissing, want uitgaande van een niet-bevoegde overheid, geen gevolgen kan hebben op de relatie tussen de verzoeker en het GO! en dat zij nog slechts formeel, als een lege huls, blijft bestaan.

 

2020-20 pdf bestandKVB_GO_2020_beslissing20.pdf (61 kB)

Feiten:

het aangaan en onderhouden van communicatie (via Messenger) met een ex-leerlinge,  nog geen veertien jaar, waarbij de inhoud van de verstuurde berichten (het tot tweemaal toe in verdoken termen voorstellen van elkaar te zien, “chille met de bille”, “jij moet tocht succes hebbe, of vergis ik mij”) volstrekt ongepast en grensoverschrijdend is en diametraal staat tegenover de voorbeeldfunctie als leerkracht; het vertonen van grensoverschrijdend gedrag naar de leerlingen (roepen en tieren naar leerlingen maar ook gebruik van scheldwoorden en racistische uitlatingen en het stellen van onvoorspelbare, intimiderende, vernederende, denigrerende, uitdagende en respectloze acties naar leerlingen toe) waarbij de buitensporige manier van handelen angst creëert bij de leerlingen (en bij diverse collega’s).

Bestreden beslissing:

ontslag

Beslissing kamer van beroep: 

23 februari 2021 - de kamer van beroep bevestigt de  tuchtmaatregel “het ontslag” .

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep acht de twee tenlasteleggingen bewezen en is van oordeel dat, zeker op basis van de tweede tenlastelegging, het schoolbestuur terecht van oordeel kon zijn dat de vertrouwensrelatie met de verzoeker onherstelbaar verstoord is en dat het ontslag derhalve de gepaste tuchtstraf is.

 

2020-19 pdf bestandKVB_GO_2020_beslissing19.pdf (70 kB)

Feiten:

via een toets Duits op een spottende en voor de leerling kwetsende wijze alluderen op de geaardheid van een leerling; op een al te persoonlijke, voor een leerkracht ongepaste en grensoverschrijdende manier te hebben gecommuniceerd via Facebook Messenger met leerling ook nog rond middernacht, waarbij men de leerling een schuldgevoel ‘aanpraat’ omdat ze de communicatie wil stopzetten toen die volgens haar ‘raar’ aan het worden was; het aanmaken en converseren via een gesloten Facebook Messenger-groep waarmee men zijn bijlessen aan de leerlingen omkadert, zonder medeweten van de directeur, en die gebruikt wordt om voor en na de bijles nog even op een informele, luchtige manier te chatten met de leerlingen.

Bestreden beslissing:

schorsing voor twee weken

Beslissing kamer van beroep: 

12 januari 2021 - de kamer van beroep bevestigt de  tuchtmaatregel “schorsing voor twee weken” .

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep acht de drie tenlasteleggingen bewezen en vindt dat ze elk een ernstige inbreuk vormen op de plichtenleer van de verzoeker; de afwezigheid van klachten in het verleden noodzaken niet tot mildheid voor deze specifieke tuchtinbreuken; zouden andere leerkrachten zich niet aan de opgelegde communicatieregels houden, dan vermindert dit in niets de verantwoordelijkheid van de verzoeker; het blijvend ontkennen van tekortkomingen is verbijsterend.
Ook de Kamer van beroep is van oordeel dat de tuchtinbreuken een straf verdienen die naar buiten toe -in de eerste plaats de leerlingen en hun ouders- aantoont dat het schoolbestuur de feiten ernstig neemt, die de verzoeker doet inzien dat hij ontoelaatbaar gedrag vertoond heeft en die hem aanspoort om in de toekomst acht te slaan op de wijze waarop hij zijn pedagogische opdracht invult.
De opgelegde tuchtstraf is gepast.

 

2020-18 pdf bestandKVB_GO_2020_beslissing18.pdf (59 kB)

Feiten:

-het vertonen van grensoverschrijdend fysiek gedrag (het bij de nek/hals pakken, tegen de muur, mat of brandkast gooien, stampen, duwen, slepen…) t.a.v. leerlingen;
-het geven van buitenmatig ruwe opdrachten aan de leerlingen (het “vierendelen”, het op de grond leggen van leerlingen waarna alle andere leerlingen de opdracht gegeven wordt om op hem te gaan liggen);
-het verbaal vernederende opmerkingen en/of bijnamen te geven aan leerlingen (“baby”, “flauwe”, “loemperik” of tegen een forser kind “eet nog een hamburger meer in het weekend”);
-het volstrekt onprofessioneel en incorrect benaderen van een leerling onder meer door een jongen (van Afrikaanse origine) “aap” te noemen;
-het door zijn handelwijze (aan de benen ondersteboven nemen) creëren van een erg vernederende situatie voor leerlingen;
-het geven van onredelijke sancties aan leerlingen door hen voor lange tijd naar de kleedkamer te sturen en op een bepaald ogenblik zelfs op te sluiten in de sporthal;
-het in het algemeen vertonen van een onzorgvuldig en onverschillige houding t.o.v. de leerlingen en het ondergeschikt maken van zijn educatieve opdracht aan andere bezigheden (veelvuldig gsm- en laptopgebruik) waardoor hij ook in zijn toezichthoudende opdracht schromelijk tekort schiet.

