Beslissingen Kamer van Beroep 2020 - vrij onderwijs

2020-19 pdf bestandKvB_GVO_2020_19.pdf (195 kB)

Feiten:

creëren van een militaristische sfeer, dreigen en schreeuwen

Bestreden beslissing:

ontslag om dringende reden

Beslissing kamer van beroep:

25 november 2020 – de beslissing van de raad van bestuur wordt bevestigd

Grond van de zaak:

Het aanhangig maken van een beroep dient op straffe van nietigheid te gebeuren bij een gemotiveerd beroepsschrift. De kamer stelt vast dat het beroepsschrift niet de minste motivering bevat.  
Het vermelden van de beroepsmogelijkheden in de beslissing dient zo correct mogelijk te gebeuren. De kamer vraagt om in de toekomst van een ‘gemotiveerd’ beroep te spreken bij het vermelden van de beroepsmogelijkheden.

 

2020-18 pdf bestandKvB_GVO_2020_18.pdf (185 kB)

Feiten:

grensoverschrijdend gedrag t.o.v. een minderjarige leerling

Bestreden beslissing:

ontslag

Beslissing kamer van beroep:

28 oktober 2020 – de tuchtmaatregel van het ontslag wordt bevestigd

Grond van de zaak:

Procedureel: verzoekende partij werpt op dat de tuchtcommissie geen expliciete beslissing nam om de beslissing te nemen nadat het strafonderzoek was afgerond, waardoor de tuchtvordering verjaard zou zijn. De kamer stelt vast dat er geen decretale voorwaarde is om die beslissing expliciet mee te delen noch op straffe van nietigheid is voorgeschreven.

Inhoudelijk: het tuchtfeit is voldoende bewezen (ondanks opwerpen dat bekentenis niet finaal is omdat die in graad van beroep nog kan worden ingetrokken). De kamer acht het redelijk dat de tuchtcommissie hier geen eigen onderzoek voerde en het strafonderzoek afwachtte.

 

2020-17 pdf bestandKvB_GVO_2020_17.pdf (282 kB)

Feiten:

directeur basisschool, grensoverschrijdend seksueel gedrag t.a.v. vrouwelijke leerkrachten, intimidatie personeelsleden, machtsmisbruik, misbruik van vertrouwen, problematische communicatie

Bestreden beslissing:

ontslag

Beslissing kamer van beroep:

28 oktober 2020 – de tuchtmaatregel van het ontslag wordt bevestigd

Grond van de zaak:

Procedureel: Het feit dat verzoekende partij in laatste instantie, n.a.v. het tuchtverhoor de stukken kon zien waarop de tuchtprocedure betrekking heeft, leidt niet tot de schending van de rechten van de verdediging. Het is exact om die reden dat een tuchtverhoor bestaat met inzagerecht. Er liggen geen indicaties voor dat na inzage van het tuchtdossier, de rechten van verdediging niet konden worden uitgeoefend (o.a. door indienen verweer).

De mandatering van een tuchtcommissie die beide aspecten voor zijn rekening neemt (orgaan dat onderzoek voert en orgaan dat de beslissing neemt), is een gangbare manier van werken binnen het onderwijs.

Inhoudelijk: De kamer van beroep begrijpt dat ontslag een zware sanctie is. Een zware sanctie maakt die sanctie echter nog niet kennelijk onredelijk. Dat de tuchtcommissie daarbij de directeur als voorbeeldfunctie met de nodige gestrengheid tegen een standaard van deontologisch gedrag houdt, is een element in die afweging die de kamer van beroep niet als kennelijk onredelijk overkomt.

De kamer van beroep begrijpt dat de tuchtcommissie het verdere functioneren van de directeur binnen de schoolcontext onmogelijk acht. Gelet op de inhoud van de  tuchtfeiten (machtsmisbruik, angstklimaat, intimidatie,…) is een verdere samenwerking bijzonder moeilijk en is de impact op het welbevinden van het voltallige lerarenkorps groot.