Bestreden beslissing:

ontslag

Beslissing kamer van beroep: 

12 januari 2021 - de kamer van beroep vernietigt de  tuchtmaatregel “het ontslag” en legt de “terbeschikkingstelling voor 2 jaar” op.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep acht de tenlasteleggingen bewezen en tilt “erg zwaar” aan de vergrijpen. . Elk van de tenlasteleggingen maken een ernstige deontologische fout uit: voor het hardhandig aanpakken van leerlingen -fysiek en psychisch; sancties buiten proportie- bestaat geen verantwoording; nalatigheden in de uitoefening van het toezicht op kinderen zijn onduldbaar. De omstandigheid dat de verzoeker altijd gedacht heeft dat hij het met zijn ruwe aanpak bij het goede eind te hebben, is geen verontschuldiging, maar maakt zijn zaak alleen maar erger. De verwijzing naar familiale problemen kan op geen enkele wijze een excuus zijn om zich op zijn leerlingen af te reageren. Het gsm-gebruik tijdens de opdracht bewijst alleen maar de desinteresse voor zijn opdracht.

Daartegenover stelt de Kamer van beroep wel vast dat met de misdragingen van de verzoeker geen opzet gemoeid blijkt, veeleer een fundamenteel gebrek aan inzicht over de wijze waarop een leraar zich moet gedragen. Zijn kunde wordt niet betwist. Daarbij komt dat het bestuur zelf ook niet geheel vrijuit gaat waar het op coachen aankomt, nu blijkt dat de directie van de school niet geheel onwetend was van de omgang van de verzoeker met leerlingen maar daar -behoudens een gesprek in december 2019- weinig of niets heeft mee gedaan om de verzoeker op het juiste pad te houden, hetzij middels functioneringsgesprekken hetzij middels vaststellingsfiches.

Die elementen, gevoegd bij de vaststelling dat de verzoeker geen tuchtrechtelijk verleden heeft, brengen de Kamer van beroep tot het besluit dat, hoe ernstig de tenlasteleggingen ook zijn, de sanctie van het ontslag te zwaar is. De Kamer van beroep acht het in redelijkheid denkbaar dat de verzoeker, wanneer hij een tweede kans krijgt, in staat moet zijn om zijn verleden achter zich te laten en met volle overtuiging op een bevredigende wijze zijn taak van leraar weer op te nemen. Zij gaat er daarbij wel van uit dat de verzoeker zich, inzonderheid wat betreft de omgang met kinderen binnen een pedagogische context, in een traject dat hij samen met zijn inrichtende macht uitwerkt, deskundig laat voorlichten en begeleiden en de omslag die hij aldus kan verwerven, na zijn re-integratie ook in de praktijk brengt.

In die optiek vindt de Kamer van beroep de tuchtmaatregel van de terbeschikkingstelling voor een termijn van twee jaar gepast.

 

2020-17 pdf bestandKVB_GO_2020_beslissing17.pdf (33 kB)

Feiten:

niet opdagen op functioneringsgesprek

Bestreden beslissing:

ontslag om dringende redenen

Beslissing kamer van beroep: 

11 december 2020 - de kamer van beroep bevestigt het ontslag om dringende redenen

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep is van oordeel dat, nu er geen deugdelijke verontschuldiging bestaat voor zijn afwezigheid op de vergadering, de directeurs met recht en reden hebben vastgesteld dat de verzoeker tekort gekomen is aan zijn ambtsverplichtingen en dat de directeurs in de houding van de verzoeker een deugdelijke reden konden vinden om hem om dringende redenen te ontslaan. Terecht is aan de verzoeker een ernstige tekortkoming verweten die de directeurs toeliet de rechtsband tussen de verzoeker en het GO! onmiddellijk te beëindigen.  Het ontslag om dringende redenen wordt bevestigd.

 

2020-16 pdf bestandKVB_GO_2020_beslissing16.pdf (38 kB)

Feiten:

De kamer van beroep besliste in eerste instantie om haar uitspraak over het beroep tegen het ontslag om dringende redenen uit te stellen tot er een beslissing kwam in het ingestelde strafonderzoek.  Ondertussen kwam er een einde aan de tijdelijke aanstelling van verzoeker.

Bestreden beslissing:

ontslag om dringende redenen

Beslissing kamer van beroep: 

14 december 2020 - de kamer van beroep verklaart zich onbevoegd om uitspraak te doen.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep is door het Decreet Rechtspositie personeel gemeenschapsonderwijs ingesteld om zich uit te spreken over beslissingen genomen ten aanzien van personen die vallen onder het toepassingsgebied van het decreet, vermeld in artikel 2, §1, van het decreet. Viel de verzoeker, in zijn  hoedanigheid van leraar, tijdelijk voor bepaalde duur aangesteld, onmiskenbaar onder die regeling, dan is daar verandering in gekomen doordat -een niet betwist juridisch feit- aan de tijdelijke aanstelling op het einde van het schooljaar 2018-2019 een einde gekomen is. Op dat ogenblik is een eind gekomen aan de rechtsband die de verzoeker had met het GO! (artikel 23,e) van het decreet), en is het decreet sindsdien niet meer op hem van toepassing.

De Kamer van beroep, die als administratieve overheid met dezelfde bevoegdheden als de raad van bestuur uitspraak doet over beroepen tegen tuchtstraffen opgelegd aan personeelsleden, kan derhalve tegenover hem geen beslissing meer nemen.

 

2020-15 pdf bestandKVB_GO_2020_beslissing15.pdf (74 kB)

Feiten:

- als directeur te hebben toegestaan dat een aanzienlijk deel van de financiële middelen van de school werden afgewend naar de vzw waarvan zijzelf bestuurder is en aan die afwending zelfs actief te hebben meegewerkt; haar administratief medewerker toegestaan te hebben om in te staan voor de boekhouding van de vzw tijdens de werkuren waarin ze geacht werd diensten te presteren voor de school en waarvoor ze ook door de overheid bezoldigd werd; toegestaan dat deze administratief medewerker via een vzw betaald werd voor buitenschoolse opvang terwijl ze wist dat ze die buitenschoolse opvang in werkelijkheid niet presteerde; als personeelslid en tegelijk lid van de raad van bestuur van de vzw te zijn en dus mee verantwoordelijk te zijn voor het doorsluizen van afgewende  financiële middelen naar een vzw waar ze bovendien tewerkgesteld is en zonder dat daarbij transparantie werd geschapen over de manier waarop deze doorgesluisde middelen werden aangewend; verantwoordelijk te zijn voor het beleid van die vzw die  allerminst zijn fondsen ten volle aanwendde ten bate van de school maar integendeel geen verantwoording kan of wenst te geven over de manier waarop een belangrijk deel van de afgewende middelen wordt aangewend, en waarvan dat de aanwending van een deel zelfs verantwoord wordt middels fictieve onkostenvergoedingen.

Bestreden beslissing:

ontslag

Beslissing kamer van beroep: 

7 januari 2021 - de kamer van beroep bevestigt het ontslag.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep acht de vijf tenlasteleggingen bewezen en acht ze uitermate ernstig. Zij reveleren het opzetten van (minstens het vasthouden aan) een systeem waarbij een boekhoudkundige regeling het mogelijk maakt dat financiële verrichtingen buiten de schoolboekhouding gehouden worden zodat zij ontsnappen aan de controle van de terzake bevoegde overheden, met daarnaast -nog verdergaand- de vaststelling dat de verzoekster, los van haar functie, in haar hoedanigheid van bestuurder in de vzw mee beslissingen genomen heeft over de besteding van gelden zonder dat zij kan aantonen dat die besteding gebeurd is ten voordele van de school.

Elk van die tenlasteleggingen op zich volstaan volgens de Kamer van beroep om de definitieve vertrouwensbreuk tussen de inrichtende macht en de verzoekster vast te stellen. Het tuchtrechtelijk ontslag is, zoals de raad van bestuur ook aangeeft, de enig mogelijke sanctie voor de wandaden van de verzoekster.

2020-14 pdf bestandKVB_GO_2020_beslissing14.pdf (56 kB)

Feiten:

het slaan van leerling tijdens schooluitstap en verder leerlingen hard vastpakken, door elkaar schudden, met de haren trekken, aan de oren draaien, in de armen nijpen…

Bestreden beslissing:

terbeschikkingstelling voor één jaar

Beslissing kamer van beroep: 

14 december 2020 - de kamer van beroep vernietigt de terbeschikkingstelling voor één jaar en legt de tuchtmaatregel van de schorsing gedurende een maand op.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep acht de eerste tenlastelegging bewezen in de zin dat verzoekster zich vergrepen heeft aan het hardhandig terechtwijzen van een leerling. Aangezien welkdanige aantasting van de fysieke integriteit van een leerling niet geduld kan worden, verdient de verzoekster meer dan een symbolische tuchtstraf. Om  haar te laten inzien hoe groot de graad van afkeuring is die het bestuur hecht aan haar misgreep, is  het aangewezen haar fysiek uit de school te verwijderen.