 

2020-16 pdf bestandKvB_GVO_2020_16.pdf (180 kB)

Feiten:

teelt verdovende middelen met verzwarende omstandigheid het verkopen, correctioneel veroordeeld

Bestreden beslissing:

ontslag

Beslissing kamer van beroep:

23 september 2020 – de tuchtmaatregel van het ontslag wordt bevestigd

Grond van de zaak:

Procedureel: De notulering bij het tuchtverhoor zou gebrekkig zijn en geen letterlijke weergave zijn.
De kamer van beroep bemerkt dat het verslag is ondertekend door verzoekende partij.  Er bestaat geen decretale verplichting dat een verhoor getikt moet zijn in plaats van met de hand geschreven, noch dat een verslag een woordelijke weergave van een gesprek moet zijn.
Het ontbreken van een eigenlijke tuchtbeslissing, enkel de notulen van de beraadslaging van de tuchtcommissie zouden aan verzoekende partij zijn toegezonden. De kamer van beroep leest in het document getiteld ‘notulen’ wel degelijke de finale beslissing.

Grond van de zaak: in dit dossier ligt een strafrechtelijke veroordeling voor, die zich weliswaar in de privésfeer bevindt.
De tuchtcommissie houdt voor dat de aard van de gedraging manifest onverenigbaar is met het pedagogische project van een school.
De kamer van beroep heeft zich lang beraad over de vraag of een ontslag daadwerkelijk een proportionele straf is in dit dossier. Finaal heeft zij aanvaard dat dit het geval is, en wel om de volgende redenen.
De kamer van beroep volgt de redenering niet dat de houding van de strafrechter (i.e. de gunst van de opschorting verlenen) zich dient voor te zetten in het tuchtcontentieux. De gunst van de opschorting neemt niet weg dat de feiten bewezen zijn. Dat er geen burgerrechtelijke schade is toegekend is evenmin doorslaggevend. De kamer van beroep stelt vast dat de correctionele rechtbank ook niet oordeelt dat er geen reputatieschade geweest is, doch vooral dat de school geen bewijs daartoe aanbrengt.
De kamer van beroep heeft zich beraden over de concrete feiten die aan het personeelslid verweten worden, om het personeelslid enkel op haar eigen dossier af te rekenen en niet dat van haar partner. Maar ook hier kan de kamer van beroep enkel vaststellen dat er ernstige feiten voorliggen. De kamer van beroep ontwaart ook een escalatie in ernst van de feiten.
De kamer van beroep begrijpt dat de school in die omstandigheden spreekt van een volledig wegvallen van vertrouwen. De kamer van beroep begrijpt evenzeer dat dit punt niet wordt opgelost door het personeelslid op een andere vestigingsplaats tewerk te stellen of haar functieomschrijving te wijzigen.
Ook de kamer van beroep moet daarbij rekening houden met de specifieke pedagogische context en de betrokkenheid van minderjarige leerlingen.

 

2020-15 pdf bestandKvB_GVO_2020_15.pdf (199 kB)

Feiten:

openstaande facturen, gemiste inkomsten, vertrouwensbreuk

Bestreden beslissing:

preventieve schorsing

Beslissing kamer van beroep:

9 september 2020 – de ordemaatregel van de preventieve schorsing wordt bevestigd

Grond van de zaak:

Betwisting over de opstart van dit tuchtonderzoek: de statuten bepalen in art. 25 §3 dat tucht een exclusieve bevoegdheid van de RvB is. Volgens het personeelslid impliceert deze bepaling dat er geen tuchtcommissie kan worden opgericht door de RvB. Volgens het schoolbestuur dient deze bepaling gelezen te worden in de afbakening van bevoegdheden ten aanzien van de AV. 
De kamer van beroep stelt vast dat het begrip “exclusieve” bevoegdheid geen wettelijke omschrijving heeft gekregen, en dat er ook in de vennootschapsrechtelijke rechtsleer verschillende  betekenissen aan het woord worden gegeven. De kamer van beroep gaat ervan uit dat het schoolbestuur bij het opstellen van de statuten de mogelijkheid niet wilde uitsluiten om zich van een procedure te bedienen die gebruikelijk is in tuchtzaken, namelijk de procedure van het mandateren van een tuchtcommissie. De kamer van beroep gaat er dan ook van uit dat het woord “exclusieve” bevoegdheid kadert binnen de afbakening van bevoegdheden binnen de verschillende organen van de vennootschap, maar niet wil uitsluiten dat het exclusief bevoegde orgaan inzake tucht (de RvB) voor het uitoefenen van die bevoegdheid een mandaat kan geven aan een tuchtcommissie die bestaat uit leden van de RvB.
In het beroepsschrift wordt tevens op het tijdsverloop gewezen tussen de kennisname van de tuchtfeiten en het starten van de tuchtprocedure. De kamer van beroep heeft echter steeds aanvaard dat een schoolbestuur een minimaal onderzoek kan voeren, alvorens formeel een tuchtonderzoek te starten, en daarvan nadien het personeelslid “onmiddellijk” in te lichten.
Wat betreft de gegrondheid van de preventieve schorsing, dient de kamer van beroep vooreerst na te gaan of de feiten die aan de grondslag liggen van het tuchtonderzoek, een elementaire vorm van geloofwaardigheid hebben.
De kamer van beroep moet in het kader van een beroep tegen een preventieve schorsing eveneens nagaan of die maatregel een onredelijk karakter heeft.

 

2020-14 pdf bestandKvB_GVO_2020_14.pdf (200 kB)

Feiten:

schending afspraken, te kort geschoten in nakomen verplichtingen

Bestreden beslissing:

ontslag

Beslissing kamer van beroep: 

26 augustus 2020 – de tuchtmaatregel van het ontslag wordt vernietigd

Grond van de zaak:

De kamer van beroep moet samen met verwerende partij vaststellen dat de oproepbrief vaag en ruim omschreven is, wat betreft beweerde ernstige tekortkomingen, en at de oproepingsbrief niet nuttig gelezen kan worden in het licht van de rechten van verdediging.
De kamer van beroep oordeelt over het tuchtdossier met devolutieve werking. Dat wil zeggen dat de kamer van beroep procedurele euvels zelf kan rechtzetten of herstellen, behalve wat de regels betreft m.b.t. de voorschriften die op straffe van onontvankelijkheid zijn voorgeschreven of die van rechtswege de nietigheid meebrengen. Het versturen van een oproepingsbrief die niet voldoet aan de decretale voorwaarden van art. 8 §5 Tuchtbesluit brengt van rechtswege de nietigheid met zich mee.

 

2020-13 pdf bestandKvB_GVO_2020_13.pdf (192 kB)

Feiten:

vervalsen stageverslagen, plaatsen fictieve beoordelingen, leerlingen thuisgelaten bij afwezigheid op de stage, leerlingen niet onder toezicht gehouden tijdens extramuros,

Bestreden beslissing:

ontslag

Beslissing kamer van beroep: 

17 juni 2020 – de tuchtmaatregel van het ontslag wordt vernietigd -  de tuchtmaatregel van de terbeschikkingstelling voor 2 jaar wordt opgelegd

Grond van de zaak:

De voorgehouden tuchtfeiten bevatten de strafrechtelijke kwalificatie van valsheid van geschrifte. Het komt niet aan de kamer van beroep toe om zich uit te spreken over de vraag of het personeelslid strafrechtelijke feiten gepleegd heeft. Wel komt het aan de kamer van beroep toe om te oordelen over de vraag of het personeelslid tuchtrechtelijke feiten gepleegd heeft.
Feit is dat verzoekende partij oneerlijk is geweest over een essentiële component van zijn opdracht, namelijk de stagebeoordeling en dat een eerlijke en correcte communicatie naar de school toe over het verloop van de stage ontbrak. De kamer van beroep tilt eveneens zeer zwaar aan het feit dat verzoekende partij leerlingen uit een kwetsbare doelgroep alleen op pad heeft gestuurd. 
Het niet onder toezicht houden van leerlingen tijdens een extramuros activiteit maakt een tuchtrechtelijk sanctioneerbare onachtzaamheid.
Een aantal van de tuchtfeiten werden door de kamer van beroep niet aanvaard of in een verzachtende context geplaatst. Bovendien stelt de kamer van beroep vast dat er in de wederzijdse verhouding langs beide kanten aan de communicatie kan worden gewerkt. De kamer van beroep uit de hoop dat de langdurige verwijdering een helend effect kan hebben, in die zin dat verwerende partij werk maakt van een actief re-integratiebeleid en dat verzoekende partij de kans ziet om zich te herpakken.

 

2020-12 pdf bestandKvB_GVO_2020_12.pdf (171 kB)

Feiten:

intimideren, beledigen van leerlingen waarbij de fysieke en psychische integriteit in het gedrang komt; aanrakingen en gedragingen die als grensoverschrijdend worden ervaren

Bestreden beslissing:

ontslag

Beslissing kamer van beroep: 

17 juni 2020 – de tuchtmaatregel van het ontslag wordt bevestigd  

Grond van de zaak:

Verzoekende partij houdt voor dat de feiten betrekking hebben op een zeer moeilijke klasgroep. Verwerende partij zou de personeelsleden te weinig steunen in hun klasmanagement. De kamer van beroep meent dat de grenzen van het deontologisch toelaatbare moeten gerespecteerd worden en nooit getolereerd kan worden dat een leerkracht op fysieke of verbale wijze de integriteit van een leerling aantast.
Verzoekende partij verzet zich tegen de bewijsvergaring. Zo zou er sprake zijn van collusie tussen de leerlingen omtrent hun getuigenissen en zou de school de leerlingen onder druk hebben gezet en suggestieve vragen hebben gesteld.
Dat neemt niet weg dat voornoemde feiten wél bewezen zijn, wél in tijd en plaats gesitueerd zijn, en door de kamer van beroep als afdoende worden beschouwd om de tenlasteleggingen te onderbouwen.
De kamer van beroep verneemt dat verzoekende partij inziet dat bepaalde handelingen en uitlatingen mogelijks racistisch, bedreigend of grensoverschrijdend konden worden ervaren, en dat verzoekende partij zich daarvoor verontschuldigt. Evenwel kan de kamer van beroep goed inzien dat het gestelde gedrag dermate ernstig is dat de bruggen met zijn huidige werkgever volledig verbrand zijn.

 

2020-11 pdf bestandKvB_GVO_2020_11.pdf (168 kB)

Feiten:

lessen verlopen chaotisch; kleuters hardhandig bij de arm nemen; niet invullen agenda

Bestreden beslissing:

tuchtmaatregel schorsing gedurende 4 weken

Beslissing kamer van beroep: 

13 mei 2020 – de tuchtmaatregel schorsing  gedurende 4 weken wordt vernietigd 

Grond van de zaak:

De kamer van beroep ontwaart in deze zaak verschillende elementen die tot bezorgdheid stemmen. Deze elementen behoren in hoofdorde tot het functioneren van de leerkracht maar dit sluit niet uit dat er sprake kan zijn van tucht.
Aangezien elk van de tuchtfeiten ofwel niet afdoende bewezen is, ofwel op zich onvoldoende is om als tuchtfeit beschouwd te worden, geeft de kamer van beroep het voordeel van de twijfel aan de tuchtrechtelijk gesanctioneerde leerkracht en vernietigt de tuchtbeslissing.
De houding van de directeur geeft duidelijk de bezorgdheid aan over het functioneren van de leerkracht en de veiligheid van de leerlingen. Dat wil niet alleen zeggen dat de leerkracht voldoende in zijn functioneren begeleid wordt door de school, maar ook dat de leerkracht zelf zich voldoende bewust moet zijn van de ernst van de situatie en zich loyaal moet opstellen om het eigen functioneren met oprechte zelfkritiek in vraag te stellen en bij te sturen.