Wat de overige tenlasteleggingen betreft: De feiten die aan die tenlasteleggingen ten grondslag liggen gaan allen terug op verklaringen die aan de Onderzoekscel GO! afgelegd zijn. Is de vijfde tenlastelegging eerder een opsomming van (uit het onderzoeksverslag blijkende) omstandigheden die aantonen dat de verzoekster blijk gaf van een “kordate aanpak” die “af en toe ontspoort naar een hardhandige aanpak inclusief grensoverschrijdende handelingen” en waarin de collega’s zich niet konden vinden, dan gaan de andere tenlasteleggingen terug op concrete verklaringen van collega’s en/of leerlingen. Hun betoog mist de overtuigingskracht die nodig is om te besluiten dat de hier besproken feiten allen de vereiste ernst vertonen om ze als tuchtfeit samen met de eerste tenlastelegging in een tuchtdossier te betrekken.

Daar tegenover staat dat de verwerende partij niet betwist dat de verzoekster een goede leerkracht is, die de leerlingen veel bijbrengt en zelfs geliefd is bij de leerlingen. Uit het dossier, inzonderheid de verklaringen van collega’s, blijkt ook dat het ten laste gelegd feit kadert in een verouderde visie op het onderwijs van probleemleerlingen. Die elementen brengen bij de Kamer van beroep tot de overtuiging dat de partijen best gebaat zijn met een concrete opvolging van verzoeksters functioneren in het kader van een evaluatieprocedure.

In het licht van wat voorafgaat is een schorsing voor de duur van één maand de gepaste tuchtsanctie.

 

2020-13 pdf bestandKVB_GO_2020_beslissing13.pdf (43 kB)

Feiten:

niet aanwezig zijn voor lessen zonder hiërarchische meerdere hiervan op de hoogte te brengen, leerling buiten de schooluren beledigen tijdens uitoefening vakantiejob waardoor reputatie van leerling en de school wordt beschadigd.

Bestreden beslissing:

schorsing voor twee maanden

Beslissing kamer van beroep: 

14 december 2020 - de kamer van beroep bevestigt de schorsing voor twee maanden

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep volgt de raad van bestuur waar hij het problematisch acht -en zwaar tilt aan het feit dat- de verzoeker “geen les komt geven omdat er maar één leerling is en dat hij die leerling zomaar naar de les PAV van een collega stuurt”. Daarnaast is de verzoeker ook met het in het openbaar in diskrediet brengen van een leerling in het bijzijn van anderen, ernstig tekortgekomen aan zijn beroepsplichten. 

De eerste tenlastelegging is een schromelijke tekortkoming aan de primaire ambtsplichten van een leraar (te weten op de aangewezen plaats aanwezig zijn tijdens de uren voorzien op zijn lesschema) en rechtvaardigt een voorbeeldige en ontradende straf. De tweede tenlastelegging mag ook niet zonder gevolg blijven: een leraar heeft een voorbeeldfunctie en moet ten allen tijde respect hebben voor de persoon van zijn leerlingen.

Met de raad van bestuur heeft de Kamer van beroep toch ook wel oog voor de omstandigheid dat de verzoeker moeite heeft gedaan om zijn relatie met de leerling te herstellen. Ook met het feit dat de verzoeker geen tuchtrechtelijk verleden heeft en dat hij ook blijk geeft van inzet de onderwijsverstrekking door goede voorwaarden te bedingen voor het verkrijgen van materiaal voor de lessen.

Al die gegevens in acht genomen vindt de Kamer van beroep de opgelegde schorsing voor de duur van twee maanden gerechtvaardigd.

2020-12 pdf bestandKvB_GO_beslissing12_2020_.pdf (37 kB)

Feiten:

de raad van bestuur legt een directeur een tuchtstraf op waartegen hij in beroep gaat bij de Kamer van Beroep.  Hangende het beroep neemt de verzoeker vrijwillig ontslag en wordt er afgesproken geen opzeggingstermijn uit te voeren.
Bestreden beslissing: terbeschikkingstelling voor twee jaar

Beslissing kamer van beroep: 

15 oktober 2020 - de kamer van beroep verklaart zich onbevoegd om uitspraak te doen.

Grond van de zaak:

Door het vrijwillig ontslag van verzoeker is een eind gekomen aan de rechtsband die de verzoeker had met het GO! (artikel 88,1° van het decreet), is de verzoeker geen personeelslid meer van een instelling van het GO! en is het decreet sindsdien niet meer op hem van toepassing. De Kamer van beroep, die als administratieve overheid met dezelfde bevoegdheden als de raad van bestuur uitspraak doet over beroepen tegen tuchtstraffen opgelegd aan personeelsleden, kan derhalve tegenover hem geen beslissing meer nemen.

De omstandigheid dat de verzoeker op het ogenblik van het indienen van zijn beroep wel nog onder de toepassing van het decreet viel zodat het voorliggend beroep op dat ogenblik wel degelijk ontvankelijk was, doet aan die vaststelling niets af: als administratieve overheid neemt de Kamer van beroep beslissingen die ex nunc werken en is zij, nu het decreet geen uitzonderingen op die regel inhoudt, op dit ogenblik niet langer bevoegd om een beslissing ten aanzien van de verzoeker te nemen.

2020-11 pdf bestandKVB_GO_beslissing11_2020.pdf (48 kB)

Feiten

het bewerken van een factuur door het wegnemen van zijn persoonsgegevens op een factuur van een Nederlandse firma, die door het personeelslid geprefinancierd werd met het oog op het via een onkostennota terugvorderen bij de scholengroep

Bestreden beslissing:

Tuchtmaatregel schorsing gedurende 1 dag

Beslissing kamer van beroep: 

16 juni 2020 - de kamer van beroep zet de tuchtmaatregel schorsing  1 dag om in de tuchtmaatregel blaam.

Grond van de zaak:

De verzoeker heeft een factuur gemanipuleerd om op die wijze moeilijkheden in verband met de terugbetaling door het schoolbestuur uit de weg te gaan. Dit is  op zich foutief gedrag dat tuchtrechtelijk optreden rechtvaardigt.

Daartegenover staan in dit geval een aantal elementen die het vergrijp van de verzoeker afzwakken tot een laakbare stommiteit: hij blijkt met zijn manipulatie geen kwaad opzet beoogd te hebben, ten bewijze waarvan vastgesteld wordt dat hij in eerste instantie de factuur in origineel -dus met vermelding van zijn persoonsgegevens- aan de rekenplichtige heeft overhandigd; hij werd op het spoor van zijn daad gezet door overleg met de rekenplichtige, die hem wou helpen bij een spoedige terugbetaling van de kosten die hij uit eigen middelen betaalde; de verwerende partij betwist niet dat, ware de procedure van terugbetaling correct gevolgd, de verzoeker de gemaakte kosten zou teruggekregen hebben.

Door onbesuisd het recht in eigen handen te nemen, terwijl hij goed moest weten dat manipulatie van geschriften in alle gevallen verboden is, heeft de verzoeker een tuchtinbreuk gepleegd die niet onbestraft kan blijven.

De omstandigheden waarin de inbreuk kadert leiden de Kamer van beroep evenwel tot de conclusie dat het kan volstaan de verzoeker te bestraffen met een morele tuchtsanctie, de blaam.

 

2020-10B pdf bestandKVB_GO_beslissing10B_2020.pdf (31 kB)

Feiten:

ontoelaatbaar gedrag tegenover leerlingen, op opendeurdag school ten zeerste afraden  “omdat het een zeer racistische school is”.

Bestreden beslissing:

ontslag om dringende redenen

Beslissing kamer van beroep: 

16 juni 2020 – het beroep is onontvankelijk

Grond van de zaak:

Krachtens artikel 24 van het decreet rechtspositie personeel gemeenschapsonderwijs moet het beroep tegen een ontslag om dringende redenen ingediend worden “binnen de vijf kalenderdagen na de ontvangst van het ontslag”. Daarbij aansluitend bepaalt artikel 33 undecies, §1, vijfde lid, van het besluit van 22 mei 1991 van de Vlaamse regering omtrent de evaluatie, maatregelen van orde en tucht in het gemeenschapsonderwijs, dat de beroepstermijn begint te lopen “op de dag nadat het personeelslid met een aangetekende brief op de hoogte is gebracht van de dringende redenen”. Het betreft een vervaltermijn.

Te dezen is de aangetekende brief met de redenen van het ontslag van de verzoeker aangetekend ter post verzonden op vrijdag 9 maart 2020. Hij is aan de verzoeker aangeboden op dinsdag 10 maart 2020 met achterlating van een bericht van ontvangst en door hem in ontvangst genomen op 11 maart 2020.

Zoals de Kamer van beroep reeds eerder stelde (GO/2018/03/2 februari 2018; GO/2012/05/27 juni 2012) is het niet de fysieke ontvangst van de aangetekende zending die de beroepstermijn doet lopen, maar de dag van aanbieding van de zending op het adres van de betrokkene.