 

2020-10 pdf bestandKvB_GVO_2020_10.pdf (164 kB)

Feiten:

onwettige afwezigheden

Bestreden beslissing:

Tuchtmaatregel afhouding van 1/5 van de wedde gedurende één maand

Beslissing kamer van beroep: 

13 mei 2020 - de kamer van beroep oordeelt dat het beroepsschrift laattijdig werd ingediend en niet gemotiveerd werd. Het beroep is onontvankelijk.

Grond van de zaak:

Het beroep moet op straffe van verval moet ingediend worden binnen een termijn van 20 kalenderdagen volgend op de schriftelijke mededeling van de tuchtbeslissing. Die termijn werd niet nageleefd. Hoe dan ook is de voorgeschreven decretale termijn (i.e. vanaf de dag van mededeling) een vervaltermijn die de openbare orde raakt.

Bijkomend vermeldt artikel 13§1 lid 3 van het tuchtbesluit dat het beroep op straffe van niet-ontvankelijkheid gemotiveerd moet zijn. In casu ontbreekt zelfs elk begin van motivering, zodat de kamer van beroep ook hier niet anders kan dan de onontvankelijkheid van het beroep vast te stellen.

 

2020-09 pdf bestandKvB_GVO_2020_09.pdf (121 kB)

Feiten:

/

Bestreden beslissing:

Tuchtmaatregel ontslag

Beslissing kamer van beroep: 

13 mei 2020 - de kamer van beroep neemt akte van de afstand van het beroep. 

Grond van de zaak:

/

 

2020-08 pdf bestandKvB_GVO_2020_08.pdf (193 kB)

Feiten:

gebruik van gsm tijdens de lessen; tijdens de lessen bezig zijn op sociale media; taalgebruik naar leerlingen toe; aanhalen dat uw hoofdberoep het leiden van een bedrijf is en leerkracht zijn maar een bijberoep; niet aanwezig zijn op de mondelinge aanvulling van het examen; niet correct opstellen van het examen; het niet naleven van de bepalingen van de controle op het ziekteverlof;

Bestreden beslissing:

Tuchtmaatregel schorsing gedurende 4 maanden

Beslissing kamer van beroep:

13 mei 2020 – de tuchtmaatregel schorsing gedurende 4 maanden wordt bevestigd

Grond van de zaak:

De kamer van beroep stelt vast dat het betrokken personeelslid zich onvoldoende rekenschap geeft van het belang van het onderwijs.
De kamer van beroep stelt ook vast dat er sprake is van een repetitief karakter van de als laakbaar aangeduide feiten, en dat het personeelslid in het verleden reeds daarop was aangesproken.
Bijgevolg gaat dit dossier wel degelijk over méér dan functioneren, maar over tuchtfeiten.
Wat betref de proportionaliteit van de voorgestelde tuchtsanctie oordeelt de kamer van beroep dat de zwaarwichtigste tuchtfeiten uit het tuchtdossier bewezen worden geacht.