Een en ander doet besluiten dat de beroepstermijn waarover de verzoeker beschikte -een vervaltermijn- aangevangen is op woensdag 11 maart 2020 en dat hij liep tot zondag 15 maart 2020, de laatste dag waarop het beroepsschrift ingediend kon worden (zie GO/2017/08/20 april 2017).

Het beroepsschrift, ingediend op maandag 16 maart 2020, is laattijdig en het beroep is niet ontvankelijk.

 

2020-10A pdf bestandKVB_GO_beslissing10A_2020.pdf (42 kB)

Feiten:

leerlingen oneerbaar aanraken

Bestreden beslissing:

ontslag om dringende redenen

Beslissing kamer van beroep: 

10 juni 2020 - de kamer van beroep vernietigt het ontslag om dringende redenen

Grond van de zaak:

Artikel 24 van het rechtspositiedecreet bepaalt de voorwaarden waaronder een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor bepaalde duur om dringende redenen kan worden ontslagen. Een van de voorwaarden is dat het bestuur “binnen drie werkdagen na het ontslag” met een aangetekende brief aan de betrokkene kennis geeft van de dringende redenen die het ontslag rechtvaardigen. Het betreft een substantiële voorwaarde, want voorgeschreven in het belang van het betrokken personeelslid.

Te dezen blijkt uit de fiche van vaststelling, opgemaakt op 5 maart 2020, dat de verzoeker op maandag 2 maart 2020 ontslagen is. Blijkens de vermeldingen wordt de fiche op vrijdag 6 maart 2020 met een aangetekende brief ter kennis van de verzoeker gebracht, die de brief ontvangt op 9 maart 2020. Gerekend vanaf 2 maart 2020 moest het bestuur uiterlijk op donderdag 5 maart 2020 een aangetekende brief met de redenen van het ontslag aan de verzoeker verzenden.

De verwerende partij bewijst niet dat zij die verplichting nageleefd heeft. Zij stelt integendeel zelf dat de aangetekende brief aan de verzoeker op vrijdag 6 maart 2020 verzonden is. 

De verwerende partij heeft een dwingend voorschrift voor het ontslag van de verzoeker niet nageleefd. Het ontslag is onregelmatig.

 

2020-09 pdf bestandKVB_GO_2020_beslissing09.pdf (28 kB)

Feiten:

Op 23 februari 2016 besliste de Kamer van beroep (GO/2016/04) om de door de raad van bestuur opgelegde tuchtstraf van het ontslag te vernietigen en de verzoekster tuchtrechtelijk te straffen met de schorsing gedurende één maand. 

Tegen deze beslissing heeft verzoekster een annulatieberoep ingediend bij de Raad van State.  Bij arrest nr. 247.068 van 17 februari 2020 heeft de Raad van State de beslissing van de Kamer van beroep vernietigd.  Ondertussen is verzoekster gepensioneerd.

Bestreden beslissing:

ontslag

Beslissing kamer van beroep: 

14 december 2020 - de kamer van beroep verklaart zich onbevoegd om uitspraak te doen.

Grond van de zaak:

Deze Kamer van beroep neemt aan dat met de pensionering van een personeelslid, het vrijwillig ontslag of de beëindiging van een tijdelijke aanstelling de rechtsverhouding tussen het GO! en dat personeelslid beëindigd wordt. In tuchtzaken betekent dit dat de raad van bestuur geen beslissing meer kan nemen over een ingestelde tuchtprocedure en dat de Kamer van beroep, die als administratieve overheid een beslissing neemt die enkel naar de toekomst toe werkt en geen ruimere bevoegdheid heeft dan de raad van bestuur, zich niet meer over de zaak kan buigen. Die opstelling is conform aan de rechtspraak van de Raad van State, die in een arrest nr. 237.811 van 28 maart 2017 duidelijk gewezen heeft op de noodzaak van een rechtsband om statutaire personeelsleden een tuchtstraf op te leggen. Een en ander doet besluiten dat de Kamer van beroep -noch enig ander administratief orgaan- niet meer bevoegd is om over de tuchtzaak van de verzoekster uitspraak te doen.

 

2020-08 pdf bestandKVB_GO_2020_beslissing08.pdf (50 kB)

Feiten:

zonder toestemming school verlaten in gezelschap van enkele leerlingen;  zonder medeweten directie schroot van school wegbrengen naar oud-ijzerhandelaar zonder achteraf opbrengst te hebben afgegeven aan directeur of financieel medewerker; betalingsbewijsjes achteraf van aankopen bedoeld voor de school voorgelegd tonen niet aan dat opbrengsten voor school werden gebruikt; 25 euro afgetroggeld van een leerling die auto zou bevuild hebben en ermee gedreigd om bedrag bij niet-betaling met 5 euro per dag te laten stijgen; 1 dag ongewettigde afwezigheid.

Bestreden beslissing:

tuchtmaatregel ontslag

Beslissing kamer van beroep: 

10 juni 2020 - de kamer van beroep vernietigt de tuchtmaatregel ontslag en legt de tuchtmaatregel schorsing gedurende 6 maanden op.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep is van oordeel dat de verzoeker zijn deontologische verplichtingen niet heeft nageleefd.

Indien de handel in oud ijzer die de verzoeker heeft opgezet en de verplaatsingen naar de ijzerhandelaar -beiden zonder toestemming van het schoolbestuur- zeker een tuchtinbreuk vormen, dan pleit toch voor de verzoeker dat uit niets blijkt dat hij persoonlijk gewin heeft nagestreefd. Voorts blijkt het bestuur zelf ook niet geheel vrij te pleiten, waar het in gebreke is gebleven om klaar en duidelijk algemene richtlijnen te verspreiden over de wijze waarop de leraars hun persoonlijke initiatieven moeten inbedden in de werking van de school.

De Kamer van beroep beoordeelt de tuchtinbreuk waarbij de verzoeker een leerling deed betalen voor de ‘schade’ aan zijn wagen op zich als zeer ernstig. Dergelijke misgreep valt niet te rechtvaardigen.

Globaal genomen heeft de Kamer van beroep ook oog voor het gegeven dat de verzoeker zonder problemen gedurende 14 jaar in de school gefunctioneerd blijkt te hebben.  De misstappen die hij heeft begaan zijn dan ook niet van die aard dat zij geacht moeten worden de vertrouwensrelatie met het bestuur definitief onderuit te hebben gehaald.

Alle voormelde elementen in acht genomen is de Kamer van beroep van oordeel dat de tuchtstraf van het ontslag te zwaar is en dat de tuchtstraf van de schorsing gedurende zes maanden gepast is.

2020-07 pdf bestandKvB_GO_2020_beslissing07.pdf (32 kB)

Feiten:

vastgrijpen borsten personeelslid

Bestreden beslissing:

ontslag om dringende redenen

Beslissing kamer van beroep: 

18 februari 2020 - de kamer van beroep bevestigt het ontslag om dringende redenen

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep is van oordeel dat het in aanmerking genomen feit als bewezen voorkomt en dat het om een ernstig feit gaat dat geen verontschuldiging kan krijgen en dat terecht gesanctioneerd is met het ontslag om dringend reden.  Het ontsla om dringende reden wordt bevestigd.

 

2020-06 pdf bestandKVB_GO_2020_beslissing06.pdf (44 kB)

Feiten:

leerling hardhandig de klas uitsturen met trekken aan de haren, een leerling bij de keel grijpen, roepen tegen de leerlingen en gebruik van scheldwoorden.

Bestreden beslissing:

Tuchtmaatregel schorsing gedurende zes maanden

Beslissing kamer van beroep: 

10 juni 2020 - de kamer van beroep zet de tuchtmaatregel schorsing gedurende zes maanden om in de tuchtmaatregel schorsing tot en met 15 augustus 2020.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep is van oordeel dat het feiten bewezen zijn. Wat de strafmaat betreft volgt de Kamer van beroep de redenering van de Algemeen Directeur in die zin dat de verzoekster gewis ernstig aan haar ambtsplichten tekortgekomen is, maar dat zij ten ene male -en niet voor herhaling vatbaar- clementie verdient.

Waar de Algemeen Directeur ook verwijst naar de “relatief lange periode waarin de verzoekster preventief geschorst is”, merkt de Kamer van beroep enerzijds op dat een preventieve schorsing geen voorafname is op een tuchtstraf, maar is zij anderzijds van oordeel dat in het dossier geen gegeven teruggevonden wordt dat voor de Algemeen Directeur een reden kon zijn om deze relatief eenvoudige zaak van geweld tegen kinderen en ongepast taalgebruik gewoon te laten rusten tot de afloop van het strafonderzoek hem werd medegedeeld; niets verhinderde hem het eigen administratief onderzoek -waarin hij reeds beschikte over verklaringen van ouders en kinderen- te vervolledigen teneinde aldus de situatie van de verzoekster binnen een redelijke termijn uit te klaren. Dat de verzoekster van in den beginne preventief geschorst was had hem moeten aanzetten om de zaak te bespoedigen. Dit brengt de Kamer van beroep tot het besluit dat een schorsing voor de duur van zes maanden, opgelegd bijna twee jaar na de feiten, te zwaar is.

De redenering van de Algemeen Directeur dat hij de verzoekster de mogelijkheid wenste te geven om “volgend schooljaar de dienst te hervatten” doortrekkend, beperkt de Kamer van beroep, in de hoop dat de verzoekster in de toekomst strikt de hand zal houden aan haar opstelling tegenover haar leerlingen, de straf tot een schorsing vanaf de aanzegging van onderhavige beslissing tot 15 augustus 2020.