 

2020-07 pdf bestandKvB_GVO_2020_07.pdf (553 kB)

Feiten:

ernstige aanwijzingen van het aannemen van mogelijks een systematisch onaangepaste houding als directeur in de professionele relaties binnen de school en van het mogelijks verbaal onrespectvol en ongepast omgaan met personeelsleden

Bestreden beslissing:

Tuchtmaatregel ontslag

Beslissing kamer van beroep: 

12 februari 2020 – de tuchtmaatregel ontslag wordt vernietigd – de kamer van beroep legt de tuchtmaatregel van de terugzetting in rang op

Grond van de zaak:

De kamer van beroep erkent dat er elementen te vinden zijn die deel uitmaken van het functioneren, eerder van tuchtrechtelijk sanctioneerbare laakbare tekortkomingen. Toch kan slecht functioneren wel degelijk zijn weg vinden naar een tuchtdossier. 

De kamer vindt dat er wel afdoende feiten in het dossier zijn, ernstig genoeg om als tuchtfeit te kunnen worden gekwalificeerd, ook zonder dat zij eerst een finale waarschuwing behoeven. De kamer van beroep acht het bewezen dat er sprake is van machtsmisbruik, van het in stand houden van een angstcultuur door middel van woorden, daden en doelbewust weigeren bepaalde zaken uit te klaren, en van laakbaar favoritisme.

De kamer van beroep acht het eveneens bewezen dat er sprake is van betrokkenheid bij grensoverschrijdend verbaal en psychisch geweld, met als bezwarende omstandigheid dat dit gebeurde in aanwezigheid van jonge leerlingen. Dat de ongepaste machtsontwikkeling ook in meer dagdagelijkse professionele context gepaard ging met bewoordingen/gedragingen die niet door de beugel kunnen, acht de kamer van beroep eveneens bewezen.

De kamer van beroep acht het een proportionele sanctie om de terugzetting in rang op te leggen. De als bewezen geachte tuchtfeiten hebben immers allen betrekking op de wijze waarop de directeur zijn ambt als directeur heeft ingevuld. De temporele omvang en impact van de feiten, gecombineerd met de weigering om het eigen gedrag aan te passen zelfs na duidelijke instructies van de raad van bestuur, bewijzen voor de kamer van beroep dat er met recht en rede kan geoordeeld worden dat de vertrouwensbreuk ten aanzien van de directeur definitief is. 

 

2020-06 pdf bestandKvB_GVO_2020_06.pdf (332 kB)

Feiten:

deontologisch incorrect gedrag van een directeur

Bestreden beslissing:

preventieve schorsing

Beslissing kamer van beroep: 

29 januari 2020 - de kamer van beroep bevestigt de ordemaatregel van de preventieve schorsing

Grond van de zaak:

Wanneer een school de namen publiceert in het BS van bestuursleden die reeds zetelen in de raad van bestuur, dan ziet de kamer van beroep niet in welk ander rechtsgevolg de school daarmee kan beogen dan hun mandaat te hernieuwen.

Aan de tuchtcommissie werd gedelegeerd om namens de vzw de volledige tuchtprocedure te voeren, met inbegrip van de briefwisseling en het beslissen tot een eventuele preventieve schorsing. De aangetekende brief waarin de preventieve schorsing werd meegedeeld werd slechts door twee van de vier leden van de tuchtcommissie ondertekend, maar de kamer van beroep kent geen decretale regel die verplicht dat alle handtekeningen vereist zijn, laat staan dat dit op straffe van nietigheid zou zijn voorgeschreven.
Wat betreft het opleggen van een maatregel van orde van preventieve schorsing dient de kamer van beroep vast te stellen of er elementen aanwezig zijn in het dossier die, indien ze bewezen zouden zijn, tuchtrechtelijk ingebed kunnen zijn. Deze beweerde feiten moeten in het kader van een procedure tot preventieve schorsing nog niet bewezen zijn, maar wel voldoende mate van waarachtigheid hebben om aanleiding te geven tot deze ordemaatregel met het oog op de goede werking van de dienst.

Voor de oproep tot preventieve schorsing moeten enkel “de redenen” worden meegedeeld, waarover het personeelslid gehoord dient te worden.

Wat betreft de aangevoerde schending van de hoorplicht brengt de kamer van beroep in herinnering dat haar beslissing devolutieve werking heeft, zodat eventuele gebreken inzake de hoorplicht gedekt kunnen worden tijdens de zitting van de kamer van beroep.

 

2020-05 pdf bestandKvB_GVO_2020_05.pdf (335 kB)

Feiten:

vertrouwensbreuk met het schoolbestuur en alle beleids-, beleidsondersteunende en bestuursverantwoordelijken van de school

Bestreden beslissing:

Tuchtmaatregel terbeschikkingstelling gedurende twee jaar

Beslissing kamer van beroep: 

29 januari 2020 - de kamer van beroep vernietigt de tuchtmaatregel terbeschikkingstelling gedurende twee jaar

Grond van de zaak:

De kamer van beroep herhaalt haar vaste rechtspraak dat er een verschil is tussen gebrekkig functioneren en tucht.

De kamer van beroep gaat ervan uit dat het niet correct uitvoeren van de in de functiebeschrijving voorkomende opdrachten allereerst een kwestie van evaluatie is.

Bepaalde vormen van gebrekkige invulling van de opdrachten kunnen dermate frappant zijn dat als laakbare tekortkomingen kunnen worden beoordeeld De kamer van beroep heeft in het verleden ook reeds meermaals aanvaard dat ‘kleinere” problemen inzake gedrag finaal tot tucht (in plaats van evaluatie) kunnen leiden.

Er springen twee contactmomenten in het oog maar zonder bewijzen dat er specifiek over het probleem gesproken is, vastgesteld door Idewe. 

Ook tijdens de zitting werden geen concrete nieuwe feiten aangevoerd die als tuchtfeit aan te merken zijn, en niet als “gedragspatroon” van gebrekkig functioneren.

Er wordt weliswaar gewag gemaakt van een onhoudbare situatie, maar opnieuw leest de kamer van beroep daarin geen concrete feiten.

Zolang er geen sprake is van concrete feiten die uit onwil of ander laakbaar gedrag voortvloeien, kan de kamer van beroep niet anders dan tot de conclusie komen dat er hier een probleem van gebrekkig functioneren voorligt, zodat het gebruik van de tuchtprocedure niet de correcte stap is.

 

2020-04 pdf bestandKvB_GVO_2020_04.pdf (325 kB)

Feiten:

Ingaan tegen het arbeidsreglement betreffende het gebruik van de schooleigen ICT-middelen; ingaan tegen het gezag, integriteit en waardigheid van de schoolleiding; personeel en directie niet op een correcte en respectvolle manier te woord staan; ingaan tegen de deontologische ICT-code; ingaan tegen het gezag, de directie, het schoolbestuur; laster en eerroof t.o.v. de directie

Bestreden beslissing:

Tuchtmaatregel ontslag

Beslissing kamer van beroep: 

22 januari 2020 - de kamer van beroep bevestigt de tuchtmaatregel ontslag  

Grond van de zaak:

Verzoekende partij werpt een onregelmatigheid op, aangezien een getuige bij één van de tuchtfeiten, nadien blijkt deel uit te maken van de tuchtcommissie. De kamer van beroep wijst erop dat dit beroep devolutieve werking heeft, zodat een eventuele schending van het onpartijdigheidsbeginsel door de tuchtcommissie gedekt wordt door de behandeling van de zaak door de kamer van beroep.

Het betrokken personeelslid vraagt om stukken te weren uit de debatten, aangezien zij laattijdig werden toegevoegd. De kamer van beroep stelt vast dat zij beslist met devolutieve werking, dus op basis van het volledige dossier.

De kamer van beroep meent dat er in het dossier afdoende feiten bewezen zijn die de tuchtkwalificatie verdienen.

Uit verschillende incidenten met haar directie blijkt dat het personeelslid weigert om het hiërarchische gezag te aanvaarden wanneer de mening van de directie niet strookt met de hare, en dat zij hierop reageert op een manier die méér is dan louter onprofessioneel, maar als moedwillig dwarsliggen kan worden beschouwd.