2020-05 pdf bestandKvB_GO_2020_beslissing05.pdf (43 kB)

Feiten:

ongepast seksueel gedrag, intimidatie van beginnende leerkrachten, isolatie van kritische leerkrachten  door een schooldirecteur.– opstarten tuchtonderzoek

Bestreden beslissing:

preventieve schorsing

Beslissing kamer van beroep: 

18 februari 2020 - de kamer van beroep bevestigt de preventieve schorsing

Grond van de zaak:

De Kamer van Beroep stelt dat los van de algemene vaststelling dat het in redelijkheid verantwoord is om, teneinde het regelmatig verloop en de sereniteit van het onderzoek te garanderen, een schooldirecteur buiten de dienst te houden wanneer tegen hem een tuchtonderzoek loopt met betrekking tot feiten waarover het personeel ongeremd verklaringen moet kunnen afleggen -hij bekleedt immers een gezagspositie ten opzichte van het personeel en ziet daarin mogelijk kansen om het onderzoek te hinderen-, vormen in casu vaststellingen door de Arista-verslaggever een versterking van dat standpunt.  De Kamer van beroep beslist om de preventieve schorsing te bevestigen.

 

2020-04 pdf bestandKvB_GO_2020_beslissing04.pdf (26 kB)

Feiten:

beroep is onontvankelijk aangezien het verzoekschrift niet aan de voorgeschreven vormvoorschriften voldoet en het beroep niet gemotiveerd is.

Bestreden beslissing:

Tuchtmaatregel ontslag

Beslissing kamer van beroep: 

10 maart 2020 – het beroep tegen de beslissing van de raad van bestuur waarbij verzoeker de tuchtmaatregel van het ontslag wordt opgelegd, is onontvankelijk.

 

2020-03 pdf bestandKvB_GO-beslissing03-2020.pdf (36 kB)

Feiten:

slecht functioneren, gebrek aan voorbereiding lessen/opdrachten, foutief ingeven punten waardoor beraadslaging van de klassenraad niet op een correcte manier kon verlopen.

Bestreden beslissing:

ontslag om dringende redenen

Beslissing kamer van beroep: 

28 januari 2020 - de kamer van beroep vernietigt het ontslag om dringende redenen

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep is van oordeel dat het bewijs van dringende reden die de schooldirecteur toeliet om verzoeker met onmiddellijke toegang te ontslaan, niet voorligt. Het ontslag om dringende redenen wordt vernietig

 

2020-01 pdf bestandKvB_GO_2020_beslissing01.pdf (63 kB)

Feiten:

als rekenplichtige weet hebben van financiële malversaties in hoofde van directeur en nalaten om hiervan melding te doen bij de scholengroep.

Bestreden beslissing:

Tuchtmaatregel ontslag

Beslissing kamer van beroep: 

2 maart 2020 - de kamer van beroep vernietigt de tuchtmaatregel ontslag en legt de tuchtmaatregel terbeschikkingstelling tot en met 31 augustus 2021.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep is van oordeel dat het feiten bewezen zijn en onderschrijft volledig de overwegingen die de raad van bestuur ontwikkeld heeft om de strafmaat te bepalen. Zonder afbreuk te doen aan de ernst van de feiten en aan het gegeven dat de verzoekster haar verantwoordelijkheid totaal ontlopen heeft, vindt de Kamer van beroep wel dat enige clementie kan betoond worden omdat de verzoekster in een hiërarchische structuur stond en van daaruit dagdagelijks met de schooldirecteur samenwerkte. Vanuit dat oogpunt kan enig begrip opgebracht worden voor een algemeen terughoudende opstelling van de verzoekster, zeker nu uit het dossier blijkt dat de verzoekster op eerder aan de onderzoekers van het GO! verklaarde dat in het verleden een onderzoek gebeurde naar schriftvervalsing in de school en dat dit onderzoek uitdraaide op de vraag “wie de mol was” en zij zich daarom voornam “om te horen, te zien en te zwijgen”. Ook de omstandigheid dat de verzoekster zich niet persoonlijk verrijkt heeft of zich van een ander voordeel verzekerd heeft spreekt enigszins in haar voordeel.

Vanuit dat oogpunt is de Kamer van beroep van oordeel dat de verzoekster, nu de schooldirecteur met een tuchtmaatregel uit de school verwijderd is, een tweede kans mag krijgen en dat de tuchtmaatregel van de terbeschikkingstelling tot 31 augustus 2021 de gepaste straf is voor de ernstige deontologische fouten die zij begaan heeft