Wat betreft de aard en proportionaliteit van de gekozen tuchtsanctie, de kamer van beroep neemt voldoende in aanmerking om de opgelegde straf weliswaar streng, maar niet kennelijk onredelijk, te bevestigen.

 

2020-03 pdf bestandKvB_GVO_2020_03.pdf (325 kB)

Feiten:

roddelen, zwart maken directie, afspraken niet nakomen

Bestreden beslissing:

Tuchtmaatregel blaam

Beslissing kamer van beroep: 

22 januari 2020 - de kamer van beroep vernietigt de tuchtmaatregel blaam   

Grond van de zaak:

De kamer meent dat van beide tuchtfeiten onvoldoende bewijs voorligt.

 

2020-02 pdf bestandKvB_GVO_2020_02.pdf (191 kB)

Feiten:

vastpakken van leerlingen, nijpen in de nek, tikken, slaan, op de knieën laten zitten, op de tenen trappen, duwen

Bestreden beslissing:

preventieve schorsing bij hoogdringendheid

Beslissing kamer van beroep: 

15 januari 2020 - de kamer van beroep bevestigt de ordemaatregel van de preventieve schorsing bij hoogdringendheid   

Grond van de zaak:

Art. 5 van het tuchtbesluit. De kamer van beroep is van mening dat het betrokken personeelslid met afdoende precisie werd meegedeeld welke beweerde feitelijkheden inzake grensoverschrijdend gedrag geuit werden. Ook de oproepingsbrief verduidelijkt dit. De kamer van beroep stelt vast dat er feitelijkheden zijn gepleegd die, indien ze bewezen zouden zijn, tuchtrechtelijk ingebed kunnen zijn. Deze beweerde feiten moeten in het kader van een procedure tot preventieve schorsing nog niet bewezen zijn, maar wel voldoende mate van waarachtigheid hebben om aanleiding te geven tot deze ordemaatregel.  De kamer van beroep stelt vast dat er meldingen werden gedaan die op beweerdelijk grensoverschrijdend gedrag wijzen.

De kamer van beroep volgt de redenering dat de schorsing noodzakelijk is in het belang van de dienst. Er ligt een dossier voor waarin het nog te voeren tuchtonderzoek wellicht deels op getuigenissen van leerlingen zal steunen, en het noodzakelijk is dat dit in de hoogst mogelijke sereniteit gebeurt.

 

2020-01 pdf bestandKvB_GVO_2020_01.pdf (163 kB)

Feiten:

kennis gekregen van een politioneel onderzoek, beschuldigingen mbt fysiek grensoverschrijdend gedrag tav één of meerdere leerlingen, buiten schoolverband

Bestreden beslissing:

preventieve schorsing bij hoogdringendheid

Beslissing kamer van beroep: 

15 januari 2020 - de kamer van beroep bevestigt de ordemaatregel van de preventieve schorsing bij hoogdringendheid   

Grond van de zaak:

Art. 5 van het tuchtbesluit. De kamer stelt vast dat de oproepingsbrief algemeen beschrijft waarover het politioneel onderzoek gaat, verzoekende partij reeds werd ondervraagd en zo afdoende op de hoogte is gesteld van de redenen van de preventieve schorsing.

De kamer van beroep stelt vast dat er feitelijkheden zijn gepleegd die, indien ze bewezen zouden zijn, tuchtrechtelijk ingebed kunnen zijn. Deze beweerde feiten moeten in het kader van een procedure tot preventieve schorsing nog niet bewezen zijn, maar wel voldoende mate van waarachtigheid hebben.

Wat betreft de vraag of een preventieve schorsing bij hoogdringendheid in het belang van de dienst is, oordeelt de kamer van beroep dat zulks het geval is.